Spring naar inhoud

Financieel

6.1 Inleiding

We bewaken de financiële continuïteit aan de hand van dashboards die inzage geven in de ontwikkelingen van onze ondernemingsdoelstellingen en die ons in staat stellen, waar nodig, op tijd bij te sturen. 

De doelstellingen van ons financiële beleid en beheer zijn ondersteunend aan de realisatie van de volkshuisvestelijke doelstellingen en financiële continuïteit. 

Voor de beoordeling van de financiële continuïteit sluiten we vooralsnog aan bij de financial risks zoals het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en de Autoriteit woningcorporaties (Aw) deze formuleerden. Elke 4 maanden rapporteren we hierover. We stellen ieder jaar een meerjarenbegroting op waarin de kasstromen van alle beleidsvoornemens staan. Onderstaand de financiële positie van 31 december 2022 in vergelijking met de situatie op dezelfde datum in 2021.

Financiële continuïteit

  Realisatie 2022 Realisatie 2021 Norm
ICR 2,54 3,06 > 1,4
Loan to Value o.b.v. beleidswaarde 40% 49% < 85%
Solvabiliteit o.b.v. beleidswaarde 58% 51% > 15%

Financiële continuïteit, DAEB en niet-DAEB

  DAEB 2022 DAEB 2021 Norm Niet-DAEB 2022 Niet-DAEB 2021 Norm
ICR 2,57 3,03 > 1,4 5,33 7,39 > 1,8
Loan to Value o.b.v beleidswaarde 40% 49% < 85% 15% 17% < 75%
Solvaibiliteit o.b.v. beleidswaarde 58% 51% > 15% 64% 64% > 40%

De kengetallen voldoen aan de normen die de toezichthouders gebruiken. De kengetallen zijn berekend op basis van de richtlijnen van de Aw/WSW. Onze huidige financiële positie, beoordeeld op basis van deze kengetallen, is gezond. 

6.2 Marktwaarde en beleidswaarde

Marktwaarde

Ons vastgoed waarderen we op marktwaarde in verhuurde staat. Het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (BTIV) geeft in artikel 31 nadere uitwerking van de verplichte waardering. In dit besluit is het ‘handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ opgenomen oftewel het waarderings­handboek. Om er zeker van te zijn dat het waarderingshandboek leidt tot een ‘aannemelijke marktwaarde’ wordt het handboek jaarlijks geactualiseerd en op juistheid gecontroleerd. De actualisatie bestaat uit jaarlijkse aanpassingen van de normen en parameters in het handboek. Bij het valideren van het handboek wordt gecontroleerd of de verkregen marktwaardes leiden tot een logische en herkenbare marktwaarde voor alle corporaties in alle provincies en voor alle typen vastgoed.

Het handboek kent 2 waarderingsvarianten: de basisversie en de full-versie. Wij gebruiken de basisversie van het handboek voor eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden. De full-versie gebruiken we voor studenteneenheden, woonwagens en standplaatsen, bedrijfsmatig onroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en intramuraal en extramuraal zorgvastgoed. Dit type vastgoed is onderling moeilijk vergelijkbaar en daarom is de basisversie minder geschikt. Om tot een ‘aannemelijke marktwaarde’ te komen van dit type vastgoed, is het inschakelen van een taxateur noodzakelijk.

Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de marktwaarde 

Het jaar 2022 kenmerkt zich als een roerend jaar op de woningmarkt. Waar in het begin van het jaar nog een sterke groei werd waargenomen, begon de markt zich richting het einde van het jaar te stabiliseren. We zien deze stabilisatie ook terug in de marktwaardeontwikkeling van onze portefeuille. De totale omvang van de portefeuille groeide met € 49,2 miljoen tot een waarde van € 1.220 miljoen. Dit is een waardegroei van 4,21%. Deze mutatie is onder te verdelen in drie deelportefeuilles, namelijk wonen, parkeren en BOG MOG ZOG. De woningportefeuille is in 2022 met 4,56% gestegen, parkeren is met 4,08% gestegen en de BOG MOG ZOG portefeuille is gestegen met 2,4%.

De waardeontwikkeling is lager dan in 2021. De prijzen in de koopmarkt stijgen in het eerste deel van 2022 nog een tijdje door. In de loop van 2022 zagen we een stijgende rente, waardoor kopers minder financiële mogelijkheden hadden om een huis te kopen. Dit nam de druk wat weg en leidde in het najaar van 2022 tot dalende prijzen. Dit dempte de waardeontwikkeling van onze woningen en andere verhuurde eenheden.

In 2022 werd bekend dat de verhuurderheffing de komende jaren niet betaald hoeft te worden. Dit heeft een positief effect op de waarde van de woningen. Er valt een belangrijke kostenpost voor Domesta weg. Daar tegenover staat een stijging van de overdrachtsbelasting naar 10,4%.

Aan de bouwkant blijven bouw- en milieubesluiten ervoor zorgen dat het moeilijk is om geschikte grond te vinden om op te bouwen. Dit resulteert in een leegwaardegroei per m2 van onze vastgoedportefeuille. De huurprijsontwikkeling van het sociale vastgoed had een matigende invloed op de waardeontwikkeling. Dit is het gevolg van ons huurbeleid. Hiermee geven we invulling aan onze maatschappelijke taak op het gebied van betaalbaarheid.

Het jaar 2022 kenmerkt zich door een woningmarkt met verschillende signalen ten opzichte van 2021. Enerzijds blijft de behoefte aan een eigen woning groot door een tekort aan woningen, anderzijds neemt de mogelijkheid tot het kopen van een woning af door de gestegen rente.

Dit zorgde voor een lagere stijging van de marktwaarde van onze portefeuille dan eerdere jaren.

Verloop marktwaarde in 2022

De mutatie van de marktwaarde in verhuurde staat bedraagt afgerond € 49 miljoen. Deze mutatie wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de marktontwikkeling (- € 104 miljoen), de validatie van het handboek (+ €92 miljoen), objectgegevens (+ € 53 miljoen), voorraadmutaties (+ € 213 duizend) en methodische wijzigingen (+ € 9 miljoen).

Wij lichten het verloop van de marktwaarde in 2022 toe aan de hand van de volgende twee overzichten. Onder de overzichten lichten wij de cijfers verder toe.

DAEB-vastgoed in exploitatie  1.210.597.180   1.160.894.026   49.703.153 
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie  9.901.772   10.307.830   -406.058 
Totaal  1.220.498.952   1.171.201.856   49.297.095 
       
       
Verloopoverzicht marktwaarde 2021-2022 (Bedragen in € x 1.000) DAEB Niet-DAEB Totaal
Marktwaarde 2021  1.160.894.026   10.307.830   1.171.201.856 
Voorraadmutaties  592.231   -378.769   213.462 
Methodische wijzigingen  9.145.594   20.387   9.165.981 
Mutatie objectgegevens  53.298.807   -748.078   52.550.729 
Mutaties waarderingsparameters validatie handboek  91.813.679   -121.658   91.692.021 
Mutaties waarderingsparameters marktontwikkeling  -105.147.158   822.060   -104.325.098 
Marktwaarde 2022  1.210.597.180   9.901.772   1.220.498.952 

Toelichting op verloopoverzicht 

Voorraadmutaties, positief effect € 213 duizend 

Onder voorraadmutaties zien we het effect van de verkochte en gesloopte huizen, opgeleverde nieuwbouw en de aankopen over 2022. De marktwaarde van de nieuwgebouwde objecten is hoger dan de marktwaarde van de verkochte en gesloopte objecten. Hierdoor is de marktwaarde gestegen. 

Methodische wijzigingen, positief effect € 9 miljoen 

Het handboek schrijft voor hoe de marktwaarde moet worden berekend, oftewel de rekenmethode. In het handboek voor 2022 zijn de overdrachtskosten verhoogd naar 11,4% in de eindwaarde. De overdrachtskosten per 31-12-2022 blijven op 9%. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van € 6,6 miljoen. Daarnaast is de grondslag voor het indexeren van de huren gewijzigd, dit leidt tot een opwaartse bijstelling van € 15,6 miljoen. Per saldo is het effect van deze methodische wijzigingen € 9 miljoen positief. 

Mutaties objectgegevens, positief effect € 53 miljoen 

De mutaties in de objectgegevens hebben in 2022 een positief effect op de marktwaarde. Het effect komt vooral door de stijging van de WOZ-waarde. 

Mutaties validatie handboek, positief effect € 92 miljoen 

Naast de jaarlijkse actualisatie wordt het handboek jaarlijks gevalideerd. Bij de validatie wordt gecontroleerd of de verkregen marktwaardes door toepassing van de basisversie van het handboek inderdaad leiden tot een aannemelijke marktwaarde voor alle corporaties in alle provincies en voor alle typen vastgoed. De gemiddelde disconteringsvoet ‘doorexploiteren van woningen’ is gedaald. Ook is de gemiddelde disconteringsvoet ‘uitponden van woningen’ gedaald. De daling van deze parameters heeft een positief effect op de marktwaarde. 

Mutaties waarderingsparameters marktontwikkeling, negatief effect € 104 miljoen 

De waarderingsparameters staan in het handboek en worden jaarlijks geactualiseerd naar aanleiding van de marktontwikkelingen. De uitgangspunten waarmee moet worden gerekend, zijn veelal negatief bijgesteld.  

Dit heeft een negatief effect op de marktwaarde. De daling wordt voornamelijk veroorzaakt door de daling van de leegwaardestijging (- € 104 miljoen), de stijging van de disconteringsvoet (- € 54 miljoen) en het gemiddelde instandhoudingsonderhoud (- € 26 miljoen). De positieve effecten blijken uit de markthuurstijging (+ € 55 miljoen) en het wegvallen van de verhuurderheffing (+ € 40 miljoen). 

De leegwaarde wordt gebruikt als uitgangspunt voor verkoop. Om de leegwaarde voor de toekomst te kunnen inschatten, houden we rekening met de verwachte waardestijging van een huis. Deze waardestijging wordt nu een stuk lager ingerekend dan vorig jaar, dit zorgt voor lagere verkoopopbrengsten in het “uitpondscenario". 

Het gemiddelde voor het instandhoudingsonderhoud is gestegen met 10%, dit leidt tot een negatief effect van € 26 miljoen. 

Beleidswaarde

Beleidswaarde

De beleidswaarde is kortgezegd de marktwaarde gecorrigeerd voor het beleid van Domesta. De marktwaarde heeft als belangrijkste kenmerk dat het gericht is op marktconform handelen. Het beleid van de corporatie is hier niet op gericht. Het doel van de beleidswaarde is om duidelijk te maken wat de maatschappelijke bijdrage is van een corporatie. Dit doen we door op 4 voorgeschreven aspecten de marktwaarde in verhuurde staat aan te passen.

De 4 stappen zijn:

  • Beschikbaarheid
  • Betaalbaarheid
  • Kwaliteit
  • Beheer

De ontwikkeling van de beleidswaarde wordt voor een flink deel beïnvloed door de ontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat, omdat de beleidswaarde de marktwaarde als vertrekpunt neemt.

Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder gaat dit over de bepaling van de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed (terug te vinden in de marktwaarde en beleidswaarde) is geen exacte wetenschap. Ook is dit de grootste post waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening. 

Per 31 december 2022 is € 423 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2021: € 351 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed bepalen we in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen.

Daarmee voldoen we aan de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten die gelden tijdens het maken van de jaarverslaggeving. De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Domesta. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt. Dit komt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurhuizen.

Ons doel is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die dit zelf niet kunnen. Daarom verkopen we maar een paar huizen. Daarnaast verhogen we bij mutatie van het huis alleen in uitzonderingssituaties de huur tot de maximale huur. Ook zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Domesta.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd. Het bestuur van Domesta heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of pas op zeer lange termijn realiseerbaar is.

Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB-bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 404 miljoen.

Ontwikkelingen marktwaarde en beleidswaarde

Van marktwaarde naar beleidswaarde 2022 2021
Bedragen x € 1000    
Marktwaarde 1.220.499 1.171.202
Stap 1: Beschikbaarheid 159.440 6.680
Stap 2: Betaalbaarheid -407.834 -308.093
Stap 3: Kwaliteit -132.372 -177.969
Stap 4: Beheer -23.240 -19.955
Beleidswaarde 816.493 671.864

Dit impliceert dat circa 45% van het totale eigen vermogen niet of pas op zeer lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.

De beleidswaarde laat zien hoe we onze middelen inzetten op de beleidsterreinen beschikbaarheid, betaalbaarheid, kwaliteit (onderhoud) en efficiency in beheer. Doordat we ons bezit niet verkopen, maar beschikbaar houden voor de verhuur, realiseren we € 4 miljoen minder waarde. Hier staat tegenover dat we geen overdrachtsbelasting hoeven te betalen, dat levert ons € 163 miljoen waarde op. Omdat we dat bezit vervolgens niet voor een marktconforme prijs verhuren maar beschikbaar houden voor de sociale huisvesting vermindert het verdienpotentieel nog eens met € 408 miljoen.

Ons onderhoudsniveau ligt hoger dan bij een commerciële partij. Dat vermindert de verdiencapaciteit met € 132 miljoen. In hoeverre dat dit een maatschappelijke prestatie (betere kwaliteit) is of dat er sprake is van inefficiency, wordt met deze benadering niet direct duidelijk. De afslag ligt lager dan in 2021, dit heeft te maken met de onderhoudskostenstijging in de marktwaarde. Onze beheerlasten zijn ook hoger dan bij een marktpartij. Daarmee investeren we nog eens € 23 miljoen. Uit de Aedes benchmark blijkt dat we op onze bedrijfslasten ten opzichte van onze collega’s in de sector gemiddeld (B) scoren.

6.3 Jaarresultaat

De huuropbrengsten zijn onze grootste inkomstenbron. Met dit geld kunnen wij de onderhoudskosten betalen. We betalen met de huuropbrengsten € 12 miljoen aan belastingen en heffingen. Met het resterende bedrag betalen we de beheerkosten (personeelskosten, leefbaarheid, huisvestingskosten) en rente.   

Het geld dat overblijft (batig saldo) van € 12 miljoen gebruiken we om de investeringen in ons bezit en aankopen te financieren en leningen af te lossen. Onder investeringen verstaan we sloop- en nieuwbouwprojecten, renovaties en de uitgaven die we maken voor het verduurzamen van onze huizen.

Het batige saldo is niet voldoende om alle investeringen en aflossingen te betalen. Daarvoor gebruiken we de inkomsten uit de verkopen van huizen, gebruikten we geld dat we nog hadden en hebben we nieuwe leningen aangetrokken.

6.4 Financiële kengetallen

Financieel reglement

Vanaf 2021 gebruiken we de nieuwe interne signaleringsnorm op basis van het duurzaam bedrijfsmodel. Dit model is onderdeel van het financieel reglement en beheer (artikel 55a van de Woningwet). 

In het reglement staat dat we de normen van de Aw en het WSW hanteren als minimale / maximale waarden voor de beoordeling van onze financiële positie en dat we een systematiek hanteren om binnen de gestelde normen te kunnen blijven. We hanteren interne signaleringsnormen om enige ruimte te houden tot de externe normen. Daarmee vangen we onverwachte economische ontwikkelingen op. In 2018 is onze financieringsstrategie vastgesteld, in 2023 gaan we deze herzien. Hiermee hebben we de signaleringsnormen vastgesteld voor de DAEB-tak. Voor de niet-DAEB sluiten we aan bij het toezichtkader.

Ratio Externe norm Signaleringsnorm
ICR >1,4 >1,8
LTV <85% <75%
Solvabiliteit >15% >24%
Ratio DAEB Niet-DAEB Enkelvoudig/ Onderpand WSW
      geconsolideerd  
Continuïteitsratio’s        
ICR 1,4 1,8 1,4  
LTV 85% 75% 85%  
Solvabiliteit 15% 40% 15%  
Discontinuïteitsratio’s        
Dekkingsratio 70% 70% 70%  
Onderpandratio (WSW)       70%

Autoriteit Woningcorporaties (Aw)

De Aw ziet erop toe dat woningcorporaties zich concentreren op hun kerntaak: zorgen dat mensen met een laag inkomen goed en betaalbaar kunnen wonen. Nu en in de toekomst. Zij houdt toezicht op het gedrag van woningcorporaties en op hun financiële beheer.

Op 28 november 2022 ontvingen wij van de Aw de beoordeling rechtmatigheid verslagjaar 2021. Hieruit zijn geen bevindingen gekomen. 

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

Het WSW is hét onafhankelijke instituut dat optimale financiering van vastgoed in de publieke sector mogelijk maakt voor aangesloten instellingen. De corporaties die deelnemen aan het WSW staan voor elkaar in via de obligoverplichting. Een obligo is een voorwaardelijke verplichting van de deelnemer om aan het WSW een bepaald bedrag over te maken. De hoogte van dat bedrag is afhankelijk van het bedrag aan geborgde leningen.

Door de obligoverplichting staan deelnemers onderling garant voor elkaar. Deze verplichting is voorwaardelijk: zolang de borgstellingsreserve van het WSW voldoende is om eventuele betalingsverplichtingen van WSW-deelnemers over te nemen, wordt geen beroep gedaan op deze obligoverplichting.

Na invoering van de Woningwet is het WSW gemandateerd voor het uitvoeren van de saneringstaak. In 2022 betaalden we geen saneringsheffing. De komende jaren houden we geen rekening met een dergelijke heffing in verband met financiële problemen bij andere corporaties.

Saneringssteun

Het saneringskader is in 2022 niet aangepast. In de huidige voorstellen wordt saneringssteun een uiterst redmiddel. Allereerst zullen corporaties in de betreffende woningmarktregio worden aangesproken om “noodzakelijk DAEB” over te nemen tegen marktwaarde in verhuurde staat. 

Derivaten

Periodiek informeren we, zoals gevraagd, het WSW over onze derivatenpositie. Hieruit zijn geen bijzonderheden gebleken. Per ultimo 2022 hebben we geen derivaten.

Overzicht borgingsplafond

Het WSW gebruikt het begrip ‘borgingsplafond’ om de maximale omvang van de leningen die zij wil borgen, te bepalen. Dit borgingsplafond is gebaseerd op de laatst beoordeelde Prospectieve informatie (dPi) en Verantwoordingsinformatie (dVi).

Het WSW stelt het borgingsplafond vast op basis van onze financieringsbehoefte voor onze DAEB-activiteiten zoals deze blijkt uit onze investerings- en herfinancieringsprognose voor de jaren 2022 tot en met 2024 conform de dPi 2021. De risicobeoordeling weegt mee bij de vaststelling van het borgingsplafond.

Het borgingsplafond is voor 2021 en 2022 verhoogd met de gevraagde financieringsbehoefte. 

Overzicht borgingsplafond

x € 1.000

  2022 2023
Getrokken leningenportefeuille WSW primo jaar 332.520 338.881
DAEB Financieringsbehoefte 28.071 42.135
Interne financieringsbronnen -14.710 -14.672
Borgingstegoed -7.000 0
Borgingsplafond ultimo jaar 338.881 366.344

6.5 Treasury

Financieringen

Met ons financieringsbeleid willen we de renterisico’s en rentelasten beheersen door ze evenwichtig over de jaren te spreiden. Dit beleid ligt vast in ons treasurystatuut. Deze is in 2020 vastgesteld en wordt in 2023 herzien. De bandbreedte voor de risico's geven we aan in het treasuryjaarplan. Daarin bepalen we ook jaarlijks het gedeelte dat maximaal variabel rentend gefinancierd mag worden.

Overfinanciering vermijden we door alleen financiering aan te trekken op grond van de opgestelde kasstroom- en liquiditeitsprognoses. We streven naar een liquiditeitssaldo van maximaal 10% van de huuropbrengsten.

In 2022 sloten we twee nieuwe financieringsovereenkomsten af. De twee nieuwe overeenkomsten in 2022 hebben een nominale waarde van € 17,5 miljoen.

De roll-over leningen in 2022 hebben een hoofdsom van € 20 miljoen. Hiervan is ultimo 2022 € 7 miljoen opgenomen.

Leningen- en derivatenportefeuille

Per 31 december 2022 heeft Domesta een leningenportefeuille met een schuldrestant van € 332,1 miljoen.

De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 345,6 miljoen inclusief oplopende rente (2021: € 464,5 miljoen inclusief oplopende rente). De marktwaarde is gedaald als gevolg van de gestegen rente op de kapitaalmarkt. Ultimo 2022 bedraagt het gemiddelde rentepercentage op de rentetypische lange leningen in de portefeuille 2,53% (2021: 2,51%). Als we alleen kijken naar de leningenportefeuille (inclusief de rentetypische korte leningen) dan bedraagt de gemiddelde rentevoet ultimo 2022 uit langlopende financiering 2,49% (2021: 2,43%).

Op bestaande leningen is € 12,8 miljoen afgelost (2021: € 20,7 miljoen), waarin begrepen één eindaflossing ter waarde van € 10 miljoen (2021: € 10 miljoen). Op de roll-over leningen is € 2 miljoen teruggestort. De reguliere jaarlijkse aflossing bedroeg € 765.000 (2021: € 725.000). 

In totaal is voor € 17,5 miljoen aan financiering opgenomen en voor € 12,8 miljoen afgelost. De leningenportefeuille is daardoor toegenomen met € 4,6 miljoen van € 327,5 miljoen naar € 332,1 miljoen.

Onze leningenportefeuille bevat voor € 50 miljoen basisrenteleningen. De embedded swap in de basisrenteleningen hoeft op grond van de RJ (Raad voor de Jaarverslaggeving) uiting 2013-15 niet in de waardering en het resultaat van de financiering te worden afgesplitst. Buiten de basisrenteleningen bevat de leningenportefeuille van Domesta geen extendible leningen (recht op verlening).

Het eventueel aangaan van nieuwe financieringsovereenkomsten en nieuwe derivatenconstructies wordt door de Treasurycommissie voorgesteld en ter goedkeuring aan het bestuur van Domesta voorgelegd. We trekken geen nieuwe leningen en derivaten aan zonder mandatering van de RvC

Financiële instrumenten

De vastgoedstrategie van Domesta op basis van de huidige plannen kenmerkt zich door investeringen in bestaand bezit en is stabiel qua aantallen vhe. Gezien de gezonde financiële positie, de stabiele operationele kasstroom en de beperkte verkoopafhankelijkheid, is de ambitie financieel realiseerbaar en bestaat er ruimte voor nieuwbouw en verduurzaming. Hier gaan we nader op in bij de toekomstparagraaf.

Punt van aandacht is dat de voorspelkracht van de investeringen van jaar op jaar gemiddeld is. Hierdoor bestaat het risico dat Domesta onverwacht voor een financieringsvraag komt te staan en daar niet snel aan kan voldoen. Domesta werkt daarom aan de verbetering van deze voorspelkracht. Door voldoende flexibiliteit in de leningenportefeuille te creëren kan Domesta beter inspelen op de veranderende omstandigheden en wordt de kans op overfinanciering c.q. overliquiditeit verkleind. De keerzijde van meer flexibiliteit in de leningenportefeuille is dat de renterisico’s in de leningenportefeuille toenemen.

Gezien de financiële positie van Domesta is de verwachting dat zij hogere renterisico’s kan dragen.

Financiering

Geldgever Stortingsdatum Type Bedrag Rentepercentage Looptijd (in jaren)
      (x € 1.000)    
Bank Nederlandse Gemeenten 5/4/2022 Fixe  10.000  0,538% 45
Nederlandse Waterschapsbank 1/9/2022 Fixe  7.500  1,640% 50
           
Totaal financieringstransacties 2022      17.500     

Liquiditeitsrisico

Domesta beoordeelt of ze voldoende liquiditeit heeft om te voldoen aan haar verplichtingen.

Dit doet ze door te sturen op de periodieke liquiditeitsprognoses en door een realistische begroting te maken. Belangrijke aandachtspunten bij de liquiditeitsprognoses zijn de verwachtingen voor het onderhoud, de investeringen in bestaand bezit en nieuwbouw.

Het AW en WSW beoordelen vervolgens ook op de volgende criteria:

Kwalitatief:

  • De mate waarin sprake is van onverwachte verzoeken aan het WSW voor aanvullend borgingsplafond.
  • De corporatie heeft een goede onderbouwing van de opgenomen belastingverplichting.
  • Voor zover van toepassing: het trackrecord van de corporatie met betrekking tot het voldoen aan de wettelijke normstelling voor aan te houden liquiditeitsbuffers uit hoofde van derivaten.
  • Voor zover van toepassing: de beschikbaarheid en kwaliteit van eventuele breakplannen van derivaten en de mate waarin de corporatie in staat is te voldoen aan de wettelijke vereisten omtrent de op te bouwen liquiditeitsbuffer.
  • Opmerkingen van de accountant over mogelijke liquiditeitsrisico’s.
  • De corporatie maakt periodiek liquiditeitsprognoses en er zijn geen redenen om aan de kwaliteit daarvan te twijfelen.

Kwantitatief:

  • Belastingdruk: de gemiddelde belastingdruk, berekend als gemiddelde belastingkasstroom gedurende de prognoseperiode gedeeld door de gemiddelde operationele kasstroom (gecorrigeerd voor belastingen) gedurende de prognoseperiode. Indien de gemiddelde belastingdruk kleiner dan 10% is, wordt verdiepend onderzoek gedaan.

Domesta heeft geen derivaten meer en heeft in 2022 niet om aanvullend borgingsplafond hoeven vragen en verwacht dit de komende vijf jaar niet te hoeven doen. De gemiddelde belastingdruk bedraagt binnen de horizon van vijf jaar circa 25%.

Herfinancieringsrisico

Herfinancieringsrisico is het risico dat er geen financiering kan worden aangetrokken op het moment dat dit nodig is c.q. dat de corporatie geen aflossingen kan doen op het moment dat dit gewenst is. Beoordeling vindt plaats op basis van cumulatieve criteria over een periode van tien jaar. Hiermee scoort Domesta voor het herfinancieringsrisico een risicoclassificatie ‘laag’ (per jaar ≤ 15% en per 2 jaar ≥ 5%).

Renterisico

Risico uit contracten 
Financiële kasstromen zijn naar hun aard hard te noemen. Hierdoor is het mogelijk om de risico’s uit de contracten voor lange termijn in kaart te brengen. Dit is vooral van belang voor het verkrijgen van een verantwoorde spreiding van de renterisico’s die uit hoofde van de leningenportefeuille gelopen worden.

Domesta hanteert een norm voor renterisico van maximaal 15% van de leningenportefeuille ultimo voorgaand boekjaar (2021). Het grootste deel van dit risico wordt veroorzaakt door de aflossingen. In de financieringsstrategie van Domesta is opgenomen dat jaarlijks een maximale looptijd voor nieuwe financiering wordt vastgesteld. Dit wordt gedaan met behulp van een scenarioanalyse van het investeringsvolume.

Renterisico per jaar en per 5 jaar (WSW Methodiek)

In het gezamenlijk beoordelingskader beoordelen AW en WSW het renterisico zowel per jaar als in blokken van vijf jaar en voor een periode van tien jaar. Omdat sommige financiële producten in meer dan één jaar risico veroorzaken, zijn de uitkomsten voor het risico per vijf jaar hierbij voor dubbeltelling gecorrigeerd. Een dubbeltelling kan bijvoorbeeld ontstaan doordat een roll-over zowel een renteconversie op basis van de onbekende Euribor heeft, als een aflossing binnen een periode van 5 jaar.

6.6 Fiscaliteiten

Onze fiscale strategie is op hoofdlijnen ongewijzigd toegepast. Door de waardestijgingen van ons bezit is Domesta vanaf het boekjaar 2017 in een betalende positie terechtgekomen voor de vennootschapsbelasting. De in het verleden verantwoorde waardedalingen moeten nu door de waardestijgingen teruggedraaid worden en dit resulteert in forse aanvullende (fiscale) winsten bovenop de resultaten uit de gewone bedrijfsvoering. Op onderdelen van de toepassing van wet- en regelgeving is in 2020 (aangifte 2018) een discussie ontstaan met de belastingdienst. Het gaat over het apart afschrijven op zonnepanelen, die niet als onderdeel van het dak van en woning zijn gemonteerd. De discussie is daarna verder gegaan, maar heeft nog niet tot een oplossing geleid. In mei 2023 is er een uitspraak van de rechtbank gekomen die de fiscus in het gelijk stelt. Domesta is het niet eens met de argumentatie en gaat hierop in beroep. Deze discussie speelt bij meer woningcorporaties. Bij het indienen van de aangifte 2019 (najaar 2021) en 2020 (najaar 2022), hebben we dit standpunt voortgezet. De omvang van de actieve latentie is € 1,5 miljoen en is opgenomen in de fiscale positie. 

6.7 Toekomstparagraaf

In 2022 zetten de ontwikkelingen van eind 2021 verder door. De energieprijzen stegen meer dan verwacht, waardoor er meer vraag kwam naar duurzame aanpassingen aan woningen in Nederland. Hierdoor zijn de prijsstijgingen voor onderhoud en nieuwbouw erg hoog. We verwachten dat dit in 2023 verder doorzet. Ook de rente is gestegen. We zullen de komende jaren daarom duurder gaan lenen. Positief voor de financiële positie van Domesta is dat de komende tijd geen verhuurderheffing betaald hoeft te worden.

In de meerjarenbegroting 2023 zijn de Nationale Afspraken verwerkt. We zijn de komende jaren voornemens fors meer te investeren in onze huizen. Zowel het aantal investeringen als de kosten daarvan zullen toenemen, zien we in de meerjarenbegroting.

We zetten ons de komende jaren in voor verduurzaming van ons bezit en blijvende betaalbaarheid en voor beschikbaarheid van de woningen. Daarbij kijken wij ook naar de prestatieafspraken die wij met gemeenten hebben gemaakt en de Nationale Prestatieafspraken. De omvang van de duurzaamheidsinvesteringen voor de komende vijf jaren bedraagt circa € 57,5 miljoen (begroting 2022: € 45,5 miljoen). In de begroting is doorgerekend dat wij deze investeringen kunnen dragen. Daarnaast zoeken wij naar de mogelijkheden om onze portefeuille met zorgcomplexen uit te breiden. In het kader van Nationale prestatieafspraken zal onze nieuwbouw en verduurzamingsopgave verder vergroot worden.

Investeringen en verduurzaming leiden nauwelijks tot een stijging van de beleidswaarde. Dat betekent dat onze financiële kengetallen hierdoor verslechteren. Toch verwachten we in de komende tien jaar wel binnen de externe normen voor deze kengetallen te blijven. Door binnen die normen te blijven, hebben we een goed uitgangspunt voor het aanvragen van de benodigde financiering en daarmee het realiseren van onze plannen. 

Door de hogere ambitie voor nieuwbouw, verduurzaming en onderhoud gaan we de komende jaren meer lenen. De leningenportefeuille zal naar verwachting oplopen.

De economie is momenteel erg turbulent, waar verwachtingen in het verleden redelijk uitkwamen is dat nu lastiger in te schatten. In de meerjarenbegroting zijn we terughoudend geweest met het inschatten van de ontwikkeling van de rente, bouwkosten en de overige kosten.

Een oplopende rente betekent dat de vermogenskosten voor investeringen oplopen en dit heeft een negatief effect op de rentabiliteit van onze projecten.

Onze ambities vragen om zorgvuldig onderzoek en afwegingen. In onze afwegingen kijken we wat we kunnen realiseren met onze investeringen. Wat betekenen deze investeringen voor de doelstellingen van Domesta en wat zijn de consequenties van deze investeringen voor de (financiële) positie? Bij de financiële beoordeling van deze investeringen hanteren we onder andere ons investeringsstatuut en de normen uit ons duurzame bedrijfsmodel. 

Domesta zal de komende jaren niet bezig zijn met activiteiten rondom onderzoek & ontwikkeling. De ontwikkelingen in de markt wordt samen met de partners gevolgd.

Op het gebied van personeel herzien we in 2023 de strategische personeelsplanning. Belangrijke onderwerpen in dit plan zijn digitalisering, krapte in arbeidsmarkt en de aanstaande pensionering van een aanzienlijk deel van onze collega's. Daarnaast wordt er steeds meer expertise gevraagd over meer uiteenlopende onderwerpen. Meer inzet van (extern) personeel is dan nodig.

We verwachten dat we onze ambities financieel kunnen dragen. We kijken ook naar alternatieve (economische) scenario's om te beoordelen of dit in alle scenario’s het geval is. Dat is, in tegenstelling tot eerdere jaren, niet het geval. Als het scenario van structureel hoge stijging van de bouwkosten in combinatie met de hogere rente zal doorzetten zal onze financiële positie onder druk komen te staan. Vooral de loan-to-value (LTV) op basis van beleidswaarde en de ICR zijn onze meest gevoelige indicatoren als het gaat om gebeurtenissen die kunnen plaatsvinden. We zullen in 2023 en verder deze ontwikkelingen nadrukkelijker volgen en op onze besluitvorming betrekken.

De ratio's per 2022 en de verwachte ontwikkeling hiervan voor de komende jaren, laten zien dat er voldoende ruimte is om financiering aan te trekken. Domesta verwacht de komende jaren de leningenportefeuille dan ook uit te breiden, teneinde de middelen in te zetten voor de regionale opgave.

De financiële ruimte die we hebben zetten we in om de doelen ten aanzien van duurzaamheid (routekaart) en het portefeuilleplan te halen. We kijken steeds scherp naar ons eigen huishoudboekje. We blijven er in de komende jaren naar streven ons vermogen zoveel mogelijk in te zetten voor de volkshuisvesting.

6.8 Risicomanagement

Ieder mens, van kind tot senior, heeft een eigen plek, een veilig thuis waar ze in vrijheid en zorgeloos kunnen wonen. Daar doen we het voor. Met ons ondernemingsplan ‘Ruimte om te leven’ werken we hieraan. Aan de doelen die we voor ogen hebben.

Risico's

We realiseren ons dat bij onze werkzaamheden risico’s horen en vinden het belangrijk om de risico’s te kennen die onze doelstellingen kunnen bedreigen. Wat komt er op ons af? Welke wet- en regelgeving is belangrijk en met welke demografische ontwikkelingen moeten we rekening houden? Wanneer komen we in actie en wanneer niet? De cultuur is van groot belang voor de risicobeheersing. De beheersing van risico’s is een continu proces, waarbij verschillende factoren ervoor kunnen zorgen dat nieuwe risico’s zich voordoen, of zich juist niet meer voordoen.

De term ‘compliance’ gaat over wet- en regelgeving. Het gaat om controleren en beheersen, maar ook om toetsen. Houden we ons aan de in- en extern geldende regels en normen?

Risicocultuur en inbedding van Domesta

In 2022 hebben we een herstart gemaakt met risicomanagement. Ten eerste inventariseerden we waar de rollen en verantwoordelijkheden liggen en hebben we intern de controlfunctie versterkt. Met deze versterking zijn we in staat risicomanagement een goede plek te geven in de organisatie. Risicomanagement is belangrijk om de organisatiedoelen ook daadwerkelijk te kunnen behalen. Om intern de risico's te beheersen hebben we de rollen en verantwoordelijkheden gestructureerd vanuit het "Three Lines”-model.

De eerste lijn bestaat uit het management en de medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de interne processen en beheersingsmaatregelen binnen hun verantwoordelijkheidsgebied.

De tweede lijn bestaat uit functies die zich richten op de ondersteuning van de eerste lijn bij het geven van invulling aan de beheersing van risico's. In de praktijk liggen deze rollen vooral bij de business-, financial- en procescontroller (complianceteam). Zij voeren ook interne controles uit om vast te stellen of de vastgestelde processen en beheersingsmaatregelen in de organisatie goed uitgevoerd worden.

De derde lijn is de onafhankelijke auditfunctie. Deze rol wordt vervuld door de concerncontroller en de controller Governance & Compliance. Zij vervullen de rol van interne auditor. De auditfunctie geeft een objectief onafhankelijk oordeel over de interne risicobeheersing en het controlesysteem.

Risicobereidheid

Risicomanagement heeft niet tot doel om alle risico’s te mitigeren. Het gaat immers om die risico’s die het realiseren van onze doelstellingen in gevaar brengen. Naast het bepalen van de strategische risico’s dient ook de mate van risicobereidheid te worden bepaald. Hierbij gaat het om de mate van risico dat Domesta wil accepteren (risicotolerantie) en de mate van risico dat Domesta kan dragen (risicocapaciteit). De risicobereidheid is per thema uit het ondernemingsplan inzichtelijk gemaakt zodat deze als basis kan dienen voor de onderliggende risico’s en beheersmaatregelen.

Strategische risico’s

In 2022 hebben wij onze strategische risico’s herijkt en de risicobereidheid opnieuw vastgesteld. In een gezamenlijke sessie met RvC, bestuur en managementteam zijn de strategische risico’s bepaald. De risicofilosofie en risicobereidheid zijn besproken in een sessie met bestuur en managementteam.

In onderstaande tabel zijn de belangrijkste strategische risico’s weergegeven in relatie tot de kernthema’s uit ons ondernemingsplan. De risicofilosofie van Domesta is neutraal, wat wil zeggen dat we de risico’s en kansen tegen elkaar afwegen en het beleid is gericht op beheersing van het risico. Afhankelijk van de situatie en beheersbaarheid willen we meer kansen benutten. Daarbij is comfort hebben en houden belangrijk.

De risicobereidheid geeft uitdrukking aan de aard en omvang van de risico’s die Domesta bereid is aan te gaan bij het realiseren van haar doelstellingen. Hoe belangrijker de doelstelling, hoe lager de risicobereidheid. De betaalbaarheid voor de huurder staat voorop, waarbij een versnelling in de verduurzaming (energiezuinig wonen) een belangrijke bijdrage kan leveren. 

Strategisch risico Omschrijving Risicobereidheid
De betaalbaarheid voor de huurder komt onder druk te staan. Als gevolg van een financiële crisis komt de betaalbaarheid voor de huurder onder druk te staan. Het risico van huurverhogingen die bedrijfseconomisch noodzakelijk zijn, maar maatschappelijk onverantwoord. Laag
Veranderingen in het Europese, landelijke of gemeentelijke politieke speelveld 'raken' de sector. Veranderingen in de complexiteit van wet- en regelgeving. De mogelijkehid dat de politiek de sector verplichtingen oplegt (verevening, extra bouwen, flexibel bouwen, verduurzamen, warmtenet). Gemiddeld
Een verdere cumulatie van kwetsbare groepen in de wijken waardoor leefbaarheid onder druk komt te staan. Door een cumulatie van kwetsbare groepen (zorgbehoevenden, verward gedrag, financieel afhankelijken) in de wijken neemt de differentiatie en leefbaarheid verder af. Gemiddeld
De sector wordt met nieuwe of andere vormen van sociaal activisme geconfronteerd. Toenemende invloed van of onverwachte weerstand uit (opruiende) sociale media. Maatschappelijke verruwing; de 'boze burger'. Vertrouwen in 'gevestigde' orde (waaronder sector) erodeert. Bewoners worden steeds veeleisender en accepteren steeds minder. Gemiddeld
De sector kan de beoogde duurzaamheidsambities niet realiseren. De sector kan onvoldoende invulling geven aan de verduurzaming van de portefeuille en de prestatie-afspraken dan wel dat dit alleen tegen buiten proportionele investeringen uitgevoerd kan worden. Hoog
Majeure veranderingen in rente of inflatie. Macro-economische/geopolitieke gebeurtenissen met als gevolg dat de rente- of inflatie fundamenteel anders is dan gepland (bijvoorbeeld hyperinflatie/deflatie/langdurige lage rentestanden). Gemiddeld

Op bovenstaande risico’s (én op niet vermelde risico’s) nemen we maatregelen om de risico’s weg te nemen. Dat is niet altijd mogelijk, externe omstandigheden zoals economische ontwikkelingen en overheidsbeleid liggen buiten onze invloedssfeer. Als we de risico’s niet kunnen wegnemen, nemen we maatregelen om de omvang van het risico te verminderen. 

Operationele risico’s

Naast strategische risico’s richten wij ons ook op de beheersing van operationele risico’s. Hierbij gaat het naast risico’s gericht op onze interne beheersing ook op risico’s op fraude, corruptie en ICT gerelateerde risico’s.

In 2022 is een team Control opgericht, onder meer om het risicobewustzijn te vergroten en tevens interne audits te houden. Het risicobewustzijn bij Domesta is aanwezig en daar wordt naar gehandeld. Er is in mindere mate sprake van een structurele aanpak en vastlegging ten aanzien van risico en de bijbehorende maatregelen. In 2023 wordt dit verder uitgewerkt door het beschrijven van processen en het houden van een risicomanagementsessies met teams.

Er is een interne gedragscode waaraan alle medewerkers geacht worden te voldoen. Medewerkers kennen de gedragscode en bespreken bij twijfel hun manager of de controller Governance & Compliance.

In 2022 zijn geen nieuwe systemen in gebruik genomen en deze worden voldoende geüpdatet en beschermd. Voor 2023/2024 staat een update van het primaire systeem op het programma. Dit zal veel tijd en capaciteit vragen van de medewerkers. Dit besef is aanwezig en hier wordt rekening mee gehouden.

De arbeidsmarkt is op een aantal functiegebieden erg krap te noemen. Functies zijn moeilijker in te vullen en de uitstroom van medewerkers neemt toe. Dit heeft mogelijk effect op de uitvoerbaarheid van de ambities of de kosten om deze alsnog te realiseren.

Frauderisico’s

Het risico in de betalingsorganisatie is dat ten onrechte gelden aan de organisatie worden onttrokken. Door functiescheiding en zichtbare interne controles wordt dit risico gemitigeerd.

Bij inkopen en aanbestedingen bestaat het risico dat niet tegen een marktconforme prijzen wordt ingekocht. Het inkoopbeleid wordt door vertaald in inkoopplannen waarin concreet wordt aangeven op welke wijze een transparant en goed gedocumenteerd proces wordt doorlopen.  Voor instandhoudingsonderhoud is dit in 2022 gerealiseerd. In 2023 worden de inkoopplannen voor onderhoud zorgcomplexen en aanbesteding van projectmatige renovatie/verduurzaming/onderhoud opgesteld. Nieuwbouwprojecten worden via meervoudige aanbesteding op de markt gezet met een vastgelegde besluitvorming en toetsing aan het investeringsstatuut.

Verder toetsen we of de toewijzings- en verkoopregels worden nageleefd.

Financiële positie

Domesta kent een gezonde financiële positie en is in staat de komende jaren het programma van onderhoud, verbeteringen en nieuwbouw te financieren met eigen middelen of vreemd vermogen.  Onzeker en van invloed op de positie zijn de ontwikkelingen van de prijzen (inflatie) en van de rente. Met name een verdere stijging van de rente zal de mogelijkheid tot financieren en dus het uitvoeren van de ambitie bemoeilijken.

Financiële verslaggeving

De jaarrekening van Domesta kent een hoge mate van complexiteit. De complexiteit komt voort uit de bepaling van markt- en beleidswaarde van het vastgoed, de marktwaarde van leningen en de fiscaliteit. Om de complexiteit te beheersen maakt Domesta gebruik van externe deskundigheid op de meeste van bovenstaande zaken. Hiermee zijn de risico’s beheersbaar en op een acceptabel niveau.

Risicoanalyse zorgvastgoed

Een van de risicogevoelige onderdelen van een woningcorporatie volgens het risicomodel van de Aw is het hebben van zorgvastgoed. In 2021 is de risicoanalyse zorgvastgoed uitgevoerd in de context van enorme veranderingen in het zorglandschap gecombineerd met demografische ontwikkelingen. Voor het bestendigen van ons (zorg)vastgoed is het van belang de ontwikkelingen, zowel maatschappelijk, demografisch als beleidsmatig, te volgen en daar proactief op te anticiperen. Met deze analyse hebben we meer dan eens inzicht in de transitie en ontwikkelingen in de zorgsector, de financiële en organisatorische risico’s van zorginstellingen waar Domesta vastgoed aan verhuurd en de gevolgen van  een ‘ stormscenario’ bij een verdere scheiding van wonen en zorg. In 2022 is een zorgrating opgesteld die ons zicht geeft op hoe de zorgaanbieders zich ontwikkelen. De rating in combinatie met de risicoanalyse zorgvastgoed en de opvolging van de analyse daarin laat zien dat Domesta met haar zorgvastgoed portefeuille in control is. 

6.9 Bestuursverklaring

Het bestuur van Domesta heeft het volkshuisvestingsverslag en de jaarrekening over 2022 opgemaakt. Dit voorstel ging naar de Raad van Commissarissen (RvC) om goed te keuren.
In de RvC-vergadering van 28 juni 2023 zijn de jaarstukken in aanwezigheid van KPMG besproken. Daarbij is ook kennisgenomen van de bevindingen van de accountant. 

Het bestuur van Domesta verklaart dat het jaarverslag over 2022 een betrouwbaar beeld geeft van de primaire activiteiten. Ook verklaart het bestuur dat alle uitgaven zijn gedaan in het belang van de volkshuisvesting.

Emmen, 28 juni 2023

B.S. Moormann, bestuurder

Versie:
v6.2.30

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report