Spring naar inhoud

Overige gegevens

10.1 Statutaire bepalingen inzake resultaatsbestemming

10.1 Statutaire bepalingen inzake resultaatsbestemming

In de statuten is geen artikel opgenomen inzake de resultaatbestemming. Domesta stelt zich ten doel uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn.

Het bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het resultaat over het boekjaar ad € 92,6 miljoen als volgt te bestemmen:

  • Het gerealiseerde resultaat ad € 21,5 miljoen ten gunste van de overige reserves te brengen.
  • Het niet-gerealiseerde resultaat ad € 71,1 miljoen over waardeveranderingen vastgoed in exploitatie, ten gunste van de herwaarderingsreserve te brengen

10.2 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

10.2 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: de Raad van Commissarissen van Stichting Domesta

Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2021

Ons oordeel

Naar ons oordeel geeft de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Stichting Domesta per 31 december 2021 en van het resultaat over 2021 in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de Wet normering topinkomens (WNT).

Wat we gecontroleerd hebben

Wij hebben de jaarrekening 2021 van Stichting Domesta (hierna ‘de toegelaten instelling’) te Emmen gecontroleerd.

De jaarrekening bestaat uit:

  1. de balans per 31 december 2021;
  2. de winst-en-verliesrekening 2021;
  3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en de Regeling Controleprotocol WNT 2021 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Stichting Domesta zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel. Onze bevindingen ten aanzien van continuïteit, fraude en niet naleven wet- en regelgeving en de kernpunten van onze controle moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Controleaanpak

Samenvatting

Materialiteit

  • Materialiteit voor de jaarrekening als geheel bedraagt EUR 11 miljoen
  • 1% van de totale activa

Continuïteit en Fraude & het niet-naleven van wet- en regelgeving

  • Controleaanpak continuïteit: geen significante continuïteitsrisico’s geïdentificeerd
  • Controleaanpak risico van fraude en het niet-naleven wet- en regelgeving: doorbreken interne beheersing door het management en de niet-zakelijke totstandkoming van vastgoed-gerelateerde inkopen

Kernpunten

  • Waardering vastgoedbeleggingen in exploitatie (woningen en parkeergelegenheden) met behulp van de basisversie
  • Waardering vastgoedbeleggingen in exploitatie (BOG/MOG/ZOG/EXT) met behulp van de full versie
  • Bepaling en toelichting beleidswaarde vastgoedbeleggingen in exploitatie
  • Zakelijke totstandkoming van vastgoed-gerelateerde inkopen

Oordeel

Goedkeurend

Materialiteit

Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op EUR 11 miljoen. Voor de bepaling van de materialiteit wordt uitgegaan van de totale activa (1%) van de jaarrekening 2020. Er is geen aanleiding om het materialiteitsniveau voor de jaarrekening 2021 aan te passen voor de hogere totale activa. Wij beschouwen de totale activa als de meest geschikte benchmark, omdat wij verwachten dat de gebruikers van de jaarrekening van de toegelaten instelling zich primair richten op de waarde van het vastgoed in exploitatie en de veranderingen hiervan.

Op basis van onze professionele oordeelsvorming hanteren wij voor de jaarrekening verantwoorde transactiestromen (operationele opbrengsten en kosten) alsmede de investeringen en desinvesteringen in het vastgoed een lager materialiteitsniveau dan voor de jaarrekening als geheel. Dit lagere materialiteitsniveau is bepaald op EUR 1,4 miljoen. Voor de bepaling van dit lagere materialiteitsniveau wordt uitgegaan van het totaal van de huuropbrengsten en opbrengsten servicecontracten (2%).

Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in de Regeling Controleprotocol WNT 2021.

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.

Wij hebben met de Raad van Commissarissen afgesproken dat wij tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de EUR 550.000 rapporteren aan hen alsmede kleinere afwijkingen, waaronder afwijkingen met betrekking tot de in de jaarrekening verantwoorde transactiestromen (operationele opbrengsten en kosten) alsmede de investeringen en desinvesteringen in het vastgoed boven de EUR 70.000, en afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.

Controleaanpak continuïteit – geen significante continuïteitsrisico’s geïdentificeerd

Het bestuur heeft zijn continuïteitsbeoordeling uitgevoerd en geen significante continuïteitsrisico’s geïdentificeerd. Onze procedures om de continuïteitsbeoordeling van het bestuur te beoordelen omvatten onder andere:

  • overwegen of de door het bestuur gemaakte continuïteitsrisicoanalyse alle relevante informatie bevat waarvan wij als gevolg van de controle kennis hebben;
  • identificeren van de (des)investeringsplannen door middel van het doornemen van de meerjarenbegroting en het evalueren van de (financiële) haalbaarheid van deze (des)investeringsplannen alsmede de financierbaarheid hiervan;
  • analyseren of de ruimte in de financiële ratio’s en de (verwachte) ontwikkeling daarin aanleiding geven tot een risico op het doorbreken van de door de externe toezichthouders gestelde normen.

Onze analyse van de financiële positie, de financieringspositie mede in relatie tot de voorgenomen (des)investeringen, verwachte operationele resultaten en cashflows en omgeving van de entiteit heeft geen significante continuïteitsrisico’s geïdentificeerd.

Controleaanpak ten aanzien van risico’s op fraude en niet-naleven van wet- en regelgeving

In paragraaf 6.8 van het bestuursverslag beschrijft het bestuur de procedures ten aanzien van de risico’s op fraude en niet-naleven van wet- en regelgeving.

In het kader van onze controle hebben wij inzicht verkregen in de toegelaten instelling en de bedrijfsomgeving, en hebben wij de opzet en de implementatie beoordeeld van het risicomanagement van de toegelaten instelling met betrekking tot fraude en niet-naleving van wet- en regelgeving. Onze werkzaamheden omvatten onder andere het evalueren van de integriteitscode, de klokkenluidersregeling, het bestuursreglement, het reglement Raad van Commissarissen, het intern controleplan, de governance code woningcorporaties en de procedures van de toegelaten instelling om aanwijzingen van mogelijke fraude en niet-naleven van wet- en regelgeving te onderzoeken. Bovendien hebben wij inlichtingen ter zake ingewonnen bij het bestuur, Raad van Commissarissen en bij andere relevante functies zoals de Controller Governance & Compliance, Businesscontrollers en de Manager Strategie en Beleid. Wij hebben onder meer de volgende controlewerkzaamheden uitgevoerd:

  • evaluatie van nevenfuncties van het bestuur en leden van de Raad van Commissarissen, met speciale aandacht voor goedkeuring van en verantwoording over deze nevenfuncties met betrekking tot mogelijke belangenconflicten;
  • evalueren van correspondentie met regelgevende en toezichthoudende autoriteiten waaronder de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.

Daarnaast hebben wij werkzaamheden uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in de wet- en regelgeving die op de toegelaten instelling van toepassing is en hebben de volgende rechtsgebieden geïdentificeerd die de meest waarschijnlijke oorzaak zouden kunnen zijn voor een materieel effect op de jaarrekening:

  • Woningwet;
  • Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

Wij hebben de risicofactoren voor fraude en niet-naleven van wet- en regelgeving geëvalueerd om na te gaan of deze factoren duiden op een risico op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening.

In overeenstemming met het bovenstaande hebben wij risico’s geïdentificeerd ten aanzien van fraude die relevant zijn voor onze controle, inclusief de relevante veronderstelde risico’s vastgelegd in de Nederlandse controlestandaarden. Dit betreffen het hierna beschreven veronderstelde risico op het doorbreken van de interne beheersing door het management en het risico op niet-zakelijke totstandkoming van vastgoed-gerelateerde inkopen (zie ‘De kernpunten van onze controle’).

Wij beoordelen het, in de Nederlandse controlestandaarden, veronderstelde frauderisico met betrekking tot de huuropbrengstverantwoording als niet relevant in verband met het sterk geprotocolleerd zijn van de huurprijsbepaling en de inkomensgrenzen en het periodieke en voorspelbare karakter van de huuropbrengsten.

Het doorbreken van interne beheersing door het management (een verondersteld risico).

Het management is in een unieke positie om fraude te plegen door de mogelijkheid het proces van financiële verslaggeving en resultaten te manipuleren door middel van het doorbreken van de interne beheersing die anderszins effectief lijken te werken.

Controleaanpak:

  • Wij hebben de opzet en de implementatie geëvalueerd van interne beheersings maatregelen die relevant zijn voor het mitigeren van de risico’s op fraude en niet-naleving van wet- en regelgeving, zoals het identificeren van werkzaamheden met betrekking tot journaalposten en de schattingen die ten grondslag liggen aan de bepaling van de ‘Waardering vastgoedbeleggingen in exploitatie’ en ‘Bepaling en toelichting beleidswaarde vastgoedbeleggingen in exploitatie’.
  • Wij hebben een data-analyse uitgevoerd op journaalposten met een hoger risico gerelateerd aan het onderscheid tussen investeren en onderhoud. Waar we onverwachte journaalposten of andere risico's identificeerden via onze data-analyse, hebben we aanvullende controlewerkzaamheden uitgevoerd om op elk geïdentificeerd risico in te spelen en om tevens mogelijke significante ongebruikelijke transacties te identificeren. Deze werkzaamheden omvatten ook het herleiden van transacties naar de broninformatie.
  • Wij hebben voor significante schattingen de oordeelsvormingen en veronderstellingen van het management geëvalueerd. Wij verwijzen naar de kernpunten van onze controle ‘Waardering vastgoedbeleggingen in exploitatie’ en ‘Bepaling en toelichting beleidswaarde vastgoedbeleggingen in exploitatie’, voor onze aanpak met betrekking tot deze kernpunten van onze controle.
  • We hebben elementen van onvoorspelbaarheid in onze controleaanpak opgenomen, waaronder het toepassen van een lager selectiecriterium dan voorgaande jaren bij de controle van de zakelijke totstandkoming van vastgoed-gerelateerde inkopen (zie ‘De kernpunten van onze controle’).

Wij hebben onze risico-inschatting en controleaanpak en resultaten gecommuniceerd aan het bestuur en aan de Auditcommissie van de Raad van Commissarissen.

Onze controlewerkzaamheden leidden niet tot aanwijzingen en/of andere redelijke vermoedens van fraude, en niet-nakomen van wet- en regelgeving die van materieel belang zijn voor onze controle.

De kernpunten van onze controle

In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het belangrijkst waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij met de Auditcommissie van de Raad van Commissarissen gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is besproken.

Waardering vastgoedbeleggingen in exploitatie (woningen en parkeergelegenheden) met behulp van de basisversie

Omschrijving

Zoals toegelicht in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ van de jaarrekening bedraagt het vastgoed in exploitatie, die volgens de basisversie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021 (hierna ‘het Handboek’) wordt gewaardeerd per 31 december 2021 EUR 904,5 miljoen. Dat komt neer op 75% van het balanstotaal van Stichting Domesta. De basisversie is een modelmatige waardebepaling zonder directe betrokkenheid van een taxateur, waarbij de centrale validatie van het Handboek van voorgaand jaar belangrijk is om te waarborgen dat deze op portefeuilleniveau gehanteerd kan worden ondanks de specifieke kenmerken van het bezit van de toegelaten instelling.

Aangezien in de modelmatige aanpak van de basisversie van het Handboek geen directe vergelijking wordt gemaakt met gerealiseerde transacties, bestaat een risico dat de waardering volgens de basisversie significant afwijkt van de waardering die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen. Dit punt is geïdentificeerd als kernpunt in de controle als gevolg van de inschattingen die samenhangen met de toepasbaarheid van de basisversie en de juistheid van de objectgegevens, in combinatie met de significante omvang van de jaarrekeningpost.

Onze aanpak

Onze werkzaamheden bestonden onder andere uit:

  • het inzicht verwerven in en evalueren van de opzet en het bestaan van interne beheersingsmaatregelen rondom de toepasbaarheid van de basisversie en de daarbij gehanteerde objectgegevens;
  • het aan de hand van het Handboek toetsen dat aan de voorwaarden voor gebruik van de basisvariant is voldaan;
  • het toetsen, mede op basis van deelwaarneming, van de betrouwbaarheid van de belangrijkste gehanteerde objectgegevens door middel van aansluiting met brondata, zoals de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de huurovereenkomsten, plattegronden en WOZ-beschikkingen;
  • het vaststellen dat het toegepaste taxatiemanagementsysteem is voorzien van een door een onafhankelijke externe accountant gecertificeerd assurance-rapport over de opzet en het bestaan van interne beheersingsmaatregelen bij de leverancier van de rekensoftware en dat de rekentool de verwachte uitkomst geeft. Wij zijn daarbij nagegaan of de certificerend accountant toereikende werkzaamheden heeft uitgevoerd en wij hebben de resultaten van eventuele gerapporteerde uitzonderingen geanalyseerd en meegewogen voor de impact op onze controleaanpak;
  • het evalueren of de waarde(ontwikkeling) van het vastgoed in exploitatie in lijn ligt met (de ontwikkelingen in) de markt door middel van toetsing aan de Fakton effectrapportage’;
  • het vaststellen dat de centrale validatie heeft plaatsgevonden op het Handboek met betrekking tot 2020 en het evalueren van de mogelijke effecten van de uitkomsten van de validatie op de modelmatige waardering voor 2021;
  • het toetsen van het toereikend zijn van de toelichtingen in de jaarrekening in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ zoals vereist volgens de Woningwet.

Onze observatie

De uitkomsten van onze werkzaamheden en de toelichting zijn toereikend.

Tevens zijn wij van mening dat de toelichting in de jaarrekening in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ toereikend is.

 

Waardering vastgoedbeleggingen in exploitatie (BOG/MOG/ZOG/EXT) met behulp van de full versie

Omschrijving

Zoals toegelicht in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ van de jaarrekening bedraagt de marktwaarde van het vastgoedbeleggingen in exploitatie, die volgens de full versie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021 (het Handboek)’ wordt bepaald, EUR 266,7 miljoen per 31 december 2021. Dat komt neer op ongeveer 22% van het balanstotaal van de toegelaten instelling. Bij toepassing van de full versie worden vrijheidsgraden en andere assumpties gebruikt om te komen tot de marktwaarde in verhuurde staat op complexniveau. De vrijheidsgraden en andere assumpties worden bepaald op basis van de oordeelsvorming van het bestuur. Voor de waardering van vastgoedbeleggingen in exploitatie zijn de markthuur(stijging), leegwaarde(stijging), disconteringsvoet, (achterstallig) onderhoud, en mutatie- en verkoopkans belangrijke vrijheidsgraden en assumpties die een significante impact kunnen hebben op de uitkomst van de waardering.

Door de significantie van deze post voor de jaarrekening én de inherent hoge mate van subjectiviteit van bovengenoemde vrijheidsgraden en assumpties in de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat, hebben wij de waardering van vastgoedbeleggingen in exploitatie aangemerkt als kernpunt van onze controle.

Onze aanpak

Onze werkzaamheden bestonden onder andere uit:

  • het inzicht verwerven in en evalueren van de opzet en het bestaan van interne beheersingsmaatregelen rondom de totstandkoming van de waardering van vastgoedbeleggingen in exploitatie;
  • het evalueren van de deskundigheid en onafhankelijkheid van de taxateur die is ingeschakeld door het management;
  • het evalueren van de aard, diepgang en consistentie van de externe taxatiewerkzaamheden;
  • het evalueren van de aard, diepgang en consistentie van de interne waarderingswerkzaamheden waaronder de kwaliteitseisen en representativiteitsvereisten;
  • het toetsen, mede op basis van deelwaarneming, van de betrouwbaarheid van de belangrijkste gehanteerde objectgegevens door middel van aansluiting met brondata, zoals de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de huurovereenkomsten, plattegronden en WOZ-beschikkingen;
  • het toetsen, mede op basis van deelwaarneming, van de redelijkheid van de aannames bij toepassing van vrijheidsgraden aan onder andere marktreferenties en privaatrechtelijke overeenkomsten (waaronder exploitatieverplichtingen);
  • het vaststellen dat het toegepaste taxatiemanagementsysteem is voorzien van een door een onafhankelijke externe accountant gecertificeerd assurance-rapport over de opzet en het bestaan van interne beheersingsmaatregelen bij de leverancier van de rekensoftware en dat de rekentool de verwachte uitkomst geeft. Wij zijn daarbij nagegaan of de certificerend accountant toereikende werkzaamheden heeft uitgevoerd en hebben wij de resultaten van eventuele gerapporteerde uitzonderingen geanalyseerd en meegewogen voor de impact op onze controleaanpak;
  • het evalueren of de waarde(ontwikkeling) van vastgoedbeleggingen in exploitatie in lijn ligt met (de ontwikkelingen in) de markt met inzet van eigen vastgoedwaarderingsspecialisten;
  • het toetsen van de consistentie van de waardering van de complexen middels data-analyse en inzet van eigen vastgoedwaarderingsspecialisten; en
  • het toetsen van de toereikendheid van de toelichtingen in de jaarrekening in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ aan de Woningwet.

Onze observatie                                             

Wij vinden de door het bestuur gehanteerde vrijheidsgraden en assumpties voor de vaststelling van de marktwaarde van het vastgoedbeleggingen in exploitatie evenwichtig.

Tevens zijn wij van mening dat de toelichting in de jaarrekening in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ toereikend is.

Bepaling en toelichting beleidswaarde vastgoedbeleggingen in exploitatie

Omschrijving

Volgens RJ645 dient in de toelichting de beleidswaarde van vastgoedbeleggingen in exploitatie te worden vermeld. In toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ is deze beleidswaarde toegelicht.

De beleidswaarde is een belangrijke parameter voor de bepaling van de door de toezichthouders in de sector gehanteerde financiële ratio’s van de toegelaten instelling. Deze vormt daarmee een uitgangspunt voor de beoordeling van de financiële positie (inclusief de continuïteit). Bij de bepaling van de beleidswaarde heeft het bestuur schattingen moeten maken om de beleidswaarde uit de marktwaarde af te leiden. Het bestuur heeft hiertoe de uitgangspunten beschikbaarheid, betaalbaarheid, onderhoud en beheer conform het Handboek aangepast naar het voorgenomen beleid van de toegelaten instelling (op- en afslagen). Deze aangepaste uitgangspunten hebben een significant effect op de beleidswaardebepaling en daaruit voortvloeiende financiële ratio’s. Derhalve hebben wij de bepaling en toelichting van de beleidswaarde vastgoedbeleggingen in exploitatie als kernpunt in onze controle aangemerkt.

Onze aanpak

Onze werkzaamheden bestonden onder andere uit:

  • het verwerven van inzicht in en evalueren van de opzet en het bestaan van interne beheersingsmaatregelen rondom de totstandkoming van de beleidswaarde van vastgoedbeleggingen in exploitatie;
  • het vaststellen dat de toegepaste rekensoftware is voorzien van een door een onafhankelijke externe accountant gecertificeerd assurance-rapport over de opzet en het bestaan van interne beheersingsmaatregelen bij de leverancier van de rekensoftware en dat de rekentool de verwachte uitkomst geeft. Wij zijn daarbij nagegaan of de certificerend accountant toereikende werkzaamheden heeft uitgevoerd en hebben wij de resultaten van eventuele gerapporteerde uitzonderingen geanalyseerd en meegewogen voor de impact op onze controleaanpak;
  • het controleren van de redelijkheid van de op- en afslagen van de marktwaarde, waarbij de volgende onderdelen met name zijn getoetst:
    • het toetsen van de afslag voor beschikbaarheid door vast te stellen dat voor de gehele woongelegenhedenportefeuille het doorexploiteer-scenario is gehanteerd, dat in het doorexploiteer-scenario de berekening van de eindwaarde conform de eeuwigdurende benadering is gehanteerd en dat de overdrachtskosten voor de gehele woongelegenhedenportefeuille op 0% zijn ingesteld;
    • het toetsen van de afslag voor betaalbaarheid (huuropbrengsten) door vast te stellen dat op eenhedenniveau de markthuur is vervangen door de streefhuur (ook wel beleidshuur) in overeenstemming met het beleid van de toegelaten instelling zoals opgenomen in de meerjarenbegroting;
    • het toetsen van de afslag voor kwaliteit (onderhoudskosten), met name dat de toegepaste onderhoudsnormen zijn afgeleid van de meerjarenonderhoudsbegroting en uitgaven betreffen die als onderhoud geclassificeerd dienen te worden;
    • het toetsen van de afslag voor beheerkosten aan de beheernormen zoals afgeleid van de meerjarenbegroting. Tevens hebben wij daarbij de juiste toepassing van de definitie van de beheernorm vastgesteld zoals opgenomen in het Handboek.
  • het toetsen van de toereikendheid van de toelichting van de beleidswaarde in de jaarrekening in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ aan de Woningwet.

Onze observatie

Wij vinden de door het bestuur gehanteerde veronderstellingen voor de vaststelling van de beleidswaarde van vastgoedbeleggingen in exploitatie evenwichtig.

Tevens zijn wij van mening dat de toelichting in de jaarrekening in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ toereikend is.

Zakelijke totstandkoming van vastgoed-gerelateerde inkopen

Omschrijving

De toegelaten instelling investeert substantiële bedragen om het vastgoed te verbeteren en te onderhouden alsmede om nieuw vastgoed te ontwikkelen. Zoals toegelicht in het kasstroomoverzicht op pagina 110 van de jaarrekening is in 2021 EUR 7,4 miljoen uitgegeven aan verbeteruitgaven, EUR 18,9 miljoen aan onderhoud en EUR 7,2 miljoen aan nieuwbouw. Gegeven de omvang en de inherente risico’s van deze inkopen onderkennen wij een risico van niet-zakelijke totstandkoming van deze transacties resulterend in mogelijke fraude en/of corruptie door de bij deze transacties betrokken functionarissen van de toegelaten instelling.

Onze aanpak

Onze werkzaamheden bestonden onder andere uit:

  • het verwerven van inzicht in en het evalueren van de opzet en het bestaan van interne beheersingsmaatregelen rondom de zakelijke totstandkoming van vastgoed-gerelateerde inkopen;
  • het uitvoeren van een data-analyse op aard en omvang van de inkopen bij leveranciers en het op basis daarvan selecteren van vastgoed-gerelateerde inkopen. Van de geselecteerde vastgoed-gerelateerde inkopen hebben wij onderzocht of de toegelaten instelling de marktconformiteit heeft gewaarborgd door:
    • een meervoudige aanbesteding te hebben uitgevoerd, of;
    • een (externe) kostprijs deskundige te hebben ingeschakeld, of;
    • een andersoortige procedure te hebben uitgevoerd, zoals een toets aan vergelijkbare inkopen, om de marktconformiteit te borgen; en
    • vaststellen dat de transactie is geautoriseerd conform de interne geldende autorisatieprocedure.

Onze observatie

Wij hebben op basis van onze werkzaamheden geen indicaties voor onregelmatigheden vastgesteld.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd

In overeenstemming met de Regeling Controleprotocol WNT 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

Verklaring over de in de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
  • alle informatie bevat die op grond van artikel 36 van de Woningwet is vereist voor het bestuursverslag en de overige gegevens.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Rubriek A van het accountantsprotocol zoals opgenomen in bijlage 4 bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben een mindere diepgang dan onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder de informatie die op grond van artikel 36 van de Woningwet.

Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten

Benoeming

Wij zijn door de Raad van Commissarissen benoemd als accountant van Stichting Domesta voor de controle van het boekjaar 2020 en zijn sinds dat boekjaar tot nu toe de externe accountant.

Geen verboden diensten

Wij hebben geen verboden diensten als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van Organisaties van Openbaar Belang geleverd.

Verleende diensten

Wij hebben in de periode waarover onze wettelijke controle van de jaarrekening betrekking heeft, naast deze controle, de volgende diensten geleverd aan de toegelaten instelling:

  • opdracht tot onderzoek van de in artikel 36a lid 4 van de Woningwet genoemde overzicht met verantwoordingsgegevens t.a.v. naleving van specifieke wet- en regelgeving en cijfermatige verantwoording.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het bestuur en de Raad van Commissarissen voor de jaarrekening

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de WNT. In dit kader is het bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Daarbij is het bestuur, onder toezicht van de Raad van Commissarissen, verantwoordelijk voor het voorkomen en ontdekken van fraude en de niet-naleving van wet- en regelgeving en het nemen van maatregelen om de gevolgen, voor zover mogelijk, ongedaan te maken en herhaling te voorkomen.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de toegelaten instelling in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsels moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de toegelaten instelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De Raad van Commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de toegelaten instelling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze doelstelling is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Een verdere beschrijving van onze verantwoordelijkheden ten aanzien van een jaarrekeningcontrole is te vinden op de website van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) op: nl_oob_01.pdf (nba.nl). Deze beschrijving is onderdeel van onze controleverklaring. In aanvulling hierop hebben we de Regeling Controleprotocol WNT 2021 in acht genomen.

Zwolle, 26 april 2022

KPMG Accountants N.V.

H.L. Kramer RA

Versie:
v6.2.30

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report