10.1 Statutaire bepalingen inzake resultaatsbestemming
10.1 Statutaire bepalingen inzake resultaatsbestemming
In de statuten is geen artikel opgenomen inzake de resultaatbestemming. Domesta stelt zich ten doel uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn.
Het bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het resultaat over het boekjaar ad € 92,6 miljoen als volgt te bestemmen:
- Het gerealiseerde resultaat ad € 21,5 miljoen ten gunste van de overige reserves te brengen.
- Het niet-gerealiseerde resultaat ad € 71,1 miljoen over waardeveranderingen vastgoed in exploitatie, ten gunste van de herwaarderingsreserve te brengen
10.2 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
10.2 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Aan: de Raad van Commissarissen van Stichting Domesta
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2021
Ons oordeel
Naar ons oordeel geeft de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Stichting Domesta per 31 december 2021 en van het resultaat over 2021 in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de Wet normering topinkomens (WNT).
Wat we gecontroleerd hebben
Wij hebben de jaarrekening 2021 van Stichting Domesta (hierna ‘de toegelaten instelling’) te Emmen gecontroleerd.
De jaarrekening bestaat uit:
- de balans per 31 december 2021;
- de winst-en-verliesrekening 2021;
- de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.
De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en de Regeling Controleprotocol WNT 2021 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.
Wij zijn onafhankelijk van Stichting Domesta zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel. Onze bevindingen ten aanzien van continuïteit, fraude en niet naleven wet- en regelgeving en de kernpunten van onze controle moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Controleaanpak
Samenvatting
Materialiteit |
|
Continuïteit en Fraude & het niet-naleven van wet- en regelgeving |
|
Kernpunten |
|
Oordeel |
Goedkeurend |
Materialiteit
Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op EUR 11 miljoen. Voor de bepaling van de materialiteit wordt uitgegaan van de totale activa (1%) van de jaarrekening 2020. Er is geen aanleiding om het materialiteitsniveau voor de jaarrekening 2021 aan te passen voor de hogere totale activa. Wij beschouwen de totale activa als de meest geschikte benchmark, omdat wij verwachten dat de gebruikers van de jaarrekening van de toegelaten instelling zich primair richten op de waarde van het vastgoed in exploitatie en de veranderingen hiervan.
Op basis van onze professionele oordeelsvorming hanteren wij voor de jaarrekening verantwoorde transactiestromen (operationele opbrengsten en kosten) alsmede de investeringen en desinvesteringen in het vastgoed een lager materialiteitsniveau dan voor de jaarrekening als geheel. Dit lagere materialiteitsniveau is bepaald op EUR 1,4 miljoen. Voor de bepaling van dit lagere materialiteitsniveau wordt uitgegaan van het totaal van de huuropbrengsten en opbrengsten servicecontracten (2%).
Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in de Regeling Controleprotocol WNT 2021.
Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.
Wij hebben met de Raad van Commissarissen afgesproken dat wij tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de EUR 550.000 rapporteren aan hen alsmede kleinere afwijkingen, waaronder afwijkingen met betrekking tot de in de jaarrekening verantwoorde transactiestromen (operationele opbrengsten en kosten) alsmede de investeringen en desinvesteringen in het vastgoed boven de EUR 70.000, en afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.
Controleaanpak continuïteit – geen significante continuïteitsrisico’s geïdentificeerd
Het bestuur heeft zijn continuïteitsbeoordeling uitgevoerd en geen significante continuïteitsrisico’s geïdentificeerd. Onze procedures om de continuïteitsbeoordeling van het bestuur te beoordelen omvatten onder andere:
- overwegen of de door het bestuur gemaakte continuïteitsrisicoanalyse alle relevante informatie bevat waarvan wij als gevolg van de controle kennis hebben;
- identificeren van de (des)investeringsplannen door middel van het doornemen van de meerjarenbegroting en het evalueren van de (financiële) haalbaarheid van deze (des)investeringsplannen alsmede de financierbaarheid hiervan;
- analyseren of de ruimte in de financiële ratio’s en de (verwachte) ontwikkeling daarin aanleiding geven tot een risico op het doorbreken van de door de externe toezichthouders gestelde normen.
Onze analyse van de financiële positie, de financieringspositie mede in relatie tot de voorgenomen (des)investeringen, verwachte operationele resultaten en cashflows en omgeving van de entiteit heeft geen significante continuïteitsrisico’s geïdentificeerd.
Controleaanpak ten aanzien van risico’s op fraude en niet-naleven van wet- en regelgeving
In paragraaf 6.8 van het bestuursverslag beschrijft het bestuur de procedures ten aanzien van de risico’s op fraude en niet-naleven van wet- en regelgeving.
In het kader van onze controle hebben wij inzicht verkregen in de toegelaten instelling en de bedrijfsomgeving, en hebben wij de opzet en de implementatie beoordeeld van het risicomanagement van de toegelaten instelling met betrekking tot fraude en niet-naleving van wet- en regelgeving. Onze werkzaamheden omvatten onder andere het evalueren van de integriteitscode, de klokkenluidersregeling, het bestuursreglement, het reglement Raad van Commissarissen, het intern controleplan, de governance code woningcorporaties en de procedures van de toegelaten instelling om aanwijzingen van mogelijke fraude en niet-naleven van wet- en regelgeving te onderzoeken. Bovendien hebben wij inlichtingen ter zake ingewonnen bij het bestuur, Raad van Commissarissen en bij andere relevante functies zoals de Controller Governance & Compliance, Businesscontrollers en de Manager Strategie en Beleid. Wij hebben onder meer de volgende controlewerkzaamheden uitgevoerd:
- evaluatie van nevenfuncties van het bestuur en leden van de Raad van Commissarissen, met speciale aandacht voor goedkeuring van en verantwoording over deze nevenfuncties met betrekking tot mogelijke belangenconflicten;
- evalueren van correspondentie met regelgevende en toezichthoudende autoriteiten waaronder de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.
Daarnaast hebben wij werkzaamheden uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in de wet- en regelgeving die op de toegelaten instelling van toepassing is en hebben de volgende rechtsgebieden geïdentificeerd die de meest waarschijnlijke oorzaak zouden kunnen zijn voor een materieel effect op de jaarrekening:
- Woningwet;
- Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
Wij hebben de risicofactoren voor fraude en niet-naleven van wet- en regelgeving geëvalueerd om na te gaan of deze factoren duiden op een risico op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening.
In overeenstemming met het bovenstaande hebben wij risico’s geïdentificeerd ten aanzien van fraude die relevant zijn voor onze controle, inclusief de relevante veronderstelde risico’s vastgelegd in de Nederlandse controlestandaarden. Dit betreffen het hierna beschreven veronderstelde risico op het doorbreken van de interne beheersing door het management en het risico op niet-zakelijke totstandkoming van vastgoed-gerelateerde inkopen (zie ‘De kernpunten van onze controle’).
Wij beoordelen het, in de Nederlandse controlestandaarden, veronderstelde frauderisico met betrekking tot de huuropbrengstverantwoording als niet relevant in verband met het sterk geprotocolleerd zijn van de huurprijsbepaling en de inkomensgrenzen en het periodieke en voorspelbare karakter van de huuropbrengsten.
Het doorbreken van interne beheersing door het management (een verondersteld risico).
Het management is in een unieke positie om fraude te plegen door de mogelijkheid het proces van financiële verslaggeving en resultaten te manipuleren door middel van het doorbreken van de interne beheersing die anderszins effectief lijken te werken.
Controleaanpak:
- Wij hebben de opzet en de implementatie geëvalueerd van interne beheersings maatregelen die relevant zijn voor het mitigeren van de risico’s op fraude en niet-naleving van wet- en regelgeving, zoals het identificeren van werkzaamheden met betrekking tot journaalposten en de schattingen die ten grondslag liggen aan de bepaling van de ‘Waardering vastgoedbeleggingen in exploitatie’ en ‘Bepaling en toelichting beleidswaarde vastgoedbeleggingen in exploitatie’.
- Wij hebben een data-analyse uitgevoerd op journaalposten met een hoger risico gerelateerd aan het onderscheid tussen investeren en onderhoud. Waar we onverwachte journaalposten of andere risico's identificeerden via onze data-analyse, hebben we aanvullende controlewerkzaamheden uitgevoerd om op elk geïdentificeerd risico in te spelen en om tevens mogelijke significante ongebruikelijke transacties te identificeren. Deze werkzaamheden omvatten ook het herleiden van transacties naar de broninformatie.
- Wij hebben voor significante schattingen de oordeelsvormingen en veronderstellingen van het management geëvalueerd. Wij verwijzen naar de kernpunten van onze controle ‘Waardering vastgoedbeleggingen in exploitatie’ en ‘Bepaling en toelichting beleidswaarde vastgoedbeleggingen in exploitatie’, voor onze aanpak met betrekking tot deze kernpunten van onze controle.
- We hebben elementen van onvoorspelbaarheid in onze controleaanpak opgenomen, waaronder het toepassen van een lager selectiecriterium dan voorgaande jaren bij de controle van de zakelijke totstandkoming van vastgoed-gerelateerde inkopen (zie ‘De kernpunten van onze controle’).
Wij hebben onze risico-inschatting en controleaanpak en resultaten gecommuniceerd aan het bestuur en aan de Auditcommissie van de Raad van Commissarissen.
Onze controlewerkzaamheden leidden niet tot aanwijzingen en/of andere redelijke vermoedens van fraude, en niet-nakomen van wet- en regelgeving die van materieel belang zijn voor onze controle.
De kernpunten van onze controle
In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het belangrijkst waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij met de Auditcommissie van de Raad van Commissarissen gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is besproken.
Waardering vastgoedbeleggingen in exploitatie (woningen en parkeergelegenheden) met behulp van de basisversie |
OmschrijvingZoals toegelicht in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ van de jaarrekening bedraagt het vastgoed in exploitatie, die volgens de basisversie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021 (hierna ‘het Handboek’) wordt gewaardeerd per 31 december 2021 EUR 904,5 miljoen. Dat komt neer op 75% van het balanstotaal van Stichting Domesta. De basisversie is een modelmatige waardebepaling zonder directe betrokkenheid van een taxateur, waarbij de centrale validatie van het Handboek van voorgaand jaar belangrijk is om te waarborgen dat deze op portefeuilleniveau gehanteerd kan worden ondanks de specifieke kenmerken van het bezit van de toegelaten instelling. Aangezien in de modelmatige aanpak van de basisversie van het Handboek geen directe vergelijking wordt gemaakt met gerealiseerde transacties, bestaat een risico dat de waardering volgens de basisversie significant afwijkt van de waardering die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen. Dit punt is geïdentificeerd als kernpunt in de controle als gevolg van de inschattingen die samenhangen met de toepasbaarheid van de basisversie en de juistheid van de objectgegevens, in combinatie met de significante omvang van de jaarrekeningpost. |
Onze aanpakOnze werkzaamheden bestonden onder andere uit:
|
Onze observatieDe uitkomsten van onze werkzaamheden en de toelichting zijn toereikend. Tevens zijn wij van mening dat de toelichting in de jaarrekening in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ toereikend is. |
Waardering vastgoedbeleggingen in exploitatie (BOG/MOG/ZOG/EXT) met behulp van de full versie |
OmschrijvingZoals toegelicht in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ van de jaarrekening bedraagt de marktwaarde van het vastgoedbeleggingen in exploitatie, die volgens de full versie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021 (het Handboek)’ wordt bepaald, EUR 266,7 miljoen per 31 december 2021. Dat komt neer op ongeveer 22% van het balanstotaal van de toegelaten instelling. Bij toepassing van de full versie worden vrijheidsgraden en andere assumpties gebruikt om te komen tot de marktwaarde in verhuurde staat op complexniveau. De vrijheidsgraden en andere assumpties worden bepaald op basis van de oordeelsvorming van het bestuur. Voor de waardering van vastgoedbeleggingen in exploitatie zijn de markthuur(stijging), leegwaarde(stijging), disconteringsvoet, (achterstallig) onderhoud, en mutatie- en verkoopkans belangrijke vrijheidsgraden en assumpties die een significante impact kunnen hebben op de uitkomst van de waardering. Door de significantie van deze post voor de jaarrekening én de inherent hoge mate van subjectiviteit van bovengenoemde vrijheidsgraden en assumpties in de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat, hebben wij de waardering van vastgoedbeleggingen in exploitatie aangemerkt als kernpunt van onze controle. |
Onze aanpakOnze werkzaamheden bestonden onder andere uit:
|
Onze observatieWij vinden de door het bestuur gehanteerde vrijheidsgraden en assumpties voor de vaststelling van de marktwaarde van het vastgoedbeleggingen in exploitatie evenwichtig. Tevens zijn wij van mening dat de toelichting in de jaarrekening in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ toereikend is. |
Bepaling en toelichting beleidswaarde vastgoedbeleggingen in exploitatie | ||||
OmschrijvingVolgens RJ645 dient in de toelichting de beleidswaarde van vastgoedbeleggingen in exploitatie te worden vermeld. In toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ is deze beleidswaarde toegelicht. De beleidswaarde is een belangrijke parameter voor de bepaling van de door de toezichthouders in de sector gehanteerde financiële ratio’s van de toegelaten instelling. Deze vormt daarmee een uitgangspunt voor de beoordeling van de financiële positie (inclusief de continuïteit). Bij de bepaling van de beleidswaarde heeft het bestuur schattingen moeten maken om de beleidswaarde uit de marktwaarde af te leiden. Het bestuur heeft hiertoe de uitgangspunten beschikbaarheid, betaalbaarheid, onderhoud en beheer conform het Handboek aangepast naar het voorgenomen beleid van de toegelaten instelling (op- en afslagen). Deze aangepaste uitgangspunten hebben een significant effect op de beleidswaardebepaling en daaruit voortvloeiende financiële ratio’s. Derhalve hebben wij de bepaling en toelichting van de beleidswaarde vastgoedbeleggingen in exploitatie als kernpunt in onze controle aangemerkt. | ||||
Onze aanpakOnze werkzaamheden bestonden onder andere uit:
| ||||
Onze observatieWij vinden de door het bestuur gehanteerde veronderstellingen voor de vaststelling van de beleidswaarde van vastgoedbeleggingen in exploitatie evenwichtig. Tevens zijn wij van mening dat de toelichting in de jaarrekening in toelichting 1 ‘DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie’ toereikend is.
|
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd
In overeenstemming met de Regeling Controleprotocol WNT 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.
Verklaring over de in de in het jaarverslag opgenomen andere informatie
Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
- met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
- alle informatie bevat die op grond van artikel 36 van de Woningwet is vereist voor het bestuursverslag en de overige gegevens.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Rubriek A van het accountantsprotocol zoals opgenomen in bijlage 4 bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben een mindere diepgang dan onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder de informatie die op grond van artikel 36 van de Woningwet.
Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten
Benoeming
Wij zijn door de Raad van Commissarissen benoemd als accountant van Stichting Domesta voor de controle van het boekjaar 2020 en zijn sinds dat boekjaar tot nu toe de externe accountant.
Geen verboden diensten
Wij hebben geen verboden diensten als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van Organisaties van Openbaar Belang geleverd.
Verleende diensten
Wij hebben in de periode waarover onze wettelijke controle van de jaarrekening betrekking heeft, naast deze controle, de volgende diensten geleverd aan de toegelaten instelling:
- opdracht tot onderzoek van de in artikel 36a lid 4 van de Woningwet genoemde overzicht met verantwoordingsgegevens t.a.v. naleving van specifieke wet- en regelgeving en cijfermatige verantwoording.
Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening
Verantwoordelijkheden van het bestuur en de Raad van Commissarissen voor de jaarrekening
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de WNT. In dit kader is het bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Daarbij is het bestuur, onder toezicht van de Raad van Commissarissen, verantwoordelijk voor het voorkomen en ontdekken van fraude en de niet-naleving van wet- en regelgeving en het nemen van maatregelen om de gevolgen, voor zover mogelijk, ongedaan te maken en herhaling te voorkomen.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de toegelaten instelling in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsels moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de toegelaten instelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
De Raad van Commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de toegelaten instelling.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze doelstelling is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Een verdere beschrijving van onze verantwoordelijkheden ten aanzien van een jaarrekeningcontrole is te vinden op de website van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) op: nl_oob_01.pdf (nba.nl). Deze beschrijving is onderdeel van onze controleverklaring. In aanvulling hierop hebben we de Regeling Controleprotocol WNT 2021 in acht genomen.
Zwolle, 26 april 2022
KPMG Accountants N.V.
H.L. Kramer RA