Spring naar inhoud

Jaarrekening

Balans 2021

Balans per 31 december 2021 (voor resultaat bestemming)

    31-12-21 31-12-20  
    x € 1.000 x € 1.000  
ACTIVA        
         
Vaste activa        
         
Vastgoedbeleggingen        
DAEB-vastgoed in exploitatie 1  1.160.894   1.064.260   
Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie    10.308   10.654   
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 2  6.202   5.803   
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 3  3.279   3.823   
     1.180.683   1.084.540   
Materiële vaste activa        
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 4  8.433   5.394   
         
Financiële vaste activa        
Latente belastingvorderingen 5  9.145   10.468   
Leningen u/g 6  487   576   
     9.632   11.044   
         
Som van vaste activa    1.198.748   1.100.978   
         
Vlottende activa        
         
Voorraden        
Overige voorraden 7  342   342   
         
Vorderingen 8      
Huurdebiteuren    382   381   
Vorderingen op gemeenten    6   13   
Vennootschapsbelasting    1.020   4.184   
Overige vorderingen    30   75   
Overlopende activa    769   491   
     2.207   5.144   
         
Liquide middelen 9  3.935   3.557   
         
TOTAAL ACTIVA    1.205.232   1.110.021   
    31-12-21 31-12-20
    x € 1.000 x € 1.000
PASSIVA      
       
Eigen vermogen 10    
Herwaarderingsreserve    351.453   321.818 
Overige reserve    417.349   382.447 
Resultaat boekjaar    92.576   64.538 
     861.378   768.803 
Voorzieningen      
Onrendabele investeringen en herstructureringen 11  1.136   1.493 
Overige voorzieningen 12  427   455 
       
Langlopende schulden      
Schulden/leningen overheid    160   169 
Schulden aan banken 13  316.463   301.891 
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 14  5.644   5.489 
Overige schulden 15  18   17 
     322.285   307.566 
       
Kortlopende schulden 16    
Schulden aan overheid    10   9 
Schulden aan banken    10.871   20.725 
Schulden aan leveranciers    827   1.563 
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen    2.233   2.433 
Overlopende passiva    6.066   6.974 
     20.007   31.704 
       
       
TOTAAL PASSIVA    1.205.232   1.110.021 

Winst- en verliesrekening 2021

Winst- en verliesrekening 2021

    2021 2020
    x € 1.000 x € 1.000
       
Huuropbrengsten 17  68.301   66.968 
Opbrengsten servicecontracten 18  2.210   2.414 
Lasten servicecontracten 19  -2.148   -2.421 
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten 20  -3.758   -4.325 
Lasten onderhoudsactiviteiten 21  -22.945   -24.482 
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 22  -10.042   -9.497 
Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille    31.618   28.657 
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 23  4.030   2.686 
Toegerekende organisatiekosten    -9   -35 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille    -2.728   -2.097 
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille    1.293   554 
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 24  -9.423   -2.588 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 25  92.697   42.458 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 26  244   64 
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille    83.518   39.934 
       
Overige bedrijfsopbrengsten    10   215 
Overige bedrijfskosten    -11   -19 
Totaal van nettoresultaat overige activiteiten    -1   196 
       
Overige organisatiekosten 27  -8.544   -2.942 
Kosten omtrent leefbaarheid 28  -1.244   -1.105 
       
Bedrijfsresultaat    106.639   65.294 
       
Totaal van financiële baten en lasten 29  -8.197   -9.038 
       
Totaal van resultaat voor belastingen    98.442   56.256 
       
Belastingen 30  -5.866   8.282 
       
Totaal resultaat na belastingen    92.576   64.538 

Kasstroomoverzicht 2021

Kasstroomoverzicht ( x € 1.000)

    2021 2020  
Operationele activiteiten        
Ontvangsten:        
Huurontvangsten 17  68.349   67.586   
Vergoedingen 18  2.734   2.555   
Overheidsontvangsten   0 0  
Overige bedrijfsontvangsten    22   52   
Ontvangen interest    7   10   
         
Saldo ingaande kasstromen    71.112   70.203   
         
Uitgaven:        
Betalingen aan werknemers 27  -7.299   -8.206   
Onderhoudsuitgaven 21  -18.875   -21.830   
Overige bedrijfsuitgaven 22  -11.326   -10.162   
Betaalde interest 29  -8.614   -9.572   
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat    -226   -45   
Verhuurderheffing 22  -5.490   -5.379   
Leefbaarheid externe uitgaven niet-investeringsgebonden 28  -182   -168   
Vennootschapsbelasting 30  -1.379   -2.462   
         
Saldo uitgaande kasstromen    -53.391   -57.824   
         
Kasstroom uit operationele activiteiten    17.721   12.379   
         
(Des)investeringsactiviteiten        
         
MVA ingaande kasstroom        
Verkoopontvangsten bestaande huur 23  3.581   2.706   
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV)    125  0  
Verkoopontvangsten grond   1 0  
         
Tussentelling ingaande kasstroom MVA    3.707   2.706   
         
MVA uitgaande kasstroom        
Nieuwbouw huur 1  -7.174   -13.090   
Verbeteruitgaven 1  -7.358   -4.268   
Aankoop 1  -1.387   -6.798   
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 2  -422   -2   
Sloopuitgaven 3  -1.002   -832   
Investeringen overig 4  -3.368   -589   
         
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA    -20.711   -25.579   
         
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA    -17.004   -22.873   
         
FVA        
Ontvangsten overig 6  89   162   
Uitgaven overig   0 0  
         
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA    89   162   
         
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten    -16.915   -22.711   
         
Financieringsactiviteiten        
         
Ingaand        
Nieuwe te borgen leningen 13  24.306   37.500   
         
Uitgaand        
Aflossing geborgde leningen 13  -22.734   -26.078   
Aflossing ongeborgde leningen   0 0  
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten    1.572   11.422   
         
Toename (afname) van geldmiddelen    2.378   1.090   
Wijziging kortgeld    1  0  
     2.379   1.090   
         
Aansluiting liquide middelen        
Liquide middelen per 1 januari    3.556   1.466   
Opname variabele gelden    -2.000   1.000   
Liquide middelen per 31 december    3.935   3.556   
         
Toename (afname) van geldmiddelen    2.379   1.090   

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Toelichting behorende tot de jaarrekening 2021

ALGEMEEN

Vestigingsadres

Stichting Domesta (hierna: Domesta), geregistreerd onder KvK-nummer 04017296, is feitelijk gevestigd op Westeind 50 te Emmen. 

Domesta is een stichting met de status van toegelaten instelling conform artikel 19 eerste lid van de Woningwet. De activiteiten bestaan uit verhuren, onderhouden en ontwikkelen van huizen in de gemeenten Emmen, Hoogeveen, Coevorden en Borger-Odoorn. Domesta is gehouden aan de Woningwet, het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) en de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). De activiteiten van Domesta vinden plaats in Nederland. 

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening  heeft betrekking op het boekjaar 2021, dat is geëindigd op balansdatum op 31 december 2021.

Toegepaste standaarden en modellen

In artikel 35 lid 1 van de Woningwet is bepaald dat de jaarrekening moet worden opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarbij uitsluitend de afdelingen 2 tot en met 6, 8, 10, 11, 13 en 16 van overeenkomstige toepassing zijn. In artikel 30 van het Besluit toegelaten instellingen 2015 (BTIV) zijn de niet van toepassing zijnde artikelen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen.

Voorts is in artikel 35 lid 2 van de Woningwet bepaald dat overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur daaromtrent te geven voorschriften de onroerende zaken en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden tegen de actuele waarde worden gewaardeerd. In artikel 31 lid 1 van het BTIV is bepaald dat de waardering plaatsvindt tegen de marktwaarde. In artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (RTIV) is bepaald dat deze waardering plaatsvindt overeenkomstig de methodiek opgenomen in bijlage 2 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’) bij deze regeling.

In artikel 35 lid 6 is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van de RTIV is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winst-en-verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevat die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze regeling.

In de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving is Richtlijn 645 Toegelaten instellingen volkshuisvesting opgenomen die nadere interpretatie geeft aan de in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen voorschriften met inachtneming van de in artikel 30 van het BTIV aangeduide uitzonderingen. Richtlijn 645 geeft uitsluitend regels voor sectorspecifieke aangelegenheden. Voor de overige aangelegenheden zijn de algemeen geldende richtlijnen van toepassing eveneens met inachtneming van de in artikel 30 aangeduide uitzonderingen.

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) is van toepassing.

Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling

Algemeen 

Activa en passiva worden tegen historische kostprijs opgenomen, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.

Een actief wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Domesta zullen toevloeien en het actief een kostprijs of een waarde heeft waarvan de omvang betrouw­baar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen, worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa.

Een verplichting wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag waartegen de afwikkeling zal plaatsvinden op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar waarschijnlijkheid in de praktijk zullen voordoen, en niet van economische voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich voordoen.

Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de winst-en-verliesrekening opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie.

Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld.

Baten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord indien alle belangrijke risico’s met betrekking tot de transactie zijn overgedragen aan de koper.

Presentatie- en functionele valuta

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta is van de toegelaten instelling. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Gebruik van schattingen

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management zich oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerke­lijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzie­ningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het management het meest kritiek voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:

  • DAEB en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie voor wat betreft de veronderstelling ten aanzien van het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat is afhankelijk van een aantal belangrijke veronderstellingen zoals de te hanteren markthuren en leegwaarde, disconteringsvoet, exit yield en mutatiegraad. Voor de basis-versie zijn deze veronderstellingen gebaseerd op het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021.  Voor de full-versie zijn deze veronderstelling mede tot stand gekomen in afstemming met externe deskundige. 
  • DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie voor wat betreft de veronderstellingen ten aanzien van het bepalen van de beleidswaarde. De veronderstellingen (onderhoudslasten, streefhuren en beheerlasten) die worden gebruikt voor de bepaling van de beleidswaarde sluiten aan op het beleid van Domesta. De beleidswaarde beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid.
  • Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie: bepaling van het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw en transformatie ten behoeve van het bepalen en treffen van een voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Domesta en met haar verbonden partijen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw- en transformatieprojecten. De financiële impact van voornoemde feitelijke verplichtingen kan afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in voorgenomen bouwproductie en in prijsniveau van leveranciers en daadwerkelijke verkoopprijzen.
  • Voorraad gronden en ontwikkelposities: bij de bepaling van de verwachte reële waarde van de voorraad vastgoed bestemd voor de verkoop en grond- en ontwikkelposities worden uitgangspunten gedefinieerd. De uitgangspunten betreffen onder meer de verkoopwaarde aan de hand van referentietransacties, de kans op toekomstige ontwikkelmogelijkheden en de huidige onderhoudsstaat.
  • Aannames en veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de belastingpositie (inclusief latente belastingpositie). Dit betreft met name de uitgangspunten en veronderstellingen met betrekking tot het onderscheid tussen onderhoudskosten en investeringen alsmede de voor de waardering van de belastingpositie gehanteerde prognose van verwachte toekomstige fiscale resultaten.

Schattingswijzigingen

Bij de totstandkoming van de cijfers in de jaarrekening is een aantal schattingswijzigingen in de marktwaarde in verhuurde staat van de onroerende zaken in exploitatie geëffectueerd.

Om aan te sluiten bij de vereisten zoals geduid in Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021 zijn de volgende punten aangepast:

  • Macro-economische parameters ten gevolge van marktontwikkelingen.
  • Parameteraanpassingen en systematiek ten gevolge van validatie Handboek 2020.

Methodische wijzigingen ten gevolge van nieuwe rekenregels in het Handboek 2021.

Het bezit is door sloop, nieuwbouw, verkoop een aankopen gewijzigd (voorraadmutaties). Ook is gemuteerd in de objectgegevens in verband met correctie op de gegevens van voorgaand jaar.

De genoemde wijzigingen zijn te classificeren als een schattingswijziging en hebben impact op het vermogen en het resultaat. De impact van deze schattingswijzigingen bedraagt over het boekjaar 2021: 

Schattingswijzigingen (bedragen x € 1.000)  

Voorraadmutaties

 €            6.931
Methodische wijzigingen  €        -25.381
Mutatie objectgegevens  €          20.439
Mutaties parameters marktonwikkeling  €          73.542
Mutaties parameters validatie handboek  €          20.757
Totaal  €          96.288

Vastgoedbeleggingen

DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie

Classificatie

In de Woningwet wordt gebaseerd op het besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 onderscheid gemaakt in diensten van algemeen economisch belang (hierna: DAEB) en diensten van niet algemeen economisch belang (hierna: Niet-DAEB). Het vastgoed in exploitatie is onderverdeeld naar DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

DAEB-vastgoed in exploitatie betreffen woningen met een gereguleerd huurcontract, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. De gereguleerde woningen betreft woningen met een huur onder de liberalisatiegrens en alle woningen met een huur daarboven die een gereguleerd contract hebben waaronder de woningen die bij aanvang van het huurcontract een huur hadden onder de toenmalige liberalisatiegrens. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerendgoed dat verhuurd wordt aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijns-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners conform vermelding in de bijlage 3 en 4 bij artikel 49 van het BTIV en artikel 45 van de Woningwet. Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie betreft het overige vastgoed in exploitatie dat niet onder de definitie van DAEB-vastgoed in exploitatie valt.

Waardering bij eerste verwerking

Vastgoed in exploitatie wordt bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten.

Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van de vastgoedbelegging. De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven. De direct toe te rekenen uitgaven bevatten tevens, bijvoorbeeld, de juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voorts kunnen in de vervaardigingskosten worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging kan worden toegerekend.

Waardering na eerste verwerking (marktwaarde)

De waardering na eerste verwerking  van vastgoed in exploitatie vindt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet plaats tegen actuele waarde waaronder in dit verband dient te worden verstaan de marktwaarde, overeenkomstig het marktwaardebegrip onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021’). Domesta gebruikt de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden. De full versie gebruiken we voor studenteneenheden, extramurale zorgeenheden, standplaatsen en woonwagens, bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en intramurale zorgvastgoed. We gebruiken de full versie voor dit type vastgoed omdat de huursom meer bedraagt dan 5% van de totale huursom van de DAEB-tak en de huursom van de niet-DAEB tak. 

Toepassing basisversie als grondslag voor bepaling in verhuurde staat

Zoals hierna verder is uitgewerkt en toegelicht maakt Domesta voor de waardering van eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden gebruik van de basisversie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021’. 

De basisversie betreft een modelmatige waardering van het vastgoed tegen marktwaarde in verhuurde staat waarbij geen vrijheidsgraden inzake de uitgangspunten en parameters van de waardering mogelijk zijn. Daarnaast leidt de basisversie tot een marktwaarde in verhuurde staat op (vastgoed)portefeuilleniveau en niet tot een marktwaarde in verhuurde staat op waarderingscomplexniveau. Ten slotte kent de waardering volgens de basisversie geen betrokkenheid van een taxateur. Hierdoor kan de marktwaarde in verhuurde staat afwijken van de marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen.

De herwaarderingsreserve is, overeenkomstig de verslaggevingsrichtlijnen, bepaald op waarderingscomplexniveau. Aangezien er bij waardering volgens de basisversie sprake is van een waardering op portefeuilleniveau in plaats van op complexniveau, kan er tevens binnen het eigen vermogen sprake zijn van een onnauwkeurigheid in de allocatie tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserve.

Deze actuele waarde vormt tevens de basis voor de totstandkoming van de beleidswaarde. Ook deze waarde kan daarom afwijken van de beleidswaarde die gebaseerd is op een marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen.

Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. Deze inzichten zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening. 

Waarderingscomplex

Overeenkomstig het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ vindt waardering op marktwaarde in verhuurde staat plaats op een specifieke complexindeling (het waarderingscomplex). Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van de toegelaten instelling maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Uitgaven na eerste verwerking

De uitgaven na eerste verwerking (de zogeheten na-investeringen) worden als (onderdeel van) de kostprijs van het vastgoed verwerkt, indien er sprake is van een verbetering, in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Onderhoudsuitgaven worden rechtstreeks ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Waardeverandering

De waardeveranderingen in vastgoed in exploitatie volgend uit de mutatie van actuele waarde van het vastgoed in exploitatie worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van de winst-en-verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verantwoord in de periode waarin de waardeverandering zich voortdoet.

Herclassificatie vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie vindt slechts plaats indien er sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid van de toegelaten instelling gestaafd door beëindiging van de duurzame exploitatie van bestaand vastgoed om nieuw vastgoed te gaan ontwikkelen en exploiteren. De feitelijke beëindiging van de duurzame exploitatie van het bestaande vastgoed is leidend voor herclassificatie. Domesta definieert deze feitelijke beëindiging als vastgoed in exploitatie waarbij sprake is van een sloop/nieuwbouw en/of nieuwbouwbesluit.

Indien Domesta bestaand vastgoed renoveert of ingrijpend verbouwt waarbij geen ontwikkeling en vervaardiging van een nieuw vastgoed plaatsvindt, blijft Domesta het vastgoed waarderen en classificeren als vastgoed in exploitatie. Domesta definieert de ontwikkeling en vervaardiging van een nieuw vastgoed als een toename of afname van het aantal verhuureenheden als direct gevolg van de renovatie of ingrijpende verbouwing. Er vindt dan geen herclassificatie plaats naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering in het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie vindt plaats tegen de marktwaarde in exploitatie op het moment van de herclassificatie.

Herclassificatie vastgoed in exploitatie naar voorraden 

Herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar voorraden vindt slechts plaats indien er sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid van Domesta gestaafd door de daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van vastgoed dat niet meer in exploitatie is.

Indien Domesta besluit vastgoed in exploitatie te verkopen, blijft Domesta het vastgoed waarderen en classificeren als vastgoed in exploitatie zolang het vastgoed nog wordt verhuurd. Er vindt dan geen herclassificatie plaats naar voorraden.

De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering onder de voorraden geschiedt tegen de marktwaarde in exploitatie op het moment van de herclassificatie.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Classificatie

Herclassificatie van vastgoed in exploitatie of voorraden naar onroerende zaken verkocht onder voorwaarden vindt slechts plaats indien er sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid van de toegelaten instelling gestaafd door een transactie die niet kwalificeert als een verkoop, maar als een financieringstransactie. Deze transacties worden afzonderlijk opgenomen onder onroerende zaken verkocht onder voorwaarden en de (terugkoop)verplichting wordt opgenomen onder de (langlopende) schulden onder verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

Waardering

De onroerende zaken die in het kader van een regeling verkoop onder voorwaarden zijn overgedragen aan een derde en waarvoor de toegelaten instelling een terugkooprecht of -plicht kent, worden gewaardeerd op de [getaxeerde leegwaarde / getaxeerde marktwaarde / WOZ-waarde] onder aftrek van de korting. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening. De actuele waarde na eerste verwerking is de marktwaarde op basis van de regeling verkoop onder voorwaarden.

Voor de in de regeling overeengekomen overdrachtswaarde wordt aan de creditzijde van de balans onder de langlopende schulden een terugkoopverplichting opgenomen. Deze terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd in overeenstemming met de contractvoorwaarden en is een inschatting gebaseerd op de reëlewaardeontwikkeling van het achterliggend actief.

Waardeveranderingen

De waardeveranderingen in onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden verantwoord. De waardeveranderingen inzake de terugkoopverplichting worden rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden verantwoord.

Herclassificatie van onroerenze zaken verkocht onder voorwaarden naar vastgoed in exploitatie of voorraden

Herclassificatie van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar vastgoed in exploitatie of voorraden vindt slechts plaats indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid gestaafd door de terugkoop van onder voorwaarden verkochte onroerende zaken die als financieringstransactie zijn aangemerkt.

De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering onder vastgoed in exploitatie of de voorraden vindt plaats tegen de terugkoopwaarde op het moment van de herclassificatie. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening.

Grondslagen voor bepaling van de beleidswaarde

Op grond van artikel 15 lid 5 RTIV vermeldt de toegelaten instelling de beleidswaarde (zoals deze jaarlijks aan de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw wordt verstrekt) in de toelichting van de jaarrekening. De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Domesta en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroomgenererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Domesta.

De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Alleen uitgaan van het doorexploiteerscenario, daarom geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie.
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig ons (onderhouds)beleid en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjarenonderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt.
  4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder verstaan we de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan onze verhuur- en beheeractiviteiten en zoals deze staan onder het hoofd ‘lasten verhuur- en beheeractiviteiten’ in de resultatenrekening.

Voor zover afwijkend van de voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie - zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTIV artikel 15. We bepaalden hierbij uitgangspunten die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn daarom van invloed op deze waarde.

De beleidswaarde sluit aan op ons beleid en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van ons vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Voor de gehele woongelegenhedenportefeuille toepassen van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. De overdrachtskosten worden op 0 gezet. Hierbij wordt tevens uitgegaan van eeuwigdurende looptijd in de eindwaarde. Ten aanzien van de gehanteerde exit yield wordt direct aangesloten bij de gehanteerde methodiek volgens het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’
  2. Inrekening van toekomstige beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten zoals die worden verwerkt onder de post Lasten verhuur en beheeractiviteiten en de post Overige directe operationele lasten in de winst-en-verliesrekening verminderd met de verhuurderheffing.
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van Domesta en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjarenonderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van (instandhouding en mutatie)onderhoudsnormen in de markt en zoals deze worden verwerkt onder de post lasten onderhoudsactiviteiten in de winst-en-verliesrekening.
  4. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van Domesta bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten.

De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Classificatie

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie betreft nieuw te ontwikkelen vastgoed en vastgoed in ontwikkeling dat bestemd is voor de toekomstige verhuur.

Waardering bij eerste verwerking

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie wordt bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten.

Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van de vastgoedbelegging.

De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven. De direct toe te rekenen uitgaven bevatten tevens, bijvoorbeeld, de juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten.

De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voorts kunnen in de vervaardigingskosten worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging kan worden toegerekend.

Voorts wordt rente tijdens de bouw toegerekend aan kwalificerende activa. De geactiveerde rente wordt berekend tegen de gewogen gemiddelde rentevoet van de aangetrokken leningen.

Voor investeringen in nieuwbouwprojecten waarvoor in rechte afdwingbare verplichtingen dan wel feitelijke verplichtingen zijn aangegaan, wordt jaarlijks beoordeeld of en in hoeverre de investeringen kwalificeren als een verlieslatend contract. Zie de grondslag Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen voor een nadere uitwerking.

Waardering na eerste verwerking

De waardering na eerste verwerking van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie vindt plaats tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. Zie de grondslag Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen voor een nadere uitwerking van de waardering na eerste verwerking van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie. 

Herclassificatie vastgoed in ontwikkelingen bestemd voor eigen exploitatie naar vastgoed in exploitatie

Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie naar vastgoed in exploitatie vindt plaats bij aanvang van de duurzame exploitatie van het nieuw gerealiseerde vastgoed. 

De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering in het vastgoed in exploitatie vindt plaats tegen de kostprijs van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie op het moment van de herclassificatie onder aftrek van de eventueel  gevormde voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen.

Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Onroerende zaken en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de toegelaten instelling en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen hun kostprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De kostprijs van de genoemde activa bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik. De kostprijs van de activa die door de toegelaten instelling in eigen beheer zijn vervaardigd, bestaat uit de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de vervaardiging. Verder omvat de vervaardigingsprijs een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat kan worden toegerekend aan de vervaardiging van de activa.

In het geval dat de betaling van de kostprijs van een materieel vast actief plaatsvindt op grond van een langere dan normale betalingstermijn, wordt de kostprijs van het actief gebaseerd op de contante waarde van de verplichting.

In het geval dat materiële vaste activa worden verworven in ruil voor een niet-monetair actief, wordt de kostprijs van het materieel vast actief bepaald op basis van de reële waarde voor zover de ruiltransactie leidt tot een wijziging in de economische omstandigheden en de reële waarde van het verworven actief of van het opgegeven actief op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld.

Investeringssubsidies worden in mindering gebracht op de kostprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben.

De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur. Op bedrijfsterreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering, alsmede op vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting.

De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd:

Grond                                           :           geen afschrijvingen

Bedrijfsgebouwen                      :           2% - 10%

Overige roerende zaken            :           20%

Domesta bepaalt het af te schrijven bedrag zonder rekening te houden met een restwaarde.

Domesta past de componentenbenadering toe voor materiële vaste activa indien de belangrijkste bestanddelen van een materieel vast actief van elkaar te onderscheiden zijn. Rekening houdend met verschillen in gebruiksduur of verwacht gebruikspatroon, worden deze bestanddelen afzonderlijk afgeschreven.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen en/of leiden tot toekomstige economische voordelen met betrekking tot het object.

Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Financiële vaste activa

De grondslagen voor de belastinglatenties zijn toegelicht onder belastingen.

Overige vorderingen

De overige vorderingen die onder de financiële vaste activa zijn opgenomen, worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde, verminderd met eventuele contractuele aflossingen. Het betreffen uitgestelde betalingen op verkochte huizen. Voor deze leningen vindt jaarlijks een herijking plaats van het onderkende debiteurenrisico. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Voor materiële vaste activa  wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroomgenererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroomgenererende eenheid) geschat.

Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of een kasstroomgenererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of een kasstroomgenererende eenheid) zou zijn verantwoord

Voorraden

Overige voorraden

De voorraad onderhoudsmaterialen wordt gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde.

De huizen die strategisch zijn aangekocht worden verantwoord onder de vlottende activa. Strategische aankopen zijn aankopen met als doel er op termijn een project te ontwikkelen.

Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

Liquide middelen

De liquide middelen omvatten de direct opvraagbare geldmiddelen op de bank- en spaarrekeningen. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering. Liquide middelen die naar verwachting langer dan 12 maanden niet ter beschikking staan van Domesta, worden gerubriceerd als financiële vaste activa.

Eigen vermogen

De onder het eigen vermogen opgenomen overige reserves zijn tot stand gekomen door toevoeging van de jaarlijkse resultaten en gerealiseerde herwaarderingsreserve.

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd op waarderingscomplexniveau voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering.

In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de vastgoedbeleggingen in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering.

Ongerealiseerde waardeverminderingen op waarderingscomplexniveau worden op de herwaarderingsreserve in mindering gebracht tot zover de boekwaarde op basis van marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

De herwaarderingsreserve wordt gevormd ten laste van de overige reserves.

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord.

Bij de bepaling van de herwaarderingsreserve wordt geen bedrag voor latente belastingverplichtingen in mindering gebracht. Voor een nadere toelichting op de waardering van deze latente belastingverplichting wordt verwezen naar de toelichting op deze post.

Voorzieningen

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:

  • een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden;
  • waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en
  • het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.

Rechten en verplichtingen voortvloeiend uit eenzelfde overeenkomst worden niet in de balans opgenomen indien en voor zover noch de toegelaten instelling noch de tegenpartij heeft gepresteerd. Opname in de balans geschiedt wanneer de nog te ontvangen respectievelijk te leveren prestatie en tegenprestatie niet (meer) met elkaar in evenwicht zijn en dit voor de toegelaten instelling nadelige gevolgen heeft.

Indien (een deel van) de uitgaven die noodzakelijk zijn (is) om een voorziening af te wikkelen waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk door een derde worden (wordt) vergoed bij afwikkeling van de voorziening, wordt de vergoeding als afzonderlijk actief gepresenteerd.

Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de beste schatting van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen.

Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Voor toekomstige investeringen in bestaande complexen (vastgoed in exploitatie) en nieuwbouwprojecten (vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie), waarvoor in rechte afdwingbare verplichtingen dan wel feitelijke verplichtingen zijn aangegaan, wordt beoordeeld of en in hoeverre de investeringen kwalificeren als een verlieslatend contract.

In het geval per balansdatum sprake is van in rechte afdwingbare dan wel feitelijke investeringsverplichtingen voor toekomstige investeringen in bestaande complexen waarbij de verwachte uitgaven van de investering hoger zijn dan de verwachte stijging van de marktwaarde van het complex als gevolg van de investering, wordt het verschil (onrendabele deel) eerst in mindering gebracht op de reeds gedane uitgaven met betrekking tot een investering in bestaand vastgoed onder de post Vastgoed in exploitatie en wordt voor het resterende bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen.

In het geval per balansdatum sprake is van in rechte afdwingbare dan wel feitelijke investeringsverplichtingen voor toekomstige investeringen in nieuwbouwprojecten waarbij de geschatte kostprijs van het project in ontwikkeling hoger is dan de geschatte marktwaarde van het te ontwikkelen nieuwbouwproject bij oplevering, wordt het verschil (onrendabele deel) eerst in mindering gebracht op de reeds gedane uitgaven met betrekking tot een investering in vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en wordt voor het resterende bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen.

Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Domesta zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake investeringen in bestaande complexen en nieuwbouwprojecten.

De afwaardering van de bestede kosten tot nihil en de terugname van in het verleden verwerkte afwaarderingen onder de posten vastgoed in exploitatie respectievelijk vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie alsmede de dotaties en onttrekkingen aan de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen worden verantwoord onder de post overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille.

Overige voorzieningen

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkansen en leeftijden.

Langlopende schulden

Langlopende en kortlopende schulden en overige  financiële verplichtingen worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt. De leningenportefeuille bestaat uit annuïteiten-, basisrente-, roll-over- en fixe leningen.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Verplichting uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

In het kader van de verkoop van huizen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoop verplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van het huis in het economische verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoop verplichting wordt jaarlijks gewaardeerd op basis van de terug koopprijs (veelal marktwaarde) per balansdatum, rekening houdend met de contractuele terugkoop bepalingen waaronder kortingspercentages en winstdeling van waarde ontwikkeling.

Waarborgsommen

De waarborgsommen zijn opgenomen tegen nominale waarden.

Kortlopende schulden

De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, die gelijk is aan de nominale waarde. Hierbij wordt rekening gehouden met aangegane verplichtingen van materieel belang, betreffende ultimo boekjaar nog niet afgewikkelde verplichtingen.

Nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille

Huuropbrengsten

Hieronder zijn opgenomen de opbrengsten voortvloeiend uit de met huurders gesloten huurovereenkomsten (exclusief de inbegrepen servicedienst). De huren worden jaarlijks binnen de wettelijke kaders gewijzigd in overeenstemming met het huurbeleid van de toegelaten instelling. Huuropbrengsten en vergoedingen ter stimulering van het sluiten van huurovereenkomsten worden lineair in de winst-en-verliesrekening opgenomen op basis van de duur van de huurovereenkomst.

Opbrengsten en lasten servicecontracten

Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders op basis van afgesloten servicecontracten welke integraal deel uitmaken van huurcontracten ter dekking van gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten die worden gegenereerd uit de (op de huurexploitatie) afgesloten servicecontracten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

Overheidsbijdragen

Overheidsbijdragen worden aanvankelijk in de balans opgenomen als vooruitontvangen baten zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de toegelaten instelling zal voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de toegelaten instelling gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de winst-en-verliesrekening opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van de toegelaten instelling voor de kosten van een actief worden systematisch in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief.

Exploitatiesubsidies worden ten gunste van de winst-en-verliesrekening van het jaar gebracht ten laste waarvan de gesubsidieerde bestedingen komen of waarin de opbrengsten zijn gederfd of het exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De vooruitontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen.

Een krediet afgesloten tegen een lagere rente dan marktrente, wordt als schuld in de balans opgenomen waarbij waardering plaatsvindt zoals vermeld onder de financiële instrumenten. Het verschil tussen het hogere ontvangen bedrag van het krediet en de boekwaarde bij eerste verwerking betreft het voordeel als gevolg van de lagere rente. Dit voordeel wordt verwerkt ten gunste van de winst-en-verliesrekening als overheidssubsidie.

Verkregen ontwikkelingskredieten worden in mindering gebracht op de ontwikkelings­kosten. Indien terugbetaling van het ontwikkelingskrediet dient plaats te vinden, worden de terugbetalingen en de rente daarover verwerkt als kosten van de omzet.

Investeringssubsidies worden in mindering gebracht op het geïnvesteerde bedrag. De vooruitontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen en worden systematisch in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief.

Indien een premie ingevolge een investeringsregeling / eenmalige investeringsaftrek wordt beschouwd als een belastingfaciliteit, wordt het recht daarop in het jaar waarin daaraan voor het eerst een waarde kan worden toegekend ineens / over een aantal jaren gespreid ten gunste van de post belastingen in de winst-en-verliesrekening gebracht.

Lasten verhuur- en beheeractiviteiten

Onder deze categorie worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten. Dit betreft onder andere lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed (bijvoorbeeld huurconsulenten/opzichters). De indirecte kosten worden met behulp van een verdeelstaat toegerekend aan deze categorie. Zie de grondslag Toegerekende organisatie- en financieringskosten voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Lasten onderhoudsactiviteiten

Onder deze post worden alle directe en indirecte aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud aan het vastgoed in exploitatie verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Onder deze post worden de kosten ten behoeve van planmatig onderhoud, mutatieonderhoud, klachtenonderhoud en contractonderhoud (met name technische installaties) verantwoord.

De onderhoudsuitgaven betreffen de uitgaven om een verhuurbare eenheid dan wel een complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich op de peildatum (einde boekjaar) bevindt, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is.

De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een verbetering, in overeenstemming met de definities inzake onderhoud en beheer zoals opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14a lid 1 RTIV.

De onderhoudscomponent en reservefondscomponent van de jaarlijkse VVE-bijdrage worden direct ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

De indirecte kosten worden met behulp van een verdeelstaat toegerekend aan deze categorie. Zie de grondslag Toegerekende organisatie- en financieringskosten voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

De kosten die samenhangen met verhuren, beheren en onderhouden van het vastgoed in exploitatie worden verantwoord onder de hierboven genoemde subcategorieën. Naast deze (veelal) direct aan de subactiviteiten te relateren kosten brengt het vastgoed in exploitatie ook andere kosten met zich mee die niet direct te relateren zijn aan de subactiviteiten verhuren, beheren en onderhouden. Dit zijn echter wel kosten die worden veroorzaakt door het in eigendom hebben van vastgoed in exploitatie. Deze kosten worden verantwoord als overige directe operationele lasten exploitatie bezit.

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

De verkoopopbrengst vastgoedportefeuille betreft het saldo van de gerealiseerde verkoopopbrengst op verkopen uit bestaand bezit en verkopen uit voorraad minus de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten.

Verkoopopbrengsten uit de verkoop van onroerende zaken worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt wanneer de belangrijke risico’s en voordelen van eigendom aan de koper zijn overgedragen, het bedrag van de opbrengsten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning van de verschuldigde vergoeding waarschijnlijk is, de hiermee verband houdende kosten betrouwbaar kunnen worden ingeschat en er geen sprake is van aanhoudende managementbetrokkenheid bij de onroerende zaken. De overdracht van de risico’s en voordelen is op het moment van juridische levering (passeren transportakte).

Toegerekende organisatiekosten

De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De belangrijkste indirecte kosten betreffen personeelsbeloningen, afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie en overige niet directe bedrijfskosten.

Afhankelijk van de aard van de afdeling worden de lasten toegerekend aan een bepaalde activiteit.

Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

De boekwaarde van het verkochte vastgoed dient per verkoopdatum te worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening.

Bij verkoop uit bestaand bezit betreft dit de marktwaarde van vastgoed in exploitatie op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.

Bij verkoop uit voorraad betreft dit de bestede kosten en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering, inclusief geactiveerde rente, dan wel lager verwachte opbrengstwaarde op het moment van verkoop.

Personeelsbeloningen

De beloningen van het personeel worden als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door Domesta.

Voor de beloningen met opbouw van rechten, sabbatical leave, winstdelingen en bonussen worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen.

De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (cao en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Voor arbeidsongeschiktheidsrisico's die zijn verzekerd wordt een voorziening getroffen voor het in de toekomst te betalen deel van de verzekeringspremie dat rechtstreeks toe te rekenen is aan het individuele schadeverleden van Domesta. Als geen betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van het in de toekomst te betalen deel van de verzekeringspremies dat rechtstreeks is toe te rekenen aan het individuele schadeverleden van de rechtspersoon, wordt geen voorziening opgenomen.

Pensioenlasten

De hoofdregeling betreft een toegezegde-pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds. De pensioenregeling is een middelloonregeling. Hierbij is een pensioen toegezegd aan personeel op de pensioengerechtigde leeftijd, afhankelijk van leeftijd, salaris en dienstjaren. Behalve de betaling van premies heeft Domesta geen verdere verplichtingen uit hoofde van deze pensioenregeling. De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord.

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan de pensioenuitvoerder verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreffen waardeverminderingen, en eventueel een terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit aangegane in rechte afdwingbare en feitelijke verplichtingen met betrekking tot (toekomstige) investeringen in bestaande complexen  en nieuwbouwprojecten. Het betreft hier de investeringen op de posten DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop. Onder de post zijn tevens de waardeverminderingen en eventueel een terugname hiervan met betrekking tot grond- en ontwikkelposities opgenomen.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van het vastgoed in exploitatie (exclusief het effect van onrendabele investeringen) die gewaardeerd zijn tegen marktwaarde in verhuurde staat op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van het vastgoed verkocht onder voorwaarden en de waardeverandering van de verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

Overige organisatiekosten

De opbrengsten en kosten die niet toerekenbaar zijn (ook niet na toerekening van indirecte kosten), worden opgenomen onder Overige organisatiekosten. Voorbeelden hiervan zijn (een deel van) de (salaris)kosten van het management en de Raad van Commissarissen.

Leefbaarheid

Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen.

De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel (zoals leefbaarheidscoördinator, wijkbeheerder, huismeester), leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten zoals welkomstbijeenkomsten nieuwe bewoners, bestrijding woonoverlast, buurtbemiddeling, opvang van dak- en thuislozen, schuldsaneringen, tweede kansbeleid enz.

De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten, HOED), onderhoud groenvoorziening, speeltoestellen, beveiliging openbare ruimte, cameratoezicht, schoonmaakacties et cetera en uitgaven voor activiteiten zoals inbraakbeveiliging, brandpreventie, verlichting achterpad, afsluiting portieken et cetera.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten

Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst-en-verliesrekening verwerkt rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk.

Rentelasten worden toegerekend aan de opeenvolgende verslagperioden naar rato van de resterende hoofdsom. Periodieke rentelasten en soortgelijke lasten komen ten laste van het jaar waarover zij verschuldigd worden.

Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend op basis van het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met de wijzigingen in de latente belastingvorderingen en -schulden uit hoofde van respectievelijk wijzigingen in het belastingtarief, herbeoordeling van de mogelijkheid tot realisatie van latente belastingvorderingen of een wijziging van de verwachte realisatie van een actief- of passiefpost. De aldus bepaalde belastingpost wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking heeft op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.

Latente belastingvorderingen

Woningcorporaties zijn met ingang van het jaar 2008 integraal belastingplichtig voor de Wet op de Vennootschapsbelasting. De regels voor woningcorporaties zijn uitgewerkt in een vaststellingsovereenkomst (VSO II). Omdat de uitwerking van de afspraken (VSO II) nog op een aantal punten onduidelijk is, wordt het inzicht in de toekomstige verrekening mogelijkheden van (latente) belastingen op dit moment nog bemoeilijkt.

Voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering, wordt een latente belastingverplichting opgenomen. Voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering en voor beschikbare voorwaartse verliescompensatie wordt een latente belastingvordering opgenomen voor zover er latente verplichtingen tegenover staan, of het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn voor verrekening.

De latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden opgenomen onder de financiële vaste activa respectievelijk voorzieningen. Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.

De waardering van latente belastingverplichtingen en latente belastingvorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de door de toegelaten instelling op balansdatum voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van haar activa, voorzieningen, schulden en overlopende passiva. Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gewaardeerd tegen contante waarde waarbij discontering plaatsvindt op basis van de nettorente (de voor de toegelaten instelling geldende rente voor langlopende leningen, onder aftrek van belasting op basis van het effectieve belastingtarief).

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de directe methode.

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de kasmiddelen, de tegoeden op bankrekeningen. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, (des)investerings- en financieringsactiviteiten.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

De directe methode ter splitsing van de operationele kasstromen geeft een beeld van de ontvangsten en uitgaven per categorie zoals die zich werkelijk in de bedrijfsactiviteiten voordoen. De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten).

Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.

Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

Toelichting op de balans per 31 december 2021

1. DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie

DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie    
(x € 1.000)    
  DAEB Niet-DAEB
Stand per 1 januari 2021:    
Aanschafprijs  770.934   10.574 
Cumulatieve waardeveranderingen  292.258   80 
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructeringen  1.068  0
Marktwaarde  1.064.260   10.654 
     
Mutaties in het boekjaar    
Investeringen:    
Aankopen in vastgoed in exploitatie (initiële verkrijgingen)  257  0
Investeringen in vastgoed in exploitatie (uitgaven na eerste waardering)  6.614  455
Overboeking van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie  15.516  0
Buitengebruikstellingen en afstotingen  -1.431   -342 
     
Herclassificaties:    
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie  -6.810  0
     
Waardeveranderingen:    
Waardeveranderingen (winsten of verliezen als gevolg van aanpassingen van de marktwaarde)  93.453   -560 
Waardeveranderingen onrendabele investeringen en herstructureringen  -5.810  0
Overboeking van vastgoed in ontwikkeling  -6.723  0
Verkopen  -644   101 
Sloop  3.280  0
     
Overige mutaties:    
Vrijval voorziening onrendabele investeringen en herstructeringen  -1.068  0
     
Saldo  96.634   -346 
     
Stand per 31 december 2021:    
Aanschafprijs  785.080   10.687 
Cumulatieve waardeveranderingen  375.814   -379 
Marktwaarde  1.160.894   10.308 

Toelichting bij toepassing basis versie en full versie

De actuele waarde van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de marktwaarde zoals opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’).

Basis versie

We gebruiken de basis versie van het Handboek voor eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden. Dit bedraagt € 904,5 miljoen. In het Handboek is opgenomen dat de basisversie de mogelijkheid biedt om op portefeuilleniveau tot een aannemelijke marktwaarde te komen.

De gehanteerde basis versie is een geheel modelmatige waardering waarbij er voor de waardering overeenkomstig de bepaling van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ geen betrokkenheid van de taxateur aan de orde is.

De methoden, relevante veronderstellingen en disconteringsvoet die gehanteerd zijn voor woongelegenheden (eengezinswoningen en meergezinswoningen) en parkeergelegenheden zijn bepaald in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ en kunnen bij toepassing van de basis versie niet worden gewijzigd.

Full versie

We gebruiken de full versie van het Handboek voor extramurale zorgeenheden, intramurale zorgeenheden, studenteneenheden, bedrijfs onroerend goed en maatschappelijk onroerend goed, de marktwaarde hiervan bedraagt € 266,7 miljoen. In het Handboek is opgenomen dat de full versie de mogelijkheid biedt om op complexniveau, met ondersteuning van een externe taxateur tot een aannemelijke marktwaarde te komen.

Voor de gehanteerde full versie is een externe taxateur ingeschakeld bij de waardering van het vastgoed in exploitatie. Hierbij is de volgende taxatiecyclus gehanteerd:

  • In jaar 2019 is 100% van het vastgoed getaxeerd. In jaar 2021 heeft een taxatie update van deze waardering plaatsgevonden.

De methoden, relevante veronderstellingen en disconteringsvoet die gehanteerd zijn voor bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed, studenteneenheden en intramuraal en extramuraal vastgoed zijn bepaald in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’. De full versie maakt gebruik van vrijheidsgraden. Dit betekent dat voor de waardering van vastgoed in exploitatie kan worden afgeweken van de veronderstellingen en disconteringsvoet zoals opgenomen in de basisversie. De belangrijkste veronderstellingen en disconteringsvoet worden hieronder per categorie vastgoed in exploitatie nader toegelicht. 

Toelichting rekenmodel

Overeenkomstig het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde” vindt waardering op waarderingscomplexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Domesta maken deel uit van een waarderings­complex.

De Marktwaarde in verhuurde staat wordt berekend in het rekenmodel TMS van Ortec Finance en is voorzien van een goedkeurend assurancerapport.

Toelichting parameters marktwaarde

Op basis van artikel 31 BTIV wordt er onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën vastgoed. Bij alle categorieën wordt de DCF (Discounted Cash Flow)-methode gehanteerd. De volgende disconteringsvoeten zijn gemiddeld gehanteerd voor iedere categorie:

  2021 2020
Studenteneenheid (woongelegenheden) 8,20% 8,40%
Zorgeenheid (extramuraal woongelegenheden) 6,58% 6,81%
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed 9,90% 9,82%
Intramuraal zorgvastgoed 7,18% 7,36%
     
De volgende relevante veronderstelling worden gemaakt per categorie ten aanzien van de woningwaardering:    
Studenteneenheid (woongelegenheden) 2021 2020
Instandshoudingsonderhoud per vhe in € 1.192-1.502 1.172 - 1.456
Beheerkosten per vhe in € 432  423 
     
Zorgeenheid (extramuraal woongelegenheden)    
Instandshoudingsonderhoud per vhe 1.213-1.878 1.195 - 1.634
Beheerkosten per vhe 423  415 
     
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed 2021 2020
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo BOG in € 6 5,8
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo MOG in € 7,3 7
Mutatieonderhoud per m2 bvo BOG in € 10,1 9,70
Mutatieonderhoud per m2 bvo MOG in € 12,2 11,8
Beheerkosten % van de markthuur - BOG 3,00% 3,00%
Beheerkosten % van de markthuur - MOG 2,00% 2,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,29% 0,27%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,12% 0,12%
     
Intramuraal zorgvastgoed 2021 2020
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo in € 9,70 9,30
Mutatieonderhoud per m2 bvo in € 12,2 11,8
Mutatiekosten marketing % van de markthuur 14,00% 14,00%
Beheerkosten % van de markthuur 2,50% 2,50%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,33% 0,34%

De disconteringsvoet is door de taxateur ingeschat op basis van risico's die voor de complexen en locaties van toepassing zijn zoals bouwjaar, uitstraling en locatie.

De markthuur is door de taxateur ingeschat, gebaseerd op de huurprijs per m2 per jaar die wordt betaald voor vergelijkbaar vastgoed in ons werkgebied.

De leegwaarde bepaalde de taxateur als een resultante van het verhuurbaar vloeroppervlak, de markthuur en de disconteringsvoet, teruggerekend naar kosten koper.

Achterstallig onderhoud

We beschouwen asbest veilig maken van ons bezit als achterstallig onderhoud. Dit is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Deze kosten worden meegenomen bij het waarderen van het bezit.

Hypothecaire zekerheden

Het DAEB-vastgoed in exploitatie is (nagenoeg) geheel gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is voor EUR 0 gefinancieerd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. 

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft hierbij het recht van eerste hypotheek. Voor deze borgstelling wordt door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw een obligo per lening gevraagd. Als gevolg hiervan zijn de onroerende en roerende zaken in exploitatie die met geborgde leningen zijn gefinancierd niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. De ultimo boekjaar bestaande obligoverplichting is toelicht in de paragraaf 'Obligoverplichting Waarborgfonds sociale Woningbouw' onder Niet in de de balans opgenomen activa en verplichtingen. 

Beleidswaarde

Per 31 december 2021 is in totaal € 351 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2020: € 321,8 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Domesta. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurhuizen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.

Daarnaast zal bij mutatie van het huis slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie. Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd.

Het bestuur van Domesta heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 499 miljoen. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2021 bestaat uit de volgende onderdelen:

Uitgangspunten beleidswaarde (gemiddeld per woning teruggerekend in €)

  2021 2020
Beleidshuur per maand  575   561 
Onderhoudsnorm  2.109   2.117 
Beheerlasten  725   736 
Disconteringsvoet 6,48% 6,93%

Specificatie beleidswaarde (x € 1.000)

  2021 2020
Marktwaarde in verhuurde staat  1.171.202   1.074.914 
Beschikbaarheid (doorexploiteren)  6.680   -34.466 
Betaalbaarheid (huren)  -308.093   -298.972 
Kwaliteit (onderhoud)  -177.969   -152.423 
Beheer (beheerkosten)  -19.955   -25.228 
Beleidswaarde  671.865   563.825 

Sensitiviteitsanalyse ( x € 1.000)

  Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde  
Disconteringsvoet 1% hoger € 74,4 miljoen lager
Streefhuur per maand € 25 hoger € 36,8 miljoen hoger
Lasten onderhoud per jaar € 100 lager € 23,3 miljoen hoger
Lasten beheer per jaar € 100 lager € 23,1 miljoen hoger

Toelichting op balans per 31 december 2021 (vervolg activa)

2. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden ( x € 1.000)  
   
Stand per 1 januari 2021  
Contractprijs (verkochte woningen)  4.481 
Cumulatieve waardeveranderingen  1.322 
Boekwaarde per 1 januari 2021  5.803 
   
Mutaties in het boekjaar  
Desinvesteringen  -722 
Waardeveranderingen  1.121 
   
Saldo  399 
   
Stand per 31 december 2021  
Contractprijs (verkochte woningen)  3.759 
Cumulatieve waardeveranderingen  2.443 
Boekwaarde per 31 december 2021  6.202 

Het aantal huizen verkocht onder voorwaarden bedraagt ultimo 2021 32 (2020: 38). In 2021 zijn 2 VOV woningen teruggekocht en 4 verplichtingen afgekocht. 

3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie ( x € 1.000)  
   
Stand per 1 januari 2021  
Aanschafprijs  13.985 
Cumulatieve waardeveranderingen  -10.587 
Boekwaarde  3.398 
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen  -425 
Boekwaarde onder aftrek van voorziening  3.823 
   
Mutaties in het boekjaar  
Investeringen  8.160 
Waardeveranderingen  -544 
Overboeking naar DAEB- vastgoed in exploitatie  
Investeringen  -15.516 
Waardeveranderingen  6.723 
Afboeking project ten laste van het resultaat  -78 
Saldo  -1.255 
   
Stand per 31 december 2021  
Aanschafprijs  6.551 
Cumulatieve waardeveranderingen  -4.408 
Boekwaarde  2.143 
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen  -1.136 
Boekwaarde onder aftrek van voorziening  3.279 

4. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie ( x € 1.000)      
  Bedrijfsgebouwen Overige roerende zaken Totaal
Stand per 1 januari 2021      
Verkrijgingsprijs  7.564   6.071   13.635 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  -3.299   -4.942   -8.241 
Boekwaarde  4.265   1.129   5.394 
       
Mutaties in het boekjaar      
Investeringen  1.541   2.052   3.593 
Desinvesteringen 0  -38   -38 
Afschrijvingen desinvesteringen 0  38   38 
Afschrijvingen  -136   -418   -554 
Totaal mutaties  1.405   1.634   3.039 
       
Stand per 31 december 2021      
Verkrijgingsprijs  9.105   8.085   17.190 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  -3.435   -5.322   -8.757 
Boekwaarde  5.670   2.763   8.433 

In de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn alle posten van de exploitatie begrepen welke juridisch en economisch in vrije eigendom van Domesta zijn.

Financiële vaste activa

5. Latente belastingvorderingen

(x € 1.000)

  2021 2020
Afschrijvingspotentieel  9.145   10.468 
   9.145   10.468 

Verloopoverzicht

Verloopoverzicht afschrijvingspotentieel 2021  
(x € 1.000)    
Stand per 1/1  10.469   
Toevoeging  1.578   
Onttrekking  -593   
Wijziging parameters rekenmethodiek  -2.309   
Stand per 31/12  9.145   

De op contante waarde van de gewaardeerde latentie afschrijvingspotentieel is berekend tegen 1,76% en heeft een looptijd van 10 jaar. De nominale waarde van deze latenties bedraagt € 31,4 miljoen. De post heeft betrekking op het fiscaal afschrijvingspotentieel.

Domesta kan als gevolg van de beperking van de renteaftrek (ATAD) sinds 2019 een deel van de rentelasten niet fiscaal in mindering brengen op de winst. In totaal is hierdoor voor € 7,7 miljoen (belastinglast € 1,924 miljoen) aan rentelasten fiscaal niet verrekend. Over 2022 heeft Domesta voor een bedrag van € 3.1 miljoen (last: € 775.000) niet kunnen verrekenen. Domesta voorziet geen mogelijkheid tot verrekening en waardeert dit verschil om die reden niet in de jaarrekening. Overigens is het saldo van de niet aftrekbare rente oneindig voorwaarts verrekenbaar.

Domesta voert in duurzaamheid haar beleid als toegelaten instelling uit, gericht op het beheren en verhuren van woningen en daarmee het in stand houden van (de omvang van) haar vastgoedportefeuille. Domesta heeft aan het einde van de levensduur de intentie tot sloop, gevolgd door (vervangende) nieuwbouw. Op basis van de huidige fiscale bepalingen (VSO2) zal daarbij sprake zijn van het doorschuiven van de aanwezige fiscale boekwaarde en zal er geen fiscale afwikkeling volgen in de vorm van fiscaal afwaarderen van de complexen. Het bijbehorende verschil tussen de fiscale waardering van het vastgoed en commerciële waardering bedraagt circa € 186 miljoen. Dit betekent dat het einde van de levensduur ‘doorrolt’ en bij waardering tegen contante waarde sprake is van een ‘nihil’ waardering.

Het tijdelijke verschil inzake het vastgoed in exploitatie waarvan wordt verwacht dat het verkocht wordt vanuit de balansposten DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, dan wel vanuit de balanspost Vastgoed bestemd voor de verkoop, bedraagt € 458.000. Dit betreft de woningen in de verkoopvijver die naar verwachting worden verkocht met een hogere/lagere fiscale waarde (€ 3,2 miljoen) dan de commerciële waarde (€ 2,7 miljoen). De toegelaten instelling heeft de intentie om gebruik te maken van de fiscale faciliteit van de herinvesteringsreserve en leidt een verkoop niet tot directe afwikkeling. Dit betekent dat het einde van de levensduur ‘doorrolt’ en bij waardering tegen contante waarde sprake is van een ‘nihil’waardering.

Domesta heeft in 2021 een lening afgesloten in het kader van de Vestia-leningruil. Op deze lening is € 5,1 miljoen agio ingerekend. Commercieel heeft Domesta dit in een keer ten laste gebracht van het resultaat. De fiscale regels schrijven voor dat dit bedrag evenredig over twee jaren ten laste van het resultaat moet worden gebracht. Rekening houdend met het belastingtarief van 25%, is hier sprake van een actieve belastinglatentie van € 663.000. Vanwege het kortlopend karakter van deze latentie is dit bedrag onder de kortlopende vorderingen gepresenteerd.

In de jaarrekening 2022 is een fiscaal resultaat van € 14,3 miljoen berekend. Domesta heeft geen compensabele verliezen meer.

6. Lening u/g

( x € 1.000)

  2021 2020
Leningen u/g    
Stand per 1 januari  576   690 
Indexatie 0  14 
Aflossingen  -89   -128 
Stand per 31 december  487   576 

De post overige vorderingen bestaat uit uitgestelde betalingen op verkochte huizen en verstrekte startersleningen. Naar verwachting heeft het gehele bedrag een looptijd langer dan 1 jaar.

Vlottende activa

7. Voorraden

( x € 1.000)

  2021 2020
Overige voorraden    
Voorraad klein materiaal 55 57
Grond- en ontwikkelposities 287 285
  342 342

Grond- en ontwikkelposities betreft de grondlocatie ten behoeve van (toekomstige) ontwikkelingsprojecten die nog niet in realisatie zijn genomen. Deze gronden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs dan wel de lagere opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de extern dan wel intern uitgevoerde toetsing van de waardering van gronden ultimo boekjaar. Deze interne toetsing is gebaseerd op de kennis van de lokale markt alsmede van de lokale ontwikkelmogelijkheden (waaronder bestemmingswijzigingen, etc.).

8. Vorderingen

( x € 1.000)

  2021 2020
Huurdebiteuren    
Zittende huurders 481 489
Voorziening wegens oninbaarheid -99 -108
  382 381
  2021 2020
Vennootschapsbelasting    
Vennootschapsbelasting voorgaande boekjaren  1.992   3.900 
Vennootschapsbelasting huidig boekjaar  -1.635   284 
Latentie inzake Vestia-lening  663  0
   1.020   4.184 
     
  2021 2020
Overige vorderingen    
Vertrokken huurders 458 460
Voorziening wegens oninbaarheid -428 -385
  30 75
     
  2021 2020
Overlopende activa    
Diversen (o.a. griffierechten)  728   324 
Afwikkeling schades  41   167 
   769   491 

Onder de vorderingen zijn geen posten opgenomen met een resterende looptijd langer dan een jaar.

9. Liquide middelen

( x € 1.000)

Liquide middelen    
  2021 2020
ABN AMRO Bank N.V.  207   1.607 
ING Bank N.V. rekening-courant  2.712   836 
ING Bank N.V. spaarrekening  499   500 
Rekening-courant SVN  470   374 
ING Bank N.V. rekening-courant niet-DAEB  46   240 
   3.935   3.557 

Liquide middelen staan ter vrije beschikking.

Toelichting op de balans per 31 december 2021 (passiva)

Passiva

10. Eigen vermogen

(x € 1.000)

  2021 2020
Herwaarderingsreserve    
Stand per 1 januari  321.818   258.092 
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar  31.713   65.599 
   353.531   323.691 
Desinvesteringen  -2.078   -1.873 
Stand per 31 december  351.453   321.818 
     
Overige reserves    
Stand per 1 januari  382.447   358.556 
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar  32.824   22.018 
Stand per 1 januari  415.271   380.574 
Mutatie herwaarderingsreserve  2.078   1.873 
Stand per 31 december  417.349   382.447 

Desinvestering betreft het gerealiseerde deel van de herwaardering gedurende het boekjaar en bestaat uit realisatie uit verkoop € 1.452 realisatie uit sloop € 626.

Herwaardering betreft het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de historische kostprijs en leidt tot een herwaarderingsreserve in het eigen vermogen. Wanneer er sprake is van een negatief verschil tussen de marktwaarde van activa en de historische kostprijs wordt dit ORT genoemd en komt ten laste van de overige reserve in het eigen vermogen.

11. Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

( x € 1.000)

  Toekomstige investeringen in bestaande complexen Toekomstige investeringen in nieuwbouw projecten Totaal
Stand per 1 januari 2021  1.068   425   1.493 
Mutaties in het boekjaar      
Onttrekking  -1.068   -425   -1.493 
Toevoeging 0  1.136   1.136 
Stand per 31 december 2021 0  1.136   1.136 

12. Overige voorzieningen

( x € 1.000)

Jubileum voorziening  
Stand per 1 januari 2021 455
Mutaties in het boekjaar  
Onttrekking -32
Toevoegingen ten laste van het resultaat 39
Vrijval ten gunste van het resultaat -35
Stand per 31 december 2021 427

De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen

Van de voorzieningen is een bedrag van € 304.000 (2020: € 433.000) als langlopend (langer dan een 5 jaar) aan te merken. Dit betreft een deel van de voorziening voor jubileumuitkeringen.

13. Langlopende schulden

( x € 1.000)

  Schulden aan banken Schulden/ leningen overheid
     
Stand per 1 januari 2021  322.616   178 
Mutaties in het boekjaar:    
Nieuw opgenomen leningen  20.306  0
Agio Vestia lening  5.137  0
Aflossingen  -20.725   -9 
Saldo  327.334   169 
     
Af: Aflossingsverplichting komend jaar  -10.871   -10 
Stand per 31 december 2021  316.463   160 
     
Looptijd van:    
Tussen 1 en 5 jaar  36.571  0
Langer dan 5 jaar  280.763   169 
     
Het schuldrestant van de leningenportefeuille bestaat uit de type leningen: Schulden aan banken Schulden/ leningen overheid
Vastrentende leningen  263.197   169 
Variabel rentende leningen  14.136  0
Extended leningen 0 0
Basisrenteleningen  50.000  0
Stand per 31 december 2021  327.333   169 

Per 31 december 2021 heeft Domesta een leningenportefeuille met een schuldrestant van € 327,3 miljoen. De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 464,5miljoen.

Domesta beschikt over vier variabele hoofdsomleningen van totaal € 20 miljoen. Van dit saldo is € 9 miljoen opgenomen en is de overige € 11 miljoen vrij op te nemen. De leningenportefeuille bestaat voor € 1,0 miljoen uit niet door het WSW geborgde financiering. Deze lening is verstrekt door de BNG Bank onder gemeentegarantie van de gemeente Hoogeveen.

Van de opgenomen vastrentende leningen is de gewogen gemiddelde rente: 2,43%.

De basisrenteleningen hebben een rentetarief dat bestaat uit twee componenten, zijnde een basisrente en een liquiditeitsopslag. De basisrente geldt voor de volledige looptijd van de leningen. De liquiditeitsopslag geldt voor de overeengekomen periode, waarbij de eerste minimale looptijd 5 jaar bedraagt. Na 5 jaar dient een nieuwe liquiditeitsopslag met de bank overeengekomen te worden. De liquiditeitsopslag van de huidige basisrenteleningen bedraagt tussen 0,14% en 0,18%. Voor een overzicht van de renteherzieningsmomenten van de leningen wordt verwezen naar de risicoparagraaf Renterisico van de toelichting Financiële instrumenten. De variabel rentende leningen (zogeheten roll-over leningen) dragen een variabel rentepercentage  met een gewogen gemiddelde opslag van 0,24%. Alle reguliere variabele hoofdsomleningen hebben en nominaal bedrag van € 5 miljoen. De WSW-obligolening heeft een opslag van 0,30%.

Het totaal van door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geborgde leningen bedraagt € 332,5 miljoen (2020: EUR 324,9 miljoen).

Het agio ruillening Vestia is in de winst- en verliesrekening verantwoord als volkshuisvestelijke bijdrage onder de overige organisatiekosten. Het agio valt in 40 jaar (2022 tot en met 2061) volgens het amortisatieschema vrij ten gunste van de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten. De vrijval komend boekjaar is opgenomen onder de kortlopende schulden. 

De ING bank heeft tevens een rekening-courantkrediet verstrekt. De kredietfaciliteit in rekening-courant bij de ING bedraagt per 31 december 2021 € 1,5 miljoen (2020: EUR 10 miljoen) en de rente Euribor plus 1,55%.

De gewogen gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille bedraagt ultimo 2021 18,45 jaar (2020: 17,61 jaar).

14. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

( x € 1.000)

Stand per 1 januari 2021  5.489 
Mutaties:  
Vermindering als gevolg van terugkoop/afkoop verplichting  -853 
Waardemutaties terugkoopverplichting  1.008 
Stand per 31 december 2021  5.644 

Domesta heeft ultimo 2021 uit hoofde van de regeling Verkoop onder Voorwaarden een terugkoopverplichting inzake 32 woningen (2020: 38 woningen). De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichtingen. Bij de jaarlijkse toetsing van de terugkoopverplichting wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling van onroerende zaken en specifieke contractvoorwaarden met derden. 

De waardeverandering van de huizen verkocht onder voorwaarden en de terugkoopverplichting wordt jaarlijkse in de winst- en verliesrekening verantwoord.

15. Overige schulden

(x € 1.000)

Stand per 1 januari 2021 17
Mutaties in het boekjaar:  
Ontvangen waarborgsommen 2
Terugbetaalde waarborgsommen -1
Stand per 31 december 2021 18

De waarborgsommen bestaan uit de ontvangen waarborgsommen uit hoofde van zakelijke huurovereenkomsten. De waarborgsommen hebben een looptijd langer dan 1 jaar.

16. Kortlopende schulden

(x € 1.000)

Schulden aan overheid 2021 2020
Kortlopend deel langlopende schulden  10   9 
     
     
Schulden aan banken 2021 2020
Kortlopend deel langlopende schulden  10.871   20.725 
     
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen 2021 2020
Omzetbelasting  1.923   2.216 
Premies sociale verzekeringen  219   216 
Pensioenen  91   1 
   2.233   2.433 
     
Overlopende passiva 2021 2020
Rente- en bankkosten  4.149   4.566 
Vooruitontvangen huur  655   200 
Overlopende onderhoudskosten  384   511 
Overige overlopende passiva  878   1.697 
   6.066   6.974 

De kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan 1 jaar.

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Investeringsverplichtingen

x € 1.000.000

  2021 2020
Herstructureringsprojecten  0,4  0,0
Nieuwbouw  0,9  6,0
Planmatig onderhoud  1,0  1,3
Onderhoud  0,4  2,2
   2,7  9,5

Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Gebaseerd op artikel 18 van het Reglement van Deelneming van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) heeft Domesta een obligoverplichting naar het WSW. De verplichting is voorwaardelijk. Dit obligo is opeisbaar indien het totale risicovermogen van het WSW onder het garantieniveau (0,25% van het geborgd schuldrestant) daalt. 

De obligoverplichting bestaat uit het jaarlijks obligo en het gecommitteerd obligo.

De maximale netto omvang van het jaarlijks obligo is vastgesteld op 0,25% van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Bij het huidige tarief van 25% vennootschapsbelasting resulteert dit in een maximale omvang van het jaarlijkse obligo van 0,3333% bruto. De jaarlijkse obligoheffing wordt verantwoord onder de rentelasten en soortgelijke kosten.

Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen de deelnemers zeker door middel van een obligolening. De obligolening is een door het WSW geborgde variabele hoofdsomlening die deelnemer aangaat met een geldgever en waarvan na trekking de gelden rechtstreeks worden gestort op een daartoe aangewezen rekening van het WSW. De obligolening weegt voor de totale hoofdsom mee in de dekkingsratio en onderpandsratio van de deelnemer.

Jaarlijks stelt het WSW de omvang van het gecommitteerd obligo vast op basis van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Indien nodig verzoekt het WSW de deelnemer vervolgens om de hoogte van de obligolening hierop aan te passen.

Domesta heeft ultimo 2022 € ............................. aan obligolening (met variabele hoofdsom) aangetrokken. (2021: 8,48 miljoen). 

Bijdrageheffing kosten Autoriteit woningcorporaties

In artikel 61c van de Woningwet is bepaald dat Domesta moet betalen voor de kosten van de Autoriteit woningcorporaties. Hiertoe moet de Aw jaarlijks uiterlijk op 1 oktober bij Domesta een bijdrageheffing innen. Artikel 121 van het BTIV bevat de wettelijke grondslag voor de berekeningswijze en de procedure.

De bijdrageheffing Aw is een jaarlijks terugkerende heffing. De bijdrageheffing van de Aw kent een tarief voor alle woongelegenheden in eigendom van Domesta een tarief per € 1.000 WOZ-waarde op 31 december van het voorafgaande jaar.

De meerjarenbegroting van de Aw (voor de jaren 2021 en verder) is nog niet vastgesteld. In de bijlage bij brief Bijdrageheffing Aw 2021 heeft de minister aangegeven dat de jaarlijkse kosten van de Aw (voor de komende jaren) circa € 13 miljoen zullen bedragen en dit betekent voor Domesta een tarief van circa € 2,73 per woongelegenheid en circa € 0,02 per € 1.000 WOZ-waarde van de woongelegenheden in eigendom van Domesta.

Verhuurderheffing

De verhuurderheffing wordt berekend over de totale WOZ-waarde van de huurwoningen tot de huurtoeslaggrens (tot € 737,14 per maand), verminderd met 50x de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen. Rijksmonumenten worden vrijgesteld van deze berekening. De WOZ-waarde per object was voor de berekening van de heffing 2021 gemaximeerd op € 294.000. Deze grens wordt jaarlijks geïndexeerd. Het tarief over 2021 bedraagt 0,526%, dit tarief wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld.

Toelichting op de winst- en verliesrekening 2021

17. Huuropbrengsten

(x € 1.000)

  2021 2020
Nettohuur  69.191   67.709 
Dotatie voorziening dubieuze huurdebiteuren  -111   -65 
Huurderving wegens leegstand en oninbaarheid  -779   -676 
   68.301   66.968 
     
Huurderving in % van de nettohuur 1,13% 1,00%
Huurachterstand in % van de nettohuur 1,36% 1,40%

Alle huuropbrengsten zijn gerealiseerd in Nederland. De netto huur van sociale huurwoningen, garages en parkeerplaatsen is per 1 juli 2021 niet verhoogd (2019: gemiddelde huurverhoging van 0,76%).

De netto huur van het zorgvastgoed, maatschapelijke onroerend goed en bedrijfsmatig onroerend goed is verhoogd volgens het geldende huurcontract. 

Vanaf 2017 geldt de nieuwe methode voor de huursombenadering. Vanaf 1 januari 2017 mag de gemiddelde huursom voor zelfstandige woningen in het kalenderjaar met maximaal inflatie + 1 procentpunt stijgen.

Het inflatiepercentage voor de bepaling van de maximale huursomstijging 2021 is 1,4% (2020: 1,6%). Het maximale huursomstijgingspercentage voor woningcorporaties bedraagt over 2021 dus 2,4% (2020: 2,6%).

18. Opbrengsten servicecontracten

( x € 1.000)

  2021 2020
Overige goederen, leveringen en diensten  2.247   2.437 
Derving wegens leegstand  -37   -23 
   2.210   2.414 

19. Lasten servicecontracten

( x € 1.000)

  2021 2020
Kosten uit afgesloten servicecontracten  -2.126   -2.395 
Afschrijvingen overige goederen  -22   -23 
   -2.148   -2.421 

20. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

( x € 1.000)

  2021 2020
Directe kosten verhuur en beheer  -215   -153 
Toegerekende organisatiekosten  -3.543   -4.172 
   -3.758   -4.325 

21. Lasten onderhoudsactiviteiten

( x € 1.000)

  2021 2020
Planmatig onderhoud  -8.408   -10.672 
Niet planmatig onderhoud (mutaties, reparaties, klachten)  -7.290   -6.324 
Contract onderhoud  -3.110   -3.086 
Overige onderhoudskosten  -653   -1.399 
Toegerekende organisatiekosten  -3.484   -3.001 
   -22.945   -24.482 
     

22. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

( € 1.000)

  2021 2020
Verhuurderheffing  -5.490   -5.586 
Zakelijke lasten (ozb, waterschapsbelasting, rioolheffing etc.)  -3.286   -3.041 
Verzekeringen  -507   -450 
Leegstand gas-, elektra-, waterverbruik  -34   -40 
Overige lasten (per saldo)  -725   -380 
   -10.042   -9.497 

23. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

(x € 1.000)

  2021 2020
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille  4.095   2.742 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille  -2.728   -2.097 
Externe verkoopkosten  -65   -56 
Netto verkoopopbrengst  1.302   589 
Toegerekende organisatiekosten  -9   -35 
   1.293   554 

24. Overige waardeveranderingen

(x € 1.000)

  2021 2020
Waardeveranderingen onrendabele investeringen en herstructureringen  -5.737   -3.275 
Overige waardeveranderingen  -3.686   687 
   -9.423   -2.588 

25. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(x € 1.000)

  2021 2020
DAEB-vastgoed in exploitatie  93.257   42.575 
Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie  -560   -117 
   92.697   42.458 

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de vastgoedobjecten in exploitatie (exclusief het effect van onrendabele investeringen) die gewaardeerd zijn op basis van marktwaarde in verhuurde staat. Voor een nadere toelichting op de niet-gerealiseerde waardeveranderingen wordt verwezen naar de toelichting op het vastgoed in exploitatie.

26. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

(x € 1.000)

  2021 2020
Waardeveranderingen onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 244 64
  244 64

27. Overige organisatiekosten

(x € 1.000)

  2021 2020
Totale indirecte organisatiekosten  -10.725   -11.113 
Af: toegerekende organisatiekosten verhuur en beheer  3.543   4.173 
Af: toegerekende organisatiekosten onderhoud  3.484   3.001 
Af: toegerekende organisatiekosten verkoop bestaand bezit  9   35 
Af: toegerekende organisatiekosten leefbaarheid  943   939 
Af: toegerekende organisatiekosten overige activiteiten 0  381 
   -2.746   -2.584 
     
De organisatiekosten zijn als volgt opgebouwd:    
Toegerekende organisatiekosten  -2.746   -2.584 
Overige bedrijfskosten  -458   -358 
WSW obligo  -204  0
Volkshuisvestelijke bijdrage  -5.136  0
   -8.544   -2.942 

De toerekening van de indirecte organisatiekosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De indirecte organisatiekosten die worden doorberekend hebben onder andere betrekking op lonen en salarissen, afschrijvingen en overige bedrijfskosten. De verdeelsleutels zijn bepaald op basis van aantal fte's. Op de indirecte organisatiekosten zijn voor verdeling de opbrengsten van derden in mindering gebracht. 

De presentatie van Volkshuisvestelijke bijdrage dient conform de RJ uiting 2021-11 plaats te vinden onder de "overige organisatiekosten".

De in de winst- en verlies verwerkte afschrijvingen op activa ten dienste van de exploitatie en overige (im)materiële vaste activa bedraagt € 557.000 (2020: € 564.000).

Lonen en salarissen

(x € 1.000)

  2021 2020
Salarissen  -5.602   -5.828 
Sociale lasten  -907   -972 
Pensioenlasten  -704   -958 
Overige personeelskosten incl. inhuur  -1.513   -834 
   -8.726   -8.592 

Personeelsbestand

Het gemiddeld aantal fte bedraagt in 2021 103,13 (2020: 107,16). Geen van de werknemers werkt in het buitenland.

Deze personeelsomvang (gemiddeld aantal personen) is als volgt onder te verdelen naar de verschillende functionele gebieden:

  2021 2020
Wonen/verhuur 37,76 37,98
Onderhoud 20,24 22,01
Verkoop/projectontwikkeling 7,33 8,28
Staf en financiën 15,61 16,58
Overige 22,19 22,32
Totaal 103,13 107,17

Pensioenen

De pensioenregeling is ondergebracht bij het SPW en wordt door hen uitgevoerd. Met betrekking tot deze pensioenregeling is het volgende van belang:

  • De pensioenregeling is een toegezegde pensioenregeling (Discounted Cashflow-regeling).
  • In geval van tekorten bij het SPW heeft Domesta geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.
  • Als en voor zover een overschot of tekort in het fonds van invloed is op in de toekomst door Domesta te betalen premies, zal informatie worden verstrekt over de beschikbare gevolgen omtrent het overschot of tekort en de mogelijke gevolgen voor Domesta.

De dekkingsgraad is één van de belangrijkste graadmeters voor de financiële positie van een pensioenfonds. De dekkingsgraad geeft namelijk aan in welke mate een pensioenfonds in staat is om aan zijn (toekomstige) pensioenverplichtingen te voldoen.

Per 31 december 2021 bedraagt de beleidsdekkingsgraad bij SPW 126,0% (per 31 december 2020 was dit 103,0%). Omdat er pas geïndexeerd wordt bij een beleidsdekkingsgraad van hoger dan ongeveer 125% zijn de pensioenen in 2020 niet geïndexeerd.

28. Kosten omtrent leefbaarheid

(x € 1.000)

  2021 2020
Kosten leefbaarheid  -301   -166 
Toegerekende kosten leefbaarheid  -943   -939 
   -1.244   -1.105 

29. Financiële baten en lasten

(x € 1.000)

  2021 2020
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten  70   256 
Rentelasten en soortgelijke kosten  -8.267   -9.294 
   -8.197   -9.038 

30. Belastingen

(x € 1.000)

De belastinglast over het resultaat in de winst-en-verliesrekening bestaat uit de volgende componenten:    
     
  2021 2020
Mutatie belastinglatentie 660  6.771 
Vennootschapsbelasting voorgaande jaren 503  6.224 
Vennootschapsbelasting boekjaar  -7.029   -4.713 
   -5.866   8.282 
     
De belastingdruk over het boekjaar 2021 bedraagt 5,9% (2020: -15,8%)    
     
De acute belasting is als volgt bepaald: 2021 2020
Resultaat voor belastingen  98.442   56.256 
Waardeveranderingen vastgoedbeleggingen  -83.440   -39.372 
Verschil commerciële / fiscale afschrijving  -3.909   -4.576 
Fiscaal geen opbrengst verkoop onroerende zaken  474   141 
Vorming HIR  -1.767   -750 
Fiscale verwerking Vestia-leningruil  2.568  0
Dotatie jubileumvoorziening 0  37 
Terugname duurzame waardevermindering  15.139   5.743 
Fiscaal hogere lasten onderhoud 0 0
Vpb opstap belastbaar bedrag  27.507   17.479 
Bij: beperking renteaftrek (ATAD)  681   1.418 
Gemengde kosten  25   25 
Vpb resterend belastbaar bedrag  28.213   18.922 
     
De vennootschapsbelasting over het belastbare bedrag is als volgt:    
  2021 2020
15% (2020: 16,5%) over € 245.000  -37   -33 
25% over resterende belastbaar bedrag  -6.992   -4.681 
Af te dragen over boekjaar  -7.029   -4.714 
Reeds voldaan  5.394   4.998 
Te betalen/ontvangen vennootschapsbelasting  -1.635   284 

Honoraria van de accountant

De volgende honoraria zijn in het boekjaar ten laste gebracht van Domesta een en ander zoals bedoeld in artikel 2:382a lid 1 en 2 BW.    
     
  2021 2020
Onderzoek van de jaarrekening door KPMG Accountants N.V.  182.800   105.000 
Andere controleopdrachten door KPMG Accountants N.V.  14.200   13.300 
Adviesdiensten op fiscaal terrein door PwC Belastingadviseurs  141.700   173.000 
   338.700   291.300 

De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2021 (2020) hebben betrekking op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2021 (2020), ongeacht of de werkzaamheden al gedurende het boekjaar 2021 (2020) zijn verricht.

De in de tabel vermelde honoraria voor andere controlewerkzaamheden 2021 (2020) hebben betrekking op de totale honoraria van de assurance-opdrachten ten aanzien van naleving van specifieke wet- en regelgeving en cijfermatige verantwoording (dVi) en de controle van subsidieverantwoordingen.

WNT-Verantwoording 2021 Stichting Domesta

De WNT is van toepassing op Stichting Domesta. Het voor Stichting Domesta toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2021 € 197.000 (bezoldigingsmaximum woningcorporaties, klasse G).

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling

Gegevens 2021 bedragen x € 1

  B.S. Moormann G. Bos
Functiegegevens Bestuurder Bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  162.929   162.562 
Beloningen betaalbaar op termijn  18.284   18.283 
Subtotaal  181.213   180.844 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  197.000   197.000 
     
-/- Onverschuldigd betaald bedrag en nog niet terugontvangen bedragen N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging  181.213   180.844 
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.
     
Gegevens 2020    
bedragen x € 1 B.S. Moormann G. Bos
Functiegegevens Bestuurder Bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  151.265   149.602 
Beloningen betaalbaar op termijn  23.587   23.507 
Subtotaal  174.852   173.109 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  189.000   189.000 
     
Bezoldiging  174.852   173.109 

Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2021 bedragen x € 1 F.C. v/d Berg A. Aachiche G. Erents L.H.J.M. Sanders A. Stekelenburg
Functiegegevens Voorzitter Lid Vicevoorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
           
Bezoldiging          
Bezoldiging  21.538   14.750   14.750   14.750   14.750 
           
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  29.550   19.700   19.700   19.700   19.700 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag          
Bezoldiging  21.538   14.750   14.750   14.750   14.750 
           
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2020          
bedragen x € 1 F.C. v/d Berg A. Aachiche G. Erents L.H.J.M. Sanders A. Stekelenburg
Functiegegevens Voorzitter Lid Vicevoorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
           
Bezoldiging          
Bezoldiging  19.500   13.850   13.850   13.950   13.850 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  28.350   18.900   18.900   18.900   18.900 

Naar DAEB en niet-DAEB-activiteiten gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht

Op grond van artikel 15 lid 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 moeten toegelaten instellingen in de toelichting van de jaarrekening op de enkelvoudige jaarrekening gescheiden balansen, winst-en-verliesrekeningen en kasstroomoverzichten voor de DAEB-tak en voor de niet-DAEB-tak opnemen. Het belang van de toegelaten instelling in de niet-DAEB-tak is als deelneming verantwoord en daarmee onderdeel van het vermogen van de DAEB-tak. Bij de overzichten in de toelichting behorende tot de jaarrekening zijn vergelijkende cijfers over 2020 opgenomen.

Uitgangspunten

Het vermogen van de DAEB-tak zoals opgenomen in de gescheiden balans omvat tevens het vermogen van de vermogenswaarde van het belang in de niet-DAEB-tak. Het resultaat van de DAEB-tak omvat om deze reden ook het resultaat van het belang in de niet-DAEB-tak.

De uitgangspunten en grondslagen voor toerekening van zijn als volgt:

  • Kosten en opbrengsten die direct samenhangen met DAEBactiviteiten worden volledig aan de DAEB tak toegerekend;
  • Kosten en opbrengsten die direct samenhangen met nietDAEB-activiteiten worden volledig aan de niet-DAEB tak toegerekend;
  • Voor indirecte kosten en opbrengsten wordt een verdeelsleutel gebruikt. Middels de verdeelsleutel worden de kosten en opbrengsten toegedeeld aan de DAEBtak respectievelijk niet-DAEB-tak naar de mate waarin zij op DAEB-activiteiten respectievelijk niet-DAEB activiteiten betrekking hebben.

Toelichting aard niet-DAEB activiteiten

Onder de niet-daeb vallen de parkeergelegenheden en bedrijf onroerend goed.

DAEB en niet-DAEB

Balans per 31 december 2021 DAEB en niet-DAEB

op grond van artikel 15, lid 2 van RTIV 2015 vóór resultaatbestemming

  2021 2021 2020 2020
  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
  x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000
ACTIVA        
         
Vaste activa        
         
Vastgoedbeleggingen        
DAEB-vastgoed in exploitatie  1.160.894  0  1.064.260  0
Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie 0  10.308  0  10.654 
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden  1.827   4.375   1.593   4.210 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie  3.279  0  3.823  0
   1.166.000   14.683   1.069.676   14.864 
Materiële vaste activa        
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie  8.275   158   5.320   74 
         
Financiële vaste activa        
Deelnemingen in groepsmaatschappijen  10.065  0  9.781  0
Vorderingen op groepsmaatschappijen  1.700  0  2.603  0
Latente belastingvorderingen  8.999   146   10.303   165 
Leningen u/g  282   205   371   205 
   21.047   351   23.058   370 
         
Som van vaste activa  1.195.322   15.192   1.098.054   15.308 
         
Vlottende activa        
         
Voorraden        
Overige voorraden  301   41   306   36 
         
Vorderingen        
Huurdebiteuren  355   28   365  16
Vorderingen op gemeenten  6  0  13  0
Vennootschapsbelasting  1.001   18   4.121   63 
Overige vorderingen  29   2   73   2 
Overlopende activa  410   359   488   3 
   1.800   407   5.060   84 
         
Liquide middelen  3.905   29   2.562   995 
         
TOTAAL ACTIVA  1.201.328   15.670   1.105.982   16.423 
         
         
  2021 2021 2020 2020
  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
  x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000
PASSIVA        
         
Eigen vermogen        
Herwaarderingsreserve  351.453   2.869   321.818   2.739 
Overige reserve  417.349   6.912   382.447   6.765 
Resultaat boekjaar  92.576   284   64.538   277 
   861.378   10.065   768.803   9.781 
Voorzieningen        
Onrendabele investeringen en herstructureringen  1.136  0  1.493  0
Overige voorzieningen  420   7   448   7 
         
Langlopende schulden        
Schulden/leningen overheid  160  0  169  0
Schulden aan banken  316.463  0  301.891  0
Schulden aan groepsmaatschappijen 0  1.700  0  2.603 
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden  1.693   3.951   1.540   3.949 
Overige schulden  9   8   9   8 
   318.325   5.659   303.609   6.560 
         
Kortlopende schulden        
Schulden aan overheid  10  0  9  0
Schulden aan banken  10.871  0  20.725  0
Schulden aan leveranciers  822   5   1.534   29 
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen  2.312   -78   2.422   11 
Overlopende passiva  6.054   11   6.939   35 
   20.069   -62   31.629   75 
         
         
TOTAAL PASSIVA  1.201.328   15.670   1.105.982   16.423 

Winst- en verliesrekening 2021 DAEB en niet-DAEB

  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
  2021 2021 2020 2020
  x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000
         
Huuropbrengsten  67.472   830   66.195   773 
Opbrengsten servicecontracten  2.093   117   2.300   114 
Lasten servicecontracten  -2.041   -107   -2.299   -122 
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten  -3.697   -62   -4.272   -53 
Lasten onderhoudsactiviteiten  -22.802   -143   -24.172   -338 
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit  -9.938   -103   -9.405   -92 
Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille  31.087   531   28.347   310 
         
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille  3.023   1.007   2.680   6 
Toegerekende organisatiekosten  -8   -1   -34   -1 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille  -2.074   -654   -2.092   -5 
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille  941   352   554  0
         
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille  -9.423  0  -2.580   -8 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille  93.257   -560   42.575   -117 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden  80   164   15   49 
Totaal van waadeveranderingen vastgoedportefeuille  83.914   -396   40.010   -76 
         
Overige bedrijfsopbrengsten  10   0   212   3 
Overige bedrijfskosten  -3   -8   -16   -3 
Totaal van nettoresultaat overige activiteiten  8   -8   196  0
         
Overige organisatiekosten  -8.491   -53   -2.903   -39 
Kosten omtrent leefbaarheid  -1.244  0  -1.105  0
         
Bedrijfsresultaat  106.213   427   65.099   195 
         
Totaal van financiële baten en lasten  -8.138   -60   -8.987   -51 
         
Totaal van resultaat voor belastingen  98.076   366   56.112   144 
         
Belastingen  -5.784   -82   8.149   133 
Resultaat uit deelneming  284     277  0
         
Totaal resultaat na belastingen  92.576   284   64.538   277 

Kasstroomoverzicht 2021 DAEB en niet-DAEB

         
  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
  2021 2021 2020 2020
  x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000
Operationele activiteiten        
Ontvangsten:        
Huurontvangsten  67.572   776   66.814   772 
Vergoedingen  2.623   111   2.435   120 
Overheidsontvangsten 0 0 0 0
Overige bedrijfsontvangsten  21  0  46   6 
Ontvangen interest  67  0  76   
         
Saldo ingaande kasstromen  70.284   888   69.371   898 
         
Uitgaven:        
Betalingen aan werknemers  -7.196   -103   8.084   122 
Onderhoudsuitgaven  -18.773   -103   21.529   301 
Overige bedrijfsuitgaven  -11.168   -159   9.990   172 
Betaalde interest  -8.614   -61   9.572   66 
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat  -225   -0   45   1 
Verhuurderheffing  -5.490  0  5.379  0
Leefbaarheid externe uitgaven niet-investeringsgebonden  -182  0  167  0
Vennootschapsbelasting  -1.307   -73   2.425   37 
         
Saldo uitgaande kasstromen  -52.953   -498   57.191   699 
         
Kasstroom uit operationele activiteiten  17.331   390   126.562   1.597 
         
(Des)investeringsactiviteiten        
         
MVA ingaande kasstroom        
Verkoopontvangsten bestaande huur  3.014   567   2.701   5 
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV)  39   87  0 0
Verkoopontvangsten grond 1 0 0 0
         
Tussentelling ingaande kasstroom MVA  3.053   653   2.701   5 
         
MVA uitgaande kasstroom        
Nieuwbouw huur  -7.174  0  13.090  0
Verbeteruitgaven  -6.903   -455   4.244   24 
Aankoop  -1.387   -1   6.322   476 
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop  -1   -421   2  0
Sloopuitgaven  -1.002  0  832  0
Investeringen overig  -3.138   -230   586   3 
         
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA  -19.604   -1.107   25.076   503 
         
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA  -16.551   -453   27.777   508 
         
FVA        
Ontvangsten overig  993  0  319   80 
Uitgaven overig 0 0 0 0
         
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA  993  0  319   80 
         
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten  -15.558   -453   28.096   588 
         
Financieringsactiviteiten        
         
Ingaand        
Nieuwe te borgen leningen  24.306  0  37.500  0
         
Uitgaand        
Aflossing geborgde leningen  -22.734  0  26.078  0
Aflossing ongeborgde leningen 0 -903 0 -237
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten  1.572   -903   63.578   -237 
         
Toename (afname) van geldmiddelen        
Wijziging kortgeld 0  1   1.000  0
  0  1   1.000  0
         
Aansluiting liquide middelen        
Liquide middelen per 1 januari  2.561   995   15   1.451 
Opname variabele gelden  -2.000  0 0 0
Liquide middelen per 31 december  3.906   29   2.561   995 
         
Toename (afname) van geldmiddelen  3.345   -966   2.546   -456 
Versie:
v6.2.30

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report