Spring naar inhoud

Financieel

6.1 Inleiding

We bewaken de financiële continuïteit aan de hand van dashboards die inzage geven in de ontwikkelingen van onze ondernemingsdoelstellingen en die ons in staat stellen, waar nodig, op tijd bij te sturen. 

De doelstellingen van ons financiële beleid en beheer zijn ondersteunend aan de realisatie van de volkshuisvestelijke doelstellingen en financiële continuïteit. 

Voor de beoordeling van de financiële continuïteit sluiten we vooralsnog aan bij de financial risks zoals het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en de Autoriteit woningcorporaties (Aw) deze formuleerden. Elke 4 maanden rapporteren we hierover. We stellen ieder jaar een meerjarenbegroting op waarin de kasstromen van alle beleidsvoornemens staan. Onderstaand de financiële positie van 31 december 2021 in vergelijking met de situatie op dezelfde datum in 2020.

Financiële continuïteit

 Financiële continuïteit Realisatie Realisatie Norm
  2021 2020  
ICR 3,06 2,01 >1,4
Loan to Value o.b.v. beleidswaarde 49% 57% <85%
Solvabiliteit o.b.v. beleidswaarde 51% 43% >15%

Financiële continuïteit, Daeb en niet-Daeb

 Financiële continuïteit DAEB 2021 DAEB 2020 Norm Niet- DAEB 2021 Niet-DAEB 2020 Norm
ICR 3,03 1,98 >1,4 7,39 3,82 >1,8
Loan to Value o.b.v. beleidswaarde 49% 58% <85% 17% 25% <75%
Solvabiliteit o.b.v. beleidswaarde 51% 40% >15% 64% 58% >40%

De kengetallen voldoen aan de normen die de toezichthouders gebruiken De kengetallen zijn berekend op basis van de richtlijnen van de AW/WSW. Onze huidige financiële positie, beoordeeld op basis van deze kengetallen, is gezond. 

6.2 Marktwaarde en beleidswaarde

Marktwaarde

Ons vastgoed waarderen we op marktwaarde in verhuurde staat. Het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (BTIV) geeft in artikel 31 nadere uitwerking aan de verplichte waardering. In dit besluit is het ‘handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ opgenomen oftewel het waarderings­handboek. Om er zeker van te zijn dat het waarderingshandboek leidt tot een ‘aannemelijke marktwaarde’ wordt het handboek jaarlijks geactualiseerd en op juistheid gecontroleerd. De actualisatie bestaat uit jaarlijkse aanpassingen van de normen en parameters in het handboek. Bij het valideren van het handboek wordt gecontroleerd of de verkregen marktwaardes leiden tot een logische en herkenbare marktwaarde voor alle corporaties in alle provincies en voor alle typen vastgoed.

Het handboek kent 2 waarderingsvarianten: de basisversie en de full-versie. Wij gebruiken de basisversie van het handboek voor eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden. De full-versie gebruiken we voor studenteneenheden, woonwagens en standplaatsen, bedrijfsmatig onroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en intramuraal en extramuraal zorgvastgoed. Dit type vastgoed is onderling moeilijk vergelijkbaar en daarom is de basisversie minder geschikt. Om tot een ‘aannemelijke marktwaarde’ te komen van dit type vastgoed, is het inschakelen van een taxateur noodzakelijk.

Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de marktwaarde

Het jaar 2021 kenmerkt zich door een wederom sterk aangetrokken woningmarkt ten opzichte van 2020. Zowel in de koop- als huurmarkt blijft een toenemende interesse bestaan. Dit zorgde voor een stijging van de marktwaarde van onze portefeuille. De totale omvang van de portefeuille groeide met € 96,2 miljoen naar een waarde van € 1.171 miljoen. Dit is een waardegroei van 9%. Deze mutatie is onder te verdelen in drie deelportefeuilles, namelijk wonen, parkeren en BOG MOG ZOG. De woningportefeuille is in 2021 met 9,8% gestegen, parkeren is nagenoeg gelijk gebleven met een lichte stijging van 0,6% en de BOG MOG ZOG portefeuille is gestegen met 5,3%.

De positieve waardeontwikkeling is vooral het gevolg van een koopmarkt die in 2021 meer onder druk stond dan 2020. Daarbij maakte ons werkgebied qua prijsontwikkeling een inhaalslag ten opzichte van de rest van Nederland. Daarnaast blijft de toenemende vraag de bouwproductie ruim voor. De lage rentestand is hier in de toenemende vraag een bepalende factor. Aan de bouwkant zorgen bouw- en milieubesluiten ervoor dat het moeilijk is om geschikte grond te vinden om op te bouwen. Dit resulteert in een leegwaarde groei per m2 van onze vastgoedportefeuille. De huurprijsontwikkeling van het sociale vastgoed had een matigende invloed op de waardeontwikkeling. Dit is het gevolg van ons huurbeleid. Hiermee geven we invulling aan onze maatschappelijke taak op het gebied van betaalbaarheid.


Verloop marktwaarde in 2021

De mutatie in de marktwaarde in verhuurde staat bedraagt afgerond € 96 miljoen. Deze mutatie wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de marktontwikkeling (+ € 74 miljoen), de validatie van het handboek (+ € 20 miljoen), objectgegevens (+ € 20 miljoen), voorraadmutaties (+ € 7 miljoen) en methodische wijzigingen (- € 25 miljoen).

Wij lichten het verloop van de marktwaarde in 2021 toe aan de hand van de volgende twee overzichten. Onder de overzichten lichten wij de cijfers verder toe. 

Verloopoverzicht marktwaarde 2020-2021 2021 2020 Verschil
Bedragen x € 1.000      
DAEB-vastgoed in exploitatie  1.160.894   1.064.260   96.634 
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie  10.308   10.654   -346 
Totaal  1.171.202   1.074.914   96.288 
Verloopoverzicht marktwaarde 2020-2021 DAEB Niet-DAEB Totaal
Bedragen x € 1.000      
Marktwaarde 2020  1.064.260   10.654   1.074.914 
Voorraadmutaties  7.373   -442   6.931 
Methodische wijzigingen  -25.189   -192   -25.381 
Mutatie objectgegevens  20.542   -103   20.439 
Mutaties waarderingsparameters validatie handboek  20.671   85   20.757 
Mutaties waarderingsparameters marktontwikkeling  73.236   306   73.542 
Marktwaarde 2021  1.160.894   10.308   1.171.202 

Toelichting

Voorraadmutaties, positief effect € 7 miljoen

Onder voorraadmutaties zien we het effect van de verkochte en gesloopte huizen, opgeleverde nieuwbouw en de aankopen over 2021. De marktwaarde van de nieuw gebouwde objecten is hoger dan de marktwaarde van de verkochte en gesloopte objecten. Hierdoor is de marktwaarde gestegen.

Methodische wijzigingen, negatief effect € 25 miljoen

Het handboek schrijft voor hoe de marktwaarde moet worden berekend, oftewel de rekenmethode.In het handboek voor 2021 zijn de overdrachtskosten verhoogd met 9%. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van € 55 miljoen. De mutatiekans in het uitpondscenario is gelijk gesteld aan het doorexploiteerscenario. Dit leidt tot een opwaartse bijstelling van € 30 miljoen. Per saldo is het effect van deze methodische wijzigingen € 25 miljoen negatief.

Mutaties objectgegevens, positief effect € 20 miljoen

De mutaties in de objectgegevens hebben in 2021 een positief effect op de marktwaarde. Het effect komt vooral door de stijging van de WOZ-waarde.

Mutaties validatie handboek, positief effect € 20 miljoen

Naast de jaarlijkse actualisatie wordt het handboek jaarlijks gevalideerd. Bij de validatie wordt gecontroleerd of de verkregen marktwaardes door toepassing van de basisversie van het handboek inderdaad leiden tot een aannemelijke marktwaarde voor alle corporaties in alle provincies en voor alle typen vastgoed. De gemiddelde disconteringsvoet ‘doorexploiteren van woningen’ is gedaald. Ook is de gemiddelde disconteringsvoet ‘uitponden van woningen’ gedaald. De daling van deze parameters heeft een positief effect op de marktwaarde.

Mutaties waarderingsparameters marktontwikkeling, positief effect € 74 miljoen

De waarderingsparameters staan in het handboek en worden jaarlijks geactualiseerd naar aanleiding van de marktontwikkelingen. De uitgangspunten waarmee moet worden gerekend, zijn positief bijgesteld. Dit heeft een positief effect op de marktwaarde. De stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de stijging van de leegwaarde (+ € 47 miljoen), de daling van de disconteringsvoet (+€ 20 miljoen), de ingerekende verhuurderheffing (€ 20 miljoen) en het gemiddelde instandhoudingsonderhoud (- € 21 miljoen). De leegwaarde wordt gebruikt als uitgangspunt voor verkoop. Om de leegwaarde voor de toekomst te kunnen inschatten, houden we rekening met de verwachte waardestijging van een huis. Door de groei in de woningmarkt wordt de verwachte waardestijging hoger ingeschat.
De verhuurderheffing waar wij rekening mee houden, is gedaald vanwege lagere (voorgeschreven) percentages en leidt tot een voordeel. De gemiddelden voor het instandhoudingsonderhoud is gestegen met 32%, dit leidt tot een negatief effect van € 21 miljoen.

Beleidswaarde

De beleidswaarde is kortgezegd de marktwaarde gecorrigeerd voor het beleid van Domesta. De marktwaarde heeft als belangrijkste kenmerk dat het gericht is op marktconform handelen. Het beleid van de corporatie is hier niet op gericht. Het doel van de beleidswaarde is om duidelijk te maken wat de maatschappelijke bijdrage is van een corporatie. Dit doen we door op 4 voorgeschreven aspecten de marktwaarde in verhuurde staat aan te passen.

De 4 stappen zijn:

  • Beschikbaarheid
  • Betaalbaarheid
  • Kwaliteit
  • Beheer

De ontwikkeling van de beleidswaarde wordt voor een flink deel beïnvloed door de ontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat, omdat de beleidswaarde de marktwaarde als vertrekpunt neemt.

Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder gaat dit over de bepaling van de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed (terug te vinden in de marktwaarde en beleidswaarde) is geen exacte wetenschap. Ook is dit de grootste post waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening.

Per 31 december 2021 is € 351 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2020: € 322 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed bepalen we in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen. Daarmee voldoen we aan de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten die gelden tijdens het maken van de jaarverslaggeving. De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Domesta. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt. Dit komt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurhuizen.

Ons doel is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die dit zelf niet kunnen. Daarom verkopen we maar een paar huizen. Daarnaast verhogen we bij mutatie van het huis alleen in uitzonderingssituaties de huur tot de maximale huur. Ook zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Domesta.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd. Het bestuur van Domesta heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB-bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 499 miljoen.

In juli 2019 is de notitie Definities onderhoud en beheer ten behoeve van verantwoording en prognose door het BZK in samenwerking met AW en WSW gepubliceerd en per 2020 opgenomen in art. 14a RTIV. Het onderscheid tussen onderhoud en investeringen was niet altijd even duidelijk. Met de introductie van beleidswaarde is dit onderscheid steeds belangrijker geworden.

In 2021 kwam er aanvullende notitie Toelichting: Onderhoud in meerjarenbegroting en beleidswaarde. Hierin wordt een nader voorschrift gegeven over het toerekenen van onderhoudsuitgaven aan de beleidswaarde. In de begroting 2022 en in de jaarrekening 2021 rekenen we met deze uitgangpunten.

Ontwikkeling marktwaarde en beleidswaarde

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Marktwaarde Beleidswaarde
2017 849584000 531900000
2018 920444000 574623000
2019 1021650000 540962000
2020 1074914000 563825000
2021 1171202000 660821000
Van marktwaarde naar beleidswaarde 2021 2020
Bedragen x € 1.000    
Marktwaarde in verhuurde staat 1.171.202 1.074.914
Stap 1: Beschikbaarheid 6.680 -34.466
Stap 2: Betaalbaarheid -308.093 -298.972
Stap 3: Kwaliteit -177.969 -152.423
Stap 4: Beheer -19.955 -25.228
Beleidswaarde 671.865 563.825

Dit impliceert dat circa 58% van het totale eigen vermogen niet of pas op zeer lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.

De beleidswaarde laat zien hoe we onze middelen inzetten op de beleidsterreinen beschikbaarheid, betaalbaarheid, kwaliteit (onderhoud) en efficiency in beheer. Doordat we ons bezit niet verkopen, maar beschikbaar houden voor de verhuur, realiseren we € 87 miljoen minder waarde. Hier staat tegenover dat we geen overdrachtsbelasting hoeven te betalen, dan levert ons € 94 miljoen waarde op. Omdat we dat bezit vervolgens niet voor een marktconforme prijs verhuren maar beschikbaar houden voor de sociale huisvesting vermindert het verdienpotentieel nog eens met € 308 miljoen.

Ons onderhoudsniveau ligt hoger dan bij een commerciële partij. Dat vermindert de verdiencapaciteit met € 178 miljoen. In hoeverre dat een maatschappelijke prestatie (betere kwaliteit) is of  dat er sprake is in- efficiency wordt met deze benadering niet direct duidelijk. De afslag ligt in lijn met 2020. Onze beheerlasten zijn ook hoger dan bij een marktpartij. Daarmee investeren we nog eens € 20 miljoen. Uit de Aedes benchmark blijkt dat we op onze bedrijfslasten ten opzichte van onze collega’s in de sector gemiddeld (B) scoren.

6.3 Jaarresultaat

De huuropbrengsten zijn onze grootste inkomstenbron. Met dit geld kunnen wij de onderhoudskosten betalen. We betalen met de huuropbrengsten € 10 miljoen aan belastingen en heffingen. Met het resterende bedrag betalen we de beheerkosten (personeelskosten, leefbaarheid, huisvestingskosten) en rente.   

Het geld dat overblijft (batig saldo) van €14 miljoen gebruiken we om de investeringen in ons bezit en aankopen te financieren en leningen af te lossen. Onder investeringen verstaan we sloop- en nieuwbouwprojecten, renovaties en de uitgaven die we maken voor het verduurzamen van onze huizen.

Het batige saldo is niet voldoende om alle investeringen en aflossingen te betalen. Daarvoor gebruiken we de inkomsten uit de verkopen van huizen, gebruikten we geld dat we nog hadden en hebben we nieuwe leningen aangetrokken.

6.4 Financiële kengetallen

Financieel reglement 

Vanaf 2021 gebruiken we de nieuwe interne signaleringsnorm op basis van het duurzaam bedrijfsmodel. Dit model is onderdeel van het financieel reglement en beheer (artikel 55a van de Woningwet). De Aw heeft de aangepaste versie inmiddels goedgekeurd.

In het reglement staat dat we vooralsnog de normen van de Aw en het WSW hanteren als minimale / maximale waarden voor de beoordeling van onze financiële positie, maar dat we een systematiek zouden ontwikkelen om binnen de gestelde normen te kunnen blijven. In 2018 is onze financieringsstrategie vastgesteld. Hiermee hebben we de signaleringsnormen vastgesteld voor de DAEB-tak. Voor de niet-DAEB sluiten we aan bij het toezichtskader.

Signaleringsnormen

Ratio Externe norm Signaleringsnorm
ICR >1,4 >1,8
LTV <85% <75%
Solvabiliteit >20% >24%

Ratio's en grenswaarden Verticaal Toezicht 

      geconsolideerd  
Continuïteitsratio’s        
ICR 1,4 1,8 1,4  
LTV 85% 75% 85%  
Solvabiliteit 15% 40% 15%  
Discontinuïteitsratio’s        
Dekkingsratio 70% 70% 70%  
Onderpandratio (WSW)       70%
         

Autoriteit Woningcorporaties (Aw)

De Aw ziet erop toe dat woningcorporaties zich concentreren op hun kerntaak: zorgen dat mensen met een laag inkomen goed en betaalbaar kunnen wonen. Nu en in de toekomst. Zij houdt toezicht op het gedrag van woningcorporaties en op hun financiële beheer.

Op 24 december 2021 ontvingen wij van de Aw de beoordeling rechtmatigheid verslagjaar 2020. Hieruit zijn geen bevindingen gekomen. 

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

Het WSW is hét onafhankelijke instituut dat optimale financiering van vastgoed in de publieke sector mogelijk maakt voor aangesloten instellingen. De corporaties die deelnemen aan het WSW staan voor elkaar in via de obligoverplichting. Een obligo is een voorwaardelijke verplichting van de deelnemer om aan het WSW een bepaald bedrag over te maken. De hoogte van dat bedrag is afhankelijk van het bedrag aan geborgde leningen.

Door de obligoverplichting staan deelnemers onderling garant voor elkaar. Deze verplichting is voorwaardelijk: zolang de borgstellingsreserve van het WSW voldoende is om eventuele betalingsverplichtingen van WSW-deelnemers over te nemen, wordt geen beroep gedaan op deze obligoverplichting.

Na invoering van de Woningwet is het WSW gemandateerd voor het uitvoeren van de saneringstaak. In 2021 betaalden we geen saneringsheffing. De komende jaren houden we geen rekening met een dergelijke heffing in verband met financiële problemen bij andere corporaties.

Saneringssteun

Het saneringskader is in 2021 niet aangepast. In de huidige voorstellen wordt saneringssteun een uiterst redmiddel. Allereerst zullen corporaties in de betreffende woningmarktregio worden aangesproken om “noodzakelijk DAEB” over te nemen tegen marktwaarde in verhuurde staat. 


Derivaten

Periodiek informeren we, zoals gevraagd, het WSW over onze derivatenpositie. Hieruit zijn geen bijzonderheden gebleken. Per ultimo 2021 hebben we geen derivaten meer.


Overzicht borgingsplafond

Het WSW gebruikt het begrip ‘borgingsplafond’ om de maximale omvang van de leningen die zij wil borgen, te bepalen. Dit borgingsplafond is gebaseerd op de laatst beoordeelde Prospectieve informatie (dPi) en Verantwoordingsinformatie (dVi). 
Het WSW stelt het borgingsplafond vast op basis van onze financieringsbehoefte voor onze DAEB-activiteiten zoals deze blijkt uit onze investerings- en herfinancieringsprognose voor de jaren 2020 tot en met 2022 conform de dPi 2019. De risicobeoordeling weegt mee bij de vaststelling van het borgingsplafond.

Het borgingsplafond is voor 2021 en 2022 verhoogd met de gevraagde financieringsbehoefte.

Overzicht borgingsplafond

(Bedragen X € 1.000) 2021 2022
Getrokken leningportefeuille WSW per 31 december 2020  324.903   
DAEB Financieringsbehoefte  31.359   39.587 
Interne financieringsbronnen  ‑13.894   ‑13.341 
Borgingsplafond ultimo jaar  342.368   368.614 

6.5 Treasury

Financieringen

Met ons financieringsbeleid willen we de renterisico’s en rentelasten beheersen door ze evenwichtig over de jaren te spreiden. Dit beleid ligt vast in ons treasurystatuut. In 2020 hebben we ons treasurystatuut herzien. Hierin zijn met name de organisatorische aanpassingen gedaan. De bandbreedten voor de risico's geven we aan in het treasury-jaarplan. Daarin bepalen we ook jaarlijks het gedeelte dat maximaal variabel rentend gefinancierd mag worden.

Overfinanciering vermijden we door alleen financiering aan te trekken op grond van de opgestelde kasstroom- en liquiditeitsprognoses. We streefden naar een liquiditeitensaldo van 10% van de huuropbrengsten. Door de lage rentestanden moeten we nu 0,5% rente betalen over tegoeden op de rekening courant. Door meer flexibiliteit in onze leningenportefeuille in te bouwen proberen we ons saldo op de rekening courant te minimaliseren. Dit hebben we gedaan door het aantrekken van een extra roll-over lening met variabele hoofdsom.

In december 2020 hebben we een lening van € 5 miljoen aangetrokken waarvan de storting in 2021 heeft plaatsgevonden. In 2021 sloten we vijf nieuwe financieringsovereenkomsten af. De vijf nieuwe overeenkomsten in 2021 hebben een nominale waarde van € 33,4 miljoen. Van deze nieuwe overeenkomsten is € 28,3 miljoen gestort. De overige € 5,1 miljoen betreft agio op de Vestia-lening.

Daarnaast is een obligolening afgesloten om de verplichtingen tegenover het WSW te kunnen blijven voldoen uit hoofde van artikel 18 van het Reglement van Deelneming. Deze heeft een nominale waarde van € 8,5 miljoen. Hierop heeft geen storting plaatsgevonden.

Van de roll-over leningen in 2021 per saldo hebben een hoofdsom van € 20 miljoen. Hiervan is €  9 miljoen opgenomen. 

Leningen- en derivatenportefeuille

Per 31 december 2021 heeft Domesta een leningenportefeuille met een schuldrestant van € 327,3 miljoen. 

De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 464,5 miljoen inclusief lopende rente (2020: € 494,8 miljoen inclusief lopende rente). De marktwaarde is gedaald als gevolg van de gedaalde rente op de kapitaalmarkt. Ultimo 2021 bedraagt het gemiddelde rentepercentage op de rente typische lange leningen in de portefeuille 2,51% (2020: 2,74% inclusief derivaten). Als we alleen kijken naar de leningenportefeuille (inclusief de rente typische korte leningen) dan bedraagt de gemiddelde rentevoet ultimo 2021 uit langlopende financiering 2,43% (2020: 2,63%).

Op bestaande leningen is € 20,7 miljoen afgelost (2020: € 26,1 miljoen), waarin begrepen drie eindaflossingen ter waarde van € 20 miljoen (2020: € 25 miljoen). De reguliere jaarlijkse aflossing bedroeg € 725.000 (2020: € 1,1 miljoen).

In totaal is voor € 20,3 miljoen aan financiering opgenomen en voor € 20,7 miljoen afgelost. De leningenportefeuille is daardoor afgenomen met € 400.000 van € 322,6 miljoen naar € 322,2 miljoen.

Onze leningenportefeuille bevat voor € 50 miljoen basisrenteleningen. De embedded swap in de basisrenteleningen hoeft op grond van RJ (Raad voor de Jaarverslaggeving) uiting 2013-15 niet in de waardering en het resultaat van de financiering te worden afgesplitst. Buiten de basisrenteleningen bevat de leningenportefeuille van Domesta geen extendible leningen (recht op verlenging).

Het eventueel aangaan van nieuwe financieringsovereenkomsten en nieuwe derivatenconstructies wordt door de Treasurycommissie voorgesteld en ter goedkeuring aan het bestuur van Domesta voorgelegd. We trekken geen nieuwe leningen en derivaten aan zonder mandatering van de RvC

Financiële instrumenten

De vastgoedstrategie van Domesta op basis van de huidige plannen kenmerkt zich door investeringen in bestaand bezit en is stabiel qua aantallen VHE. Gezien de gezonde financiële positie, de stabiele operationele kasstroom en de beperkte verkoopafhankelijkheid, is de ambitie financieel realiseerbaar en bestaat er ruimte overname en verduurzaming. Hier gaan we nader op in bij de toekomstparagraaf.

Punt van aandacht is dat de voorspelkracht van de investeringen van jaar op jaar gemiddeld is. Hierdoor bestaat het risico dat Domesta onverwacht voor een financieringsvraag komt te staan en daar niet snel aan kan voldoen. Domesta werkt daarom ook aan de verbetering van deze voorspelkracht. Door voldoende flexibiliteit in de leningenportefeuille te creëren kan Domesta beter inspelen op de veranderende omstandigheden en wordt de kans op overfinanciering c.q. overliquiditeit verkleind. De keerzijde van meer flexibiliteit in de leningenportefeuille is dat de renterisico’s in de leningenportefeuille toenemen.

Gezien de financiële positie van Domesta is de verwachting dat zij hogere renterisico’s kan dragen.

Financiering

Geldgever Stortingsdatum Type Bedrag Rentepercentage Looptijd (in jaren)
      ( x € 1.000)    
APG Asset Management N.V. 01-15-2021 Fixe 5.000 0,03% 13
Bank Nederlandse Gemeenten 08- 4-2021 Fixe 5.000 0,14% 10
Bank Nederlandse Gemeenten 09- 1-2021 Fixe 10.000 0,69% 25
Bank Nederlandse Gemeenten 09-22-2021 Variabele hoofdsom 5.000 -0,59% 10
Nederlandse Waterschapsbank 11-30-2021 Variabele hoofdsom 8.480 0,00% 20
Nederlandse Waterschapsbank 12-21-2021 Fixe 3.306 4,86% 40
Totaal financieringstransacties 2021     36.786    

Liquiditeitsrisico

Domesta beoordeelt of ze voldoende liquiditeit heeft om te voldoen aan haar verplichtingen. Aandachtspunten vormen bijvoorbeeld VoV, stijgende inflatie-, energie-, bouwkosten en fiscaliteit. Beoordeling vindt plaatst op basis van de volgende criteria:

Kwalitatief:

  • De mate waarin sprake is van onverwachte verzoeken aan WSW voor aanvullend borgingsplafond.
  • De corporatie heeft een goede onderbouwing van de opgenomen belastingverplichting.
  • Voor zover van toepassing: het track record van de corporatie met betrekking tot het voldoen aan de wettelijke normstelling voor aan te houden liquiditeitsbuffers uit hoofde van derivaten.
  • Voor zover van toepassing: de beschikbaarheid en kwaliteit van eventuele breakplannen van derivaten en de mate waarin de corporatie in staat is te voldoen aan de wettelijke vereisten omtrent de op te bouwen liquiditeitsbuffer.
  • Opmerkingen van de accountant over mogelijke liquiditeitsrisico’s.
  • De corporatie maakt periodiek liquiditeitsprognoses en er zijn geen redenen om aan de kwaliteit daarvan te twijfelen.

Kwantitatief:

  • Belastingdruk: de gemiddelde belastingdruk, berekend als gemiddelde belastingkasstroom gedurende de prognoseperiode gedeeld door de gemiddelde operationele kasstroom (gecorrigeerd voor belastingen) gedurende de prognoseperiode. Indien de gemiddelde belastingdruk kleiner dan 10% is, wordt verdiepend onderzoek gedaan.


Domesta heeft geen derivaten meer en heeft in 2021 niet om aanvullend borgingsplafond hoeven vragen en verwacht dit de komende vijf jaar niet te hoeven doen. De gemiddelde belastingdruk bedraagt binnen de horizon van vijf jaar circa 25%.

Herfinancieringsrisico

Herfinancieringsrisico is het risico dat er geen financiering kan aantrekken op het moment dat dit nodig is c.q. dat de corporatie geen aflossingen kan doen op het moment dat dit gewenst is. Beoordeling vindt plaatst op basis van cumulatieve criteria over een periode van tien jaar.

Hiermee scoort Domesta voor het herfinancieringsrisico een risicoclassificatie ‘laag’ (per jaar ≤15% en per 2 jaar ≥5%).

Renterisico

Risico uit contracten
Financiële kasstromen zijn naar hun aard hard te noemen. Hierdoor is het mogelijk om de risico’s uit de contracten voor lange termijn in kaart te brengen. Dit is vooral van belang voor het verkrijgen van een verantwoorde spreiding van de renterisico’s die uit hoofde van de leningenportefeuille gelopen worden.
Domesta hanteert een norm van 15% van de leningenportefeuille ultimo voorgaand boekjaar (2020). Het grootste deel van dit risico wordt veroorzaakt door de aflossingen.

In de financieringsstrategie van Domesta is opgenomen dat jaarlijks een maximale looptijd voor nieuwe financiering wordt vastgesteld. Dit wordt gedaan met behulp van een scenario-analyse van het investeringsvolume.

Renterisico per jaar en per 5 jaar (WSW methodiek)

In het gezamenlijk beoordelingskader beoordelen AW en WSW het renterisico zowel per jaar als in blokken van vijf jaar, voor een periode van tien jaar. Omdat sommige financiële producten in meer dan één jaar risico veroorzaken, zijn de uitkomsten voor het risico per vijf jaar hierbij voor dubbeltelling gecorrigeerd. Een dubbeltelling kan bijvoorbeeld ontstaan doordat een roll-over zowel een renteconversie o.b.v. de onbekende Euribor heeft, als een aflossing binnen een periode van 5 jaar.

6.6 Fiscaliteiten

Onze fiscale strategie is op hoofdlijnen ongewijzigd toegepast. Door de waardestijgingen van ons bezit is Domesta vanaf het boekjaar 2017 in een betalende positie terechtgekomen voor de vennootschapsbelasting. De in het verleden verantwoorde waardedalingen moeten nu door de waardestijgingen teruggedraaid worden en dit resulteert in forse aanvullende (fiscale) winsten bovenop de resultaten uit de gewone bedrijfsvoering.

Op onderdelen van de toepassing van wet- en regelgeving is in 2020 (aangifte 2018) een discussie ontstaan met de belastingdienst. Het gaat over het apart afschrijven op zonnepanelen, die niet als onderdeel van het dak van een woning zijn gemonteerd. De discussie is in 2021 verder gegaan, maar heeft nog niet tot een oplossing geleid. De omvang van de discussie bedraagt in totaal € 1,2 miljoen negatief en is niet in de fiscale positie verwerkt. In 2022 gaan we hier verder over in gesprek. Deze discussie speelt bij meer woningcorporaties.

Bij het indienen van de aangifte 2019, najaar 2021, hebben we het standpunt ingenomen dat er op zonnepanelen apart afgeschreven kan worden.

Op andere onderwerpen hebben we in 2021 overeenstemming bereikt met de fiscus. De gesprekken hebben geleid tot duidelijkheid en de aangiften over de belastingjaren 2015 tot en met 2017 zijn gecorrigeerd en definitief vastgesteld. De uitkomsten zijn verwerkt in onze fiscale positie.

6.7 Toekomstparagraaf

Wij zetten ons de komende jaren in voor verduurzaming van ons bezit en blijvende betaalbaarheid en beschikbaarheid van de woningen. De omvang van de duurzaamheidsinvesteringen voor de komende vijf jaren bedraagt circa € 45,5 miljoen. In de begroting is doorgerekend dat wij deze investeringen kunnen dragen. Daarnaast zoeken wij naar de mogelijkheden om onze portefeuille met zorgcomplexen uit te breiden. Onze ambities vragen om zorgvuldig onderzoek en afwegingen. Ook vragen onze ambities om forse investeringen. In onze afwegingen kijken wij wat wij kunnen realiseren met onze investeringen. Daarbij kijken wij ook naar de prestatieafspraken die wij met gemeenten hebben gemaakt. Wat betekenen deze investeringen voor de doelstellingen van Domesta en wat zijn de consequenties van deze investeringen voor de (financiële) positie? Bij de financiële beoordeling van deze investeringen hanteren we onder andere ons investeringsstatuut en de normen uit ons duurzame bedrijfsmodel. 

Investeringen en verduurzaming leiden nauwelijks tot een stijging van de beleidswaarde. Dat betekent dat onze financiële kengetallen hierdoor verslechteren. Wij verwachten dat wij in de komende tien jaar wel binnen de externe normen voor deze kengetallen blijven. Door binnen de normen te blijven, hebben wij een goed uitgangspunt voor het aanvragen van de benodigde financiering en daarmee het realiseren van onze plannen. 

Naast bovenstaande ontwikkelingen zien we stijgende bouwkosten, hogere energieprijzen en ook andere vlakken stijgende prijzen. In onze begroting 2022 maken we scenario's om te beoordelen of Domesta financieel gezond blijft. Dat is het geval, het wegvallen van verhuurderheffing draagt hier aanvullend aan bij.
Vooral de loan-to-value (LTV) op basis van beleidswaarde en de ICR zijn onze meest gevoelige indicatoren als het gaat om gebeurtenissen die kunnen plaats vinden. Met name betalingen voor de vennootschapsbelasting (ICR) en investeringen in bestaand bezit (LTV) hebben invloed hierop.
 

Op het gebied van personeel volgen wij in de komende jaren de vastgestelde strategische personeelsplanning. Belangrijke onderwerpen in dit plan zijn digitalisering en de aanstaande pensionering van een aanzienlijk deel van de collega's. Wij bieden studenten en starters op de arbeidsmarkt mogelijkheden door bij Domesta een stage of afstudeeronderzoek uit te voeren en/of een traineeship te volgen. 

Ook in de komende jaren blijft Domesta gericht op innovatie. Voor het duurzamer maken van huizen zetten we in op kleine proefprojecten. Zo onderzoeken we wat werkt. De markt staat niet stil en de ontwikkelingen volgen we op de voet. De druk op de woningmarkt is nog steeds hoog. Dat heeft invloed op de ontwikkeling van onze projecten. Materialen en personeel zijn schaars. Wat het effect op de langere termijn is, is lastig om in te schatten. In de begroting houdt Domesta rekening met een bouwkostenstijging van 3% en algemene prijsstijging van 2%. Risico's willen we beperken door te onderzoeken of een strategische samenwerking met marktpartijen mogelijk is. 

De financiële ruimte die we hebben zetten we in om de doelen ten aanzien van duurzaamheid (routekaart) en het portefeuilleplan te halen. We kijken steeds scherp naar ons eigen huishoudboekje. Onze eigen kosten nemen toe, de  onderhouds- en bouwkosten stijgen flink door net als de nationale en lokale belastingen. Door scenarioanalyse op onze begroting brengen we de gevolgen voor lange termijn in kaart. Tegelijkertijd willen we oog hebben voor het huishoudboekje van onze huurders. Door stijgende energielasten komt deze, ondanks ons huurbeleid, toch onder druk te staan.

6.8 Risicomanagement

Bij risicomanagement gaat het om alle factoren die van invloed kunnen zijn op het halen van onze doelen. Wat komt er op ons af? Welke wet- en regelgeving zijn belangrijk? Met welke demografische ontwikkelingen moeten we rekening houden? Wanneer komen we in actie en wanneer niet? De term ‘compliance’ gaat over wet- en regelgeving. Het gaat om controleren en beheersen, maar ook om toetsen. Houden we ons aan de in- en extern geldende regels en normen?

Governance-inspectie Autoriteit Woningcorporaties

In juni 2021 voerde de Autoriteit woningcorporaties (Aw) een governance-inspectie uit bij Domesta. Deze inspectie had als doel te toetsen of Domesta voldoet aan de criteria die de Aw stelt aan een goede governance. De criteria die de Aw stelt aan een goede governance zijn terug te vinden in het gezamenlijke beoordelingskader Aw/WSW. Een corporatie moet volgens dit kader voldoen aan een aantal wettelijke eisen op het terrein van governance. Waar nodig maakt de Aw hier opmerkingen over. Voor veel aspecten van een goede governance is het niet zo zeer een kwestie van hard oordelen in termen van goed en fout, maar is het vooral een basis om met elkaar de dialoog aan te gaan om verder te verbeteren.

Op basis van de aangereikte stukken en de gevoerde gesprekken concludeerde de Aw naar aanleiding van deze governance-inspectie dat Domesta niet alleen aan de opzet van de criteria voor good governance voldoet, maar dat ook de werking van de governance bij Domesta als positief beoordeeld is. De risico inschatting op basis van het gezamenlijke beoordelingskader Aw/WSW is laag op alle onderdelen van het beoordelingskader.

Risicocultuur en inbedding bij Domesta

In 2020 hebben we aandacht geschonken aan de risicocultuur bij Domesta. We hebben toen geconstateerd dat er meer aandacht mag worden geschonken aan het oppakken van verantwoordelijkheid, zichtbaarheid van risico’s in beleidsstukken en memo’s en er meer tijd voor mag zijn. Risicomanagement is door de controller op “de kaart” gezet, maar bewustwording moet groter worden. In 2021 hebben we hier verder invulling aan willen geven. Met name de aantoonbaarheid van beheersmaatregelen en het borgen van kennis en vaardigheden van het Compliance Team waren hierbij aandachtspunten. Toch hebben we eind 2021 met elkaar geconstateerd dat de regievoering op het onderwerp risicomanagement in 2022 meer focus moet krijgen. Hierbij kijken we naar de praktische toepasbaarheid van Fully in Control, als systeem voor risicomanagement, zonder dat risicomanagement hiermee te instrumenteel wordt.

Risicobereidheid

Risicomanagement heeft niet tot doel om alle risico’s te mitigeren. Het gaat immers om die risico’s die het realiseren van onze doelstellingen in gevaar brengen. Naast het bepalen van de strategische risico’s dient ook de mate van risicobereidheid te worden bepaald. Hierbij gaat het om de mate van risico dat Domesta wil accepteren (risicotolerantie) en de mate van risico dat Domesta kan dragen (risicocapaciteit). De risicobereidheid is per thema uit het ondernemingsplan inzichtelijk gemaakt zodat deze als basis kan dienen voor de onderliggende risico’s en beheersmaatregelen.

Belangrijkste risico's

Strategische risico's 

  1. Het risico van een cumulatie van kwetsbare groepen in de wijken (leefbaarheid). De woningwet maakte ons werkveld kleiner, terwijl ontwikkelingen als de toename van personen met verward gedrag onze opgave vergrootten. De afgelopen jaren verslechterde de leefbaarheid daardoor overal.

Beheersmaatregelen: Leefbaarheidsfonds, actief in de buurten aanwezig zijn, omslag van repressief  naar preventief werken, samenwerking met andere partijen zoals gemeenten, welzijns- en zorgorganisaties, een verzorgde en nette buurt.

  1. Het risico dat de betaalbaarheid voor de huurder onder druk komt te staan.

Beheersmaatregelen: maatwerk in betaalbaarheid: nieuw betaalbaarheidsbeleid, betaalbare huizen, een betere match tussen inkomen en woonlasten

  1. Het risico dat Domesta niet in staat is om voldoende passende huizen te realiseren (beschikbaarheid)

Beheersmaatregelen: ontwikkeling sociale huurvoorraad, passende huizen voor de doelgroep, maatwerk bij langer zelfstandig thuis wonen, toekomstbestendig zorgvastgoed, vraag gericht bouwen

  1. Het risico dat Domesta de beoogde duurzaamheidsambities niet kan realiseren

Beheersmaatregelen: energiezuinige woningvoorraad (bijvoorbeeld zonnepanelen), routekaart: energietransitieplan, isolatie is onze eerste grootschalige stap, streven naar schaalvoordeel, bewustwording huurders van hun energieverbruik, bespaarcoach

  1. Het risico dat onvoldoende verjonging (vernieuwing) in personeelsbestand een negatieve invloed kan hebben op de kwaliteit van processen/producten en diensten

Beheersmaatregelen: realiseren van ons strategisch personeelsplan.

Operationele risico’s

Naast strategische risico’s richten wij ons ook op de beheersing van operationele risico’s. hierbij gaat het naast risico’s gericht op onze interne beheersing ook op risico’s op fraude, corruptie en ICT gerelateerde risico’s.

Fraude risico’s

Het risico in de betalingsorganisatie is dat ten onrechte gelden aan de organisatie worden onttrokken. Door functiescheiding en zichtbare interne controles wordt dit risico gemitigeerd.

Bij inkopen en aanbestedingen bestaat het risico dat niet tegen een marktconforme prijzen wordt ingekocht. Het inkoopbeleid wordt door vertaald in inkoopplannen waarin concreet wordt aangeven op welke wijze een transparant en goed gedocumenteerd proces wordt doorlopen.  Voor instandhoudingsonderhoud is dit in 2021 gerealiseerd. In 2022 worden de inkoopplannen voor onderhoud zorgcomplexen en aanbesteding van projectmatige renovatie/verduurzaming/onderhoud opgesteld. Nieuwbouwprojecten worden via meervoudige aanbesteding op de markt gezet met een vastgelegde besluitvorming en toetsing aan het investeringsstatuut.

Verder toetsen we of de toewijzings- en verkoopregels worden nageleefd.

Risicoanalyse zorgvastgoed

Volgens het risicomodel van de Aw is het hebben van zorgvastgoed 1 van de risicogevoelige onderdelen van een woningcorporatie. Niet eerder is het van groot belang geweest deze analyse te zien tegen de achtergrond van de context. Deze context omvat de enorme veranderingen in het zorglandschap gecombineerd met demografische ontwikkelingen. Voor het bestendigen van ons (zorg)vastgoed is het van belang de ontwikkelingen, zowel maatschappelijk, demografisch als beleidsmatig, te volgen en daar proactief op te reageren.

Met de analyse hebben we meer dan eens inzicht in de transitie en ontwikkelingen in de zorgsector, de financiële en organisatorische risico’s van zorginstellingen waar Domesta vastgoed aan verhuurt, en de gevolgen van een ‘stormscenario’ bij een verdere scheiding van wonen en zorg.

6.9 Bestuursverklaring

Het bestuur van Domesta heeft het volkshuisvestingsverslag en de jaarrekening over 2021 opgemaakt. Dit voorstel ging naar de Raad van Commissarissen (RvC) om goed te keuren.

In de RvC-vergadering van 26 april zijn de jaarstukken besproken, in aanwezigheid van KPMG. Daarbij is ook kennisgenomen van de bevindingen van de accountant.

Het bestuur van Domesta verklaart dat het jaarverslag over 2021 een betrouwbaar beeld geeft van de primaire activiteiten. Ook verklaart het bestuur dat alle uitgaven zijn gedaan in het belang van de volkshuisvesting.

Emmen, 26 april 2022

B.S. Moormann, bestuurder

G. Bos, bestuurder

Versie:
v6.2.30

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report