Spring naar inhoud

Jaarrekening

Balans 2024

Balans per 31 december 2024 vóór resultaatbestemming (bedragen x 1.000€)

ACTIVA   31-12-2024 31-12-2023
       
Vaste activa      
       
Vastgoedbeleggingen      
DAEB-vastgoed in exploitatie 1 1.317.151 1.183.223
Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie 1 9.525 9.682
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 2 6.713 6.557
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 3 1.295 1.411
    1.334.684 1.200.873
Materiële vaste activa      
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 4 7.319 7.085
       
Financiële vaste activa      
Latente belastingvorderingen 5 2.662 2.856
Leningen u/g 6 389 417
    3.051 3.273
       
Som van vaste activa   1.345.054 1.211.231
       
Vlottende activa      
       
Voorraden      
Overige voorraden 7 746 252
       
Vorderingen 8    
Huurdebiteuren   716 427
Vorderingen op gemeenten   252 0
Vennootschapsbelasting   5.112 4.099
Overige vorderingen   108 83
Overlopende activa   1.263 169
    7.452 4.778
       
Liquide middelen 9 8.437 671
       
Som van vlottende activa   16.635 5.701
       
TOTAAL ACTIVA   1.361.689 1.216.932
PASSIVA   31-12-2024 31-12-2023
       
Eigen vermogen 10    
Herwaarderingsreserve   420.094 463.680
Overige reserves   405.334 433.273
Resultaat boekjaar   114.806 -71.525
    940.234 825.428
Voorzieningen      
Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 11 28.827 26.604
Overige voorzieningen 12 514 436
    29.342 27.040
       
Langlopende schulden      
Schulden overheid 13 128 139
Schulden aan banken 13 353.752 340.872
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 14 5.936 5.874
Overige schulden 15 37 38
    359.853 346.923
       
Kortlopende schulden 16    
Schulden aan overheid   11 10
Schulden aan banken   17.231 7.189
Schulden aan leveranciers en handelskredieten   4.057 0
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen   2.906 3.001
Overlopende passiva   8.055 7.340
    32.260 17.540
       
       
TOTAAL PASSIVA   1.361.689 1.216.932

Winst- en verliesrekening 2024

Winst- en verliesrekening 2024

    2024 2023
       
Huuropbrengsten 17 72.998 70.809
Opbrengsten servicecontracten 18 2.606 2.570
Lasten servicecontracten 19 -2.605 -2.470
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten 20 -4.225 -6.531
Lasten onderhoudsactiviteiten 21 -36.953 -35.315
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 22 -4.916 -5.155
Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille   26.905 23.908
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 23 2.477 1.958
Toegerekende organisatiekosten   -14 0
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   -1.609 -1.396
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille   854 562
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 24 -14.769 -31.220
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 25 119.867 -42.649
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 26 94 19
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille   105.193 -73.850
       
Opbrengsten overige activiteiten   129 82 
Kosten overige activiteiten   -1 -10
Totaal van nettoresultaat overige activiteiten   128 72
       
Overige organisatiekosten 27 -4.860 -4.774
Kosten omtrent leefbaarheid 28 -1.527 -1.296
       
Bedrijfsresultaat   126.693 -55.378
       
Totaal van financiële baten en lasten 29 -8.801 -8.318
       
Totaal van resultaat vóór belastingen   117.891 -63.696
       
Belastingen 30 -3.085 -7.829
       
Totaal resultaat na belastingen   114.806 -71.525

Kasstroomoverzicht 2024

Kasstroomoverzicht 2024

    2024 2023
Operationele activiteiten      
Ontvangsten:      
Huurontvangsten 17 72.559 70.663
Vergoedingen 18 2.715 3.088
Overheidsontvangsten   0 99
Overige bedrijfsontvangsten   262 71
Ontvangen interest   53 20
       
Saldo ingaande kasstromen   75.589 73.940
       
Uitgaven:      
Erfpacht   -26 0
Betalingen aan werknemers 27.2 -9.638 -8.527
Onderhoudsuitgaven 21 -29.230 -31.361
Overige bedrijfsuitgaven 22 -14.199 -12.906
Betaalde interest 29 -8.544 -8.357
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat   -225 -582
Leefbaarheid externe uitgaven niet-investeringsgebonden 28 -204 -196
Vennootschapsbelasting 30 -3.954 -6.535
       
Saldo uitgaande kasstromen   -66.020 -68.465
       
Kasstroom uit operationele activiteiten   9.569 5.476
       
(Des)investeringsactiviteiten      
       
MVA ingaande kasstroom      
Verkoopontvangsten bestaande huur 23 2.520 1.978
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV)   0 0
Verkoopontvangsten grond   0 0
       
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   2.520 1.978
       
MVA uitgaande kasstroom      
Nieuwbouw huur 1 -10.577 -5.428
Verbeteruitgaven 1 -14.817 -13.048
Aankoop 1 -1 -7.287
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 2 0 0
Sloopuitgaven 3 -1.177 -285
Investeringen overig 4 -869 -639
       
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA   -27.441 -26.688
       
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA   -24.921 -24.710
       
FVA      
Ontvangsten overig 6 28 4
Uitgaven overig   0 0
       
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA   28 4
       
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten   -24.893 -22.156
       
Financieringsactiviteiten      
       
Ingaand      
Nieuwe te borgen leningen 13 52.000 20.000
       
Uitgaand      
Aflossing geborgde leningen 13 -10.384 -13.070
Aflossing ongeborgde leningen   -10 12
       
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   41.606 6.942
       
Toename (afname) van geldmiddelen   26.284 -12.288
Wijziging kortgeld   -18.000 2.000
    8.284 -10.288
       
Aansluiting liquide middelen      
Liquide middelen per 1 januari   152 10.440
Opname variabele gelden   -18.000 2.000
Liquide middelen per 31 december   8.437 152
       
Toename (afname) van geldmiddelen   26.284 -12.288
       
Ultimo 2023 is in het saldo liquide middelen 519K opgenomen die staat verantwoord onder de kortlopende schulden. Dit betreft het negatieve saldo op de rekening-courant ING.
       

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Toelichting behorende bij de jaarrekening 2024

ALGEMEEN

Vestigingsadres

Stichting Domesta (hierna: Domesta), geregistreerd onder KvK-nummer 04017296, is feitelijk gevestigd op Westeind 50 te Emmen.
Domesta is een stichting met de status van toegelaten instelling conform artikel 19 eerste lid van de Woningwet. De activiteiten bestaan uit verhuren, onderhouden en ontwikkelen van huizen in de gemeenten Emmen, Hoogeveen, Coevorden en Borger-Odoorn. Domesta is gehouden aan de Woningwet, het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) en de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). De activiteiten van Domesta vinden plaats in Nederland. 

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2024, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2024.

Toegepaste standaarden en modellen

In artikel 35 lid 1 van de Woningwet is bepaald dat de jaarrekening moet worden opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarbij uitsluitend de afdelingen 2 tot en met 6, 8, 10, 11, 13 en 16 van overeenkomstige toepassing zijn. In artikel 30 van het Besluit toegelaten instellingen 2015 (BTIV) zijn de niet van toepassing zijnde artikelen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen.

Voorts is in artikel 35 lid 2 van de Woningwet bepaald dat overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur daaromtrent te geven voorschriften de onroerende zaken en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden tegen de actuele waarde worden gewaardeerd. In artikel 31 lid 1 van het BTIV is bepaald dat de waardering plaatsvindt tegen de marktwaarde. In artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (RTIV) is bepaald dat deze waardering plaatsvindt overeenkomstig de methodiek opgenomen in bijlage 2 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’) bij deze regeling.

In artikel 35 lid 6 is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van de RTIV is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winst- en verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevat die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze regeling.

In de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving is Richtlijn 645 Toegelaten instellingen volkshuisvesting opgenomen die nadere interpretatie geeft aan de in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen voorschriften met inachtneming van de in artikel 30 van het BTIV aangeduide uitzonderingen. Richtlijn 645 geeft uitsluitend regels voor sectorspecifieke aangelegenheden. Voor de overige aangelegenheden zijn de algemeen geldende richtlijnen van toepassing eveneens met inachtneming van de in artikel 30 aangeduide uitzonderingen.

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) is van toepassing.

Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling

Algemeen 

Activa en passiva worden tegen historische kostprijs opgenomen, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.

Een actief wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Domesta zullen toevloeien en het actief een kostprijs of een waarde heeft waarvan de omvang betrouw­baar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen, worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa.

Een verplichting wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag waartegen de afwikkeling zal plaatsvinden op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar waarschijnlijkheid in de praktijk zullen voordoen, en niet van economische voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich voordoen.

Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de winst- en verliesrekening opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie.

Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld.

Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord indien alle belangrijke risico’s met betrekking tot de transactie zijn overgedragen aan de koper.

Presentatievaluta en functionele valuta

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta is van de toegelaten instelling. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Gebruik van schattingen

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management zich oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De daadwerke­lijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzie­ningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het management het meest kritiek voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:

  • DAEB en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie voor wat betreft de veronderstelling ten aanzien van het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat is afhankelijk van een aantal belangrijke veronderstellingen zoals de te hanteren markthuren en leegwaarde, disconteringsvoet, exit yield en mutatiegraad. Voor de basisversie zijn deze veronderstellingen gebaseerd op het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024.  Voor de full-versie zijn deze veronderstelling mede tot stand gekomen in afstemming met een externe deskundige. 
  • DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie voor wat betreft de veronderstellingen ten aanzien van het bepalen van de beleidswaarde. De veronderstellingen (onderhoudslasten, streefhuren en beheerlasten) die worden gebruikt voor de bepaling van de beleidswaarde sluiten aan op het beleid van Domesta. De beleidswaarde beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid.
  • Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie: bepaling van het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw en transformatie ten behoeve van het bepalen en treffen van een voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Domesta en met haar verbonden partijen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw- en transformatieprojecten. De financiële impact van voornoemde feitelijke verplichtingen kan afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in voorgenomen bouwproductie en in prijsniveau van leveranciers en daadwerkelijke verkoopprijzen.
  • Voorraad gronden en ontwikkelposities: bij de bepaling van de verwachte reële waarde van de voorraad vastgoed bestemd voor de verkoop en grond- en ontwikkelposities worden uitgangspunten gedefinieerd. De uitgangspunten betreffen onder meer de verkoopwaarde aan de hand van referentietransacties, de kans op toekomstige ontwikkelmogelijkheden en de huidige onderhoudsstaat.
  • Aannames en veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de belastingpositie (inclusief latente belastingpositie). Dit betreft met name de uitgangspunten en veronderstellingen met betrekking tot het onderscheid tussen onderhoudskosten en investeringen alsmede de voor de waardering van de belastingpositie gehanteerde prognose van verwachte toekomstige fiscale resultaten.

Schattingswijzigingen

De wijze waarop de beleidswaarde volgens bijlage 2 van de RTIV moet worden bepaald is vanaf verslagjaar 2024 gewijzigd. De koppeling tussen de totstandkoming van marktwaarde en beleidswaarde is in de nieuwe wijze van bepalen van de beleidswaarde losgelaten. Het is daarom niet langer voorgeschreven om de afslagen van de marktwaarde naar de beleidswaarde te verantwoorden.

De aard van de schattingswijziging betreft:

•      de toepassing van een (vast percentage) sociale disconteringsvoet in plaats van de marktdisconteringsvoet;

•      er is geen sprake meer van eindwaardeberekening maar van een eeuwigdurende benadering door middel het inrekenen van de kasstromen vanaf jaar 15 tot en met 60 jaar;

•      het inrekenen van een standaardverplichting voor EFG-labels.

Het kwantitatieve effect van deze schattingswijzing op de beleidswaarde bedraagt € 216.565.151. De RTIV vereist niet dat de beleidswaarde inzake het voorgaande verslagjaar wordt aangepast. Toegelaten instelling heeft de vergelijkende cijfers niet aangepast.

Vastgoedbeleggingen

DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie

Classificatie

In de Woningwet wordt, gebaseerd op het besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011, onderscheid gemaakt in diensten van algemeen economisch belang (hierna: DAEB) en diensten van niet algemeen economisch belang (hierna: Niet-DAEB). Het vastgoed in exploitatie is onderverdeeld naar DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

DAEB-vastgoed in exploitatie betreft woningen met een gereguleerd huurcontract, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. De gereguleerde woningen betreft woningen met een huur onder de liberalisatiegrens en alle woningen met een huur daarboven die een gereguleerd contract hebben waaronder de woningen die bij aanvang van het huurcontract een huur hadden onder de toenmalige liberalisatiegrens. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerendgoed dat verhuurd wordt aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijns-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners conform vermelding in de bijlage 3 en 4 bij artikel 49 van het BTIV en artikel 45 van de Woningwet. Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie betreft het overige vastgoed in exploitatie dat niet onder de definitie van DAEB-vastgoed in exploitatie valt.

Waardering bij eerste verwerking

Vastgoed in exploitatie wordt bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten.

Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van de vastgoedbelegging. De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven. De direct toe te rekenen uitgaven bevatten tevens, bijvoorbeeld, de juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voorts kunnen in de vervaardigingskosten worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging kan worden toegerekend.

Waardering na eerste verwerking (marktwaarde)

De waardering na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie vindt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet plaats tegen actuele waarde waaronder in dit verband dient te worden verstaan de marktwaarde, overeenkomstig het marktwaardebegrip onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’). Domesta gebruikt de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden. De full versie gebruiken we voor studenteneenheden, extramurale zorgeenheden, standplaatsen en woonwagens, bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed. We gebruiken de full versie voor dit type vastgoed omdat de huursom meer bedraagt dan 5% van de totale huursom van de DAEB-tak en de huursom van de niet-DAEB tak. 

Toepassing basisversie als grondslag voor bepaling marktwaarde in verhuurde staat

Zoals hierna verder is uitgewerkt en toegelicht maakt Domesta voor de waardering van woningen en parkeergelegenheden gebruik van de basisversie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’. De basisversie betreft een modelmatige waardering van het vastgoed tegen marktwaarde in verhuurde staat waarbij geen vrijheidsgraden inzake de uitgangspunten en parameters van de waardering mogelijk zijn. Daarnaast leidt de basisversie tot een marktwaarde in verhuurde staat op (vastgoed)portefeuilleniveau en niet tot een marktwaarde in verhuurde staat op waarderingscomplexniveau. Ten slotte kent de waardering volgens de basisversie geen betrokkenheid van een taxateur. Hierdoor kan de marktwaarde in verhuurde staat afwijken van de marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen.

De herwaarderingsreserve is, overeenkomstig de verslaggevingsrichtlijnen, bepaald op waarderingscomplexniveau. Aangezien er bij waardering volgens de basisversie sprake is van een waardering op portefeuilleniveau in plaats van op complexniveau, kan er tevens binnen het eigen vermogen sprake zijn van een onnauwkeurigheid in de allocatie tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserve.

Deze actuele waarde vormt tevens de basis voor de totstandkoming van de beleidswaarde. Ook deze waarde kan daarom afwijken van de beleidswaarde die gebaseerd is op een marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen.

Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie via backtesting achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. De validatie eis daarbij is dat voor ten minste 90% van de portefeuilles het verschil tussen de basiswaardering en full waardering beperkt moet blijven tot maximaal 10%. Naar aanleiding hiervan is in het op 31 oktober 2024 gepubliceerde concepthandboek 2024 een eerste invulling aan de vrijheidsgraden leegwaardestijging, markthuur en disconteringsvoet is gegeven op basis van de tot dat moment aanwezige kennis. Aanvullend is op 14 maart 2025 een versie gepubliceerd met de definitieve parameters van de voornoemde drie vrijheidsgraden.

De inzichten van de validatie 2024 zijn vanzelfsprekend nog niet bekend met betrekking tot de waardering volgens de basisversie naar de stand van 31 december 2024 en dan ook niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Waarderingscomplex

Overeenkomstig het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ vindt waardering op marktwaarde in verhuurde staat plaats op een specifieke complexindeling (het waarderingscomplex). Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van de toegelaten instelling maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Uitgaven na eerste verwerking

De uitgaven na eerste verwerking (de zogeheten na-investeringen) worden als (onderdeel van) de kostprijs van het vastgoed verwerkt, indien er sprake is van een verbetering, in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Onderhoudsuitgaven worden rechtstreeks ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Waardeverandering

De waardeveranderingen in vastgoed in exploitatie volgend uit de mutatie van actuele waarde van het vastgoed in exploitatie worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van de winst- en verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verantwoord in de periode waarin de waardeverandering zich voortdoet.

Herclassificatie vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie vindt slechts plaats indien er sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid van de toegelaten instelling gestaafd door beëindiging van de duurzame exploitatie van bestaand vastgoed om nieuw vastgoed te gaan ontwikkelen en exploiteren. De feitelijke beëindiging van de duurzame exploitatie van het bestaande vastgoed is leidend voor herclassificatie. Domesta definieert deze feitelijke beëindiging als vastgoed in exploitatie waarbij sprake is van een sloop/nieuwbouw en/of een nieuwbouwbesluit.

Indien Domesta bestaand vastgoed renoveert of ingrijpend verbouwt waarbij geen ontwikkeling en vervaardiging van een nieuw vastgoed plaatsvindt, blijft Domesta het vastgoed waarderen en classificeren als vastgoed in exploitatie. Domesta definieert de ontwikkeling en vervaardiging van een nieuw vastgoed als een toename of afname van het aantal verhuureenheden als direct gevolg van de renovatie of ingrijpende verbouwing. Er vindt dan geen herclassificatie plaats naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering in het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie vindt plaats tegen de marktwaarde in exploitatie op het moment van de herclassificatie.

Herclassificatie vastgoed in exploitatie naar voorraden 

Herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar voorraden vindt slechts plaats indien er sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid van Domesta gestaafd door de daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van vastgoed dat niet meer in exploitatie is.

Indien Domesta besluit vastgoed in exploitatie te verkopen, blijft Domesta het vastgoed waarderen en classificeren als vastgoed in exploitatie zolang het vastgoed nog wordt verhuurd. Er vindt dan geen herclassificatie plaats naar voorraden.

De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering onder de voorraden geschiedt tegen de marktwaarde in exploitatie op het moment van de herclassificatie.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 

Classificatie

Herclassificatie van vastgoed in exploitatie of voorraden naar onroerende zaken verkocht onder voorwaarden vindt slechts plaats indien er sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid van de toegelaten instelling gestaafd door een transactie die niet kwalificeert als een verkoop, maar als een financieringstransactie. Deze transacties worden afzonderlijk opgenomen onder onroerende zaken verkocht onder voorwaarden en de (terugkoop)verplichting wordt opgenomen onder de (langlopende) schulden onder verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

Waardering

De onroerende zaken die in het kader van een regeling verkoop onder voorwaarden zijn overgedragen aan een derde en waarvoor de toegelaten instelling een terugkooprecht of -plicht kent, worden gewaardeerd op de getaxeerde marktwaarde onder aftrek van de korting. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening. De actuele waarde na eerste verwerking is de marktwaarde op basis van de regeling verkoop onder voorwaarden.

Voor de in de regeling overeengekomen overdrachtswaarde wordt aan de creditzijde van de balans onder de langlopende schulden een terugkoopverplichting opgenomen. Deze terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd in overeenstemming met de contractvoorwaarden en is een inschatting gebaseerd op de reële waardeontwikkeling van het achterliggend actief.

Waardeveranderingen

De waardeveranderingen in onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden verantwoord. De waardeveranderingen inzake de terugkoopverplichting worden rechtstreeks in de winst- en verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden verantwoord.

Herclassificatie van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar vastgoed in exploitatie of voorraden

Herclassificatie van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar vastgoed in exploitatie of voorraden vindt slechts plaats indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid gestaafd door de terugkoop van onder voorwaarden verkochte onroerende zaken die als financieringstransactie zijn aangemerkt.

De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering onder vastgoed in exploitatie of de voorraden vindt plaats tegen de terugkoopwaarde op het moment van de herclassificatie. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Grondslagen voor bepaling van de beleidswaarde

Op grond van artikel 15 lid 3 RTIV vermeldt de toegelaten instelling de beleidswaarde (zoals deze jaarlijks aan de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw wordt verstrekt) in de toelichting van de jaarrekening. De beleidswaarde wordt bepaald conform bijlage 2 van de RTIV. De beleidswaarde geeft de waarde van het bezit weer, rekening houdend met specifieke beleidskeuzes van de toegelaten instelling.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 

Classificatie

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie betreft nieuw te ontwikkelen vastgoed en vastgoed in ontwikkeling dat bestemd is voor de toekomstige verhuur.

Waardering bij eerste verwerking

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie wordt bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten.

Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van de vastgoedbelegging.

De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven. De direct toe te rekenen uitgaven bevatten bijvoorbeeld de juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten.

De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voorts kunnen in de vervaardigingskosten een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging kan worden toegerekend worden opgenomen.

Voorts wordt rente tijdens de bouw toegerekend aan kwalificerende activa. De geactiveerde rente wordt berekend tegen de gewogen gemiddelde rentevoet van de aangetrokken leningen.

Voor investeringen in nieuwbouwprojecten waarvoor in rechte afdwingbare verplichtingen dan wel feitelijke verplichtingen zijn aangegaan, wordt jaarlijks beoordeeld of en in hoeverre de investeringen kwalificeren als een verlieslatend contract. Zie de grondslag Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen voor een nadere uitwerking.

Waardering na eerste verwerking

De waardering na eerste verwerking van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie vindt plaats tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. Zie de grondslag Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen voor een nadere uitwerking van de waardering na eerste verwerking van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie. 

Herclassificatie vastgoed in ontwikkelingen bestemd voor eigen exploitatie naar vastgoed in exploitatie

Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie naar vastgoed in exploitatie vindt plaats bij aanvang van de duurzame exploitatie van het nieuw gerealiseerde vastgoed. 

De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering in het vastgoed in exploitatie vindt plaats tegen de kostprijs van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie op het moment van de herclassificatie onder aftrek van de eventueel  gevormde voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen.

Materiële vaste activa 

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de toegelaten instelling en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen hun kostprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De kostprijs van de genoemde activa bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik. De kostprijs van de activa die door de toegelaten instelling in eigen beheer zijn vervaardigd, bestaat uit de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de vervaardiging. Verder omvat de vervaardigingsprijs een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat kan worden toegerekend aan de vervaardiging van de activa.

In het geval dat de betaling van de kostprijs van een materieel vast actief plaatsvindt op grond van een langere dan normale betalingstermijn, wordt de kostprijs van het actief gebaseerd op de contante waarde van de verplichting.

In het geval dat materiële vaste activa worden verworven in ruil voor een niet-monetair actief, wordt de kostprijs van het materieel vast actief bepaald op basis van de reële waarde voor zover de ruiltransactie leidt tot een wijziging in de economische omstandigheden en de reële waarde van het verworven actief of van het opgegeven actief op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld.

Investeringssubsidies worden in mindering gebracht op de kostprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben.

De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur. Op bedrijfsterreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering, alsmede op vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting.

De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd:

Grond                              : geen afschrijvingen

Bedrijfsgebouwen          : 2% - 10% 

Overige roerende zaken: 20%

Domesta bepaalt het af te schrijven bedrag zonder rekening te houden met een restwaarde.

Domesta past de componentenbenadering toe voor materiële vaste activa indien de belangrijkste bestanddelen van een materieel vast actief van elkaar te onderscheiden zijn. Rekening houdend met verschillen in gebruiksduur of verwacht gebruikspatroon worden deze bestanddelen afzonderlijk afgeschreven.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen en/of leiden tot toekomstige economische voordelen met betrekking tot het object.

Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Financiële vaste activa

De grondslagen voor de belastinglatenties zijn toegelicht onder belastingen.

Overige vorderingen

De overige vorderingen die onder de financiële vaste activa zijn opgenomen, worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde, verminderd met eventuele contractuele aflossingen. Het betreffen uitgestelde betalingen op verkochte huizen. Voor deze leningen vindt jaarlijks een herijking plaats van het onderkende debiteurenrisico. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de winst-en verliesrekening verwerkt. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroomgenererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroomgenererende eenheid) geschat.

Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of een kasstroomgenererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of een kasstroomgenererende eenheid) zou zijn verantwoord.

Voorraden

Overige voorraden

De voorraad onderhoudsmaterialen wordt gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde.

De huizen die strategisch zijn aangekocht worden verantwoord onder de vlottende activa. Strategische aankopen zijn aankopen met als doel er op termijn een project te ontwikkelen. Waardering vindt plaats tegen aanschafwaarde of lagere marktwaarde.

Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

Liquide middelen

De liquide middelen omvatten de direct opvraagbare geldmiddelen op de bank- en spaarrekeningen. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering. Liquide middelen die naar verwachting langer dan 12 maanden niet ter beschikking staan van Domesta, worden gerubriceerd als financiële vaste activa.

Eigen vermogen

De onder het eigen vermogen opgenomen overige reserves zijn tot stand gekomen door toevoeging van de jaarlijkse resultaten en gerealiseerde herwaarderingsreserve.

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd op waarderingscomplexniveau voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering.

In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de vastgoedbeleggingen in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering.

Ongerealiseerde waardeverminderingen op waarderingscomplexniveau worden op de herwaarderingsreserve in mindering gebracht tot zover de boekwaarde op basis van marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

De herwaarderingsreserve wordt gevormd ten laste van de overige reserves.

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord.

Bij de bepaling van de herwaarderingsreserve wordt geen bedrag voor latente belastingverplichtingen in mindering gebracht. Voor een nadere toelichting op de waardering van deze latente belastingverplichting wordt verwezen naar de toelichting op deze post.

Voorzieningen

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:

  • Een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden.
  • Waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt. 
  • Het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.

Rechten en verplichtingen voortvloeiend uit eenzelfde overeenkomst worden niet in de balans opgenomen indien en voor zover noch de toegelaten instelling noch de tegenpartij heeft gepresteerd. Opname in de balans geschiedt wanneer de nog te ontvangen respectievelijk te leveren prestatie en tegenprestatie niet (meer) met elkaar in evenwicht zijn en dit voor de toegelaten instelling nadelige gevolgen heeft.

Indien (een deel van) de uitgaven die noodzakelijk zijn (is) om een voorziening af te wikkelen waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk door een derde worden (wordt) vergoed bij afwikkeling van de voorziening, wordt de vergoeding als afzonderlijk actief gepresenteerd.

Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de beste schatting van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen.

Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Voor toekomstige investeringen in bestaande complexen (vastgoed in exploitatie) en nieuwbouwprojecten (vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie), waarvoor in rechte afdwingbare verplichtingen dan wel feitelijke verplichtingen zijn aangegaan, wordt beoordeeld of en in hoeverre de investeringen kwalificeren als een verlieslatend contract.

In het geval per balansdatum sprake is van in rechte afdwingbare dan wel feitelijke investeringsverplichtingen voor toekomstige investeringen in bestaande complexen waarbij de verwachte uitgaven van de investering hoger zijn dan de verwachte stijging van de marktwaarde van het complex als gevolg van de investering, wordt het verschil (onrendabele deel) eerst in mindering gebracht op de reeds gedane uitgaven met betrekking tot een investering in bestaand vastgoed onder de post Vastgoed in exploitatie en wordt voor het resterende bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen.

In het geval per balansdatum sprake is van in rechte afdwingbare dan wel feitelijke investeringsverplichtingen voor toekomstige investeringen in nieuwbouwprojecten waarbij de geschatte kostprijs van het project in ontwikkeling hoger is dan de geschatte marktwaarde van het te ontwikkelen nieuwbouwproject bij oplevering, wordt het verschil (onrendabele deel) eerst in mindering gebracht op de reeds gedane uitgaven met betrekking tot een investering in vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en wordt voor het resterende bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen.

Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Domesta zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake investeringen in bestaande complexen en nieuwbouwprojecten.

De afwaardering van de bestede kosten tot nihil en de terugname van in het verleden verwerkte afwaarderingen onder de posten vastgoed in exploitatie respectievelijk vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie alsmede de dotaties en onttrekkingen aan de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen worden verantwoord onder de post overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille.

Overige voorzieningen

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkansen en leeftijden.

Langlopende schulden

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt. De leningenportefeuille bestaat uit annuïteiten-, basisrente-, roll-over- en fixe leningen.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Verplichting uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

In het kader van de verkoop van huizen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoop verplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van het huis in het economische verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoop verplichting wordt jaarlijks gewaardeerd op basis van de terug koopprijs (veelal marktwaarde) per balansdatum, rekening houdend met de contractuele terugkoop bepalingen waaronder kortingspercentages en winstdeling van waarde ontwikkeling.

Waarborgsommen

De waarborgsommen zijn opgenomen tegen nominale waarden.

Kortlopende schulden

De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, die gelijk is aan de nominale waarde. Hierbij wordt rekening gehouden met aangegane verplichtingen van materieel belang, betreffende ultimo boekjaar nog niet afgewikkelde verplichtingen.

Nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille 

Huuropbrengsten

Hieronder zijn opgenomen de opbrengsten voortvloeiend uit de met huurders gesloten huurovereenkomsten (exclusief de inbegrepen servicedienst). De huren worden jaarlijks binnen de wettelijke kaders gewijzigd in overeenstemming met het huurbeleid van de toegelaten instelling. Huuropbrengsten en vergoedingen ter stimulering van het sluiten van huurovereenkomsten worden lineair in de winst-en-verliesrekening opgenomen op basis van de duur van de huurovereenkomst.

Opbrengsten en lasten servicecontracten

Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders op basis van afgesloten servicecontracten welke integraal deel uitmaken van huurcontracten ter dekking van gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten die worden gegenereerd uit de (op de huurexploitatie) afgesloten servicecontracten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

Overheidsbijdragen

Overheidsbijdragen worden aanvankelijk in de balans opgenomen als vooruitontvangen baten zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de toegelaten instelling zal voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de toegelaten instelling gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de winst-en-verliesrekening opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van de toegelaten instelling voor de kosten van een actief worden systematisch in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief.

Exploitatiesubsidies worden ten gunste van de winst-en-verliesrekening van het jaar gebracht ten laste waarvan de gesubsidieerde bestedingen komen of waarin de opbrengsten zijn gederfd of het exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De vooruitontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen.

Een krediet afgesloten tegen een lagere rente dan marktrente, wordt als schuld in de balans opgenomen waarbij waardering plaatsvindt zoals vermeld onder de financiële instrumenten. Het verschil tussen het hogere ontvangen bedrag van het krediet en de boekwaarde bij eerste verwerking betreft het voordeel als gevolg van de lagere rente. Dit voordeel wordt verwerkt ten gunste van de winst-en-verliesrekening als overheidssubsidie.

Verkregen ontwikkelingskredieten worden in mindering gebracht op de ontwikkelings­kosten. Indien terugbetaling van het ontwikkelingskrediet dient plaats te vinden, worden de terugbetalingen en de rente daarover verwerkt als kosten van de omzet.

Investeringssubsidies worden in mindering gebracht op het geïnvesteerde bedrag. De vooruitontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen en worden systematisch in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief.

Indien een premie ingevolge een investeringsregeling / eenmalige investeringsaftrek wordt beschouwd als een belastingfaciliteit, wordt het recht daarop in het jaar waarin daaraan voor het eerst een waarde kan worden toegekend ineens / over een aantal jaren gespreid ten gunste van de post belastingen in de winst-en-verliesrekening gebracht.

Lasten verhuur- en beheeractiviteiten

Onder deze categorie worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten. Dit betreft onder andere lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed (bijvoorbeeld huurconsulenten/opzichters). De indirecte kosten worden met behulp van een verdeelstaat toegerekend aan deze categorie. Zie de grondslag Toegerekende organisatie- en financieringskosten voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Lasten onderhoudsactiviteiten

Onder deze post worden alle directe en indirecte aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud aan het vastgoed in exploitatie verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Onder deze post worden de kosten ten behoeve van planmatig onderhoud, mutatieonderhoud, klachtenonderhoud en contractonderhoud (met name technische installaties) verantwoord.

De onderhoudsuitgaven betreffen de uitgaven om een verhuurbare eenheid dan wel een complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich op de peildatum (einde boekjaar) bevindt, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is.

De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een verbetering, in overeenstemming met de definities inzake onderhoud en beheer zoals opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14a lid 1 RTIV.

De onderhoudscomponent en reservefondscomponent van de jaarlijkse VVE-bijdrage worden direct ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

De indirecte kosten worden met behulp van een verdeelstaat toegerekend aan deze categorie. Zie de grondslag Toegerekende organisatie- en financieringskosten voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

De kosten die samenhangen met verhuren, beheren en onderhouden van het vastgoed in exploitatie worden verantwoord onder de hierboven genoemde subcategorieën. Naast deze (veelal) direct aan de subactiviteiten te relateren kosten brengt het vastgoed in exploitatie ook andere kosten met zich mee die niet direct te relateren zijn aan de subactiviteiten verhuren, beheren en onderhouden. Dit zijn echter wel kosten die worden veroorzaakt door het in eigendom hebben van vastgoed in exploitatie. Deze kosten worden verantwoord als overige directe operationele lasten exploitatie bezit.

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 

Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

De verkoopopbrengst vastgoedportefeuille betreft het saldo van de gerealiseerde verkoopopbrengst op verkopen uit bestaand bezit en verkopen uit voorraad minus de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten.

Verkoopopbrengsten uit de verkoop van onroerende zaken worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt wanneer de belangrijke risico’s en voordelen van eigendom aan de koper zijn overgedragen, het bedrag van de opbrengsten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning van de verschuldigde vergoeding waarschijnlijk is, de hiermee verband houdende kosten betrouwbaar kunnen worden ingeschat en er geen sprake is van aanhoudende managementbetrokkenheid bij de onroerende zaken. De overdracht van de risico’s en voordelen is op het moment van juridische levering (passeren transportakte).

Toegerekende organisatiekosten

De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De belangrijkste indirecte kosten betreffen personeelsbeloningen, afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie en overige niet directe bedrijfskosten.

Afhankelijk van de aard van de afdeling worden de lasten toegerekend aan een bepaalde activiteit.

Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

De boekwaarde van het verkochte vastgoed dient per verkoopdatum te worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening.

Bij verkoop uit bestaand bezit betreft dit de marktwaarde van vastgoed in exploitatie op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.

Bij verkoop uit voorraad betreft dit de bestede kosten en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering, inclusief geactiveerde rente, dan wel lager verwachte opbrengstwaarde op het moment van verkoop.

Personeelsbeloningen

De beloningen van het personeel worden als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door Domesta.

Voor de beloningen met opbouw van rechten, sabbatical leave, winstdelingen en bonussen worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen.

De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (cao en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Voor arbeidsongeschiktheidsrisico's die zijn verzekerd wordt een voorziening getroffen voor het in de toekomst te betalen deel van de verzekeringspremie dat rechtstreeks toe te rekenen is aan het individuele schadeverleden van Domesta. Als geen betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van het in de toekomst te betalen deel van de verzekeringspremies dat rechtstreeks is toe te rekenen aan het individuele schadeverleden van de rechtspersoon, wordt geen voorziening opgenomen.

Pensioenlasten

De hoofdregeling betreft een toegezegde-pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds. De pensioenregeling is een middelloonregeling. Hierbij is een pensioen toegezegd aan personeel op de pensioengerechtigde leeftijd, afhankelijk van leeftijd, salaris en dienstjaren. Behalve de betaling van premies heeft Domesta geen verdere verplichtingen uit hoofde van deze pensioenregeling. De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord.

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan de pensioenuitvoerder verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreffen waardeverminderingen, en eventueel een terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit aangegane in rechte afdwingbare en feitelijke verplichtingen met betrekking tot (toekomstige) investeringen in bestaande complexen  en nieuwbouwprojecten. Het betreft hier de investeringen op de posten DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop. Onder de post zijn tevens de waardeverminderingen en eventueel een terugname hiervan met betrekking tot grond- en ontwikkelposities opgenomen.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van het vastgoed in exploitatie (exclusief het effect van onrendabele investeringen) die gewaardeerd zijn tegen marktwaarde in verhuurde staat op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van het vastgoed verkocht onder voorwaarden en de waardeverandering van de verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

Overige organisatiekosten

De opbrengsten en kosten die niet toerekenbaar zijn (ook niet na toerekening van indirecte kosten), worden opgenomen onder Overige organisatiekosten. Voorbeelden hiervan zijn (een deel van) de (salaris)kosten van het management en de Raad van Commissarissen.

Leefbaarheid

Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen.

De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel (zoals leefbaarheidscoördinator, wijkbeheerder, huismeester), leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten zoals welkomstbijeenkomsten nieuwe bewoners, bestrijding woonoverlast, buurtbemiddeling, opvang van dak- en thuislozen, schuldsaneringen, tweede kansbeleid et cetera.

De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten, HOED), onderhoud groenvoorziening, speeltoestellen, beveiliging openbare ruimte, cameratoezicht, schoonmaakacties et cetera en uitgaven voor activiteiten zoals inbraakbeveiliging, brandpreventie, verlichting achterpad, afsluiting portieken et cetera.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten

Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst-en-verliesrekening verwerkt rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk.

Rentelasten worden toegerekend aan de opeenvolgende verslagperioden naar rato van de resterende hoofdsom. Periodieke rentelasten en soortgelijke lasten komen ten laste van het jaar waarover zij verschuldigd worden.

Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend op basis van het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met de wijzigingen in de latente belastingvorderingen en -schulden uit hoofde van respectievelijk wijzigingen in het belastingtarief, herbeoordeling van de mogelijkheid tot realisatie van latente belastingvorderingen of een wijziging van de verwachte realisatie van een actief- of passiefpost. De aldus bepaalde belastingpost wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking heeft op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.

Latente belastingvorderingen

Voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering, wordt een latente belastingverplichting opgenomen. Voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering en voor beschikbare voorwaartse verliescompensatie wordt een latente belastingvordering opgenomen voor zover er latente verplichtingen tegenover staan, of het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn voor verrekening. 

De latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden opgenomen onder de financiële vaste activa respectievelijk voorzieningen. Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd. 

De waardering van latente belastingverplichtingen en latente belastingvorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de door de toegelaten instelling op balansdatum voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van haar activa, voorzieningen, schulden en overlopende passiva. Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gewaardeerd tegen contante waarde waarbij discontering plaatsvindt op basis van de nettorente (de voor de toegelaten instelling geldende rente voor langlopende leningen, onder aftrek van belasting op basis van het effectieve belastingtarief). 

Kasstroomoverzicht 

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de directe methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de kasmiddelen, de tegoeden op bankrekeningen. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, (des)investerings- en financieringsactiviteiten. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. De directe methode ter splitsing van de operationele kasstromen geeft een beeld van de ontvangsten en uitgaven per categorie zoals die zich werkelijk in de bedrijfsactiviteiten voordoen. De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten).

Gebeurtenissen na balansdatum 

Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening. Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

Toelichting op de balans per 31 december 2024

Activa

1. DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie

  DAEB Niet-DAEB
Stand per 1 januari    
Aanschafprijs 826.349 10.441
Cumulatieve waardeveranderingen 352.798 -759
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 4.076 0
Marktwaarde voor aftrek voorziening 1.183.223 9.682
     
Mutaties in het boekjaar    
Investeringen:    
Aankopen in vastgoed in exploitatie (initiële verkrijgingsprijs) 0 0
Investeringen in vastgoed in exploitatie (uitgaven na eerste waardering) 15.932 0
Overboeking van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 11.011 0
Buitengebruikstellingen en afstotingen -889 0
     
     
Waardeveranderingen:    
Waardeveranderingen (winsten of verliezen als gevolg van aanpassingen van de marktwaarde) 120.064 -157
Waardeveranderingen onrendabele investeringen en herstructureringen 0 0
Overige waardeveranderingen -3.512 0
Overboeking van vastgoed in ontwikkeling -3.894 0
Verkopen -751 0
Saldo mutaties in boekjaar 137.962 -157
     
Stand per 31 december    
Aanschafprijs 852.403 10.441
Cumulatieve waardeveranderingen 464.706 -916
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 42 0
Marktwaarde voor aftrek van voorziening 1.317.151 9.525
     
Voor het verloop van de post 'Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen' verwijzen wij naar toelichting 11 in deze    
jaarrekening.    

Toelichting bij toepassing basis versie en full versie

De actuele waarde van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de marktwaarde zoals opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’). 

Basis versie

We gebruiken de basis versie van het Handboek voor eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden. Dit bedraagt ultimo 2024 € 1.044 miljoen. In het Handboek is opgenomen dat de basisversie de mogelijkheid biedt om op portefeuilleniveau tot een aannemelijke marktwaarde te komen.

De gehanteerde basis versie is een geheel modelmatige waardering waarbij er voor de waardering overeenkomstig de bepaling van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ geen betrokkenheid van de taxateur aan de orde is. 

De methoden, relevante veronderstellingen en disconteringsvoet die gehanteerd zijn voor woongelegenheden (eengezinswoningen en meergezinswoningen) en parkeergelegenheden zijn bepaald in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ en kunnen bij toepassing van de basis versie niet worden gewijzigd.

Zoals hierna verder is uitgewerkt en toegelicht, maakt de toegelaten instelling voor de waardering van EGW, MGW en parkeren gebruik van de basisversie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’. De basisversie betreft een modelmatige waardering van het vastgoed tegen marktwaarde in verhuurde staat waarbij geen vrijheidsgraden inzake de uitgangspunten en parameters van de waardering mogelijk zijn. Daarnaast leidt de basisversie tot een marktwaarde in verhuurde staat op (vastgoed)portefeuilleniveau en niet tot een marktwaarde in verhuurde staat op waarderingscomplexniveau. Ten slotte kent de waardering volgens de basisversie geen betrokkenheid van een taxateur. Hierdoor kan de marktwaarde in verhuurde staat afwijken van de marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen. De herwaarderingsreserve is, overeenkomstig de verslaggevingsrichtlijnen, bepaald op waarderingscomplexniveau. Aangezien er bij waardering volgens de basisversie sprake is van een waardering op portefeuilleniveau in plaats van op complexniveau, kan er tevens binnen het eigen vermogen sprake zijn van een onnauwkeurigheid in de allocatie tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserve. Deze actuele waarde vormt tevens de basis voor de totstandkoming van de beleidswaarde. Ook deze waarde kan daarom afwijken van de beleidswaarde die gebaseerd is op een marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen.

Jaarlijks wordt na 1 juli het handboek gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full variant toepassen, dat wil zeggen de waardering gebruikmakend van een externe taxateur op balansdatum van het daaraan voorafgaande boekjaar.  Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. De validatie eis daarbij is dat voor ten minste 90% van de portefeuilles het verschil tussen de basiswaardering en full waardering beperkt moet blijven tot maximaal + of - 10%. Uit de validatie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2023 is gebleken dat de basisversie 2023 tot een aanvaardbare marktwaardering op portefeuilleniveau heeft geleid uitgaande van een taxatie onzekerheid van + of - 10%.  In de COROP regio Zuid-Oost Drenthe was de waardering  o.b.v. de rapportage van abf CALCASA d.d. 12 september 2024 inzake Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 3,92% te laag. Dit effect is onderdeel van de niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 2024 en bedraagt circa € 2,9 miljoen. De vergelijkende cijfers 2023 zijn hierop niet aangepast

Uit het validatierapport blijkt dat jaarlijks aanpassingen noodzakelijk zijn in de uitgangspunten om tot een aanvaardbare waardering te komen. In de finale versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024 is de disconteringsvoet verhoogd, teneinde marktconformiteit van de marktwaarde in verhuurde staat te realiseren, Ten opzichte van het handboek 2023 is een aanzienlijke stijging van de historische leegwaarde in ons COROP gebied opgenomen. Deze stijging is gebaseerd op de gerealiseerde leegwaarde stijging in het verleden. De jaarlijkse mutatie van de marktwaarde welke tot uitdrukking komt in de jaarrekening (waardeverandering vastgoedportefeuille) bestaat derhalve onder meer uit de marktontwikkeling over 2024 enerzijds en de validatie effecten anderzijds. De inzichten van de validatie 2024 zijn vanzelfsprekend nog niet bekend met betrekking tot de waardering volgens de basisversie naar de stand van 31 december 2024 en dan ook niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Full versie 

We gebruiken de full versie van het Handboek voor extramurale zorgeenheden, intramurale zorgeenheden, studenteneenheden, bedrijfs onroerend goed en maatschappelijk onroerend goed, de marktwaarde hiervan bedraagt ultimo 2024 € 283 miljoen. In het Handboek is opgenomen dat de full versie de mogelijkheid biedt om op complexniveau, met ondersteuning van een externe taxateur tot een aannemelijke marktwaarde te komen. 

Voor de gehanteerde full versie is een externe taxateur ingeschakeld bij de waardering van het vastgoed in exploitatie. In 2022 is 100% van het vastgoed getaxeerd. In 2024 heeft een taxatie-update plaatsgevonden op deze waardering. 

De methoden, relevante veronderstellingen en disconteringsvoet die gehanteerd zijn voor bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed, studenteneenheden en intramuraal en extramuraal vastgoed zijn bepaald in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’. De full versie maakt gebruik van vrijheidsgraden. Dit betekent dat voor de waardering van vastgoed in exploitatie kan worden afgeweken van de veronderstellingen en disconteringsvoet zoals opgenomen in de basisversie. De belangrijkste veronderstellingen en disconteringsvoet worden hieronder per categorie vastgoed in exploitatie nader toegelicht. 

Toelichting rekenmodel 

Overeenkomstig het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde” vindt waardering op waarderingscomplexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Domesta maken deel uit van een waarderingscomplex.

Alle verhuureenheden van Domesta maken deel uit van een waarderingscomplex. De Marktwaarde in verhuurde staat wordt berekend in het rekenmodel TMS van Ortec Finance en is voorzien van een goedkeurend assurancerapport. 

Toelichting parameters marktwaarde

Op basis van artikel 31 BTIV wordt er onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën vastgoed. Bij alle categorieën wordt de DCF (Discounted Cash Flow)-methode gehanteerd. De volgende disconteringsvoeten zijn gemiddeld gehanteerd voor iedere categorie:

  Disconteringsvoet Exit yield DE Exit yield UP Mutatiegraad Leegwaarde (VHE) Markthuur (VHE p/m)
Woongelegenheden 7,41% 6,45% 5,74% 7,81% 194.922  855,23 
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed 8,88% 9,34% nvt nvt 233.397  1.503,41 
Parkeergelegenheden 8,51% 15,63% 10,48% 6,10% 12.146  44,68 
Intramuraal zorgvastgoed 6,99% 8,50% nvt nvt 142.136  866,57 

De disconteringsvoet is door de taxateur ingeschat op basis van risico's die voor de complexen en locaties van toepassing zijn zoals bouwjaar, uitstraling en locatie.

De markthuur is door de taxateur ingeschat, gebaseerd op de huurprijs per m per jaar die wordt betaald voor vergelijkbaar vastgoed in ons werkgebied.

De leegwaarde bepaalde de taxateur als een resultante van het verhuurbaar vloeroppervlak, de markthuur en de disconteringsvoet, teruggerekend naar kosten koper.

Contractuele verplichtingen

Er is geen sprake van contractuele verplichtingen.

Woningen bestemd voor de verkoop 

Ultimo boekjaar wordt hard gewerkt aan het updaten van de verkoopvijver. De ambitie is om in 2025 meer woningen te verkopen dan in voorgaande jaren. In de begroting zijn de volgende bedragen opgenomen voor 2025. De verwachte opbrengstwaarde van de te verkopen woningen bedraagt € 7.945.000 de boekwaarde van de te verkopen woningen bedraagt € 5.807.000.

Achterstallig onderhoud 

We beschouwen asbest veilig maken van ons bezit als achterstallig onderhoud. Dit is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Deze kosten worden meegenomen bij het waarderen van het bezit. De kosten voor het achterstallig onderhoud zijn € 2,4 miljoen en zijn verdeeld over 36 complexen (2023: € 3,1 miljoen en zijn verdeeld over 56 complexen).

Hypothecaire zekerheden 

Het DAEB-vastgoed in exploitatie is (nagenoeg) geheel gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is voor €0 gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft hierbij het recht van eerste hypotheek. Voor deze borgstelling wordt door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw een obligo per lening gevraagd. Als gevolg hiervan zijn de onroerende en roerende zaken in exploitatie die met geborgde leningen zijn gefinancierd niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. De ultimo boekjaar bestaande obligoverplichting is toegelicht in de paragraaf 'Obligoverplichting Waarborgfonds sociale Woningbouw' onder Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen. 

Beleidswaarde

Voor de bepaling van de beleidswaarde is overeenkomstig de in de regelgeving voorgeschreven methodiek de disconteringsvoet uit het Handboek modelmatig waarderen gehanteerd. De disconteringsvoet voor de beleidswaarde 2024 is vastgesteld op 4,17% voor de DAEB-portefeuille en 4,7% voor de niet-DAEB portefeuille. Per 31 december 2024 is in totaal € 420 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het Eigen vermogen begrepen (2023: € 464 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving. 

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Domesta. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurhuizen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. 

Daarnaast zal bij mutatie van het huis slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie. Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd. 

Uitgangspunten beleidswaarde

Vanaf verslagjaar 2024 komen de volgende grondslagen voor de bepaling van beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige en onzelfstandige woongelegenheden) overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  • Voor de gehele woongelegenhedenportefeuille toepassen van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. De overdrachtskosten worden op 0 gezet. Er is geen sprake meer van eindwaardeberekening maar van een eeuwigdurende benadering door middel het inrekenen van de kasstromen vanaf jaar 15 tot en met 60 jaar.
  • Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van de toegelaten instelling bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en Nationale Prestatieafspraken en prestatieafspraken met gemeenten. De streefhuur wordt geïndexeerd met de prijsinflatie.
  • Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald op basis van het eigen onderhoudsbeleid en berekend aan de hand van de eigen meerjaren onderhoudsbegroting van Domesta voor de componenten instandhoudingsonderhoud en mutatieonderhoud. Deze onderhoudsbegroting bevat de onderhoudsuitgaven voor de komende 60 jaar, voordat er correcties als gevolg van clustering vanwege ingrijpende verbouwing zijn verwerkt. De meerjarenonderhoudsbegroting wordt per complex bepaald, waarbij de uitgangspunten worden onderbouwd aan de hand van concrete bronnen, rekening houdend met de conditie van de verschillende complexen. De 60-jaarsperiode bevat alle vastgestelde onderhoudscycli; zowel de kortere cycli (als langere cycli zijn opgenomen.

De schatting van het ingerekende onderhoud is gebaseerd op de beschikbare inzichten aan het einde van het boekjaar. Aangezien de onderhoudsbegroting gebaseerd op een periode van 60 jaar nog in ontwikkeling is, is een gemiddelde onderhoudsnorm bepaald per type woongelegenheid.

De volgende typen zijn onderscheiden:

  • Eengezinswoningen
  • Meergezinswoningen
  • Extramurale zorgwoningen
  • Studenteneenheden

Deze gemiddelde onderhoudsnorm per type woongelegenheid is bepaald op basis van referentie complexen waarvoor wel een meerjarige onderhoudsbegroting beschikbaar is, opgesteld door onze externe partners. Hierbij zijn diverse schattingen gemaakt om de toekomstige onderhoudsbehoeften zo nauwkeurig mogelijk te voorspellen. Het is van belang op te merken dat nieuwe informatie en gegevens in de toekomst aanleiding kunnen geven tot bijstellingen van deze schatting. Door periodieke herzieningen en een verfijning van de meerjarenbegroting per complex streven we ernaar het ingerekende onderhoud zo af te stemmen dat deze optimaal inspeelt op de ontwikkelingen en veranderende omstandigheden, en een accurate weerspiegeling biedt van de feitelijke situatie.

De definitie van onderhoud vanuit eigen beleid is gelijk aan de definitie gehanteerd in de post 'lasten onderhouds- activiteiten’ in de functionele winst en verliesrekening in de rubriek ‘Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille’, met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op de zogenaamde ingrijpende verbouwing. 

  • Inrekening van toekomstige beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten zoals die worden verwerkt onder de post Lasten verhuur en beheeractiviteiten en de post Overige directe operationele lasten in de winst-en-verliesrekening.
  • Inrekening van noodzakelijke verplichtingen die voortkomen uit wettelijke verplichtingen of landelijke afspraken, zoals het uitfaseren van woningen met energielabels E, F en G. In de marktwaarde zijn deze uitgaven geen onderdeel van het achterstallig onderhoud.
  • Inrekening van een uniforme, lagere disconteringsvoet (“sociale disconteringsvoet”) in plaats van de marktdisconteringsvoet. De sociale disconteringsvoet wordt jaarlijks in oktober gepubliceerd op de website van de Autoriteit Wonen.

De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.

De afwijkingen in gehanteerde uitgangspunten, veronderstellingen en gehanteerde disconteringsvoet tussen beleidswaarde en marktwaarde:

Het bestuur van Domesta heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 459 miljoen. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2024 bestaat uit de volgende onderdelen:

  2024 2024
beleidswaarde marktwaarde
Huurprijzen Streefhuur van 60,84% van de maximaal redelijke huur Markthuur en maximale huren conform het WWS
Gemiddelde streefhuur EUR 617,21 per vhe Gemiddelde maximale huur EUR 1011,97 per vhe
Onderhoudsnorm Kasstromen voor komende 60 jaar vanuit de Gemiddelde bedragen voor onderhoud per complex met
meerjaren-onderhoudsbegroting  aanpassing van de modelmatige onderhoudsbedragen
Gemiddeld EUR 3735,30 per vhe door externe taxateur.
  Gemiddeld EUR 1116,27 per vhe
Beheerlasten Toekomstige beheerlasten volgens begroting. Marktconforme beheerlasten. Gemiddeld EUR 909,63 per
  Gemiddeld EUR 903,62 per vhe vhe
Achterstallig onderhoud: verplichting met EFG label EUR 915.130 aan verplichtingen ingerekend Geen verplichtingen EFG labels ingerekend
Disconteringsvoet Sociale disconteringsvoet conform handboek Marktconforme disconteringsvoet per complex. Verschil
modelmatige waardering DAEB 4,17% en Niet- tussen disconteringsvoet doorexploitatie en
DAEB 4,70% uitpondscenario. Disconteringsvoet hoogste scenario
  voor marktwaarde variërend van 5% tot 13,25%.

Uitgangspunten beleidswaarde (gemiddelde per woning teruggerekend in €)

  2024 2023
Beleidshuur per maand 617 596
Onderhoudsnorm 3.735 2.896
Beheerlasten 903 927
Disconteringsvoet 4,17% 6,64%

Specificatie beleidswaarde

  2024 2023
Marktwaarde in verhuurde staat  1.326.675   1.192.905 
Beschikbaarheid (doorexploiteren)  -36.276   150.957 
Betaalbaarheid (huren)  -332.389   -395.096 
Kwaliteit (onderhoud)  -398.593   -265.965 
Beheer (beheerkosten)  -12.017   -33.266 
Disconteringsvoet  160.667   
Beleidswaarde  708.068   649.534 

Sensitiviteitsanalyse

Scenario Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op beleidswaarde Effect
1. Disconteringsvoet 0,5% hoger € 61,4 miljoen lager
2. Streefhuur per maand € 25 hoger € 56,8 miljoen hoger
3. Lasten onderhoud per jaar € 100 hoger € 35,1 miljoen lager
4. Lasten beheer per jaar € 100 hoger € 35,1 miljoen lager

2. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Stand per 1 januari  
Contractprijs (verkochte woningen) 3.623
Cumulatieve waardeveranderingen 2.934
Boekwaarde per 1 januari 6.557
   
Mutaties in het boekjaar  
Desinvesteringen contractprijs -267
Desinvesteringen waardeveranderingen -212
Waardeveranderingen 635
   
Totaal mutaties 156
   
Stand per 31 december  
Contractprijs (verkochte woningen) 3.356
Cumulatieve waardeveranderingen 3.357
Boekwaarde per 31 december 6.713

Het aantal huizen verkocht onder voorwaarden bedraagt ultimo 2024: 29 (2023: 31).

3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Stand per 1 januari  
Aanschafprijs 6.835
Cumulatieve waardeveranderingen -27.952
Boekwaarde onder aftrek van voorziening -21.117
   
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 22.528
Boekwaarde voor aftrek van voorziening 1.411
   
Mutaties in het boekjaar  
Presentatiewijziging aanschafwaarde -1.387
Presentatiewijziging cumulatieve waardeverandering 1.387
   
Investeringen 11.467
Waardeveranderingen -10.110
Overboeking naar DAEB- vastgoed in exploitatie  
Investeringen opgeleverde projecten -11.011
Waardeveranderingen opgeleverde projecten 3.894
Overboeking naar voorraad grond- en ontwikkelposities -612
Saldo mutaties -6.372
   
Stand per 31 december  
Aanschafprijs 5.292
Cumulatieve waardeveranderingen -32.782
Boekwaarde onder aftrek van voorziening -27.490
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 28.785
Boekwaarde voor aftrek van voorziening 1.295

4. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

  Bedrijfsgebouwen Overige roerende zaken Totaal
Stand per 1 januari      
Verkrijgingsprijs 8.538 8.606 17.144
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen -3.815 -6.244 -10.059
Boekwaarde 4.723 2.362 7.085
       
Mutaties in het boekjaar      
       
Investeringen 169 824 993
Desinvesteringen -43 -4.927 -4.970
Afschrijvingen desinvesteringen 43 4.905 4.948
Afschrijvingen -170 -567 -737
Totaal mutaties -1 235 234
       
Stand per 31 december      
Verkrijgingsprijs 8.664 4.503 13.167
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen -3.942 -1.906 -5.848
Boekwaarde 4.722 2.597 7.319

In de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn alle posten van de exploitatie begrepen welke juridisch en economisch in vrije eigendom van Domesta zijn.

Financiële vaste activa

5. Latente belastingvorderingen

  2024 2023
Afschrijvingspotentieel 2.662 2.856
  2.662 2.856

Verloopoverzicht latente belastingvordering afschrijvingspotentieel

Stand per 1 januari 2.856
Wijziging ten gunste / (ten laste) van het resultaat -194
Stand per 31 december 2.662

Sinds 1 januari 2008 is Domesta voor al haar activiteiten onderworpen aan vennootschapsbelasting. Tot 2008 was Domesta alleen voor haar commerciële activiteiten onderworpen aan vennootschapsbelasting. Domesta heeft de VSO2 in 2009 ondertekend. De VSO2 heeft een looptijd tot en met 31 december 2012. Na deze periode wordt de VSO2 stilzwijgend met steeds één jaar verlengd, tenzij een van de partijen vóór 1 december heeft opgezegd. De Belastingdienst heeft de woningcorporaties in november 2022 medegedeeld dat de VSO2 per 1 januari 2023 is opgezegd. De opzegging heeft voor Domesta naar verwachting beperkte impact.

De op contante waarde van de gewaardeerde latentie afschrijvingspotentieel is berekend tegen 2,44% en heeft een looptijd van 9 jaar. De nominale waarde van deze latenties bedraagt € 2,8 miljoen. De post heeft betrekking op het fiscaal afschrijvingspotentieel.

Domesta kan als gevolg van de beperking van de renteaftrek (ATAD) sinds 2019 een deel van de rentelasten niet fiscaal in mindering brengen op de winst. In totaal is hierdoor voor € 17,8 miljoen, aan rentelasten fiscaal niet verrekend. Over 2024 heeft Domesta voor een bedrag van € 3,2 miljoen (last: € 1,4 miljoen) niet kunnen verrekenen. Domesta voorziet geen mogelijkheid tot verrekening en waardeert dit verschil om die reden niet in de jaarrekening. Domesta kent commercieel/fiscale verschillen waarvoor geen latentie wordt gevormd, bijvoorbeeld vanwege de geringe omvang of het verschil in feite permanent is.

Domesta voert in duurzaamheid haar beleid als toegelaten instelling uit, gericht op het beheren en verhuren van woningen en daarmee het in stand houden van (de omvang van) haar vastgoedportefeuille. Domesta heeft aan het einde van de levensduur de intentie tot sloop, gevolgd door (vervangende) nieuwbouw.

In de jaarrekening 2024 is een fiscaal resultaat van € 8,3 miljoen berekend. Domesta heeft geen compensabele verliezen meer.

6. Lening u/g

  2024 2023
Leningen u/g    
Stand per 1 januari 417 423
Aflossingen -28 -6
Stand per 31 december 389 417

De post overige vorderingen bestaat uit uitgestelde betalingen op verkochte huizen en verstrekte startersleningen. Naar verwachting heeft het gehele bedrag een looptijd langer dan 1 jaar.

Vlottende activa

7. Voorraden

  2024 2023
Overige voorraden    
Voorraad klein materiaal 2 58
Grond- en ontwikkelposities 744 194
  746 252

Grond- en ontwikkelposities betreft de grondlocatie ten behoeve van (toekomstige) ontwikkelingsprojecten die nog niet in realisatie zijn genomen. Deze gronden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs dan wel de lagere opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de extern dan wel intern uitgevoerde toetsing van de waardering van gronden ultimo boekjaar. Deze interne toetsing is gebaseerd op de kennis van de lokale markt alsmede van de lokale ontwikkelmogelijkheden (waaronder bestemmingswijzigingen, etc.).

8. Vorderingen

  2024 2023
Huurdebiteuren    
Zittende huurders 838 523
Voorziening wegens oninbaarheid -122 -96
  716 427
  2024 2023
Vorderingen op gemeenten    
Vorderingen gemeente 250 0
Bijdragen WMO 2 0
  252 0
  2024 2023
Vennootschapsbelasting    
Vennootschapsbelasting voorgaande boekjaren 2.033 3.424
Vennootschapsbelasting huidig boekjaar 3.079 675
  5.112 4.099
  2024 2023
Overige vorderingen    
Vertrokken huurders 551 543
Voorziening wegens oninbaarheid -443 -460
  108 83
  2024 2023
Overlopende activa    
Diversen (o.a. griffierechten) 1.105 169
Subsidie 158 0
  1.263 169

Onder de vorderingen zijn geen posten opgenomen met een resterende looptijd langer dan een jaar.

9. Liquide middelen

  2024 2023
BNG Bank N.V. rekening-courant 6.525 1
ING Bank N.V. rekening-courant 1.296 95
ING Bank N.V. spaarrekening 0 0
Rekening-courant SVN 570 529
ING Bank N.V. rekening-courant niet-DAEB 45 46
Kasmiddelen 1 0
  8.437 671

Liquide middelen staan ter vrije beschikking.

Passiva

10. Eigen vermogen

  2024 2023
Herwaarderingsreserve    
Stand per 1 januari 463.680 423.325
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar -42.648 41.446
  421.032 464.771
Desinvesteringen -938 -1.091
Stand per 31 december 420.094 463.680
     
Overige reserves    
Stand per 1 januari 433.273 438.053
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar -28.877 -5.871
Stand per 1 januari 404.396 432.182
Mutatie herwaarderingsreserve 938 1.091
Stand per 31 december 405.334 433.273

Desinvestering betreft het gerealiseerde deel van de herwaardering gedurende het boekjaar en bestaat uit realisatie uit verkoop €938.000 (2023: € 738.000) realisatie uit sloop €0 (2023: € 354.000). 

Herwaardering betreft het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de historische kostprijs en leidt tot een herwaarderingsreserve in het eigen vermogen. Wanneer er sprake is van een negatief verschil tussen de marktwaarde van activa en de historische kostprijs wordt dit ORT genoemd en komt ten laste van de overige reserve in het eigen vermogen.

Voor de toelichting inzake de resultaatbestemming verwijzen we naar hoofdstuk 10.1 Statutaire bepalingen inzake het resultaat. 

11. Voorzieningen onrendabele investeringen en herstructureringen

  Toekomstige investeringen in bestaande complexen Toekomstige investeringen in nieuwbouw projecten Totaal
Stand per 1 januari 4.076 22.528 26.604
Mutaties in het boekjaar      
Toevoeging ten laste van het resultaat   14.586 14.586
Onttrekkingen -4.034   -4.034
Vrijval ten gunste van het resultaat 0 -4.367 -4.367
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 0 -3.962 -3.962
Stand per 31 december 42 28.785 28.827

12. Overige voorzieningen

Jubileum voorziening  
Stand per 1 januari 436
Mutaties in het boekjaar  
Onttrekking -1
Toevoeging ten laste van het resultaat 97
Vrijval ten gunste van het resultaat -18
Stand per 31 december 514

De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. Van de voorzieningen is een bedrag van € 314.000 (2023: € 293.000) als langlopend (langer dan een 5 jaar) aan te merken. Dit betreft een deel van de voorziening voor jubileumuitkeringen.

13. Langlopende schulden

  Schulden aan banken Schulden/ leningen overheid
     
Stand per 1 januari 347.542 149
Nieuw opgenomen leningen 52.000 0
Vrijval agio lening Vestia en Weideheem -176 0
Aflossingen -10.383 -10
Mutaties variabele hoofdsom leningen -18.000 0
Saldo 370.983 139
     
Af: Aflossingsverplichting komend jaar -17.231 -11
Stand per 31 december 353.752 128
     
Looptijd van:    
Tot 1 jaar 16.699 0
Tussen 1 en 5 jaar 43.500 0
Langer dan 5 jaar 310.784 139
     
Het schuldrestant van de leningenportefeuille bestaat uit de type leningen: Schulden aan banken Schulden/ leningen overheid
Vastrentende leningen 316.983 139
Variabel rentende leningen 4.000 0
Basisrenteleningen 50.000 0
Stand per 31 december 370.983 139

De stand per 1 januari 2024 in bovenstaand overzicht betreft zowel het kortlopend als het langlopend deel per 1 januari. 

Per 31 december 2024 heeft Domesta een leningenportefeuille met een schuldrestant van € 367,5 miljoen. De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 421,4 miljoen. Domesta beschikt over 2 variabele hoofdsomleningen van totaal € 20 miljoen. Van dit saldo is € 4 miljoen opgenomen en is de overige € 16 miljoen vrij op te nemen. De leningenportefeuille bestaat voor € 702.000 uit niet door het WSW geborgde financiering. Deze lening is verstrekt door de BNG Bank onder gemeentegarantie van de gemeente Hoogeveen. 

Het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille, zonder het effect van afgeleide financiële rente-instrumenten, bedraagt 2,44% (2023: 2,46%).

De basisrenteleningen hebben een rentetarief dat bestaat uit twee componenten, zijnde een basisrente en een liquiditeitsopslag. De basisrente geldt voor de volledige looptijd van de leningen. De liquiditeitsopslag geldt voor de overeengekomen periode, waarbij de eerste minimale looptijd 5 jaar bedraagt. Na 5 jaar dient een nieuwe liquiditeitsopslag met de bank overeengekomen te worden. De liquiditeitsopslag van de huidige basisrenteleningen bedraagt tussen 0,12% en 0,18%. Voor een overzicht van de renteherzieningsmomenten van de leningen wordt verwezen naar de risicoparagraaf Renterisico van de toelichting Financiële instrumenten. De variabel rentende leningen (zogeheten roll-over leningen) dragen een variabel rentepercentage op de 1-maands Euribor-notering met een gewogen gemiddelde opslag van 0,21%.

Het totaal van door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geborgde leningen bedraagt € 382,6 miljoen (2023: 352,9 miljoen). 

Het agio ruillening Vestia is in de winst- en verliesrekening 2021 verantwoord als volkshuisvestelijke bijdrage onder de overige organisatiekosten. Het agio valt in 40 jaar (2022 tot en met 2061) volgens het amortisatieschema vrij ten gunste van de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten. De vrijval komend boekjaar is opgenomen onder de kortlopende schulden. 

De ING bank heeft tevens een rekening-courantkrediet verstrekt. De kredietfaciliteit in rekening-courant bij de ING bedraagt per 31 december 2024 € 1,5 miljoen (2023: € 1,5 miljoen) en de rente Euribor plus 1,4% (2023: 1,4%). 

De gewogen gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille bedraagt ultimo 2024 21 jaar (2023: 19 jaar). 

14. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Stand per 1 januari 5.874
Mutaties:  
Vermindering als gevolg van terugkoop/afkoop verplichting -426
Waardemutaties terugkoopverplichting 488
Stand per 31 december 5.936

Domesta heeft ultimo 2024 uit hoofde van de regeling Verkoop onder voorwaarden een terugkoopverplichting voor 29 woningen (2023: 31 woningen). De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichtingen. Bij jaarlijkse toetsing van de terugkoopverplichting wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling van onroerende zaken en specifieke contractvoorwaarden met derden. 

De waardeverandering van de huizen verkocht onder voorwaarden en terugkoopverplichting wordt jaarlijks in de winst- en verliesrekening verantwoord. 

15. Overige schulden

Stand per 1 januari 38
Mutaties in het boekjaar:  
Ontvangen waarborgsommen 0
Terugbetaalde waarborgsommen -1
Stand per 31 december 37

De waarborgsommen bestaan uit de ontvangen waarborgsommen uit hoofde van zakelijke huurovereenkomsten. De waarborgsommen hebben een looptijd langer dan 1 jaar.

16. Kortlopende schulden

Schulden aan overheid 2024 2023
Kortlopend deel langlopende schulden 11 10
     
     
Schulden aan banken 2024 2023
ING Bank N.V. rekening-courant schuld 0 519
Kortlopend deel langlopende schulden 17.231 6.670
  17.231 7.189
     
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen 2024 2023
Omzetbelasting 2.460 2.680
Premies sociale verzekeringen 340 221
Pensioenen 106 100
  2.906 3.001
     
Overlopende passiva 2024 2023
Rente- en bankkosten 4.431 3.937
Vooruitontvangen huur 886 810
Overlopende onderhoudskosten 1.750 555
Overige overlopende passiva 988 2.038
  8.055 7.340

De kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan 1 jaar. 

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Afkoopsommen

Met een zakelijke huurder is een separate afspraak gemaakt om de verbouwingskosten en het gasloos maken van het pand in de huurprijs te verdisconteren. Bij beëindiging van dit contract is de huurder de resterende termijnen, tot en met 31 januari 2035, verschuldigd. De waarde van deze afkoop bedraagt per 31 december 2024 € 95.000.

Investeringsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw, renovatie en onderhoud van woningen opgenomen tot een bedrag van € 3,9 miljoen (2023: € 11,8 miljoen).

Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Gebaseerd op artikel 18 van het Reglement van Deelneming van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) heeft Domesta een obligoverplichting naar het WSW. De verplichting is voorwaardelijk. Dit obligo is opeisbaar indien het totale risicovermogen van het WSW onder het garantieniveau (0,25% van het geborgd schuldrestant) daalt. 

De obligoverplichting bestaat uit het jaarlijks obligo en het gecommitteerd obligo.

De maximale netto omvang van het jaarlijks obligo is vastgesteld op 0,25% van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Bij het huidige tarief van 25,8% vennootschapsbelasting resulteert dit in een maximale omvang van het jaarlijkse obligo van 0,3333% bruto. De jaarlijkse obligoheffing wordt verantwoord onder de rentelasten en soortgelijke kosten.

Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen de deelnemers zeker door middel van een obligolening. De obligolening is een door het WSW geborgde variabele hoofdsomlening die deelnemer aangaat met een geldgever en waarvan na trekking de gelden rechtstreeks worden gestort op een daartoe aangewezen rekening van het WSW. De obligolening weegt voor de totale hoofdsom mee in de dekkingsratio en onderpandsratio van de deelnemer.

Jaarlijks stelt het WSW de omvang van het gecommitteerd obligo vast op basis van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Indien nodig verzoekt het WSW de deelnemer vervolgens om de hoogte van de obligolening hierop aan te passen.

Domesta heeft ultimo 2024 € 9.155.000 (2023: € 8.822.000) aan obligolening (met variabele hoofdsom) aangetrokken. 

Bijdrageheffing kosten Autoriteit woningcorporaties

In artikel 61c van de Woningwet is bepaald dat Domesta moet betalen voor de kosten van de Autoriteit woningcorporaties. Hiertoe moet de Aw jaarlijks uiterlijk op 1 oktober bij Domesta een bijdrageheffing innen. Artikel 121 van het BTIV bevat de wettelijke grondslag voor de berekeningswijze en de procedure.

De bijdrageheffing Aw is een jaarlijks terugkerende heffing. De bijdrageheffing van de Aw kent een tarief voor alle woongelegenheden in eigendom van Domesta en een tarief per € 1.000 WOZ-waarde op 31 december van het voorafgaande jaar.

Per saldo is de bijdrageheffing voor de kosten Aw 2024 vastgesteld op totaal €13,4 miljoen. Dit totaalbedrag is verdeeld over alle corporaties op grond van de berekeningswijze in het Btiv 2015. Dit betekent voor Domesta een tarief van circa € 2,80 per woongelegenheid en circa € 0,011 per € 1.000 WOZ-waarde van de woongelegenheden in eigendom van Domesta.

Erfpachtverplichtingen

Een deel van de onroerende goederen is gebouwd op grond met erfpachtverplichtingen. Het jaarlijkse bedrag aan canonverplichtingen bedraagt € 25.500, exclusief indexatie. De canonverplichtingen lopen van 1 april 2024 tot 31 maart 2040.

Leasing

Er zijn langlopende onvoorwaardelijke verplichtingen aangegaan ter zake van operational leasing. De operational leasing wordt lineair over de leaseperiode in de winst-en-verliesrekening verwerkt. De resterende looptijd kan als volgt worden gespecificeerd:

Niet langer dan 1 jaar 267
Tussen 1 en 5 jaar 1.060
Langer dan 5 jaar 5
  1.332

Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben geen gebeurtenissen na balansdatum plaatsgevonden. 

Toelichting op de winst- en verliesrekening 2024

17. Huuropbrengsten

  2024 2023
Nettohuur 73.695 71.389
Dotatie voorziening dubieuze huurdebiteuren -182 -104
Huurderving wegens leegstand en oninbaarheid -515 -476
  72.998 70.809
     
Huurderving in % van de nettohuur 0,70% 0,67%
Huurachterstand in % van de nettohuur 1,89% 1,49%

Alle huuropbrengsten zijn gerealiseerd in Nederland. De netto huur van sociale huurwoningen, garages en parkeerplaatsen is per 1 juli 2024 verhoogd met 5,5% (2023: huurverhoging per 1 juli 2023 van 2,6%).  De netto huur van het zorgvastgoed, maatschappelijke onroerend goed en bedrijfsmatig onroerend goed is verhoogd volgens het geldende huurcontract. Jaarlijks publiceert de Rijksoverheid de maximale huurstijging voor sociale huurwoningen. De maximale huurverhoging per 1 juli 2024 bedraagt 5,8%.

18. Opbrengst servicecontracten

18. Opbrengsten servicecontracten    
  2024 2023
Overige goederen, leveringen en diensten 2.643 2.595
Derving wegens leegstand -37 -25
  2.606 2.570

19. Kosten servicecontracten

19. Lasten servicecontracten    
  2024 2023
Kosten uit afgesloten servicecontracten -2.597 -2.447
Afschrijvingen overige goederen -8 -23
  -2.605 -2.470

20. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

20. Lasten verhuur en beheeractiviteiten    
  2024 2023
Directe kosten verhuur en beheer -265 1.428
Toegerekende organisatiekosten 4.490 5.103
  4.225 6.531

21. Lasten onderhoudsactiviteiten

21. Lasten onderhoudsactiviteiten    
  2024 2023
Planmatig onderhoud 14.060 12.577
Niet planmatig onderhoud (mutaties, reparaties, klachten) 12.567 11.375
Contract onderhoud 4.274 6.407
Overige onderhoudskosten 656 589
Toegerekende organisatiekosten 5.396 4.367
  36.953 35.315

22. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

22. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit    
  2024 2023
Zakelijke lasten (ozb, waterschapsbelasting, rioolheffing etc.) 3.562 3.393
Verzekeringen 620 587
Leegstand gas-, elektra-, waterverbruik 35 12
Overige lasten (per saldo) 699 1.163
  4.916 5.155

23. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

23. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille    
  2024 2023
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 2.571 2.028
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.609 -1.396
Externe verkoopkosten -94 -70
Netto verkoopopbrengst 868 562
Toegerekende organisatiekosten verkoop 14 0
  854 562

24. Overige waardeveranderingen

24. Overige waardeveranderingen    
  2024 2023
Waardeveranderingen onrendabele investeringen en herstructureringen -11.026 -27.653
Overige waardeveranderingen -3.743 -3.567
  -14.769 -31.220

25. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

25. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
  2024 2023
DAEB-vastgoed in exploitatie 120.064 -42.175
Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie -197 -474
  119.867 -42.649

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de vastgoedobjecten in exploitatie (exclusief het effect van onrendabele investeringen) die gewaardeerd zijn op basis van marktwaarde in verhuurde staat. Voor een nadere toelichting op de niet-gerealiseerde waardeveranderingen wordt verwezen naar de toelichting op het vastgoed in exploitatie.

26. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen verkoop onder voorwaarden

26. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden    
  2024 2023
Waardeveranderingen onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 94 19
  94 19

27. Overige organisatiekosten

27. Overige organisatiekosten    
  2024 2023
Totale indirecte organisatiekosten 15.295 14.220
Af: toegerekende organisatiekosten verhuur en beheer 4.490 5.103
Af: toegerekende organisatiekosten onderhoud 5.396 4.367
Af: toegerekende organisatiekosten verkoop bestaand bezit 14 0
Af: toegerekende organisatiekosten leefbaarheid 1.242 1.059
  4.153 3.691
     
De organisatiekosten zijn als volgt opgebouwd:    
Toegerekende organisatiekosten 4.153 3.691
Overige bedrijfskosten 602 614
WSW obligo 105 469
  4.860 4.774

De toerekening van de indirecte organisatiekosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De indirecte organisatiekosten die worden doorberekend hebben onder andere betrekking op lonen en salarissen, afschrijvingen en overige bedrijfskosten. De verdeelsleutels zijn bepaald op basis van aantal fte's. Op de indirecte organisatiekosten zijn voor verdeling de opbrengsten van derden in mindering gebracht. 

De in de winst- en verlies verwerkte afschrijvingen op activa ten dienste van de exploitatie en overige (im)materiële vaste activa bedraagt € 730.000 (2023: € 641.000).

Lonen en salarissen

  2024 2023
Salarissen 7.417 6.257
Sociale lasten 1.251 1.068
Pensioenlasten 840 792
Overige personeelskosten incl. inhuur 2.086 2.130
  11.594 10.247

Personeelsbestand

Het aantal fte bedraagt in 2024 113,46 (2023: 104,76). Geen van de werknemers werkt in het buitenland. Deze personeelsomvang (gemiddeld aantal personen) is als volgt onder te verdelen naar de verschillende functionele gebieden:

  2024 2023
Wonen/verhuur 33,78 32,74
Onderhoud 27,33 24,84
Verkoop/projectontwikkeling 12,7 11,67
Staf en financiën 17,51 14,26
Overige 22,14 21,25
Totaal 113,46 104,76

Pensioen

De pensioenregeling is ondergebracht bij het SPW en wordt door hen uitgevoerd. Met betrekking tot deze pensioenregeling is het volgende van belang:

  • De pensioenregeling is een toegezegde pensioenregeling (Defined Contribution-regeling).
  • In geval van tekorten bij het SPW heeft Domesta geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.
  • Als en voor zover een overschot of tekort in het fonds van invloed is op in de toekomst door Domesta te betalen premies, zal informatie worden verstrekt over de beschikbare gevolgen omtrent het overschot of tekort en de mogelijke gevolgen voor Domesta.

De dekkingsgraad is één van de belangrijkste graadmeters voor de financiële positie van een pensioenfonds. De dekkingsgraad geeft namelijk aan in welke mate een pensioenfonds in staat is om aan zijn (toekomstige) pensioenverplichtingen te voldoen.

Per 31 december 2024 bedraagt de dekkingsgraad bij SPW 129,0%. (31 december 2023: 128,8%). De vereiste beleidsdekkingsgraad is gelijk aan 126,1%. Het fonds heeft dus voldoende vermogen en geen reservetekort.

28. Kosten omtrent leefbaarheid

28. Kosten omtrent leefbaarheid (x € 1.000)    
  2024 2023
Kosten leefbaarheid 285 237
Toegerekende kosten leefbaarheid 1.242 1.059
  1.527 1.296

29. Financiële baten en lasten

29. Financiële baten en lasten (x € 1.000)    
  2024 2023
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 233 195
Rentelasten en soortgelijke kosten -9.034 -8.513
  -8.801 -8.318

30. Belastingen

De belastinglast over het resultaat in de winst- en verliesrekening bestaat uit de volgende componenten: 

  2024 2023
Mutatie belastinglatentie  -194   -4.596 
Vennootschapsbelasting voorgaande jaren  -754   277 
Vennootschapsbelasting boekjaar  -2.137   -3.510 
   -3.085   -7.829 
     
De belastingdruk over het boekjaar 2024 bedraagt 22,8% (2023: 12,3%).    
     
De acute belasting is als volgt bepaald: 2024 2023
Resultaat voor belastingen  117.891   -63.696 
Waardeveranderingen vastgoedbeleggingen  -105.193   73.850 
Verschil commerciële / fiscale afschrijving  -1.929   -2.236 
Bij: Fiscaal geen opbrengst verkoop onroerende zaken  434   383 
Vorming HIR  -1.330   -877 
Fiscaal lagere lasten onderhoud  -4.757   1.967 
Vpb opstap belastbaar bedrag  5.116   9.391 
Bij: beperking renteaftrek (ATAD)  3.193   4.214 
Gemengde kosten  25   25 
Vpb resterend belastbaar bedrag  8.334   13.630 
     
De vennootschapsbelasting over het belastbare bedrag is als volgt:    
  2024 2023
19% over € 200.000  38   38 
25,80% over resterende belastbaar bedrag  2.099   3.473 
Af te dragen over boekjaar  2.137   3.511 
Reeds voldaan  5.216   4.186 
Te ontvangen vennootschapsbelasting huidig boekjaar  -3.079   -675 

31. Honoraria van de accountant

De volgende honoraria zijn in het boekjaar ten laste gebracht van Domesta. Dit is zoals bedoeld in artikel 2:382a lid 1 en 2 BW. 

  2024 2023
Onderzoek van de jaarrekening door KPMG Accountants N.V. 346 296
Andere controleopdrachten door KPMG Accountants N.V. 18 17
  364 313

De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2024 (2023) hebben betrekking op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2024 (2023), ongeacht of de werkzaamheden al gedurende het boekjaar 2024 (2023) zijn verricht.

De in de tabel vermelde honoraria voor andere controlewerkzaamheden 2024 (2023) hebben betrekking op de totale honoraria van de assurance-opdrachten ten aanzien van naleving van specifieke wet- en regelgeving en cijfermatige verantwoording (dVi) en de controle van subsidieverantwoordingen.

32. Wet Normering Topinkomens (WNT)

De WNT is van toepassing op Stichting Domesta. Het voor Stichting Domesta toepasselijke bezoldigingsmaximum in 2024 is € 218.000. (Bezoldigingsmaximum woningcorporaties, klasse G). 

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling

Gegevens 2024 bedragen x € 1    
  B.S. Moormann P.A.C. Tazelaar
Functiegegevens Bestuurder Bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 - 30/09 06/05-31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  96.959   127.624 
Beloningen betaalbaar op termijn  11.445   14.942 
Subtotaal  108.404   142.566 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  108.404   142.951 
     
-/- Onverschuldigd betaald bedrag en nog niet terugontvangen bedragen N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging  108.404   142.566 
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2023  
bedragen x € 1 B.S. Moormann
Functiegegevens Bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  186.624 
Beloningen betaalbaar op termijn  21.296 
Subtotaal  207.920 
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  209.000 
   
Bezoldiging  207.920 

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2024          
Bedragen x € 1. A.Stekelenburg S.J.C. Gaastra A. Aachiche R. Rösler K. Strijker
Functiegegevens Voorzitter Vicevoorzitter Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
           
Bezoldiging          
Bezoldiging  26.160   17.440   17.440   17.440   17.440 
           
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  32.700   21.800   21.800   21.800   21.800 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag          
Bezoldiging  26.160   17.440   17.440   17.440   17.440 
           
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
           
Gegevens 2023          
Bedragen x € 1.          
  A.Stekelenburg S.J.C. Gaastra A. Aachiche R. Rösler K. Strijker
Functiegegevens Voorzitter Vicevoorzitter Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 04/01 - 31/12 05/01 - 31/12
           
Bezoldiging          
Bezoldiging  25.080   16.720   16.720   16.580   16.490 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  31.350   20.900   20.900   20.900   20.900 

Uitkeringen wegen beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen  
   
Gegevens 2024  
Bedragen x € 1. B.S. Moormann
Functiegegevens bestuurder
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0
Jaar waarin dienstverband is beëindigd 2024
   
Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband  
Overeengekomen uitkeringen wegen beëindiging dienstverband  54.322 
   
Individueel toepasselijk maximum  75.000 
   
Totaal uitkeringen wegens beëindiging diestverband  54.322 
Waarvan betaald in 2024  54.322 
   
Onverschuldigd betaald bedrag en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. 

DAEB en niet-DAEB

DAEB en niet-DAEB-activiteiten gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht

Op grond van artikel 15 lid 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 moeten toegelaten instellingen in de toelichting van de jaarrekening op de enkelvoudige jaarrekening gescheiden balansen, winst-en-verliesrekeningen en kasstroomoverzichten voor de DAEB-tak en voor de niet-DAEB-tak opnemen. Het belang van de toegelaten instelling in de niet-DAEB-tak is als deelneming verantwoord en daarmee onderdeel van het vermogen van de DAEB-tak. Bij de overzichten in de toelichting behorende tot de jaarrekening zijn vergelijkende cijfers over 2023 opgenomen.

Uitgangspunten

Het vermogen van de DAEB-tak zoals opgenomen in de gescheiden balans omvat tevens het vermogen van de vermogenswaarde van het belang in de niet-DAEB-tak. Het resultaat van de DAEB-tak omvat om deze reden ook het resultaat van het belang in de niet-DAEB-tak.

De uitgangspunten en grondslagen voor toerekening van zijn als volgt:

  • Kosten en opbrengsten die direct samenhangen met DAEB-activiteiten worden volledig aan de DAEB tak toegerekend;
  • Kosten en opbrengsten die direct samenhangen met nietDAEB-activiteiten worden volledig aan de niet-DAEB tak toegerekend;
  • Voor indirecte kosten en opbrengsten wordt een verdeelsleutel gebruikt. Middels de verdeelsleutel worden de kosten en opbrengsten toegedeeld aan de DAEBtak respectievelijk niet-DAEB-tak naar de mate waarin zij op DAEB-activiteiten respectievelijk niet-DAEB activiteiten betrekking hebben.

Toelichting aard niet-DAEB activiteiten

Onder de niet-daeb vallen de parkeergelegenheden en bedrijfsonroerend goed.

Balans per 31 december 2024 DAEB en niet-DAEB (bedragen x 1.000€)

ACTIVA 2024 2024 2023 2023
  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
Vaste activa        
         
Vastgoedbeleggingen        
DAEB-vastgoed in exploitatie 1.317.151 0 1.183.223 0
Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie 0 9.525 0 9.682
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 2.084 4.630 1.889 4.668
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.295 0 1.411 0
  1.320.530 14.155 1.186.523 14.350
Materiële vaste activa        
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 7.114 205 6.884 201
         
Financiële vaste activa        
Deelnemingen in groepsmaatschappijen 9.404 0 9.463 0
Vorderingen op groepsmaatschappijen 1.190 0 1.360 0
Latente belastingvorderingen 2.625 37 2.816 40
Leningen u/g 193 196 213 205
  13.412 233 13.851 245
         
Som van vaste activa 1.341.056 14.593 1.207.258 14.796
         
Vlottende activa        
         
Voorraden        
Overige voorraden 708 38 214 39
         
Vorderingen        
Huurdebiteuren 707 9 412 16
Vorderingen op gemeenten 252 0 0 0
Vennootschapsbelasting 5.041 72 3.962 137
Overige vorderingen 107 1 83 0
Overlopende activa 1.263 -1 137 30
  7.370 81 4.594 183
         
Liquide middelen 8.392 45 636 35
         
TOTAAL ACTIVA 1.357.526 14.757 1.212.702 15.052
PASSIVA 2024 2024 2023 2023
  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
Eigen vermogen        
Herwaarderingsreserve 420.094 2.348 463.680 2.798
Overige reserve 405.334 7.115 433.273 7.108
Resultaat boekjaar 114.806 -59 -71.525 -443
  940.234 9.404 825.428 9.463
Voorzieningen        
Onrendabele investeringen en herstructureringen 28.827 0 26.604 0
Overige voorzieningen 507 7 429 7
         
Langlopende schulden        
Schulden/leningen overheid 128 0 139 0
Schulden aan banken 353.752 0 340.872 0
Schulden aan groepsmaatschappijen 0 1.190 0 1.360
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 1.895 4.041 1.738 4.136
Overige schulden 30 7 30 9
  355.805 5.238 342.778 5.505
Kortlopende schulden        
Schulden aan overheid 11 0 11 0
Schulden aan banken 17.231 0 7.189 0
Schulden aan leveranciers 4.020 38 0 0
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen 2.865 41 2.947 55
Overlopende passiva 8.026 29 7.316 22
  32.153 108 17.463 77
         
TOTAAL PASSIVA 1.357.526 14.757 1.212.702 15.052

Winst- en verliesrekening 2024 DAEB en niet-DAEB (bedragen x 1.000€)

  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
  2024 2024 2023 2023
         
Huuropbrengsten 72.240 758 70.048 761
Opbrengsten servicecontracten 2.490 116 2.459 111
Lasten servicecontracten -2.588 -17 -2.460 -10
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten -4.145 -80 -6.454 -77
Lasten onderhoudsactiviteiten -36.337 -616 -34.802 -513
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -4.838 -78 -5.054 -101
Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille 26.822 83 23.737 171
         
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 2.312 165 2.206 -3
Toegerekende organisatiekosten -14 0 0 0
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.609 0 -1.641 -1
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 689 165 566 -4
         
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -14.765 -4 -31.231 11
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 120.064 -197 -42.174 -475
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 37 57 -11 30
Totaal van waadeveranderingen vastgoedportefeuille 105.336 -144 -73.416 -434
         
Overige bedrijfsopbrengsten 127 2 80 2
Overige bedrijfskosten -1 0 -10 0
Totaal van nettoresultaat overige activiteiten 126 2 70 2
         
72 -4.792 -68 -4.707 -67
Kosten omtrent leefbaarheid -1.504 -23 -1.277 -19
         
Bedrijfsresultaat 126.677 15 -55.028 -350
         
Totaal van financiële baten en lasten -8.770 -31 -8.278 -40
         
Totaal van resultaat voor belastingen 117.907 -16 -63.306 -390
         
Belastingen -3.042 -43 -7.776 -53
Resultaat uit deelneming -59 0 -443 0
         
Totaal resultaat na belastingen 114.806 -59 -71.525 -443

Kasstroomoverzicht 2024 DAEB en niet-DAEB (bedragen x 1.000€)

  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
  2024 2024 2023 2023
Operationele activiteiten        
Ontvangsten:        
Huurontvangsten 71.799 760 69.911 752
Vergoedingen 2.596 119 2.978 110
Overheidsontvangsten 0 0 99 0
Overige bedrijfsontvangsten 258 4 70 2
Ontvangen interest 84 0 54 0
         
Saldo ingaande kasstromen 74.737 883 73.111 864
         
Uitgaven:        
Erfpacht -26 0    
Betalingen aan werknemers -9.503 -135 -8.406 -121
Onderhoudsuitgaven -28.930 -300 -30.819 -543
Overige bedrijfsuitgaven -13.896 -303 -12.685 -221
Betaalde interest -8.544 -31 -8.357 -34
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -222 -3 -573 -8
Leefbaarheid externe uitgaven niet-investeringsgebonden -204 0 -195 -1
Vennootschapsbelasting -3.899 -55 -6.444 -91
         
Saldo uitgaande kasstromen -65.224 -827 -67.479 -1.019
         
Kasstroom uit operationele activiteiten 9.513 56 5.632 -156
         
(Des)investeringsactiviteiten        
         
MVA ingaande kasstroom        
Verkoopontvangsten bestaande huur 2.395 165 2.227 -3
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 0 0 0 0
Verkoopontvangsten grond 0 0 0 0
         
Tussentelling ingaande kasstroom MVA 2.395 165 2.227 -3
         
MVA uitgaande kasstroom        
Nieuwbouw huur -10.577 0 -5.426 -2
Verbeteruitgaven -14.817 0 -13.040 -8
Aankoop -1 -40 -7.286 -247
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 0 0 0 0
Sloopuitgaven -1.177 0 -285 0
Investeringen overig -859 -10 -584 -56
         
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA -27.431 -50 -26.621 -313
         
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA -25.036 115 -24.394 -316
         
FVA        
Ontvangsten overig 190 9 107 0
Uitgaven overig 0 0 0 0
         
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 190 9 107 0
         
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten -24.846 124 -24.286 -316
         
Financieringsactiviteiten        
         
Ingaand        
Nieuwe te borgen leningen 52.000 0 20.000 0
         
Uitgaand        
Aflossing geborgde leningen -10.384 0 -13.070 0
Aflossing ongeborgde leningen -10 -170 12 -103
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 41.606 -170 6.942 -103
         
Toename (afname) van geldmiddelen 26.274 10 -11.713 -575
Wijziging kortgeld -18.000  -  2.000  
  8.274 10 -9.713 -575
         
Aansluiting liquide middelen        
Liquide middelen per 1 januari 117 35 9.830 610
Opname variabele gelden -18.000 0 2.000 0
Liquide middelen per 31 december 8.393 45 117 35
         
Toename (afname) van geldmiddelen 26.275 10 -11.713 -575
         
Ultimo 2023 is in het saldo liquide middelen 519K opgenomen die staat verantwoord onder de kortlopende schulden. Dit betreft het negatieve saldo op de rekening-courant ING.

Versie: v8.2.35

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report