Spring naar inhoud

Jaarrekening

Balans 2025

Balans per 31 december 2025 vóór resultaatbestemming (bedragen x 1.000€)

ACTIVA   31-12-2025 31-12-2024
       
Vaste activa      
       
Vastgoedbeleggingen      
DAEB-vastgoed in exploitatie 1 1.421.944 1.317.151
Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie 1 9.415 9.525
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 2 6.654 6.713
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 3 1.319 1.295
    1.439.332 1.334.684
Materiële vaste activa      
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 4 6.599 7.319
       
Financiële vaste activa      
Latente belastingvorderingen 5 1.993 2.662
Leningen u/g 6 342 389
    2.335 3.051
       
Som van vaste activa   1.448.266 1.345.054
       
Vlottende activa      
       
Voorraden      
Overige voorraden 7 639 746
       
Vorderingen 8    
Huurdebiteuren   651 716
Vorderingen op gemeenten   92 252
Vennootschapsbelasting   2.837 5.112
Overige vorderingen   111 108
Overlopende activa   1.737 1.263
    5.428 7.452
       
Liquide middelen 9 4.408 8.437
       
Som van vlottende activa   10.475 16.635
       
TOTAAL ACTIVA   1.458.741 1.361.689
PASSIVA   31-12-2025 31-12-2024
       
Eigen vermogen 10    
Herwaarderingsreserve   538.549 420.094
Overige reserves   401.685 405.334
Resultaat boekjaar   88.728 114.806
    1.028.962 940.234
Voorzieningen      
Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 11 18.369 28.827
Overige voorzieningen 12 5.907 514
    24.276 29.342
       
Langlopende schulden      
Schulden overheid 13 116 128
Schulden aan banken 13 373.960 353.752
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 14 5.847 5.936
Overige schulden 15 35 37
    379.958 359.853
       
Kortlopende schulden 16    
Schulden aan overheid   12 11
Schulden aan banken   10.617 17.231
Schulden aan leveranciers en handelskredieten   2.651 4.057
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen   4.186 2.906
Overlopende passiva   8.079 8.055
    25.545 32.260
       
       
TOTAAL PASSIVA   1.458.741 1.361.689

Winst- en verliesrekening 2025

Winst- en verliesrekening 2025

    2025 2024
       
Huuropbrengsten 17 76.904 72.998
Opbrengsten servicecontracten 18 2.331 2.606
Lasten servicecontracten 19 -2.238 -2.605
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten 20 -4.980 -4.225
Lasten onderhoudsactiviteiten 21 -34.164 -36.953
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 22 -4.814 -4.916
Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille   33.039 26.905
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 23 5.263 2.477
Toegerekende organisatiekosten   -34 -14
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   -4.600 -1.609
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille   629 854
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 24 -14.513 -14.769
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 25 94.676 119.867
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 26 30 94
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille   80.193 105.193
       
Opbrengsten overige activiteiten   3 129
Kosten overige activiteiten   -10 -1
Totaal van nettoresultaat overige activiteiten   -7 128
       
Overige organisatiekosten 27 -9.086 -4.860
Kosten omtrent leefbaarheid 28 -1.651 -1.527
       
Bedrijfsresultaat   103.117 126.693
       
Totaal van financiële baten en lasten 29 -9.233 -8.801
       
Totaal van resultaat vóór belastingen   93.884 117.891
       
Belastingen 30 -5.156 -3.085
       
Totaal resultaat na belastingen   88.728 114.806

Kasstroomoverzicht 2025

Kasstroomoverzicht 2025

    2025 2024
Operationele activiteiten      
Ontvangsten:      
Huurontvangsten 17 77.692 72.559
Vergoedingen 18 3.098 2.715
Overheidsontvangsten   4 0
Overige bedrijfsontvangsten   220 262
Ontvangen interest   153 53
       
Saldo ingaande kasstromen   81.167 75.589
       
Uitgaven:      
Erfpacht   -26 -26
Betalingen aan werknemers 27.2 -9.953 -9.638
Onderhoudsuitgaven 21 -31.174 -29.230
Overige bedrijfsuitgaven 22 -13.494 -14.199
Betaalde interest 29 -9.053 -8.544
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat   -231 -225
Leefbaarheid externe uitgaven niet-investeringsgebonden 28 -308 -204
Vennootschapsbelasting 30 -2.280 -3.954
       
Saldo uitgaande kasstromen   -66.519 -66.020
       
Kasstroom uit operationele activiteiten   14.648 9.569
       
(Des)investeringsactiviteiten      
       
MVA ingaande kasstroom      
Verkoopontvangsten bestaande huur 23 5.364 2.520
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV)   0 0
Verkoopontvangsten grond   0 0
       
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   5.364 2.520
       
MVA uitgaande kasstroom      
Nieuwbouw huur 1 -20.081 -10.577
Verbeteruitgaven 1 -15.380 -14.817
Aankoop 1 -1.806 -1
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 2 -186 0
Sloopuitgaven 3 -275 -1.177
Investeringen overig 4 -73 -869
       
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA   -37.801 -27.441
       
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA   -32.437 -24.921
       
FVA      
Ontvangsten overig 6 3 28
Uitgaven overig   0 0
       
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA   3 28
       
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten   -32.434 -24.893
       
Financieringsactiviteiten      
       
Ingaand      
Nieuwe te borgen leningen 13 25.000 52.000
       
Uitgaand      
Aflossing geborgde leningen 13 -17.232 -10.384
Aflossing ongeborgde leningen   -11 -10
       
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   7.757 41.606
       
Netto kasstroom   -10.029 26.284
Wijziging kortgeld   6.000 -18.000
Toename (afname) van liquide middelen   -4.029 8.284
Liquide middelen per 1 januari   8.437 152
Liquide middelen per 31 december   4.408 8.436
       
Samenstelling liquide middelen      
Liquide middelen per 1 januari   8.437 152
Opname variabele gelden   6.000 -18.000
Toename (afname) van liquide middelen   -10.029 26.284
Liquide middelen per 31 december   4.408 8.437

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Toelichting behorende bij de jaarrekening 2025

ALGEMEEN

Vestigingsadres

Stichting Domesta (hierna: Domesta), geregistreerd onder KvK-nummer 04017296, is feitelijk gevestigd op Westeind 50 te Emmen.
Domesta is een stichting met de status van toegelaten instelling conform artikel 19 eerste lid van de Woningwet. De activiteiten bestaan uit verhuren, onderhouden en ontwikkelen van huizen in de gemeenten Emmen, Hoogeveen, Coevorden en Borger-Odoorn. Domesta is gehouden aan de Woningwet, het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) en de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). De activiteiten van Domesta vinden plaats in Nederland. 

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2025, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2025.

Toegepaste standaarden en modellen

In artikel 35 lid 1 van de Woningwet is bepaald dat de jaarrekening moet worden opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarbij uitsluitend de afdelingen 2 tot en met 6, 8, 10, 11, 13 en 16 van overeenkomstige toepassing zijn. In artikel 30 van het Besluit toegelaten instellingen 2015 (BTIV) zijn de niet van toepassing zijnde artikelen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen.

Voorts is in artikel 35 lid 2 van de Woningwet bepaald dat overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur daaromtrent te geven voorschriften de onroerende zaken en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden tegen de actuele waarde worden gewaardeerd. In artikel 31 lid 1 van het BTIV is bepaald dat de waardering plaatsvindt tegen de marktwaarde. In artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (RTIV) is bepaald dat deze waardering plaatsvindt overeenkomstig de methodiek opgenomen in bijlage 2 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’) bij deze regeling.

In artikel 35 lid 6 is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van de RTIV is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winst- en verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevat die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze regeling.

In de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving is Richtlijn 645 Toegelaten instellingen volkshuisvesting opgenomen die nadere interpretatie geeft aan de in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen voorschriften met inachtneming van de in artikel 30 van het BTIV aangeduide uitzonderingen. Richtlijn 645 geeft uitsluitend regels voor sectorspecifieke aangelegenheden. Voor de overige aangelegenheden zijn de algemeen geldende richtlijnen van toepassing eveneens met inachtneming van de in artikel 30 aangeduide uitzonderingen.

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) is van toepassing.

Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling

Algemeen 

Activa en passiva worden tegen historische kostprijs opgenomen, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.

Een actief wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Domesta zullen toevloeien en het actief een kostprijs of een waarde heeft waarvan de omvang betrouw­baar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen, worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa.

Een verplichting wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag waartegen de afwikkeling zal plaatsvinden op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar waarschijnlijkheid in de praktijk zullen voordoen, en niet van economische voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich voordoen.

Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de winst- en verliesrekening opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie.

Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld.

Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord indien alle belangrijke risico’s met betrekking tot de transactie zijn overgedragen aan de koper.

Presentatievaluta en functionele valuta

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta is van de toegelaten instelling. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Gebruik van schattingen

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management zich oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De daadwerke­lijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzie­ningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het management het meest kritiek voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:

  • DAEB en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie voor wat betreft de veronderstelling ten aanzien van het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat is afhankelijk van een aantal belangrijke veronderstellingen zoals de te hanteren markthuren en leegwaarde, disconteringsvoet, exit yield en mutatiegraad. Voor de basisversie zijn deze veronderstellingen gebaseerd op het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025.  Voor de full-versie zijn deze veronderstelling mede tot stand gekomen in afstemming met een externe deskundige. 
  • DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie voor wat betreft de veronderstellingen ten aanzien van het bepalen van de beleidswaarde. De veronderstellingen (onderhoudslasten, streefhuren en beheerlasten) die worden gebruikt voor de bepaling van de beleidswaarde sluiten aan op het beleid van Domesta. De beleidswaarde beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid.
  • Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie: bepaling van het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw en transformatie ten behoeve van het bepalen en treffen van een voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Domesta en met haar verbonden partijen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw- en transformatieprojecten. De financiële impact van voornoemde feitelijke verplichtingen kan afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in voorgenomen bouwproductie en in prijsniveau van leveranciers en daadwerkelijke verkoopprijzen.
  • Voorraad gronden en ontwikkelposities: bij de bepaling van de verwachte reële waarde van de voorraad vastgoed bestemd voor de verkoop en grond- en ontwikkelposities worden uitgangspunten gedefinieerd. De uitgangspunten betreffen onder meer de verkoopwaarde aan de hand van referentietransacties, de kans op toekomstige ontwikkelmogelijkheden en de huidige onderhoudsstaat.
  • Aannames en veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de belastingpositie (inclusief latente belastingpositie). Dit betreft met name de uitgangspunten en veronderstellingen met betrekking tot het onderscheid tussen onderhoudskosten en investeringen alsmede de voor de waardering van de belastingpositie gehanteerde prognose van verwachte toekomstige fiscale resultaten.

Vastgoedbeleggingen

DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie

Classificatie

In de Woningwet wordt, gebaseerd op het besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011, onderscheid gemaakt in diensten van algemeen economisch belang (hierna: DAEB) en diensten van niet algemeen economisch belang (hierna: Niet-DAEB). Het vastgoed in exploitatie is onderverdeeld naar DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

DAEB-vastgoed in exploitatie betreft woningen met een gereguleerd huurcontract, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. De gereguleerde woningen betreft woningen met een huur onder de liberalisatiegrens en alle woningen met een huur daarboven die een gereguleerd contract hebben waaronder de woningen die bij aanvang van het huurcontract een huur hadden onder de toenmalige liberalisatiegrens. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerendgoed dat verhuurd wordt aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijns-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners conform vermelding in de bijlage 3 en 4 bij artikel 49 van het BTIV en artikel 45 van de Woningwet. Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie betreft het overige vastgoed in exploitatie dat niet onder de definitie van DAEB-vastgoed in exploitatie valt.

Waardering bij eerste verwerking

Vastgoed in exploitatie wordt bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten.

Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van de vastgoedbelegging. De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven. De direct toe te rekenen uitgaven bevatten tevens, bijvoorbeeld, de juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voorts kunnen in de vervaardigingskosten worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging kan worden toegerekend.

Waardering na eerste verwerking (marktwaarde)

De waardering na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie vindt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet plaats tegen actuele waarde waaronder in dit verband dient te worden verstaan de marktwaarde, overeenkomstig het marktwaardebegrip onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025’). Domesta gebruikt de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden. De full versie gebruiken we voor studenteneenheden, extramurale zorgeenheden, standplaatsen en woonwagens, bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed. We gebruiken de full versie voor dit type vastgoed omdat de huursom meer bedraagt dan 5% van de totale huursom van de DAEB-tak en de huursom van de niet-DAEB tak. 

Toepassing basisversie als grondslag voor bepaling marktwaarde in verhuurde staat

Zoals hierna verder is uitgewerkt en toegelicht maakt Domesta voor de waardering van woningen en parkeergelegenheden gebruik van de basisversie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025’. De basisversie betreft een modelmatige waardering van het vastgoed tegen marktwaarde in verhuurde staat waarbij geen vrijheidsgraden inzake de uitgangspunten en parameters van de waardering mogelijk zijn. Daarnaast leidt de basisversie tot een marktwaarde in verhuurde staat op (vastgoed)portefeuilleniveau en niet tot een marktwaarde in verhuurde staat op waarderingscomplexniveau. Ten slotte kent de waardering volgens de basisversie geen betrokkenheid van een taxateur. Hierdoor kan de marktwaarde in verhuurde staat afwijken van de marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen.

De herwaarderingsreserve is, overeenkomstig de verslaggevingsrichtlijnen, bepaald op waarderingscomplexniveau. Aangezien er bij waardering volgens de basisversie sprake is van een waardering op portefeuilleniveau in plaats van op complexniveau, kan er tevens binnen het eigen vermogen sprake zijn van een onnauwkeurigheid in de allocatie tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserve.

De beleidswaarde wordt los bepaald van de marktwaarde. Alleen de rekenregels, de algemene parameters voor kostenontwikkelingen en de mutatiegraad zijn nog (voor een deel) hetzelfde als bij de marktwaardeberekening. Voor BOG/MOG/ZOG en parkeren geldt dat de marktwaarde gelijk is aan de beleidswaarde.

Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie via backtesting achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. De validatie eis daarbij is dat voor ten minste 90% van de portefeuilles het verschil tussen de basiswaardering en full waardering beperkt moet blijven tot maximaal 10%. Uit het validatierapport van dit jaar blijkt een score van 97% binnen een marge van 10%. Dat is de hoogste validatiescore die is behaald sinds het bestaan van het handboek marktwaardering. Naar aanleiding hiervan is in het op 31 oktober 2025 gepubliceerde concepthandboek 2025 een eerste invulling aan de vrijheidsgraden leegwaardestijging, markthuur en disconteringsvoet is gegeven op basis van de tot dat moment aanwezige kennis. Aanvullend is op 15 maart 2025 een versie gepubliceerd met de definitieve parameters van de voornoemde drie vrijheidsgraden.

De inzichten van de validatie 2025 zijn vanzelfsprekend nog niet bekend met betrekking tot de waardering volgens de basisversie naar de stand van 31 december 2025 en dan ook niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Waarderingscomplex

Overeenkomstig het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ vindt waardering op marktwaarde in verhuurde staat plaats op een specifieke complexindeling (het waarderingscomplex). Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van de toegelaten instelling maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Uitgaven na eerste verwerking

De uitgaven na eerste verwerking (de zogeheten na-investeringen) worden als (onderdeel van) de kostprijs van het vastgoed verwerkt, indien er sprake is van een verbetering, in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Onderhoudsuitgaven worden rechtstreeks ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Waardeverandering

De waardeveranderingen in vastgoed in exploitatie volgend uit de mutatie van actuele waarde van het vastgoed in exploitatie worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van de winst- en verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verantwoord in de periode waarin de waardeverandering zich voortdoet.

Herclassificatie vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie vindt slechts plaats indien er sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid van de toegelaten instelling gestaafd door beëindiging van de duurzame exploitatie van bestaand vastgoed om nieuw vastgoed te gaan ontwikkelen en exploiteren. De feitelijke beëindiging van de duurzame exploitatie van het bestaande vastgoed is leidend voor herclassificatie. Domesta definieert deze feitelijke beëindiging als vastgoed in exploitatie waarbij sprake is van een sloop/nieuwbouw en/of een nieuwbouwbesluit.

Indien Domesta bestaand vastgoed renoveert of ingrijpend verbouwt waarbij geen ontwikkeling en vervaardiging van een nieuw vastgoed plaatsvindt, blijft Domesta het vastgoed waarderen en classificeren als vastgoed in exploitatie. Domesta definieert de ontwikkeling en vervaardiging van een nieuw vastgoed als een toename of afname van het aantal verhuureenheden als direct gevolg van de renovatie of ingrijpende verbouwing. Er vindt dan geen herclassificatie plaats naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering in het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie vindt plaats tegen de marktwaarde in exploitatie op het moment van de herclassificatie.

Herclassificatie vastgoed in exploitatie naar voorraden 

Herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar voorraden vindt slechts plaats indien er sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid van Domesta gestaafd door de daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van vastgoed dat niet meer in exploitatie is.

Indien Domesta besluit vastgoed in exploitatie te verkopen, blijft Domesta het vastgoed waarderen en classificeren als vastgoed in exploitatie zolang het vastgoed nog wordt verhuurd. Er vindt dan geen herclassificatie plaats naar voorraden.

De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering onder de voorraden geschiedt tegen de marktwaarde in exploitatie op het moment van de herclassificatie.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 

Classificatie

Herclassificatie van vastgoed in exploitatie of voorraden naar onroerende zaken verkocht onder voorwaarden vindt slechts plaats indien er sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid van de toegelaten instelling gestaafd door een transactie die niet kwalificeert als een verkoop, maar als een financieringstransactie. Deze transacties worden afzonderlijk opgenomen onder onroerende zaken verkocht onder voorwaarden en de (terugkoop)verplichting wordt opgenomen onder de (langlopende) schulden onder verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

Waardering

De onroerende zaken die in het kader van een regeling verkoop onder voorwaarden zijn overgedragen aan een derde en waarvoor de toegelaten instelling een terugkooprecht of -plicht kent, worden gewaardeerd op de getaxeerde marktwaarde onder aftrek van de korting. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening. De actuele waarde na eerste verwerking is de marktwaarde op basis van de regeling verkoop onder voorwaarden.

Voor de in de regeling overeengekomen overdrachtswaarde wordt aan de creditzijde van de balans onder de langlopende schulden een terugkoopverplichting opgenomen. Deze terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd in overeenstemming met de contractvoorwaarden en is een inschatting gebaseerd op de reële waardeontwikkeling van het achterliggend actief.

Waardeveranderingen

De waardeveranderingen in onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden verantwoord. De waardeveranderingen inzake de terugkoopverplichting worden rechtstreeks in de winst- en verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden verantwoord.

Herclassificatie van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar vastgoed in exploitatie of voorraden

Herclassificatie van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar vastgoed in exploitatie of voorraden vindt slechts plaats indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid gestaafd door de terugkoop van onder voorwaarden verkochte onroerende zaken die als financieringstransactie zijn aangemerkt.

De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering onder vastgoed in exploitatie of de voorraden vindt plaats tegen de terugkoopwaarde op het moment van de herclassificatie. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Grondslagen voor bepaling van de beleidswaarde

Op grond van artikel 15 lid 3 RTIV vermeldt de toegelaten instelling de beleidswaarde (zoals deze jaarlijks aan de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw wordt verstrekt) in de toelichting van de jaarrekening. De beleidswaarde wordt bepaald conform bijlage 2 van de RTIV. De beleidswaarde geeft de waarde van het bezit weer, rekening houdend met specifieke beleidskeuzes van de toegelaten instelling.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 

Classificatie

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie betreft nieuw te ontwikkelen vastgoed en vastgoed in ontwikkeling dat bestemd is voor de toekomstige verhuur.

Waardering bij eerste verwerking

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie wordt bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten.

Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van de vastgoedbelegging.

De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven. De direct toe te rekenen uitgaven bevatten bijvoorbeeld de juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten.

De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voorts kunnen in de vervaardigingskosten een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging kan worden toegerekend worden opgenomen.

Voorts wordt rente tijdens de bouw toegerekend aan kwalificerende activa. De geactiveerde rente wordt berekend tegen de gewogen gemiddelde rentevoet van de aangetrokken leningen.

Voor investeringen in nieuwbouwprojecten waarvoor in rechte afdwingbare verplichtingen dan wel feitelijke verplichtingen zijn aangegaan, wordt jaarlijks beoordeeld of en in hoeverre de investeringen kwalificeren als een verlieslatend contract. Zie de grondslag Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen voor een nadere uitwerking.

Waardering na eerste verwerking

De waardering na eerste verwerking van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie vindt plaats tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. Zie de grondslag Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen voor een nadere uitwerking van de waardering na eerste verwerking van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie. 

Herclassificatie vastgoed in ontwikkelingen bestemd voor eigen exploitatie naar vastgoed in exploitatie

Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie naar vastgoed in exploitatie vindt plaats bij aanvang van de duurzame exploitatie van het nieuw gerealiseerde vastgoed. 

De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering in het vastgoed in exploitatie vindt plaats tegen de kostprijs van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie op het moment van de herclassificatie onder aftrek van de eventueel  gevormde voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen.

Materiële vaste activa 

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de toegelaten instelling en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen hun kostprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De kostprijs van de genoemde activa bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik. De kostprijs van de activa die door de toegelaten instelling in eigen beheer zijn vervaardigd, bestaat uit de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de vervaardiging. Verder omvat de vervaardigingsprijs een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat kan worden toegerekend aan de vervaardiging van de activa.

In het geval dat de betaling van de kostprijs van een materieel vast actief plaatsvindt op grond van een langere dan normale betalingstermijn, wordt de kostprijs van het actief gebaseerd op de contante waarde van de verplichting.

In het geval dat materiële vaste activa worden verworven in ruil voor een niet-monetair actief, wordt de kostprijs van het materieel vast actief bepaald op basis van de reële waarde voor zover de ruiltransactie leidt tot een wijziging in de economische omstandigheden en de reële waarde van het verworven actief of van het opgegeven actief op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld.

Investeringssubsidies worden in mindering gebracht op de kostprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben.

De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur. Op bedrijfsterreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering, alsmede op vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting.

De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd:

Grond                               : geen afschrijvingen

Bedrijfsgebouwen           : 2% - 10% 

Overige roerende zaken : 20%

Domesta bepaalt het af te schrijven bedrag zonder rekening te houden met een restwaarde.

Domesta past de componentenbenadering toe voor materiële vaste activa indien de belangrijkste bestanddelen van een materieel vast actief van elkaar te onderscheiden zijn. Rekening houdend met verschillen in gebruiksduur of verwacht gebruikspatroon worden deze bestanddelen afzonderlijk afgeschreven.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen en/of leiden tot toekomstige economische voordelen met betrekking tot het object.

Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Financiële vaste activa

De grondslagen voor de belastinglatenties zijn toegelicht onder belastingen.

Overige vorderingen

De overige vorderingen die onder de financiële vaste activa zijn opgenomen, worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde, verminderd met eventuele contractuele aflossingen. Het betreffen uitgestelde betalingen op verkochte huizen. Voor deze leningen vindt jaarlijks een herijking plaats van het onderkende debiteurenrisico. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de winst-en verliesrekening verwerkt. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroomgenererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroomgenererende eenheid) geschat.

Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of een kasstroomgenererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of een kasstroomgenererende eenheid) zou zijn verantwoord.

Voorraden

Overige voorraden

De voorraad onderhoudsmaterialen wordt gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde.

De huizen die strategisch zijn aangekocht worden verantwoord onder de vlottende activa. Strategische aankopen zijn aankopen met als doel er op termijn een project te ontwikkelen. Waardering vindt plaats tegen aanschafwaarde of lagere marktwaarde.

Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

Liquide middelen

De liquide middelen omvatten de direct opvraagbare geldmiddelen op de bank- en spaarrekeningen. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering. Liquide middelen die naar verwachting langer dan 12 maanden niet ter beschikking staan van Domesta, worden gerubriceerd als financiële vaste activa.

Eigen vermogen

De onder het eigen vermogen opgenomen overige reserves zijn tot stand gekomen door toevoeging van de jaarlijkse resultaten en gerealiseerde herwaarderingsreserve.

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd op waarderingscomplexniveau voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering.

In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de vastgoedbeleggingen in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering.

Ongerealiseerde waardeverminderingen op waarderingscomplexniveau worden op de herwaarderingsreserve in mindering gebracht tot zover de boekwaarde op basis van marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

De herwaarderingsreserve wordt gevormd ten laste van de overige reserves.

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord.

Bij de bepaling van de herwaarderingsreserve wordt geen bedrag voor latente belastingverplichtingen in mindering gebracht. Voor een nadere toelichting op de waardering van deze latente belastingverplichting wordt verwezen naar de toelichting op deze post.

Voorzieningen

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:

  • Een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden.
  • Waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt. 
  • Het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.

Rechten en verplichtingen voortvloeiend uit eenzelfde overeenkomst worden niet in de balans opgenomen indien en voor zover noch de toegelaten instelling noch de tegenpartij heeft gepresteerd. Opname in de balans geschiedt wanneer de nog te ontvangen respectievelijk te leveren prestatie en tegenprestatie niet (meer) met elkaar in evenwicht zijn en dit voor de toegelaten instelling nadelige gevolgen heeft.

Indien (een deel van) de uitgaven die noodzakelijk zijn (is) om een voorziening af te wikkelen waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk door een derde worden (wordt) vergoed bij afwikkeling van de voorziening, wordt de vergoeding als afzonderlijk actief gepresenteerd.

Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de beste schatting van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen.

Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Voor toekomstige investeringen in bestaande complexen (vastgoed in exploitatie) en nieuwbouwprojecten (vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie), waarvoor in rechte afdwingbare verplichtingen dan wel feitelijke verplichtingen zijn aangegaan, wordt beoordeeld of en in hoeverre de investeringen kwalificeren als een verlieslatend contract.

In het geval per balansdatum sprake is van in rechte afdwingbare dan wel feitelijke investeringsverplichtingen voor toekomstige investeringen in bestaande complexen waarbij de verwachte uitgaven van de investering hoger zijn dan de verwachte stijging van de marktwaarde van het complex als gevolg van de investering, wordt het verschil (onrendabele deel) eerst in mindering gebracht op de reeds gedane uitgaven met betrekking tot een investering in bestaand vastgoed onder de post Vastgoed in exploitatie en wordt voor het resterende bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen.

In het geval per balansdatum sprake is van in rechte afdwingbare dan wel feitelijke investeringsverplichtingen voor toekomstige investeringen in nieuwbouwprojecten waarbij de geschatte kostprijs van het project in ontwikkeling hoger is dan de geschatte marktwaarde van het te ontwikkelen nieuwbouwproject bij oplevering, wordt het verschil (onrendabele deel) eerst in mindering gebracht op de reeds gedane uitgaven met betrekking tot een investering in vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en wordt voor het resterende bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen.

Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Domesta zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake investeringen in bestaande complexen en nieuwbouwprojecten.

De afwaardering van de bestede kosten tot nihil en de terugname van in het verleden verwerkte afwaarderingen onder de posten vastgoed in exploitatie respectievelijk vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie alsmede de dotaties en onttrekkingen aan de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen worden verantwoord onder de post overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille.

Overige voorzieningen

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. 

De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkansen en leeftijden. 

De voorziening generatiepact betreft een voorziening voor toekomstige deelname aan het generatiepact conform de huidige CAO-afspraken. 

De voorziening collegiale solidariteit betreft een voorziening voor in de toekomst uit te keren projectondersteuning aan Stichting Woonconcept te Meppel via het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen. De waardering van deze voorziening is tegen nominale waarde. 

Schulden

Langlopende schulden

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt. De leningenportefeuille bestaat uit annuïteiten-, basisrente-, roll-over- en fixe leningen.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Verplichting uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

In het kader van de verkoop van huizen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoop verplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van het huis in het economische verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoop verplichting wordt jaarlijks gewaardeerd op basis van de terug koopprijs (veelal marktwaarde) per balansdatum, rekening houdend met de contractuele terugkoop bepalingen waaronder kortingspercentages en winstdeling van waarde ontwikkeling.

Waarborgsommen

De waarborgsommen zijn opgenomen tegen nominale waarden.

Kortlopende schulden

De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, die gelijk is aan de nominale waarde. Hierbij wordt rekening gehouden met aangegane verplichtingen van materieel belang, betreffende ultimo boekjaar nog niet afgewikkelde verplichtingen.

Nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille 

Huuropbrengsten

Hieronder zijn opgenomen de opbrengsten voortvloeiend uit de met huurders gesloten huurovereenkomsten (exclusief de inbegrepen servicedienst). De huren worden jaarlijks binnen de wettelijke kaders gewijzigd in overeenstemming met het huurbeleid van de toegelaten instelling. Huuropbrengsten en vergoedingen ter stimulering van het sluiten van huurovereenkomsten worden lineair in de winst-en-verliesrekening opgenomen op basis van de duur van de huurovereenkomst.

Opbrengsten en lasten servicecontracten

Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders op basis van afgesloten servicecontracten welke integraal deel uitmaken van huurcontracten ter dekking van gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten die worden gegenereerd uit de (op de huurexploitatie) afgesloten servicecontracten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

Overheidsbijdragen

Overheidsbijdragen worden aanvankelijk in de balans opgenomen als vooruitontvangen baten zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de toegelaten instelling zal voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de toegelaten instelling gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de winst-en-verliesrekening opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van de toegelaten instelling voor de kosten van een actief worden systematisch in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief.

Exploitatiesubsidies worden ten gunste van de winst-en-verliesrekening van het jaar gebracht ten laste waarvan de gesubsidieerde bestedingen komen of waarin de opbrengsten zijn gederfd of het exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De vooruitontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen.

Een krediet afgesloten tegen een lagere rente dan marktrente, wordt als schuld in de balans opgenomen waarbij waardering plaatsvindt zoals vermeld onder de financiële instrumenten. Het verschil tussen het hogere ontvangen bedrag van het krediet en de boekwaarde bij eerste verwerking betreft het voordeel als gevolg van de lagere rente. Dit voordeel wordt verwerkt ten gunste van de winst-en-verliesrekening als overheidssubsidie.

Verkregen ontwikkelingskredieten worden in mindering gebracht op de ontwikkelings­kosten. Indien terugbetaling van het ontwikkelingskrediet dient plaats te vinden, worden de terugbetalingen en de rente daarover verwerkt als kosten van de omzet.

Investeringssubsidies worden in mindering gebracht op het geïnvesteerde bedrag. De vooruitontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen en worden systematisch in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief.

Indien een premie ingevolge een investeringsregeling / eenmalige investeringsaftrek wordt beschouwd als een belastingfaciliteit, wordt het recht daarop in het jaar waarin daaraan voor het eerst een waarde kan worden toegekend ineens / over een aantal jaren gespreid ten gunste van de post belastingen in de winst-en-verliesrekening gebracht.

Lasten verhuur- en beheeractiviteiten

Onder deze categorie worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten. Dit betreft onder andere lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed (bijvoorbeeld huurconsulenten/opzichters). De indirecte kosten worden met behulp van een verdeelstaat toegerekend aan deze categorie. Zie de grondslag Toegerekende organisatie- en financieringskosten voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Lasten onderhoudsactiviteiten

Onder deze post worden alle directe en indirecte aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud aan het vastgoed in exploitatie verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Onder deze post worden de kosten ten behoeve van planmatig onderhoud, mutatieonderhoud, klachtenonderhoud en contractonderhoud (met name technische installaties) verantwoord.

De onderhoudsuitgaven betreffen de uitgaven om een verhuurbare eenheid dan wel een complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich op de peildatum (einde boekjaar) bevindt, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is.

De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een verbetering, in overeenstemming met de definities inzake onderhoud en beheer zoals opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14a lid 1 RTIV.

De onderhoudscomponent en reservefondscomponent van de jaarlijkse VVE-bijdrage worden direct ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

De indirecte kosten worden met behulp van een verdeelstaat toegerekend aan deze categorie. Zie de grondslag Toegerekende organisatie- en financieringskosten voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

De kosten die samenhangen met verhuren, beheren en onderhouden van het vastgoed in exploitatie worden verantwoord onder de hierboven genoemde subcategorieën. Naast deze (veelal) direct aan de subactiviteiten te relateren kosten brengt het vastgoed in exploitatie ook andere kosten met zich mee die niet direct te relateren zijn aan de subactiviteiten verhuren, beheren en onderhouden. Dit zijn echter wel kosten die worden veroorzaakt door het in eigendom hebben van vastgoed in exploitatie. Deze kosten worden verantwoord als overige directe operationele lasten exploitatie bezit.

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 

Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

De verkoopopbrengst vastgoedportefeuille betreft het saldo van de gerealiseerde verkoopopbrengst op verkopen uit bestaand bezit en verkopen uit voorraad minus de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten.

Verkoopopbrengsten uit de verkoop van onroerende zaken worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt wanneer de belangrijke risico’s en voordelen van eigendom aan de koper zijn overgedragen, het bedrag van de opbrengsten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning van de verschuldigde vergoeding waarschijnlijk is, de hiermee verband houdende kosten betrouwbaar kunnen worden ingeschat en er geen sprake is van aanhoudende managementbetrokkenheid bij de onroerende zaken. De overdracht van de risico’s en voordelen is op het moment van juridische levering (passeren transportakte).

Toegerekende organisatiekosten

De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De belangrijkste indirecte kosten betreffen personeelsbeloningen, afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie en overige niet directe bedrijfskosten.

Afhankelijk van de aard van de afdeling worden de lasten toegerekend aan een bepaalde activiteit.

Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

De boekwaarde van het verkochte vastgoed dient per verkoopdatum te worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening.

Bij verkoop uit bestaand bezit betreft dit de marktwaarde van vastgoed in exploitatie op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.

Bij verkoop uit voorraad betreft dit de bestede kosten en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering, inclusief geactiveerde rente, dan wel lager verwachte opbrengstwaarde op het moment van verkoop.

Personeelsbeloningen

De beloningen van het personeel worden als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door Domesta.

Voor de beloningen met opbouw van rechten, sabbatical leave, winstdelingen en bonussen worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen.

De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (cao en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Voor arbeidsongeschiktheidsrisico's die zijn verzekerd wordt een voorziening getroffen voor het in de toekomst te betalen deel van de verzekeringspremie dat rechtstreeks toe te rekenen is aan het individuele schadeverleden van Domesta. Als geen betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van het in de toekomst te betalen deel van de verzekeringspremies dat rechtstreeks is toe te rekenen aan het individuele schadeverleden van de rechtspersoon, wordt geen voorziening opgenomen.

Pensioenlasten

De hoofdregeling betreft een toegezegde-pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds. De pensioenregeling is een middelloonregeling. Hierbij is een pensioen toegezegd aan personeel op de pensioengerechtigde leeftijd, afhankelijk van leeftijd, salaris en dienstjaren. Behalve de betaling van premies heeft Domesta geen verdere verplichtingen uit hoofde van deze pensioenregeling. De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord.

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan de pensioenuitvoerder verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreffen waardeverminderingen, en eventueel een terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit aangegane in rechte afdwingbare en feitelijke verplichtingen met betrekking tot (toekomstige) investeringen in bestaande complexen  en nieuwbouwprojecten. Het betreft hier de investeringen op de posten DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop. Onder de post zijn tevens de waardeverminderingen en eventueel een terugname hiervan met betrekking tot grond- en ontwikkelposities opgenomen.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van het vastgoed in exploitatie (exclusief het effect van onrendabele investeringen) die gewaardeerd zijn tegen marktwaarde in verhuurde staat op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van het vastgoed verkocht onder voorwaarden en de waardeverandering van de verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

Overige organisatiekosten

De opbrengsten en kosten die niet toerekenbaar zijn (ook niet na toerekening van indirecte kosten), worden opgenomen onder Overige organisatiekosten. Voorbeelden hiervan zijn (een deel van) de (salaris)kosten van het management en de Raad van Commissarissen.

Leefbaarheid

Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen.

De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel (zoals leefbaarheidscoördinator, wijkbeheerder, huismeester), leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten zoals welkomstbijeenkomsten nieuwe bewoners, bestrijding woonoverlast, buurtbemiddeling, opvang van dak- en thuislozen, schuldsaneringen, tweede kansbeleid et cetera.

De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten, HOED), onderhoud groenvoorziening, speeltoestellen, beveiliging openbare ruimte, cameratoezicht, schoonmaakacties et cetera en uitgaven voor activiteiten zoals inbraakbeveiliging, brandpreventie, verlichting achterpad, afsluiting portieken et cetera.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten

Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst-en-verliesrekening verwerkt rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk.

Rentelasten worden toegerekend aan de opeenvolgende verslagperioden naar rato van de resterende hoofdsom. Periodieke rentelasten en soortgelijke lasten komen ten laste van het jaar waarover zij verschuldigd worden.

Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend op basis van het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met de wijzigingen in de latente belastingvorderingen en -schulden uit hoofde van respectievelijk wijzigingen in het belastingtarief, herbeoordeling van de mogelijkheid tot realisatie van latente belastingvorderingen of een wijziging van de verwachte realisatie van een actief- of passiefpost. De aldus bepaalde belastingpost wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking heeft op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.

Latente belastingvorderingen

Voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering, wordt een latente belastingverplichting opgenomen. Voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering en voor beschikbare voorwaartse verliescompensatie wordt een latente belastingvordering opgenomen voor zover er latente verplichtingen tegenover staan, of het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn voor verrekening. 

De latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden opgenomen onder de financiële vaste activa respectievelijk voorzieningen. Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd. 

De waardering van latente belastingverplichtingen en latente belastingvorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de door de toegelaten instelling op balansdatum voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van haar activa, voorzieningen, schulden en overlopende passiva. Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gewaardeerd tegen contante waarde waarbij discontering plaatsvindt op basis van de nettorente (de voor de toegelaten instelling geldende rente voor langlopende leningen, onder aftrek van belasting op basis van het effectieve belastingtarief). 

Kasstroomoverzicht 

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de directe methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de kasmiddelen, de tegoeden op bankrekeningen. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, (des)investerings- en financieringsactiviteiten. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. De directe methode ter splitsing van de operationele kasstromen geeft een beeld van de ontvangsten en uitgaven per categorie zoals die zich werkelijk in de bedrijfsactiviteiten voordoen. De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten).

Gebeurtenissen na balansdatum 

Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening. Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

Toelichting op de balans per 31 december 2025

Activa

1. DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie

  DAEB Niet-DAEB
Stand per 1 januari    
Aanschafprijs 852.403 10.441
Cumulatieve waardeveranderingen 464.706 -916
Marktwaarde onder aftrek van voorziening 1.317.109 9.525
Bij: Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 42 0
Marktwaarde voor aftrek voorziening 1.317.151 9.525
     
Mutaties in het boekjaar    
Investeringen:    
Aankopen in vastgoed in exploitatie (initiële verkrijgingsprijs) 2.208  
Investeringen in vastgoed in exploitatie (uitgaven na eerste waardering) 16.840  
Overboeking van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.379  
Buitengebruikstellingen en afstotingen -3.933  
Saldo 16.494 0
     
Waardeveranderingen:    
Waardeveranderingen (winsten of verliezen als gevolg van aanpassingen van de marktwaarde) 94.786 -110
Waardeveranderingen onrendabele investeringen en herstructureringen    
Overige waardeveranderingen -12.370  
Overboeking van vastgoed in ontwikkeling -328  
Buitengebruikstellingen en afstotingen -1.412  
Saldo 80.676 -110
     
Stand per 31 december    
Aanschafprijs 868.897 10.441
Cumulatieve waardeveranderingen 545.382 -1.026
Marktwaarde onder aftrek van voorziening 1.414.279 9.415
Bij: Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 7.665 0
Marktwaarde voor aftrek van voorziening 1.421.944 9.415

Voor het verloop van de post 'Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen' verwijzen we naar toelichting 11 in deze jaarrekening.

Toelichting bij toepassing basis versie en full versie

De actuele waarde van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de marktwaarde zoals opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’).

Basis versie

We gebruiken de basis versie van het Handboek voor eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden. Dit bedraagt ultimo 2025 € 1.133 miljoen. In het Handboek is opgenomen dat de basisversie de mogelijkheid biedt om op portefeuilleniveau tot een aannemelijke marktwaarde te komen.

De gehanteerde basis versie is een geheel modelmatige waardering waarbij er voor de waardering overeenkomstig de bepaling van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ geen betrokkenheid van de taxateur aan de orde is. 

De methoden, relevante veronderstellingen en disconteringsvoet die gehanteerd zijn voor woongelegenheden (eengezinswoningen en meergezinswoningen) en parkeergelegenheden zijn bepaald in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ en kunnen bij toepassing van de basis versie niet worden gewijzigd.

Zoals hierna verder is uitgewerkt en toegelicht, maakt de toegelaten instelling voor de waardering van EGW, MGW en parkeren gebruik van de basisversie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025’. De basisversie betreft een modelmatige waardering van het vastgoed tegen marktwaarde in verhuurde staat waarbij geen vrijheidsgraden inzake de uitgangspunten en parameters van de waardering mogelijk zijn. Daarnaast leidt de basisversie tot een marktwaarde in verhuurde staat op (vastgoed)portefeuilleniveau en niet tot een marktwaarde in verhuurde staat op waarderingscomplexniveau. Ten slotte kent de waardering volgens de basisversie geen betrokkenheid van een taxateur. Hierdoor kan de marktwaarde in verhuurde staat afwijken van de marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen. De herwaarderingsreserve is, overeenkomstig de verslaggevingsrichtlijnen, bepaald op waarderingscomplexniveau. Aangezien er bij waardering volgens de basisversie sprake is van een waardering op portefeuilleniveau in plaats van op complexniveau, kan er tevens binnen het eigen vermogen sprake zijn van een onnauwkeurigheid in de allocatie tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserve. Deze actuele waarde vormt tevens de basis voor de totstandkoming van de beleidswaarde. Ook deze waarde kan daarom afwijken van de beleidswaarde die gebaseerd is op een marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen.

Jaarlijks wordt na 1 juli het handboek gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full variant toepassen, dat wil zeggen de waardering gebruikmakend van een externe taxateur op balansdatum van het daaraan voorafgaande boekjaar. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. De validatie eis daarbij is dat voor ten minste 90% van de portefeuilles het verschil tussen de basiswaardering en full waardering beperkt moet blijven tot maximaal + of - 10%. Uit de validatie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024 is gebleken dat de basisversie 2024 tot een aanvaardbare marktwaardering op portefeuilleniveau heeft geleid uitgaande van een taxatie onzekerheid van + of - 10%. In de COROP regio Zuid-Oost Drenthe was de waardering o.b.v. de rapportage van abf CALCASA d.d. 4 september 2025 inzake Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 0,58% te hoog.

Uit het validatierapport blijkt dat jaarlijks aanpassingen noodzakelijk zijn in de uitgangspunten om tot een aanvaardbare waardering te komen. In de finale versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025 is de disconteringsvoet verhoogd, teneinde marktconformiteit van de marktwaarde in verhuurde staat te realiseren. De jaarlijkse mutatie van de marktwaarde welke tot uitdrukking komt in de jaarrekening (waardeverandering vastgoedportefeuille) bestaat derhalve onder meer uit de marktontwikkeling over 2025 enerzijds en de validatie effecten anderzijds. De inzichten van de validatie 2025 zijn vanzelfsprekend nog niet bekend met betrekking tot de waardering volgens de basisversie naar de stand van 31 december 2025 en dan ook niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Full versie 

We gebruiken de full versie van het Handboek voor extramurale zorgeenheden, intramurale zorgeenheden, studenteneenheden, bedrijfsonroerend goed en maatschappelijk onroerend goed, de marktwaarde hiervan bedraagt ultimo 2025 € 299 miljoen. In het Handboek is opgenomen dat de full versie de mogelijkheid biedt om op complexniveau, met ondersteuning van een externe taxateur tot een aannemelijke marktwaarde te komen. 

Voor de gehanteerde full versie is een externe taxateur ingeschakeld bij de waardering van het vastgoed in exploitatie. In 2025 is 100% van het full te waarderen vastgoed getaxeerd.

De methoden, relevante veronderstellingen en disconteringsvoet die gehanteerd zijn voor bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed, studenteneenheden en intramuraal en extramuraal vastgoed zijn bepaald in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’. De full versie maakt gebruik van vrijheidsgraden. Dit betekent dat voor de waardering van vastgoed in exploitatie kan worden afgeweken van de veronderstellingen en disconteringsvoet zoals opgenomen in de basisversie. De belangrijkste veronderstellingen en disconteringsvoet worden hieronder per categorie vastgoed in exploitatie nader toegelicht.

Toelichting rekenmodel 

Overeenkomstig het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde” vindt waardering op waarderingscomplexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Domesta maken deel uit van een waarderingscomplex.

Alle verhuureenheden van Domesta maken deel uit van een waarderingscomplex. De Marktwaarde in verhuurde staat wordt berekend in het rekenmodel TMS van Ortec Finance en is voorzien van een goedkeurend assurancerapport.

Toelichting parameters marktwaarde

Op basis van artikel 31 BTIV wordt er onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën vastgoed. Bij alle categorieën wordt de DCF (Discounted Cash Flow)-methode gehanteerd. De volgende disconteringsvoeten zijn gemiddeld gehanteerd voor iedere categorie:

  Disconteringsvoet Exit yield Mutatiegraad Leegwaarde (VHE) Markthuur (VHE p/m)  
Woongelegenheden 6,40% 5,56% 7,73% 206.879  912,11   
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed 10,65% 13,16% nvt 202.913  1.648,02   
Parkeergelegenheden 8,83% 11,18% 5,20% 12.629  44,88   
Intramuraal zorgvastgoed 7,34% 9,06% nvt 144.500  915,54   

De disconteringsvoet is door de taxateur ingeschat op basis van risico's die voor de complexen en locaties van toepassing zijn zoals bouwjaar, uitstraling en locatie.

De markthuur is door de taxateur ingeschat, gebaseerd op de huurprijs per m per jaar die wordt betaald voor vergelijkbaar vastgoed in ons werkgebied.

De leegwaarde bepaalde de taxateur als een resultante van het verhuurbaar vloeroppervlak, de markthuur en de disconteringsvoet, teruggerekend naar kosten koper.

Contractuele verplichtingen

Er is geen sprake van contractuele verplichtingen.

Woningen bestemd voor de verkoop 

In verband met de financieringsbehoefte zijn in de begroting 2026 17 verkopen gepland. In de begroting zijn de volgende bedragen opgenomen voor 2026. De verwachte opbrengstwaarde van de te verkopen woningen bedraagt € 4.576.000 de boekwaarde van de te verkopen woningen bedraagt € 2.872.000.

Achterstallig onderhoud 

We beschouwen asbest veilig maken van ons bezit als achterstallig onderhoud. Dit is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Deze kosten worden meegenomen bij het waarderen van het bezit. De kosten voor het achterstallig onderhoud zijn € 2,3 miljoen en zijn verdeeld over 38 complexen (2024: € 2,4 miljoen en zijn verdeeld over 36 complexen).

Hypothecaire zekerheden 

Het DAEB-vastgoed in exploitatie is (nagenoeg) geheel gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is voor €0 gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft hierbij het recht van eerste hypotheek. Voor deze borgstelling wordt door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw een obligo per lening gevraagd. Als gevolg hiervan zijn de onroerende en roerende zaken in exploitatie die met geborgde leningen zijn gefinancierd niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. De ultimo boekjaar bestaande obligoverplichting is toegelicht in de paragraaf 'Obligoverplichting Waarborgfonds sociale Woningbouw' onder Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen. 

Beleidswaarde

Voor de bepaling van de beleidswaarde is overeenkomstig de in de regelgeving voorgeschreven methodiek de disconteringsvoet uit het Handboek modelmatig waarderen gehanteerd. De disconteringsvoet voor de beleidswaarde 2025 is vastgesteld op 4,22% voor de DAEB-portefeuille en 4,76% voor de niet-DAEB portefeuille. Per 31 december 2025 is in totaal € 538 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het Eigen vermogen begrepen (2024: € 420 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Domesta. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurhuizen.Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. 

Daarnaast zal bij mutatie van het huis slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd.

Uitgangspunten beleidswaarde

Vanaf verslagjaar 2024 komen de volgende grondslagen voor de bepaling van beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige en onzelfstandige woongelegenheden) overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  • Voor de gehele woongelegenhedenportefeuille toepassen van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. De overdrachtskosten worden op 0 gezet. Er is geen sprake meer van eindwaardeberekening maar van een eeuwigdurende benadering door middel het inrekenen van de kasstromen vanaf jaar 15 tot en met 60 jaar.

  • Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van de toegelaten instelling bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en Nationale Prestatieafspraken en prestatieafspraken met gemeenten. De streefhuur wordt geïndexeerd met de prijsinflatie.

  • De 60-jarige instandhoudingsbegroting is volledig opnieuw opgebouwd op basis van actuele brongegevens uit Tobias365, aangevuld met historische archieven en beschikbare documentatie voor complexen waarvoor het bronsysteem ontoereikend was. Per complex is vastgelegd welke bouwkundige en installatietechnische componenten aanwezig zijn waaronder daken, gevels, kozijnen, cv-installaties, ventilatiesystemen en liften en zijn onderhouds- en vervangingscycli toegepast conform de technische levensduur en vastgestelde beleidsuitgangspunten. Normbedragen zijn per element beoordeeld op onderbouwing en onderlinge vergelijkbaarheid. Aanvullend zijn de kosten voor dagelijks onderhoud, contractonderhoud, mutatieonderhoud en toerekenbare kosten geïntegreerd ten behoeve van de beleidswaarde.

De definitie van onderhoud vanuit eigen beleid is gelijk aan de definitie gehanteerd in de post 'lasten onderhouds- activiteiten’ in de functionele winst en verliesrekening in de rubriek ‘Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille’, met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op de zogenaamde ingrijpende verbouwing. 

  • Inrekening van toekomstige beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake.Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten zoals die worden verwerkt onder de post Lasten verhuur en beheeractiviteiten en de post Overige directe operationele lasten in de winst-en-verliesrekening.

  • Inrekening van noodzakelijke verplichtingen die voortkomen uit wettelijke verplichtingen of landelijke afspraken, zoals het uitfaseren van woningen met energielabels E, F en G. In de marktwaarde zijn deze uitgaven geen onderdeel van het achterstallig onderhoud.

  • Inrekening van een uniforme, lagere disconteringsvoet (“sociale disconteringsvoet”)in plaats van de marktdisconteringsvoet. De sociale disconteringsvoet wordt jaarlijks in oktober gepubliceerd op de website van de Autoriteit Wonen.

De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.

De afwijkingen in gehanteerde uitgangspunten, veronderstellingen en gehanteerde disconteringsvoet tussen beleidswaarde en marktwaarde:

Het bestuur van Domesta heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 566 miljoen.Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2025 bestaat uit de volgende onderdelen:

  2025 2025
beleidswaarde marktwaarde
Huurprijzen Beleidshuur van 66,23% van de maximaal redelijke huur. Markthuur en maximale huren conform het WWS
Gemiddelde beleidshuur EUR 652,64 per vhe Gemiddelde maximale huur EUR 1036,34 per vhe
Onderhoudsnorm Kasstromen voor komende 60 jaar vanuit de Gemiddelde bedragen voor onderhoud per complex met
meerjaren-onderhoudsbegroting  aanpassing van de modelmatige onderhoudsbedragen
Gemiddeld EUR 3673,44 per vhe door externe taxateur.
  Gemiddeld EUR 1822,68 per vhe
Beheerlasten Toekomstige beheerlasten volgens jaarrekening. Marktconforme beheerlasten. Gemiddeld EUR 938,25 per
  Gemiddeld EUR 926,71 per vhe vhe
Achterstallig onderhoud: verplichting met EFG label EUR 873.854 aan verplichtingen ingerekend Geen verplichtingen EFG labels ingerekend
Disconteringsvoet Sociale disconteringsvoet conform handboek Marktconforme disconteringsvoet per complex. Verschil
modelmatige waardering DAEB 4,22% en Niet- tussen disconteringsvoet doorexploitatie en
DAEB 4,76% uitpondscenario. Disconteringsvoet hoogste scenario
  voor marktwaarde variërend van 4,75% tot 15,00%.

Uitgangspunten beleidswaarde (gemiddelde per woning teruggerekend in €)

  2025 2024
Beleidshuur per maand 653 617
Onderhoudsnorm 3.673 3.735
Beheerlasten 926 903
Disconteringsvoet 4,22% 4,17%

Specificatie beleidswaarde

  2025 2024
Marktwaarde in verhuurde staat  1.431.552   1.326.675 
Beschikbaarheid (doorexploiteren)  44.491   -36.276 
Betaalbaarheid (huren)  -392.307  € -332.389
Kwaliteit (onderhoud)  -367.264   -398.593 
Beheer (beheerkosten)  -11.458   -12.017 
Disconteringsvoet  160.452   160.667 
Beleidswaarde  865.466   708.068 

Sensitiviteitsanalyse

Scenario Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op beleidswaarde Effect
1. Disconteringsvoet 0,5% hoger € 72,5 miljoen lager
2. Streefhuur per maand € 25 hoger € 56,6 miljoen hoger
3. Lasten onderhoud per jaar € 100 hoger € 34,1 miljoen lager
4. Lasten beheer per jaar € 100 hoger € 34,1 miljoen lager

2. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Stand per 1 januari  
Contractprijs (verkochte woningen) 3.356
Cumulatieve waardeveranderingen 3.357
Boekwaarde per 1 januari 6.713
   
Mutaties in het boekjaar  
Desinvesteringen contractprijs -206
Desinvesteringen waardeveranderingen -231
Waardeveranderingen 378
   
Totaal mutaties -59
   
Stand per 31 december  
Contractprijs (verkochte woningen) 3.150
Cumulatieve waardeveranderingen 3.504
Boekwaarde per 31 december 6.654

Het aantal huizen verkocht onder voorwaarden bedraagt ultimo 2025: 27 (2024: 29).

3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Stand per 1 januari  
Aanschafprijs 5.292
Cumulatieve waardeveranderingen -32.782
Boekwaarde onder aftrek van voorziening -27.490
   
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 28.785
Boekwaarde voor aftrek van voorziening 1.295
   
Mutaties in het boekjaar  
Presentatiewijziging aanschafwaarde  
Presentatiewijziging cumulatieve waardeverandering  
   
Investeringen 20.449
Waardeveranderingen -1.293
Overboeking naar DAEB- vastgoed in exploitatie  
Investeringen opgeleverde projecten -1.379
Waardeveranderingen opgeleverde projecten 328
Overboeking naar voorraad grond- en ontwikkelposities 0
Saldo mutaties 18.105
   
Stand per 31 december  
Aanschafprijs 24.362
Cumulatieve waardeveranderingen -33.747
Boekwaarde onder aftrek van voorziening -9.385
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 10.704
Boekwaarde voor aftrek van voorziening 1.319

4. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

  Bedrijfsgebouwen Overige roerende zaken Totaal
Stand per 1 januari      
Verkrijgingsprijs 8.664 4.503 13.167
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen -3.942 -1.906 -5.848
Boekwaarde 4.722 2.597 7.319
       
Mutaties in het boekjaar      
       
Investeringen 0 54 54
Desinvesteringen 0   0
Afschrijvingen desinvesteringen 0   0
Afschrijvingen -186 -588 -774
Totaal mutaties -186 -534 -720
       
Stand per 31 december      
Verkrijgingsprijs 8.664 4.557 13.221
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen -4.128 -2.494 -6.622
Boekwaarde 4.536 2.063 6.599

In de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn alle posten van de exploitatie begrepen welke juridisch en economisch in vrije eigendom van Domesta zijn.

Financiële vaste activa

5. Latente belastingvorderingen

  2025 2024
Afschrijvingspotentieel 1.993 2.662
  1.993 2.662

Verloopoverzicht latente belastingvordering afschrijvingspotentieel

Stand per 1 januari 2.662
Wijziging ten gunste / (ten laste) van het resultaat -669
Stand per 31 december 1.993

Sinds 1 januari 2008 is Domesta voor al haar activiteiten onderworpen aan vennootschapsbelasting. Tot 2008 was Domesta alleen voor haar commerciële activiteiten onderworpen aan vennootschapsbelasting. Domesta heeft de VSO2 in 2009 ondertekend. De VSO2 heeft een looptijd tot en met 31 december 2012. Na deze periode wordt de VSO2 stilzwijgend met steeds één jaar verlengd, tenzij een van de partijen vóór 1 december heeft opgezegd. De Belastingdienst heeft de woningcorporaties in november 2022 medegedeeld dat de VSO2 per 1 januari 2023 is opgezegd. De opzegging heeft voor Domesta naar verwachting beperkte impact.

De op contante waarde van de gewaardeerde latentie afschrijvingspotentieel is berekend tegen 2,01% en heeft een looptijd van 6 jaar. De nominale waarde van deze latenties bedraagt € 2,1 miljoen. De post heeft betrekking op het fiscaal afschrijvingspotentieel.

Domesta kan als gevolg van de beperking van de renteaftrek (ATAD) sinds 2019 een deel van de rentelasten niet fiscaal in mindering brengen op de winst. In totaal is hierdoor voor € 20,5 miljoen, aan rentelasten fiscaal niet verrekend. Over 2025 heeft Domesta voor een bedrag van € 3,4 miljoen (last: € 0,8 miljoen) niet kunnen verrekenen. Domesta voorziet geen mogelijkheid tot verrekening en waardeert dit verschil om die reden niet in de jaarrekening. Domesta kent commercieel/fiscale verschillen waarvoor geen latentie wordt gevormd, bijvoorbeeld vanwege de geringe omvang of het verschil in feite permanent is.

Domesta voert in duurzaamheid haar beleid als toegelaten instelling uit, gericht op het beheren en verhuren van woningen en daarmee het in stand houden van (de omvang van) haar vastgoedportefeuille. Domesta heeft aan het einde van de levensduur de intentie tot sloop, gevolgd door (vervangende) nieuwbouw.

In de jaarrekening 2025 is een fiscaal resultaat van € 16,3 miljoen berekend. Domesta heeft geen compensabele verliezen meer.

6. Lening u/g

  2025 2024
Leningen u/g    
Stand per 1 januari 389 417
Aflossingen -47 -28
Stand per 31 december 342 389

De post overige vorderingen bestaat uit uitgestelde betalingen op verkochte huizen en verstrekte startersleningen. Naar verwachting heeft het gehele bedrag een looptijd langer dan 1 jaar.

Vlottende activa

7. Voorraden

  2025 2024
Overige voorraden    
Voorraad klein materiaal 4 2
Grond- en ontwikkelposities 635 744
  639 746

Grond- en ontwikkelposities betreft de grondlocatie ten behoeve van (toekomstige) ontwikkelingsprojecten die nog niet in realisatie zijn genomen. Deze gronden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs dan wel de lagere opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de extern dan wel intern uitgevoerde toetsing van de waardering van gronden ultimo boekjaar. Deze interne toetsing is gebaseerd op de kennis van de lokale markt alsmede van de lokale ontwikkelmogelijkheden (waaronder bestemmingswijzigingen, etc.).

8. Vorderingen

  2025 2024
Huurdebiteuren    
Zittende huurders 729 838
Voorziening wegens oninbaarheid -78 -122
  651 716
  2025 2024
Vorderingen op gemeenten    
Vorderingen gemeente 92 250
Bijdragen WMO 0 2
  92 252
  2025 2024
Vennootschapsbelasting    
Vennootschapsbelasting voorgaande boekjaren 2.421 2.033
Vennootschapsbelasting huidig boekjaar 416 3.079
  2.837 5.112
  2025 2024
Overige vorderingen    
Vertrokken huurders 430 551
Voorziening wegens oninbaarheid -319 -443
  111 108
  2025 2024
Overlopende activa    
Diversen (o.a. griffierechten) 1.334 1.105
Subsidies 211 158
Afwikkeling schades 192 0
  1.737 1.263

Onder de vorderingen zijn geen posten opgenomen met een resterende looptijd langer dan een jaar.

9. Liquide middelen

  2025 2024
BNG Bank N.V. rekening-courant 2.510 6.525
ING Bank N.V. rekening-courant 1.847 1.296
ING Bank N.V. spaarrekening 0 0
Rekening-courant SVN 6 570
ING Bank N.V. rekening-courant niet-DAEB 45 45
Kasmiddelen 0 1
  4.408 8.437

Liquide middelen staan ter vrije beschikking.

Passiva

10. Eigen vermogen

  2025 2024
Herwaarderingsreserve    
Stand per 1 januari 420.094 463.680
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar 119.867 -42.648
  539.961 421.032
Desinvesteringen -1.412 -938
Stand per 31 december 538.549 420.094
     
Overige reserves    
Stand per 1 januari 405.334 433.273
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar -5.061 -28.877
Stand per 1 januari 400.273 404.396
Mutatie herwaarderingsreserve 1.412 938
Stand per 31 december 401.685 405.334

Desinvestering betreft het gerealiseerde deel van de herwaardering gedurende het boekjaar en bestaat uit realisatie uit verkoop €853.000 (2024: € 938.000) realisatie uit sloop €559.000 (2024: € 0). 

Herwaardering betreft het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de historische kostprijs en leidt tot een herwaarderingsreserve in het eigen vermogen. Wanneer er sprake is van een negatief verschil tussen de marktwaarde van activa en de historische kostprijs wordt dit ORT genoemd en komt ten laste van de overige reserve in het eigen vermogen.

Voor de toelichting inzake de resultaatbestemming verwijzen we naar hoofdstuk 10.1 Statutaire bepalingen inzake het resultaat. 

11. Voorzieningen onrendabele investeringen en herstructureringen

  Toekomstige investeringen in bestaande complexen Toekomstige investeringen in nieuwbouw projecten Totaal
Stand per 1 januari 42 28.785 28.827
Mutaties in het boekjaar      
Toevoeging ten laste van het resultaat 12.888 1.294 14.182
Onttrekkingen -5.265 -18.725 -23.990
Vrijval ten gunste van het resultaat 0 -322 -322
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie   -328 -328
Stand per 31 december 7.665 10.704 18.369

12. Overige voorzieningen

  Jubileum voorziening Voorziening generatiepact Voorziening collegiale solidariteit
Stand per 1 januari 514 0 0
Mutaties in het boekjaar      
Onttrekking -35 0  
Toevoeging ten laste van het resultaat 60 389 5.000
Vrijval ten gunste van het resultaat -21 0 0
Stand per 31 december 518 389 5.000

De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. Van de jubileaumvoorziening is een bedrag van € 312.000 (2024: € 314.000) als langlopend (langer dan 5 jaar) aan te merken. 

De voorziening generatiepact is gevormd voor huidige en verwachte toekomstige deelnemers aan het generatiepact. Binnen dit generatiepact kunnen medewerkers minder uren werken en hiervoor gecompenseerd worden. De voorziening is gevormd voor de loondoorbetalingsverplichting en pensioenaanvulling voor het deel van het dienstverband dat de (toekomstige) deelnemende medewerkers niet meer werken. Van de voorziening generatiepact is een bedrag van €118.000 als langlopend (langer dan 5 jaar) aan te merken.

De voorziening collegiale solidariteit heeft betrekking op uitkeringen projectondersteuning aan Stichting Woonconcept te Meppel via het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De ondersteuning bedraagt € 5.000.000 en wordt gedurende de jaren 2026 tot en met 2030 in delen van € 1.000.000 verstrekt.

De voorziening heeft een looptijd van vijf jaren en komt voort uit afspraken in het kader van Collegiale Solidariteit in Drenthe. Naar verwachting zal de voorziening aflopen met EUR 1 miljoen per jaar naar nul. Een aantal zaken kan de afloop van de voorziening beïnvloeden. Ten eerste als uit de meerjarenprognose blijkt dat Domesta de projectsteun niet kan betalen, ten tweede als ontvanger Woonconcept het programma dat ten grondslag ligt aan de projectsteun niet volledig kan uitvoeren en ten derde als er sprake is van overmaat bij Woonconcept. Het wordt niet waarschijnlijk geacht dat bovenstaande gebeurtenissen zich voordoen.


13. Langlopende schulden

  Schulden aan banken Schulden/ leningen overheid
     
Stand per 1 januari 370.983 139
Nieuw opgenomen leningen 25.000  
Vrijval agio lening Vestia en Weideheem -174  
Aflossingen -17.232 -11
Mutaties variabele hoofdsom leningen 6.000  
Saldo 384.577 128
     
Af: Aflossingsverplichting komend jaar -10.617 -12
Stand per 31 december 373.960 116
     
Looptijd van:    
Tot 1 jaar 10.000  
Tussen 1 en 5 jaar 48.500  
Langer dan 5 jaar 326.076 128
     
Het schuldrestant van de leningenportefeuille bestaat uit de type leningen: Schulden aan banken Schulden/ leningen overheid
Vastrentende leningen 324.576 128
Variabel rentende leningen 10.000 0
Basisrenteleningen 50.000 0
Stand per 31 december 384.576 128

De stand per 1 januari 2025 in bovenstaand overzicht betreft zowel het kortlopend als het langlopend deel per 1 januari. 

Per 31 december 2025 heeft Domesta een leningenportefeuille met een schuldrestant van € 380,0 miljoen. De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 374,4 miljoen. Domesta beschikt over 2 variabele hoofdsomleningen van totaal € 20 miljoen. Van dit saldo is € 10 miljoen opgenomen en is de overige € 10 miljoen vrij op te nemen. De leningenportefeuille bestaat voor € 650.000 uit niet door het WSW geborgde financiering. Deze lening is verstrekt door de BNG Bank onder gemeentegarantie van de gemeente Hoogeveen. 

Het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille, zonder het effect van afgeleide financiële rente-instrumenten, bedraagt 2,66% (2024: 2,44%).

De basisrenteleningen hebben een rentetarief dat bestaat uit twee componenten, zijnde een basisrente en een liquiditeitsopslag. De basisrente geldt voor de volledige looptijd van de leningen. De liquiditeitsopslag geldt voor de overeengekomen periode, waarbij de eerste minimale looptijd 5 jaar bedraagt. Na 5 jaar dient een nieuwe liquiditeitsopslag met de bank overeengekomen te worden. De liquiditeitsopslag van de huidige basisrenteleningen bedraagt tussen 0,13% en 0,45%. Voor een overzicht van de renteherzieningsmomenten van de leningen wordt verwezen naar de risicoparagraaf Renterisico van de toelichting Financiële instrumenten. De variabel rentende leningen (zogeheten roll-over leningen) dragen een variabel rentepercentage op de 1-maands Euribor-notering met een gewogen gemiddelde opslag van 0,29%.

Het totaal van door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geborgde leningen bedraagt € 389,4 miljoen (2024: 382,6 miljoen). 

Het agio ruillening Vestia is in de winst- en verliesrekening 2021 verantwoord als volkshuisvestelijke bijdrage onder de overige organisatiekosten. Het agio valt in 40 jaar (2022 tot en met 2061) volgens het amortisatieschema vrij ten gunste van de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten. De vrijval komend boekjaar is opgenomen onder de kortlopende schulden. 

De ING bank heeft tevens een rekening-courantkrediet verstrekt. De kredietfaciliteit in rekening-courant bij de ING bedraagt per 31 december 2025 € 1,5 miljoen (2024: € 1,5 miljoen) en de rente Euribor plus 1,4% (2024: 1,4%). 

De gewogen gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille bedraagt ultimo 2025 21 jaar (2024: 21 jaar). 

14. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Stand per 1 januari 5.936
Mutaties:  
Vermindering als gevolg van terugkoop/afkoop verplichting -379
Waardemutaties terugkoopverplichting 290
Stand per 31 december 5.847

Domesta heeft ultimo 2025 uit hoofde van de regeling Verkoop onder voorwaarden een terugkoopverplichting voor 27 woningen (2024: 29 woningen). De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichtingen. Bij jaarlijkse toetsing van de terugkoopverplichting wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling van onroerende zaken en specifieke contractvoorwaarden met derden. 

De waardeverandering van de huizen verkocht onder voorwaarden en terugkoopverplichting wordt jaarlijks in de winst- en verliesrekening verantwoord. 

15. Overige schulden

Stand per 1 januari 37
Mutaties in het boekjaar:  
Ontvangen waarborgsommen 0
Terugbetaalde waarborgsommen -2
Stand per 31 december 35

De waarborgsommen bestaan uit de ontvangen waarborgsommen uit hoofde van zakelijke huurovereenkomsten. De waarborgsommen hebben een looptijd langer dan 1 jaar.

16. Kortlopende schulden

     
Schulden aan overheid 2025 2024
Kortlopend deel langlopende schulden 12 11
     
     
Schulden aan banken 2025 2024
ING Bank N.V. rekening-courant schuld 0 0
Kortlopend deel langlopende schulden 10.617 17.231
  10.617 17.231
     
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen 2025 2024
Omzetbelasting 3.688 2.460
Premies sociale verzekeringen 384 340
Pensioenen 114 106
  4.186 2.906
     
Overlopende passiva 2025 2024
Rente- en bankkosten 4.885 4.431
Vooruitontvangen huur 818 886
Overlopende onderhoudskosten 1.334 1.750
Overige overlopende passiva 1.042 988
  8.079 8.055

De kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan 1 jaar. 

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Afkoopsommen

Met een zakelijke huurder is een separate afspraak gemaakt om de verbouwingskosten en het gasloos maken van het pand in de huurprijs te verdisconteren. Bij beëindiging van dit contract is de huurder de resterende termijnen, tot en met 31 januari 2035, verschuldigd. De waarde van deze afkoop bedraagt per 31 december 2025 € 86.000.

Investeringsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw, renovatie en onderhoud van woningen opgenomen tot een bedrag van € 45,7 miljoen (2024: € 3,9 miljoen). Deze verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op nieuwbouw projecten waarvoor reeds een voorziening ORT is opgenomen.

Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Gebaseerd op artikel 18 van het Reglement van Deelneming van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) heeft Domesta een obligoverplichting naar het WSW. De verplichting is voorwaardelijk. Dit obligo is opeisbaar indien het totale risicovermogen van het WSW onder het garantieniveau (0,25% van het geborgd schuldrestant) daalt. 

De obligoverplichting bestaat uit het jaarlijks obligo en het gecommitteerd obligo.

De maximale netto omvang van het jaarlijks obligo is vastgesteld op 0,25% van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Bij het huidige tarief van 25,8% vennootschapsbelasting resulteert dit in een maximale omvang van het jaarlijkse obligo van 0,3333% bruto. De jaarlijkse obligoheffing wordt verantwoord onder de rentelasten en soortgelijke kosten.

Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen de deelnemers zeker door middel van een obligolening. De obligolening is een door het WSW geborgde variabele hoofdsomlening die deelnemer aangaat met een geldgever en waarvan na trekking de gelden rechtstreeks worden gestort op een daartoe aangewezen rekening van het WSW. De obligolening weegt voor de totale hoofdsom mee in de dekkingsratio en onderpandsratio van de deelnemer.

Jaarlijks stelt het WSW de omvang van het gecommitteerd obligo vast op basis van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Indien nodig verzoekt het WSW de deelnemer vervolgens om de hoogte van de obligolening hierop aan te passen.

Domesta heeft ultimo 2025 € 9.921.000 (2024: € 9.155.000) aan obligolening (met variabele hoofdsom) aangetrokken. 

Bijdrageheffing kosten Autoriteit woningcorporaties

In artikel 61c van de Woningwet is bepaald dat Domesta moet betalen voor de kosten van de Autoriteit woningcorporaties. Hiertoe moet de Aw jaarlijks uiterlijk op 1 oktober bij Domesta een bijdrageheffing innen. Artikel 121 van het BTIV bevat de wettelijke grondslag voor de berekeningswijze en de procedure.

De bijdrageheffing Aw is een jaarlijks terugkerende heffing. De bijdrageheffing van de Aw kent een tarief voor alle woongelegenheden in eigendom van Domesta en een tarief per € 1.000 WOZ-waarde op 31 december van het voorafgaande jaar.

Per saldo is de bijdrageheffing voor de kosten Aw 2025 vastgesteld op totaal €15,3 miljoen. Dit totaalbedrag is verdeeld over alle corporaties op grond van de berekeningswijze in het Btiv 2015. Dit betekent voor Domesta een tarief van circa € 3,17 per woongelegenheid en circa € 0,012 per € 1.000 WOZ-waarde van de woongelegenheden in eigendom van Domesta.

Collegiale samenwerking - overname grondposities

Domesta zal in verband met de afgesproken collegiale ondersteuning een grondpositie en nieuwbouwafspraken overnemen van Stichting Woonconcept. De grondpositie betreft een perceel in Hoogeveen waarop nieuwbouwwoningen gerealiseerd gaan worden. De grondprijs bedraagt afgerond € 806.000. De nieuwbouwafspraken betreft het realiseren van 12 woningen in Elim. De grond wordt hierbij verkregen van gemeente Hoogeveen.

Erfpachtverplichtingen

Een deel van de onroerende goederen is gebouwd op grond met erfpachtverplichtingen. Het jaarlijkse bedrag aan canonverplichtingen bedraagt € 25.500, exclusief indexatie. De canonverplichtingen lopen van 1 april 2024 tot 31 maart 2040.

Leasing

Er zijn langlopende onvoorwaardelijke verplichtingen aangegaan ter zake van operational leasing. De operational leasing wordt lineair over de leaseperiode in de winst-en-verliesrekening verwerkt. De resterende looptijd kan als volgt worden gespecificeerd:

Niet langer dan 1 jaar 274
Tussen 1 en 5 jaar 794
Langer dan 5 jaar 0
  1.068

Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben geen gebeurtenissen na balansdatum plaatsgevonden. 

Toelichting op de winst- en verliesrekening 2025

17. Huuropbrengsten

  2025 2024
Nettohuur 77.438 73.695
Dotatie voorziening dubieuze huurdebiteuren -113 -182
Huurderving wegens leegstand en oninbaarheid -421 -515
  76.904 72.998
     
Huurderving in % van de nettohuur 0,54% 0,70%
Huurachterstand in % van de nettohuur 1,50% 1,89%

Alle huuropbrengsten zijn gerealiseerd in Nederland. De netto huur van sociale huurwoningen, garages en parkeerplaatsen is per 1 juli 2025 verhoogd met 4,75% (2024: huurverhoging per 1 juli 2024 van 5,5%).  De netto huur van het zorgvastgoed, maatschappelijke onroerend goed en bedrijfsmatig onroerend goed is verhoogd volgens het geldende huurcontract. Jaarlijks publiceert de Rijksoverheid de maximale huurstijging voor sociale huurwoningen. De maximale huurverhoging per 1 juli 2025 bedraagt 5,0%.

18. Opbrengst servicecontracten

18. Opbrengsten servicecontracten    
  2025 2024
Overige goederen, leveringen en diensten 2.350 2.643
Derving wegens leegstand -19 -37
  2.331 2.606

19. Kosten servicecontracten

19. Lasten servicecontracten    
  2025 2024
Kosten uit afgesloten servicecontracten -2.238 -2.597
Afschrijvingen overige goederen 0 -8
  -2.238 -2.605

20. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

20. Lasten verhuur en beheeractiviteiten    
  2025 2024
Directe kosten verhuur en beheer 198 -265
Toegerekende organisatiekosten 4.782 4.490
  4.980 4.225

21. Lasten onderhoudsactiviteiten

21. Lasten onderhoudsactiviteiten    
  2025 2024
Planmatig onderhoud 11.183 14.060
Niet planmatig onderhoud (mutaties, reparaties, klachten) 12.306 12.567
Contract onderhoud 5.009 4.274
Overige onderhoudskosten 585 656
Toegerekende organisatiekosten 5.081 5.396
  34.164 36.953

22. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

22. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit    
  2025 2024
Zakelijke lasten (ozb, waterschapsbelasting, rioolheffing etc.) 3.617 3.562
Verzekeringen 597 620
Leegstand gas-, elektra-, waterverbruik 50 35
Overige lasten (per saldo) 550 699
  4.814 4.916

23. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

23. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille    
  2025 2024
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 5.374 2.571
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -4.600 -1.609
Externe verkoopkosten -111 -94
Netto verkoopopbrengst 663 868
Toegerekende organisatiekosten verkoop 34 14
  629 854

24. Overige waardeveranderingen

24. Overige waardeveranderingen    
  2025 2024
Waardeveranderingen onrendabele investeringen en herstructureringen -14.294 -11.026
Overige waardeveranderingen -219 -3.743
  -14.513 -14.769

25. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

25. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
  2025 2024
DAEB-vastgoed in exploitatie 94.786 120.064
Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie -110 -197
  94.676 119.867

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de vastgoedobjecten in exploitatie (exclusief het effect van onrendabele investeringen) die gewaardeerd zijn op basis van marktwaarde in verhuurde staat. Voor een nadere toelichting op de niet-gerealiseerde waardeveranderingen wordt verwezen naar de toelichting op het vastgoed in exploitatie.

26. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen verkoop onder voorwaarden

26. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden    
  2025 2024
Waardeveranderingen onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 30 94
  30 94

27. Overige organisatiekosten

27. Overige organisatiekosten    
  2025 2024
Totale indirecte organisatiekosten 14.656 15.295
Af: toegerekende organisatiekosten verhuur en beheer 4.782 4.490
Af: toegerekende organisatiekosten onderhoud 5.081 5.396
Af: toegerekende organisatiekosten verkoop bestaand bezit 34 14
Af: toegerekende organisatiekosten leefbaarheid 1.342 1.242
  3.417 4.153
     
De organisatiekosten zijn als volgt opgebouwd:    
Toegerekende organisatiekosten 3.417 4.153
Overige bedrijfskosten 5.566 602
WSW obligo 103 105
  9.086 4.860

De toerekening van de indirecte organisatiekosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De indirecte organisatiekosten die worden doorberekend hebben onder andere betrekking op lonen en salarissen, afschrijvingen en overige bedrijfskosten. De verdeelsleutels zijn bepaald op basis van aantal fte's. Op de indirecte organisatiekosten zijn voor verdeling de opbrengsten van derden in mindering gebracht. 

De in de winst- en verlies verwerkte afschrijvingen op activa ten dienste van de exploitatie en overige (im)materiële vaste activa bedraagt € 774.000 (2024: € 730.000).

Onder de overige bedrijfskosten is in 2025 een bedrag van € 5 miljoen euro opgenomen voor de voorziening collegiale solidariteit.

Lonen en salarissen

  2025 2024
Salarissen 8.048 7.417
Sociale lasten 1.324 1.251
Pensioenlasten 931 840
Overige personeelskosten incl. inhuur 1.448 2.086
  11.751 11.594

Personeelsbestand

Het aantal fte bedraagt in 2025 110,47 (2024: 113,46). Geen van de werknemers werkt in het buitenland. Deze personeelsomvang (gemiddeld aantal personen) is als volgt onder te verdelen naar de verschillende functionele gebieden:

  2025 2024
Wonen/verhuur  32,84   33,78 
Onderhoud  24,74   27,33 
Verkoop/projectontwikkeling  12,91   12,70 
Staf en financiën  15,72   17,51 
Overige  24,26   22,14 
Totaal  110,47   113,46 

Pensioen

De pensioenregeling is ondergebracht bij het SPW en wordt door hen uitgevoerd. Met betrekking tot deze pensioenregeling is het volgende van belang:

  • De pensioenregeling is een toegezegde pensioenregeling (Defined Contribution-regeling).
  • In geval van tekorten bij het SPW heeft Domesta geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.
  • Als en voor zover een overschot of tekort in het fonds van invloed is op in de toekomst door Domesta te betalen premies, zal informatie worden verstrekt over de beschikbare gevolgen omtrent het overschot of tekort en de mogelijke gevolgen voor Domesta.

De dekkingsgraad is één van de belangrijkste graadmeters voor de financiële positie van een pensioenfonds. De dekkingsgraad geeft namelijk aan in welke mate een pensioenfonds in staat is om aan zijn (toekomstige) pensioenverplichtingen te voldoen.

Per 31 december 2025 bedraagt de dekkingsgraad bij SPW 143,1% (31 december 2024: 129,0%). De vereiste beleidsdekkingsgraad is gelijk aan 134,9%. Het fonds heeft dus voldoende vermogen en geen reservetekort.

28. Kosten omtrent leefbaarheid

28. Kosten omtrent leefbaarheid (x € 1.000)    
  2025 2024
Kosten leefbaarheid 309 285
Toegerekende kosten leefbaarheid 1.342 1.242
  1.651 1.527

29. Financiële baten en lasten

29. Financiële baten en lasten (x € 1.000)    
  2025 2024
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 337 233
Rentelasten en soortgelijke kosten -9.570 -9.034
  -9.233 -8.801

30. Belastingen

De belastinglast over het resultaat in de winst- en verliesrekening bestaat uit de volgende componenten: 

  2025 2024
Mutatie belastinglatentie  -669   -194 
Vennootschapsbelasting voorgaande jaren  -208   -754 
Vennootschapsbelasting boekjaar  -4.279   -2.137 
   -5.156   -3.085 
     
De belastingdruk over het boekjaar 2025 bedraagt 5,9% (2024: 2,6%).    
     
De acute belasting is als volgt bepaald: 2025 2024
Resultaat voor belastingen  93.883   117.891 
Waardeveranderingen vastgoedbeleggingen  -80.193   -105.193 
Verschil commerciële / fiscale afschrijving  -1.476   -1.929 
Bij: Fiscaal geen opbrengst verkoop onroerende zaken  949   434 
Vorming HIR  -1.732   -1.330 
Fiscaal lagere lasten onderhoud  -3.566   -4.757 
Bij: beperking renteaftrek (ATAD)  3.356   3.193 
Bij: dotatie voorzieningen  5.389   
Gemengde kosten  25   25 
Vpb resterend belastbaar bedrag  16.635   8.334 
     
De vennootschapsbelasting over het belastbare bedrag is als volgt:    
  2025 2024
19% over € 200.000  38   38 
25,80% over resterende belastbaar bedrag  4.241   2.099 
Af te dragen over boekjaar  4.279   2.137 
Reeds voldaan  4.694   5.216 
Te ontvangen vennootschapsbelasting huidig boekjaar  -415   -3.079 

31. Honoraria van de accountant

De volgende honoraria zijn in het boekjaar ten laste gebracht van Domesta. Dit is zoals bedoeld in artikel 2:382a lid 1 en 2 BW. 

  2025 2024
Onderzoek van de jaarrekening door KPMG Accountants N.V. 265 346
Andere controleopdrachten door KPMG Accountants N.V. 19 18
  284 364

De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2025 (2024) hebben betrekking op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2025 (2024), ongeacht of de werkzaamheden al gedurende het boekjaar 2025 (2024) zijn verricht.

De in de tabel vermelde honoraria voor andere controlewerkzaamheden 2025 (2024) hebben betrekking op de totale honoraria van de assurance-opdrachten ten aanzien van naleving van specifieke wet- en regelgeving en cijfermatige verantwoording (dVi) en de controle van subsidieverantwoordingen.

32. Wet Normering Topinkomens (WNT)

De WNT is van toepassing op Stichting Domesta. Het voor Stichting Domesta toepasselijke bezoldigingsmaximum in 2025 is € 230.000. (Bezoldigingsmaximum woningcorporaties, klasse G). 

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling

Gegevens 2025 bedragen x € 1    
  E.A. Borstlap P.A.C. Tazelaar
Functiegegevens Bestuurder Bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/04-31/12 01/01-31/03
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  155.154   48.600 
Beloningen betaalbaar op termijn  16.934   5.645 
Subtotaal  172.088   54.245 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  173.190   56.810 
     
-/- Onverschuldigd betaald bedrag en nog niet terugontvangen bedragen N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging  172.088   54.245 
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.
2024 B.S. Moormann P.A.C. Tazelaar
Functiegegevens Bestuurder Bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 - 30/09 06/05-31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  96.959   127.624 
Beloningen betaalbaar op termijn  11.445   14.942 
Subtotaal  108.404   142.566 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  108.404   142.951 
     
-/- Onverschuldigd betaald bedrag en nog niet terugontvangen bedragen N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging  108.404   142.566 

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2025          
Bedragen x € 1. A.Stekelenburg S.J.C. Gaastra A. Aachiche R. Rösler K. Strijker
Functiegegevens Voorzitter Vicevoorzitter Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
           
Bezoldiging          
Bezoldiging  27.600   18.400   18.400   18.400   18.400 
           
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  34.500   23.000   23.000   23.000   23.000 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag          
Bezoldiging  27.600   18.400   18.400   18.400   18.400 
           
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
           
Gegevens 2024          
Bedragen x € 1.          
  A.Stekelenburg S.J.C. Gaastra A. Aachiche R. Rösler K. Strijker
Functiegegevens Voorzitter Vicevoorzitter Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
           
Bezoldiging          
Bezoldiging  26.160   17.440   17.440   17.440   17.440 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  32.700   21.800   21.800   21.800   21.800 

Uitkeringen wegen beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen in 2024  
   
Gegevens 2024  
Bedragen x € 1. B.S. Moormann
Functiegegevens bestuurder
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0
Jaar waarin dienstverband is beëindigd 2024
   
Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband  
Overeengekomen uitkeringen wegen beëindiging dienstverband  54.322 
   
Individueel toepasselijk maximum  75.000 
   
Totaal uitkeringen wegens beëindiging diestverband  54.322 
Waarvan betaald in 2024  54.322 
   
Onverschuldigd betaald bedrag en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. 

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

DAEB en niet-DAEB

DAEB en niet-DAEB-activiteiten gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht

Op grond van artikel 15 lid 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 moeten toegelaten instellingen in de toelichting van de jaarrekening op de enkelvoudige jaarrekening gescheiden balansen, winst-en-verliesrekeningen en kasstroomoverzichten voor de DAEB-tak en voor de niet-DAEB-tak opnemen. Het belang van de toegelaten instelling in de niet-DAEB-tak is als deelneming verantwoord en daarmee onderdeel van het vermogen van de DAEB-tak. Bij de overzichten in de toelichting behorende tot de jaarrekening zijn vergelijkende cijfers over 2023 opgenomen.

Uitgangspunten

Het vermogen van de DAEB-tak zoals opgenomen in de gescheiden balans omvat tevens het vermogen van de vermogenswaarde van het belang in de niet-DAEB-tak. Het resultaat van de DAEB-tak omvat om deze reden ook het resultaat van het belang in de niet-DAEB-tak.

De uitgangspunten en grondslagen voor toerekening van zijn als volgt:

  • Kosten en opbrengsten die direct samenhangen met DAEB-activiteiten worden volledig aan de DAEB tak toegerekend;
  • Kosten en opbrengsten die direct samenhangen met niet-DAEB-activiteiten worden volledig aan de niet-DAEB tak toegerekend;
  • Voor indirecte kosten en opbrengsten wordt een verdeelsleutel gebruikt. Middels de verdeelsleutel worden de kosten en opbrengsten toegedeeld aan de DAEB-tak respectievelijk niet-DAEB-tak naar de mate waarin zij op DAEB-activiteiten respectievelijk niet-DAEB activiteiten betrekking hebben.

Toelichting aard niet-DAEB activiteiten

Onder de niet-daeb vallen de parkeergelegenheden en bedrijfsonroerend goed.

Balans per 31 december 2025 DAEB en niet-DAEB (bedragen x 1.000€)

ACTIVA 2025 2025 2024 2024
  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
Vaste activa        
         
Vastgoedbeleggingen        
DAEB-vastgoed in exploitatie 1.421.944 0 1.317.151 0
Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie 0 9.415 0 9.525
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 2.032 4.621 2.084 4.630
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.319 0 1.295 0
  1.425.295 14.036 1.320.530 14.155
Materiële vaste activa        
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 6.404 195 7.114 205
         
Financiële vaste activa        
Deelnemingen in groepsmaatschappijen 9.536 0 9.404 0
Vorderingen op groepsmaatschappijen 1.020 0 1.190 0
Latente belastingvorderingen 1.967 26 2.625 37
Leningen u/g 165 177 193 196
  12.688 203 13.412 233
         
Som van vaste activa 1.444.387 14.434 1.341.056 14.593
         
Vlottende activa        
         
Voorraden        
Overige voorraden 598 40 708 38
         
Vorderingen        
Huurdebiteuren 637 14 707 9
Vorderingen op gemeenten 92 0 252 0
Vennootschapsbelasting 2.800 37 5.041 72
Overige vorderingen 111 0 107 1
Overlopende activa 1.715 22 1.263 -1
  5.355 73 7.370 81
         
Liquide middelen 4.266 143 8.392 45
         
TOTAAL ACTIVA 1.454.607 14.690 1.357.526 14.757
PASSIVA 2025 2025 2024 2024
  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
Eigen vermogen        
Herwaarderingsreserve 538.549 2.102 420.094 2.348
Overige reserve 401.686 7.302 405.334 7.115
Resultaat boekjaar 88.727 132 114.806 -59
  1.028.962 9.536 940.234 9.404
Voorzieningen        
Onrendabele investeringen en herstructureringen 18.369 0 28.827 0
Overige voorzieningen 5.895 12 507 7
         
Langlopende schulden        
Schulden/leningen overheid 116 0 128 0
Schulden aan banken 373.960 0 353.752 0
Schulden aan groepsmaatschappijen 0 1.020 0 1.190
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 1.839 4.008 1.895 4.041
Overige schulden 30 5 30 7
  375.945 5.033 355.805 5.238
Kortlopende schulden        
Schulden aan overheid 12 0 11 0
Schulden aan banken 10.617 0 17.231 0
Schulden aan leveranciers 2.635 16 4.020 38
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen 4.132 55 2.865 41
Overlopende passiva 8.041 38 8.026 29
  25.437 108 32.153 108
         
TOTAAL PASSIVA 1.454.607 14.690 1.357.526 14.757

Winst- en verliesrekening 2025 DAEB en niet-DAEB (bedragen x 1.000€)

  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
  2025 2025 2024 2024
         
Huuropbrengsten 76.118 786 72.240 758
Opbrengsten servicecontracten 2.222 109 2.490 116
Lasten servicecontracten -2.155 -83 -2.588 -17
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten -4.901 -80 -4.145 -80
Lasten onderhoudsactiviteiten -33.790 -373 -36.337 -616
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -4.739 -75 -4.838 -78
Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille 32.755 284 26.822 83
         
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 5.187 76 2.312 165
Toegerekende organisatiekosten -33 -1 -14 0
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -4.600 0 -1.609 0
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 554 75 689 165
         
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -14.517 4 -14.765 -4
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 94.786 -110 120.064 -197
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 5 25 37 57
Totaal van waadeveranderingen vastgoedportefeuille 80.274 -81 105.336 -144
         
Overige bedrijfsopbrengsten 3 0 127 2
Overige bedrijfskosten -10 0 -1 0
Totaal van nettoresultaat overige activiteiten -7 0 126 2
         
Overige organisatiekosten -9.033 -53 -4.792 -68
Kosten omtrent leefbaarheid -1.629 -22 -1.504 -23
         
Bedrijfsresultaat 102.914 203 126.677 15
         
Totaal van financiële baten en lasten -9.232 -1 -8.770 -31
         
Totaal van resultaat voor belastingen 93.681 202 117.907 -16
         
Belastingen -5.086 -69 -3.042 -43
Resultaat uit deelneming 132 0 -59 0
         
Totaal resultaat na belastingen 88.728 132 114.806 -59

Kasstroomoverzicht 2025 DAEB en niet-DAEB (bedragen x 1.000€)

  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
  2025 2025 2024 2024
Operationele activiteiten        
Ontvangsten:        
Huurontvangsten 76.909 783 71.799 760
Vergoedingen 2.961 137 2.596 119
Overheidsontvangsten 4 0 0 0
Overige bedrijfsontvangsten 209 11 258 4
Ontvangen interest 153 27 84 0
         
Saldo ingaande kasstromen 80.236 958 74.737 883
         
Uitgaven:        
Erfpacht -26 0 -26 0
Betalingen aan werknemers -9.824 -129 -9.503 -135
Onderhoudsuitgaven -30.897 -277 -28.930 -300
Overige bedrijfsuitgaven -13.190 -304 -13.896 -303
Betaalde interest -9.053 -27 -8.544 -31
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -231 0 -222 -3
Leefbaarheid externe uitgaven niet-investeringsgebonden -308 0 -204 0
Vennootschapsbelasting -2.250 -30 -3.899 -55
         
Saldo uitgaande kasstromen -65.779 -767 -65.224 -827
         
Kasstroom uit operationele activiteiten 14.457 191 9.513 56
         
(Des)investeringsactiviteiten        
         
MVA ingaande kasstroom        
Verkoopontvangsten bestaande huur 5.287 77 2.395 165
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 0 0 0 0
Verkoopontvangsten grond 0 0 0 0
         
Tussentelling ingaande kasstroom MVA 5.287 77 2.395 165
         
MVA uitgaande kasstroom        
Nieuwbouw huur -20.081 0 -10.577 0
Verbeteruitgaven -15.380 0 -14.817 0
Aankoop -1.806 0 -1 -40
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop -186 0 0 0
Sloopuitgaven -275 0 -1.177 0
Investeringen overig -72 -1 -859 -10
         
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA -37.800 -1 -27.431 -50
         
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA -32.513 76 -25.036 115
         
FVA        
Ontvangsten overig 173 0 190 9
Uitgaven overig 0 0 0 0
         
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 173 0 190 9
         
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten -32.340 76 -24.846 124
         
Financieringsactiviteiten        
         
Ingaand        
Nieuwe te borgen leningen 25.000 0 52.000 0
         
Uitgaand        
Aflossing geborgde leningen -17.232 0 -10.384 0
Aflossing ongeborgde leningen -11 -170 -10 -170
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 7.757 -170 41.606 -170
         
Netto kasstroom -10.126 97 26.273 10
Wijziging kortgeld 6.000 0 -18.000 0
Toename (afname) van liquide middelen -4.126 97 8.273 10
Liquide middelen per 1 januari 8.392 45 119 35
Liquide middelen per 31 december 4.266 142 8.392 45
         
Aansluiting liquide middelen        
Liquide middelen per 1 januari 8.392 45 119 35
Opname variabele gelden 6.000 0 -18.000 0
Toename (afname) van liquide middelen -10.126 97 26.273 10
Liquide middelen per 31 december 4.266 142 8.392 45