Spring naar inhoud

Financieel

8.1Inleiding

We bewaken de financiële continuïteit aan de hand van dashboards die inzage geven in de ontwikkelingen van onze ondernemingsdoelstellingen en die ons in staat stellen, waar nodig, op tijd bij te sturen. 

De doelstellingen van ons financiële beleid en beheer zijn ondersteunend aan de realisatie van de volkshuisvestelijke doelstellingen en financiële continuïteit. 

Voor de beoordeling van de financiële continuïteit sluiten we vooralsnog aan bij de financial risks zoals het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en de Autoriteit woningcorporaties (Aw) deze formuleerden. Elke 4 maanden rapporteren we hierover. We stellen ieder jaar een meerjarenbegroting op waarin de kasstromen van alle beleidsvoornemens staan. Onderstaand de financiële positie van 31 december 2025 in vergelijking met de situatie op dezelfde datum in 2024.

Financiële continuïteit

  Realisatie 2025 Realisatie 2024 Norm
ICR 2,60 2,11 >1,4
Loan to Value o.b.v. beleidswaarde 44% 52% <70%
Solvabiliteit o.b.v. beleidswaarde 52% 42% >30%

Financiële continuïteit, DAEB en niet-DAEB

  DAEB 2025 DAEB 2024 Norm Niet-DAEB 2025 Niet-DAEB 2024 Norm
ICR 2,59 2,11 >1,4 7,07 2,81 >1,8
Loan to Value o.b.v. beleidswaarde 44% 52% <70% 11% 12% <70%
Solvabiliteit o.b.v. beleidswaarde 52% 43% >30% 65% 64% >30%

Alle kengetallen voldoen aan de normen die de toezichthouders gebruiken. De kengetallen zijn berekend op basis van de richtlijnen van de Aw/WSW

In de meerjarenbegroting 2026 is te zien dat de ontwikkeling van de ICR naar verwachting op een voldoende niveau zal blijven. Door middel van monitoring van uitgaven via rapportages als het gebruik van een duurzaam bedrijfsmodel en bijsturing op afwijkingen is er voldoende waarborg dat dit gerealiseerd zal worden. 

8.2Marktwaarde en beleidswaarde

Marktwaarde

Ons vastgoed waarderen we op marktwaarde in verhuurde staat. Het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (BTIV) geeft in artikel 31 nadere uitwerking van de verplichte waardering. In dit besluit is het ‘handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ opgenomen oftewel het waarderingshandboek. Om er zeker van te zijn dat het waarderingshandboek leidt tot een ‘aannemelijke marktwaarde’ wordt het handboek jaarlijks geactualiseerd en op juistheid gecontroleerd. De actualisatie bestaat uit jaarlijkse aanpassingen van de normen en parameters in het handboek. Bij het valideren van het handboek wordt gecontroleerd of de verkregen marktwaardes leiden tot een logische en herkenbare marktwaarde voor alle corporaties in alle provincies en voor alle typen vastgoed.

Het handboek kent 2 waarderingsvarianten: de basisversie en de full-versie. Wij gebruiken de basisversie van het handboek voor eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden. De full-versie gebruiken we voor studenteneenheden, woonwagens en standplaatsen, bedrijfsmatig onroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en intramuraal en extramuraal zorgvastgoed. Dit type vastgoed is onderling moeilijk vergelijkbaar en daarom is de basisversie minder geschikt. Om tot een ‘aannemelijke marktwaarde’ te komen van dit type vastgoed, is het inschakelen van een taxateur noodzakelijk.

Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de marktwaarde 

De woningmarkt in Drenthe heeft de afgelopen jaren een dynamische ontwikkeling doorgemaakt, met een mix van stijgende huizenprijzen en een beperkte woningvoorraad waardoor de vraag naar woningen groter is dan het aanbod, dit is terug te zien in de waardestijging bij Domesta. In vergelijking met de Randstad is de woningmarkt in Drenthe minder oververhit, maar ook hier is er sprake van een toenemende vraag naar woningen, vooral in de grotere steden zoals Assen, Emmen, en Hoogeveen. De afgelopen jaren zijn de prijzen in deze regio gestegen, maar ze blijven over het algemeen lager dan in de drukbevolkte gebieden in het westen van Nederland. We zien deze stijging ook terug in de marktwaardeontwikkeling van onze portefeuille.

De totale omvang van de DAEB portefeuille is gestegen met € 95,3 miljoen tot een waarde van € 1.422 miljoen. Dit is een waardestijging van 7,18%. Deze waardestijging is nader te onderscheiden in drie deelportefeuilles, namelijk wonen, parkeren en BOG MOG ZOG. De woningportefeuille is in 2024 met 8,54% gestegen, de parkeerportefeuille is met 0,60% gedaald en de BOG MOG ZOG portefeuille is gestegen met 4,46%.

De prijzen in de koopmarkt stegen in 2025 door, de prijzen liggen 8,6% hoger dan in 2024. In 2025 liep de rente beperkt op. De rente stijging werkt nauwelijks door in de koopprijzen, deze bleven stijgen door de krapte op de koopmarkt. De WOZ-waarden blijven ook stijgen, dit heeft grote impact op de waardeontwikkeling van onze woningen en andere verhuurde eenheden.

Aan de ontwikkelkant zorgen bouw- en milieubesluiten ervoor dat het moeilijk is om geschikte grond te vinden om op te bouwen. Deze krapte resulteert in een leegwaardegroei per m2 van onze vastgoedportefeuille. De huurprijsontwikkeling van het sociale vastgoed had dit jaar een grotere invloed vanwege de relatief hoge huurverhoging die is doorgevoerd. 

Het jaar 2025 kenmerkt zich door een woningmarkt met verschillende signalen ten opzichte van 2024. Enerzijds blijft de behoefte aan een eigen woning groot door een tekort aan woningen, anderzijds neemt de mogelijkheid tot het kopen van een woning af door de gestegen hypotheekrente echter heeft dit nog niet tot gevolg dat de huizenprijzen dalen, de krapte weegt hier zwaarder dan de renteontwikkeling.

Dit zorgde voor een stijging van de marktwaarde van onze portefeuille ten opzichte 2024.

Verloop marktwaarde in 2025

Wij lichten het verloop van de marktwaarde in 2025 toe aan de hand van de volgende twee overzichten. Onder de overzichten lichten wij de cijfers verder toe.

Totaal marktwaarde 2024-2025 (bedragen in € x 1.000) 2025 2024 Verschil
DAEB-vastgoed in exploitatie 1.421.944 1.317.151 104.793
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 9.415 9.525 -110
Totaal 1.431.358 1.326.675 104.683
Verloopoverzicht marktwaarde 2024-2025 (bedragen in € x 1.000) DAEB Niet-DAEB Totaal
Marktwaarde 2024 1.317.151 9.525 1.326.675
Voorraadmutaties -2.835 11 -2.824
Methodische wijzigingen 86.218 -85 86.134
Mutatie objectgegevens 66.709 658 67.368
Mutaties waarderingsparameters -45.300 -695 -45.995
Marktwaarde 2025 1.421.944 9.415 1.431.358

Toelichting op verloopoverzicht

Voorraadmutaties, negatief effect € 2,8 miljoen 

Onder voorraadmutaties zien we het effect van de verkochte en gesloopte huizen, opgeleverde nieuwbouw en de aankopen over 2025. De marktwaarde van de nieuwgebouwde objecten is 2,4 miljoen en de marktwaarde van de verkochte en gesloopte eenheden is 5,2 miljoen. Hierdoor is de marktwaarde gedaald.

Methodische wijzigingen, positief effect € 86,1 miljoen 

Het handboek schrijft voor hoe de marktwaarde moet worden berekend, oftewel de rekenmethode. Dit betreft de validatie van het handboek 2024, waarbij de disconteringsvoet fors is verlaagd. De gemiddelde disconteringsvoet doorexploiteren van woongelegenheden is, als gevolg van de validatie van het handboek, gedaald van 6,55% naar 5,87% (-0,68%-punt). De gemiddelde disconteringsvoet uitponden van woongelegenheden is, als gevolg van de validatie van het handboek, gestegen van 7,43% naar 7,51% (0,08%-punt).

Daarnaast is de gemiddelde markthuur van woongelegenheden, als gevolg van de validatie van het handboek, gedaald van 866,70 euro naar 861,24 euro (-0,63%).

Mutaties objectgegevens, positief effect € 67,4 miljoen 

De mutaties in de objectgegevens hebben in 2025 een positief effect op de marktwaarde. Het effect komt met name voort uit de stijging van de contract huren en de stijging van de WOZ-waarde.

Mutaties waarderingsparameters marktontwikkeling, negatief effect € 46 miljoen

De waarderingsparameters staan in het handboek en worden jaarlijks geactualiseerd naar aanleiding van de marktontwikkelingen. De uitgangspunten waarmee moet worden gerekend, zijn veelal negatief bijgesteld.

Per saldo is de ontwikkeling op de marktwaarde positief, deze ontwikkeling bestaat uit zowel dalingen als stijgingen. De voornaamste dalingen op de marktwaarde zijn de disconteringsvoet (-€ 63,9 miljoen), instandhoudings- en mutatieonderhoud (-€ 14,7 miljoen), reguliere huurstijging(-€ 10,9 miljoen) en beheerkosten (-€ 2,3 miljoen). De voornaamste stijgingen komen voort uit historische leegwaardestijging (€ 3,5 miljoen), leegwaarde stijging (13,5 miljoen) en markthuurstijging (€ 27,5 miljoen).

Beleidswaarde

De beleidswaarde wordt los bepaald van de marktwaarde. Alleen de rekenregels, de algemene parameters voor kostenontwikkelingen en de mutatiegraad zijn nog (voor een deel) hetzelfde als bij de marktwaardeberekening. Het doel van de beleidswaarde is om duidelijk te maken wat de maatschappelijke bijdrage is van een corporatie. Dit doen we door op 5 voorgeschreven aspecten de marktwaarde in verhuurde staat aan te passen.

De 5 stappen zijn:

  • Beschikbaarheid
  • Betaalbaarheid
  • Kwaliteit
  • Beheer
  • Sociale disconteringsvoet

Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder gaat dit over de bepaling van de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed (terug te vinden in de marktwaarde en beleidswaarde) is geen exacte wetenschap. Ook is dit de grootste post waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening. 

Per 31 december 2025 is € 539 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2024: € 420 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed bepalen we in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen.

Daarmee voldoen we aan de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten die gelden tijdens het maken van de jaarverslaggeving. De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Domesta. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze)verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt. Dit komt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurhuizen.

Ons doel is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die dit zelf niet kunnen. Daarom verkopen we maar een paar huizen. Daarnaast verhogen we bij mutatie van het huis alleen in uitzonderingssituaties de huur tot de maximale huur. Ook zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Domesta.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd. Het bestuur van Domesta heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of pas op zeer lange termijn realiseerbaar is.

Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB-bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 566 miljoen.

Specificatie beleidswaarde (x € 1.000)    
     
  2025 2024
Marktwaarde in verhuurde staat  1.431.552   1.326.675 
Beschikbaarheid (doorexploiteren)  44.491   -36.276 
Betaalbaarheid (huren)  -392.307  € -332.389
Kwaliteit (onderhoud)  -367.264   -398.593 
Beheer (beheerkosten)  -11.458   -12.017 
Disconteringsvoet  160.452   160.667 
Beleidswaarde  865.466   708.068 

Dit impliceert dat circa 59% van het totale eigen vermogen niet of pas op zeer lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.

De beleidswaarde laat zien hoe we onze middelen inzetten op de beleidsterreinen beschikbaarheid, betaalbaarheid, kwaliteit (onderhoud) en efficiency in beheer. Doordat we ons bezit niet verkopen, maar beschikbaar houden voor de verhuur, realiseren we € 20,4 miljoen minder waarde. Hier staat tegenover dat we geen overdrachtsbelasting hoeven te betalen, dat levert ons € 128,7 miljoen waarde op. In de beleidswaarde wordt uitgegaan van een 60-jarige exploitatieperiode. In deze stap realiseren we 63,8 miljoen minder waarde. Omdat we dat bezit vervolgens niet voor een marktconforme prijs verhuren maar beschikbaar houden voor de sociale huisvesting vermindert het verdienpotentieel nog eens met € 392,3 miljoen.

Ons onderhoudsniveau ligt hoger dan bij een commerciële partij. Dat vermindert de verdiencapaciteit met € 367,3 miljoen. In hoeverre dat dit een maatschappelijke prestatie (betere kwaliteit) is of dat er sprake is van inefficiëncy, wordt met deze benadering niet direct duidelijk. De afslag ligt lager dan in 2024, dit heeft te maken met de opnieuw opgestelde instandhoudingsbegroting en dus de beleidswaarde. Onze beheerlasten zijn ook hoger dan bij een marktpartij. Daarmee investeren we nog eens € 11,5 miljoen. De laatste stap in de beleidswaarde is de disconteringsvoet, hier is een waardestijging van 160,5 miljoen te zien. In deze stap wordt de modelmatige disconteringsvoet uit de marktwaarde voor een vaste disconteringsvoet (4,22%). Uit de laatste Aedes benchmark blijkt dat we op onze bedrijfslasten ten opzichte van onze collega’s in de sector gemiddeld (B)scoren.

8.3Jaarresultaat

Het resultaat na belastingen is een winst van € 88,7 miljoen, tegenover resultaat in 2024 van € 114,8 miljoen. Dit is een verslechtering van het resultaat van € 26 miljoen. De grootste oorzaak voor deze verslechtering van het resultaat betreft de positieve waardeveranderingen van onze vastgoedportefeuille die € 25 miljoen lager zijn dan vorig jaar. Als we deze waardeverandering buiten beschouwing laten is ons resultaat na belasting € 1,1 miljoen lager dan in 2024. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn hogere huuropbrengsten (€ 3,9 miljoen) door reguliere huurverhoging en in exploitatie nemen van nieuwbouw, hogere belastinglast (€ 2,1 miljoen), lagere onderhoudslasten (€ 2,8 miljoen), hogere overige organisatiekosten (€ 4,2 miljoen), hogere rentelasten (€ 0,4 miljoen) en hogere lasten verhuur- en beheeractiviteiten (€ 0,8 miljoen). In de hogere overige organisatiekosten is last inzake de collegiale solidariteit van € 5 miljoen opgenomen. 

De huuropbrengsten zijn onze grootste inkomstenbron. Met dit geld kunnen wij de onderhoudskosten betalen. Met het resterende bedrag betalen we de beheerkosten (personeelskosten, leefbaarheid, huisvestingskosten) en rente en belastingen.   

Het geld dat overblijft (batig saldo) gebruiken we om de investeringen in ons bezit en aankopen te financieren en leningen af te lossen. Onder investeringen verstaan we sloop- en nieuwbouwprojecten, renovaties en de uitgaven die we maken voor het verduurzamen van onze huizen.

Het batige saldo is niet voldoende om alle investeringen en aflossingen te betalen. Daarvoor gebruiken we de inkomsten uit de verkopen van huizen, geld dat we nog hebben en we trekken nieuwe leningen aan.

8.4Financiële kengetallen

Financieel reglement

We gebruiken interne signaleringswaarden op basis van de combinatie risicobereidheid en risicovolwassenheid. Dit model is onderdeel van het financieel reglement en beheer (artikel 55a van de Woningwet). 

In het reglement staat dat we de normen van de Aw en het WSW hanteren als minimale / maximale waarden voor de beoordeling van onze financiële positie en dat we een systematiek hanteren om binnen de gestelde normen te kunnen blijven. We hanteren interne signaleringswaarden om enige ruimte te houden tot de externe normen. Daarmee vangen we onverwachte economische ontwikkelingen op. In 2024 is onze financieringsstrategie vastgesteld. Hiermee hebben we de signaleringswaarden vastgesteld voor de DAEB-tak. Voor de niet-DAEB sluiten we aan bij het toezichtkader. In paragraaf 8.1 zijn de over 2025 gerealiseerde waarden opgenomen. 

  Externe norm (WSW) Interne (signalerings)norm 1-2 jaar 3-5 jaar 5-10 jaar
ICR >1,4 >1,8 >1,75 >1,5
LTV <85% <75% <77% <81%
Solvabiliteit >15% >24% >22% >18%
Dekkingsratio <70% <60%
Onderpandratio <70% <60%

Autoriteit Woningcorporaties (Aw)

De Aw ziet erop toe dat woningcorporaties zich concentreren op hun kerntaak: zorgen dat mensen met een laag inkomen goed en betaalbaar kunnen wonen. Nu en in de toekomst. Zij houdt toezicht op het gedrag van woningcorporaties en op hun financiële beheer.

Op 29 november 2025 ontvingen wij van de Aw de beoordeling rechtmatigheid verslagjaar 2024. Hieruit zijn geen bevindingen gekomen. 

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

Het WSW is hét onafhankelijke instituut dat optimale financiering van vastgoed in de publieke sector mogelijk maakt voor aangesloten instellingen. De corporaties die deelnemen aan het WSW staan voor elkaar in via de obligoverplichting. Een obligo is een voorwaardelijke verplichting van de deelnemer om aan het WSW een bepaald bedrag over te maken. De hoogte van dat bedrag is afhankelijk van het bedrag aan geborgde leningen.

Door de obligoverplichting staan deelnemers onderling garant voor elkaar. Deze verplichting is voorwaardelijk: zolang de borgstellingsreserve van het WSW voldoende is om eventuele betalingsverplichtingen van WSW-deelnemers over te nemen, wordt geen beroep gedaan op deze obligoverplichting.

Na invoering van de Woningwet is het WSW gemandateerd voor het uitvoeren van de saneringstaak. In 2025 betaalden we geen saneringsheffing. 

Saneringssteun

Het saneringskader is in 2025 niet aangepast. In de huidige voorstellen wordt saneringssteun een uiterst redmiddel. Allereerst zullen corporaties in de betreffende woningmarktregio worden aangesproken om “noodzakelijk DAEB” over te nemen tegen marktwaarde in verhuurde staat. In hoofdstuk 6.3 staat een voorbeeld hoe we hier als regio in 2025 invulling aan hebben gegeven.

Derivaten

Periodiek informeren we, zoals gevraagd, het WSW over onze derivatenpositie. Hieruit zijn geen bijzonderheden gebleken. Ultimo 2025 hebben we geen derivaten.

Overzicht borgingsplafond

Het WSW gebruikt het begrip ‘borgingsplafond’ om de maximale omvang van de leningen die zij wil borgen, te bepalen. Dit borgingsplafond is gebaseerd op de laatst beoordeelde Prospectieve informatie (dPi) en Verantwoordingsinformatie (dVi).

Het WSW stelt het borgingsplafond vast op basis van onze financieringsbehoefte voor onze DAEB-activiteiten zoals deze blijkt uit onze investerings- en herfinancieringsprognose voor de jaren 2025 tot en met 2027 conform de dPi 2024. De risicobeoordeling weegt mee bij de vaststelling van het borgingsplafond.

Het borgingsplafond is voor 2025 en 2026 verhoogd met de gevraagde financieringsbehoefte. Op 18 juni 2025 ontvingen wij van het WSW het onderstaande borgingsplafond.

Overzicht borgingsplafond

  2025
Getrokken leningenportefeuille WSW per 31 december 2024 381.574
DAEB Financieringsbehoefte 59.870
Interne financieringsbronnen -16.294
Correctie 605
Borgingstegoed -16.300
Borgingsplafond ultimo jaar 409.455

8.5Treasury

Financieringen

Met ons financieringsbeleid willen we de renterisico’s en rentelasten beheersen door ze evenwichtig over de jaren te spreiden. Dit beleid ligt vast in ons treasurystatuut. Deze is in 2023 herzien en opnieuw vastgesteld. De bandbreedte voor de risico's geven we aan in het treasuryjaarplan. Daarin bepalen we ook jaarlijks het gedeelte dat maximaal variabel rentend gefinancierd mag worden.

Overfinanciering vermijden we door alleen financiering aan te trekken op grond van de opgestelde kasstroom- en liquiditeitsprognoses. We streven naar een liquiditeitssaldo van maximaal 10% van de huuropbrengsten.

De roll-over leningen in 2025 hebben een hoofdsom van € 20 miljoen. Hiervan is ultimo 2025 € 10 miljoen opgenomen.

Leningen- en derivatenportefeuille

Per 31 december 2025 heeft Domesta een leningenportefeuille met een schuldrestant van € 380 miljoen.

De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 374,4 miljoen inclusief oplopende rente (2024: € 417 miljoen inclusief oplopende rente). De marktwaarde is gestegen door het aantrekken van nieuwe leningen, daar staat een daling tegenover als gevolg van de gestegen rente op de kapitaalmarkt. Ultimo 2025 bedraagt het gemiddelde rentepercentage op de rentetypische lange leningen in de portefeuille 2,66% (2024: 2,44%). 

Op bestaande leningen is € 36,1 miljoen afgelost (2024: € 27,7 miljoen), in 2025 is € 16,6 miljoen aan eindaflossingen gedaan (2024: € 10 miljoen). Op de roll-over is gedurende het jaar bij overliquiditeit € 18,7 miljoen teruggestort. De reguliere jaarlijkse aflossing bedroeg € 772.254 (2024: € 747.110). 

In totaal is voor € 35 miljoen aan financiering opgenomen.

Onze leningenportefeuille bevat voor € 50 miljoen basisrenteleningen. De embedded swap in de basisrenteleningen hoeft op grond van de RJ (Raad voor de Jaarverslaggeving) uiting 2013-15 niet in de waardering en het resultaat van de financiering te worden afgesplitst. Buiten de basisrenteleningen bevat de leningenportefeuille van Domesta geen extendible leningen (recht op verlenging).

Het eventueel aangaan van nieuwe financieringsovereenkomsten en nieuwe derivatenconstructies wordt door de Treasurycommissie voorgesteld en ter goedkeuring aan het bestuur van Domesta voorgelegd. We trekken geen nieuwe leningen en derivaten aan zonder mandatering van de RvC

Financiële instrumenten

De vastgoedstrategie van Domesta op basis van de huidige plannen kenmerkt zich door investeringen in bestaand bezit en is stabiel qua aantallen vhe. Gezien de gezonde financiële positie, de stabiele operationele kasstroom en de beperkte verkoopafhankelijkheid, is de ambitie financieel realiseerbaar en bestaat er ruimte voor nieuwbouw en verduurzaming. Hier gaan we nader op in bij de toekomstparagraaf.

Punt van aandacht is dat de voorspelkracht van de investeringen van jaar op jaar gemiddeld is. Hierdoor bestaat het risico dat Domesta onverwacht voor een financieringsvraag komt te staan en daar niet snel aan kan voldoen. Domesta werkt daarom aan de verbetering van deze voorspelkracht. Door voldoende flexibiliteit in de leningenportefeuille te creëren kan Domesta beter inspelen op de veranderende omstandigheden en wordt de kans op overfinanciering c.q. overliquiditeit verkleind. De keerzijde van meer flexibiliteit in de leningenportefeuille is dat de renterisico’s in de leningenportefeuille toenemen.

Financiering

Geldgever Stortingsdatum Type Bedrag in € 1.000 Rentepercentage Looptijd in jaren
ING Bank 27-08 Fixe  15.000  3,54% 20
Bank Nederlandse Gemeenten 24-09 Variabel  10.000  1-weeks Euribor +0,35% 8
Bank Nederlandse Gemeenten 22-12 Fixe  10.000  3,43% 14
       35.000     

Liquiditeitsrisico

Domesta beoordeelt of ze voldoende liquiditeit heeft om te voldoen aan haar verplichtingen.

Dit doet ze door te sturen op de periodieke liquiditeitsprognoses en door een realistische begroting te maken. Belangrijke aandachtspunten bij de liquiditeitsprognoses zijn de verwachtingen voor het onderhoud, de investeringen in bestaand bezit en nieuwbouw.

Het AW en WSW beoordelen vervolgens ook op de volgende criteria:

Kwalitatief:

  • De mate waarin sprake is van onverwachte verzoeken aan het WSW voor aanvullend borgingsplafond.
  • De corporatie heeft een goede onderbouwing van de opgenomen belastingverplichting.
  • Voor zover van toepassing: het trackrecord van de corporatie met betrekking tot het voldoen aan de wettelijke normstelling voor aan te houden liquiditeitsbuffers uit hoofde van derivaten.
  • Voor zover van toepassing: de beschikbaarheid en kwaliteit van eventuele breakplannen van derivaten en de mate waarin de corporatie in staat is te voldoen aan de wettelijke vereisten omtrent de op te bouwen liquiditeitsbuffer.
  • Opmerkingen van de accountant over mogelijke liquiditeitsrisico’s.
  • De corporatie maakt periodiek liquiditeitsprognoses en er zijn geen redenen om aan de kwaliteit daarvan te twijfelen.

Kwantitatief:

  • Belastingdruk: de gemiddelde belastingdruk, berekend als gemiddelde belastingkasstroom gedurende de prognoseperiode gedeeld door de gemiddelde operationele kasstroom (gecorrigeerd voor belastingen) gedurende de prognoseperiode. Indien de gemiddelde belastingdruk kleiner dan 10% is, wordt verdiepend onderzoek gedaan.

Domesta heeft geen derivaten meer en heeft in 2025 niet om aanvullend borgingsplafond hoeven vragen. De gemiddelde belastingdruk bedraagt binnen de horizon van vijf jaar circa 25%.

Kredietrisico

De toegelaten instelling loopt kredietrisico over vorderingen ten aanzien van huurders. Het maximale kredietrisico dat de toegelaten instelling loopt bedraagt € 762.000, bestaande uit de bruto huurvordering € 1.159.000 minus de voorziening € 397.000. De vorderingen uit hoofde van de huurdebiteuren zijn gespreid over een groot aantal huurders. Op basis van betalingsgedrag uit het verleden zijn hier geen grote risico’s aan verbonden.

Herfinancieringsrisico

Herfinancieringsrisico is het risico dat er geen financiering kan worden aangetrokken op het moment dat dit nodig is c.q. dat de corporatie geen aflossingen kan doen op het moment dat dit gewenst is. Beoordeling vindt plaats op basis van cumulatieve criteria over een periode van tien jaar. Hiermee scoort Domesta voor het herfinancieringsrisico een risicoclassificatie ‘laag’ (per jaar ≤ 15% en per 2 jaar ≥ 5%).

Renterisico

Risico uit contracten 
Financiële kasstromen zijn naar hun aard hard te noemen. Hierdoor is het mogelijk om de risico’s uit de contracten voor lange termijn in kaart te brengen. Dit is vooral van belang voor het verkrijgen van een verantwoorde spreiding van de renterisico’s die uit hoofde van de leningenportefeuille gelopen worden.

Domesta hanteert een norm voor renterisico van maximaal 15% van de leningenportefeuille ultimo voorgaand boekjaar. Het grootste deel van dit risico wordt veroorzaakt door de aflossingen. In de financieringsstrategie van Domesta is opgenomen dat jaarlijks een maximale looptijd voor nieuwe financiering wordt vastgesteld. Dit wordt gedaan met behulp van een scenarioanalyse van het investeringsvolume.

Renterisico per jaar en per 5 jaar (WSW Methodiek)

In het gezamenlijk beoordelingskader beoordelen AW en WSW het renterisico zowel per jaar als in blokken van vijf jaar en voor een periode van tien jaar. Omdat sommige financiële producten in meer dan één jaar risico veroorzaken, zijn de uitkomsten voor het risico per vijf jaar hierbij voor dubbeltelling gecorrigeerd. Een dubbeltelling kan bijvoorbeeld ontstaan doordat een roll-over zowel een renteconversie op basis van de onbekende Euribor heeft, als een aflossing binnen een periode van 5 jaar.

8.6Fiscaliteiten

Onze fiscale strategie is op hoofdlijnen ongewijzigd toegepast. Vanaf het boekjaar 2017 is Domesta in een betalende positie terechtgekomen voor de vennootschapsbelasting. Op onderdelen van de toepassing van wet- en regelgeving is in 2020 (aangifte 2018) een discussie ontstaan met de belastingdienst. Het gaat over het apart afschrijven op zonnepanelen, die niet als onderdeel van het dak van een woning zijn gemonteerd. De discussie is daarna verder gegaan, maar heeft nog niet tot een oplossing geleid. In mei 2023 is er een uitspraak van de rechtbank gekomen die de fiscus in het gelijk stelt. Domesta is het niet eens met de argumentatie en is hierop in bezwaar gegaan. Daarnaast heeft Domesta zich aangesloten bij een collectief dat gaat procederen tegen de renteaftrekbeperking (ATAD). Hierin worden wij ondersteund door adviseurs van PWC. 

8.7Toekomstparagraaf

De meerjarenbegroting 2026 staat in het teken van het vinden van balans. Door stijgende kosten voor materiaal en arbeid, hogere rentelasten en een beperkter fiscaal voordeel voor renteaftrek, is onze financiële ruimte kleiner geworden. Dat vraagt om scherpere keuzes binnen de wettelijke kaders en voortdurende aandacht voor betaalbaarheid voor onze huurders. 

Ondanks deze uitdagingen blijven we investeren in nieuwbouw en in het verbeteren en verduurzamen van onze bestaande woningen. Tot en met 2035 willen we 700 netto woningen toevoegen. Hoewel het NPA scenario uitgaat van een krimp van 233 woningen, herkennen wij deze prognose niet. Onze ambitie baseren wij op regionale analyses, gegevens uit Thuiskompas en actuele demografische ontwikkelingen. Bij de verduurzaming van de bestaande voorraad ligt de focus op energieverbetering, wooncomfort en veiligheid. Voor nieuwbouw hanteren we voortaan het principe “conceptuele bouw, tenzij”, om sneller en kostenbewuster te kunnen bouwen. 

In 2025 is gewerkt aan een nieuwe organisatiestructuur, die sinds 1 januari 2026 is ingevoerd. Hiermee maken we Domesta efficiënter en duidelijker georganiseerd. In de formatieontwikkeling is ingezet op een besparing van 2 fte in 2028. Dit wordt bereikt via natuurlijke uitstroom, kritische herbeoordeling van functies en een mogelijke herverdeling van taken binnen teams. Deze maatregel sluit aan bij onze doelstelling om niet duurder te zijn dan een gemiddelde corporatie. 

Voor onze financiële continuïteit blijven de normen en ratio’s van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw leidend: de ICR, LTV en solvabiliteit als continuïteitsratio’s, en dekkings- en onderpandsratio als discontinuïteitsratio’s. Voor de komende vijf jaar rekenen wij met een netto uitbreiding van 342 woningen. De meerjarenbegroting 2026 laat een gezonde en stabiele ontwikkeling van deze kengetallen zien. 

Kengetallen meerjarig

  Externe norm 2026 2027 2028 2029 2030
ICR >1,4 1,72 1,7 1,82 1,82 1,74
Loan to Value <70% 51 52,8 53,8 54,1 53,3
Solvabiliteit >30% 50,2 47,3 45,5 45,4 46,1

De beschikbare financiële ruimte zetten we primair in voor het realiseren van onze duurzaamheidsdoelen én het portefeuilleplan. We blijven kritisch op ons eigen huishoudboekje en zetten ons vermogen zoveel mogelijk in voor volkshuisvesting. 

Daarnaast toetsen we onze plannen op alternatieve economische scenario’s. Uit de basisbegroting blijkt dat we onze programmering kunnen uitvoeren. Bij tegenvallende economische omstandigheden — zoals een rentestijging van 1%, huurbevriezing en hogere onderhoudskosten — daalt de ICR in 2030 onder de norm wanneer we onze volledige ambitie uit het portefeuilleplan meenemen. Voor deze situaties hebben we echter tijdig maatregelen en bijsturingsmogelijkheden bepaald. Deze variëren van beleidsmatige en operationele acties tot strategische keuzes binnen portefeuillebeheer en investeringsplanning. 

Samen met onze strakke financieringsstrategie- de keuze om circa 10% van de nieuwbouw uit eigen middelen te financieren en alle investeringen in bestaand bezit volledig uit eigen middelen te dekken- zorgt dit ervoor dat Domesta financieel beheerst opereert en tijdig kan bijsturen op basis van continue monitoring en scenariobeoordeling.

8.8Risicomanagement

We vinden het belangrijk dat ieder mens in een veilig huis kan wonen én ruimte heeft om te leven. Daar doen we het voor, dat is waar we aan werken. Dit bereiken gaat niet zonder risico’s. Risicomanagement is belangrijk om de organisatiedoelen ook daadwerkelijk te kunnen behalen.

Basis voor het risicomanagement is ons risicomanagementbeleid. We hebben ons beleid herschreven in 2025, zodat dit passend is bij de organisatieontwikkeling.

Risico's en risicocultuur

We realiseren ons dat bij onze werkzaamheden risico’s horen en vinden het belangrijk om de risico’s te kennen die onze doelstellingen kunnen bedreigen. Wat komt er op ons af? Welke wet- en regelgeving is belangrijk en met welke demografische ontwikkelingen moeten we rekening houden? Wanneer komen we in actie en wanneer niet?

De cultuur is van groot belang voor de risicobeheersing. De beheersing van risico’s is een continu proces, waarbij verschillende factoren ervoor kunnen zorgen dat nieuwe risico’s zich voordoen, of zich juist niet meer voordoen. We vinden het dan ook belangrijk dat risicomanagement bij iedereen in organisatie betekenis gaat krijgen.

Om intern de risico's te beheersen hebben we de rollen en verantwoordelijkheden gestructureerd vanuit het "Three Lines”-model.

  • De eerste lijn bestaat uit het management en de medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de interne processen en beheersingsmaatregelen binnen hun verantwoordelijkheidsgebied. 
  • De tweede lijn bestaat uit functies die zich richten op de ondersteuning van de eerste lijn bij het geven van invulling aan de beheersing van risico's. In de praktijk is dit vooral belegd bij controlfuncties. Zij voeren ook interne controles uit om vast te stellen of de vastgestelde processen en beheersingsmaatregelen in de organisatie goed uitgevoerd worden. 
  • De derde lijn is de onafhankelijke auditfunctie. Deze rol wordt vervuld de controller governance & compliance. Deze auditfunctie geeft een objectief onafhankelijk oordeel over de interne risicobeheersing en het controlesysteem.

Risicobereidheid

Risicomanagement heeft niet tot doel om alle risico’s te mitigeren. Het gaat immers om die risico’s die het realiseren van onze doelstellingen in gevaar brengen.

Domesta streeft een neutraal risicobereidheidsprofiel bij het realiseren van haar doelstellingen. Dit houdt in:

  • we wegen risico’s en kansen tegen elkaar af en nemen dan een besluit
  • we zijn bereid om onzekerheid te accepteren als de potentiële voordelen groter zijn dan de potentiële risico’s/nadelen
  • het beleid is gericht op beheersing van het risico, waarbij kosten en baten van beheersmaatregelen afgewogen worden.

In 2026 gaan we dit opnieuw tegen het licht houden en willen we dit algemene profiel verbijzonderen naar de diverse doelstellingen.

Strategische risico’s

In 2025 hebben het bestuur en het management de strategische risico’s opnieuw beoordeeld en vastgesteld.

Onderstaand de belangrijkste strategische risico’s welke onderkend worden.

Strategisch risico Omschrijving
Majeure veranderingen in rente of inflatie. Macro-economische/geopolitieke gebeurtenissen met als gevolg dat de rente- of inflatie fundamenteel anders is dan verwacht.
Een verdere samenvoeging van kwetsbare groepen in de wijken waardoor de leefbaarheid onder druk komt te staan. Door een samenvoeging van kwetsbare groepen (zorgbehoevenden, verward gedrag, financieel afhankelijken) in de wijken neemt de differentiatie en leefbaarheid verder af.
Het verdienmodel van de corporatie staat onder druk. De discrepantie tussen kosten, rentelasten en belastingen enerzijds en baten anderzijds blijft intact of neemt verder toe.
De sector kan de beoogde duurzaamheidsambities niet realiseren. De sector kan onvoldoende invulling geven aan de verduurzaming van de portefeuille en de prestatie-afspraken dan wel dat dit alleen tegen buiten proportionele investeringen uitgevoerd kan worden.
Klimaatverandering: extreme weersituaties. Het bezit wordt aangetast waardoor enerzijds huurders te maken krijgen met comfortverlies en anderzijds de woningcorporatie hoge kosten moet maken doordat het niet meer verzekerbaar is/wordt.

Op bovenstaande risico’s (én op niet vermelde risico’s) nemen we maatregelen om de risico’s weg te nemen. Dat is niet altijd mogelijk, externe omstandigheden zoals economische ontwikkelingen en overheidsbeleid liggen buiten onze invloedssfeer. Als we de risico’s niet kunnen wegnemen, nemen we maatregelen om de omvang van het risico en/of de impact te verminderen.

Operationele risico’s

Naast strategische risico’s richten wij ons ook op de beheersing van operationele risico’s. Hierbij gaat het naast risico’s gericht op onze interne beheersing ook op risico’s op fraude, corruptie en ICT gerelateerde risico’s.

In 2025 is gewerkt aan het risicobewustzijn te vergroten. In onze ketenprocessen hebben wij aandacht voor de identificatie en beoordeling van risico’s, zodat hierop passende maatregelen genomen worden. In 2026 gaan we dit verder structureren en uitbouwen.

Frauderisico’s

Frauderisico’s zien we als de kans dat er ten onrechte geld, middelen of gegevens aan de organisatie worden onttrokken met als gevolg financiële schade en/of schade aan de reputatie.
Directie, managementteam en staf maken jaarlijks een inventarisatie van de aanwezige frauderisico’s en een inschatting van de kans dat een dergelijk risico zich voordoet en de impact ervan. Tijdens de inventarisatie delen we ook ervaringen.

In 2025 hebben we zowel een (her-)inventarisatiegesprek gedaan als ook risicobeoordelingen. Inmiddels hebben we passende maatregelen vastgesteld.

De top 3 van frauderisico’s is volgens ons:

  • De IT-systemen en data zijn vatbaar voor cybercrime, als gevolg van onkundig handelen of onvoldoende kwaliteit van de technische middelen.
  • In het kader van regisserend opdrachtgeverschap (ROG) wordt er mogelijk te veel voor onderhoud betaald, doordat de controle op de facturatie en prestatielevering niet afdoende is.
  • Huizen van Domesta worden onderverhuurd aan niet rechthebbenden.

Cybercrime

We realiseren ons dat cybercrime steeds grotere vormen aanneemt en zich razendsnel ontwikkelt. Om ons hiertegen te wapenen nemen al onze medewerkers deel aan een (online)awareness programma. Dit creëert bewustwording in wat te doen bij bijvoorbeeld phishingmails. Daarnaast hebben we continue aandacht om optimale beveiligingsoftware te hebben en voeren testen uit. Voor het onvoorziene geval hebben daarnaast nog een verzekering.

Regisserend opdrachtgeverschap (ROG)

Voor diverse soorten onderhoud werken we samen met partners. Dit zijn onze ROG-partners. De Aw meldde in 2024 dat fraude door samenwerkingspartners steeds vaker voorkomt bij woningcorporaties. We zijn ons bewust dat dit kan gebeuren, maar hebben geen signalen dat dit in 2025 is gebeurd. De tarieven van de ROG-partners worden jaarlijks vastgesteld en onafhankelijk getoetst door een kostendeskundige. Daarnaast voeren we steekproeven uit om de levering van het werk te controleren.

Woonfraude

Het risico bestaat dat woningen onterecht door niet rechthebbenden worden bewoond. Dat kan door illegale onderverhuur, maar ook doordat de woningtoewijzing wordt gemanipuleerd. In de handreiking van de Aw in 2025 is specifiek aandacht gevraagd voor dit onderwerp. Vanuit het samenwerkingsverband van de 9 Drentse woningcorporaties, Thuiskompas, is er een werkgroep fraude actief welke maatregelen initieert om manipulatie van gegevens door (potentiële) huurders te voorkomen of te traceren. Ook bij Domesta intern is er structureel aandacht voor de signalering van woonfraude.

Integriteitsrisico's

Er is een interne gedragscode waaraan alle medewerkers geacht worden te voldoen. Medewerkers kennen de gedragscode en bespreken bij twijfel dit met hun manager of de controller governance & compliance. Deze integriteitscode is in 2025 herijkt en aangepast. Daarnaast is er een meldingsregeling inzake misstanden. In het jaar 2025 zijn er geen meldingen van misstanden in het kader van deze klokkenluidersregeling gedaan.

8.9Bestuursverklaring

Het bestuur van Domesta heeft het volkshuisvestingsverslag en de jaarrekening over 2025 opgemaakt. Dit voorstel ging naar de Raad van Commissarissen (RvC) om goed te keuren. In de RvC-vergadering van 19 juni 2026 zijn de jaarstukken besproken. 

Het bestuur van Domesta verklaart dat het jaarverslag over 2025 een betrouwbaar beeld geeft van de primaire activiteiten. Ook verklaart het bestuur dat alle uitgaven zijn gedaan in het belang van de volkshuisvesting.

Emmen, 19 juni 2026

E.A. Borstlap, bestuurder