Spring naar inhoud

Onze financiën

5.1 Algemeen

De begroting voor 2025 (en de jaren erna) staat in het teken van de balans zoeken. Dit geldt ook voor hoe we met ons geld om moeten en kunnen gaan. De tijden van ‘alles kan’ zijn voorbij. Het is belangrijk dat we kritisch kijken naar de dingen die we doen. En soms moeten we misschien wel besluiten dat we bepaalde dingen juist niet meer doen. Ook is er nog meer aandacht voor subsidies en fiscale kortingen binnen onze projecten, waarbij we geadviseerd worden door onze externe adviseur.

Invloed van buitenaf

Dat de tijden van ‘alles kan’ voorbij zijn, komt onder meer door factoren waar wij geen invloed op hebben. Denk aan de gestegen kosten voor materialen en manuren. En ook de gestegen rente heeft veel invloed. Voor nieuwe leningen betalen we nu fors meer rente dan een aantal jaren terug gebruikelijk was. En die rente wordt ook nog eens minder aftrekbaar van de belasting. 

Kijken naar wat wel kan

Dit alles zorgt ervoor dat er minder geld overblijft voor de dingen die we doen. Daarom kijken we steeds kritischer naar wat er nog wél mogelijk is, binnen de wettelijke kaders. We zeilen hierbij steeds strakker aan de wind, waardoor tijdige bijsturing en strakke beheersing noodzakelijk zijn om koers te houden. Hierbij blijven we onze huurders in gedachten houden, want we willen niet dat zij iets tekort komen. Zo proberen we bijvoorbeeld bij huurders met de grootste energiearmoede in ieder geval het huis te verduurzamen.

Op tijd bijsturen

Het is belangrijk dat we ons houden aan de afgesproken kaders en budgetten. Doordat we strakker aan de wind gaan varen, is het belangrijk dat de interne beheersing op orde is. Op die manier kunnen we op tijd bijsturen. Dit betekent dat we de maandrapportages in 2025 uitbreiden met gedetailleerde informatie over kasstromen en de balans. Zo krijgen we gedurende het jaar op tijd een beeld van onze financiële positie en ontwikkelingen.

We houden de focus op ons meerjarig perspectief. Dit doen we door het gebruik van het duurzaam bedrijfsmodel. Zo kunnen we ook in de toekomst de dingen blijven doen die we willen.

5.2 Actualiteiten

In 2022 werden de Nationale Prestatieafspraken gemaakt. Deze kwamen tot stand in ruil voor de afschaffing van de verhuurderheffing. Daarvoor wordt van ons verwacht dat we meer gaan doen voor verduurzaming, betaalbaarheid en het bouwen van huizen. Meer en sneller investeren. In het najaar van 2022 en 2023 is dit verder uitgewerkt in wetgeving.  

Domesta is al een aantal jaren in een betalende positie gekomen voor de vennootschapsbelasting (VPB). Samen met de beperking van renteaftrek (ATAD) die in 2025 wordt verhoogd naar 25% (was 20%), zorgt dit ervoor dat we bijna net zoveel VPB betalen als dat we tot 2022 aan verhuurderheffing betaalden.

We proberen zoveel mogelijk ons deel van de regionale opgave uit te voeren. De financiële ratio’s vormen op termijn hierin steeds meer een restrictie. Niet alles is meer mogelijk. Voor de investeringen in nieuwe huizen moet geleend worden en met een stijgende rente wordt het lenen erg duur. Deze ontwikkelingen beperken onze mogelijkheid om te investeren het bouwen van nieuwe huizen voor onze huurders.

Beleidswaarde 2.0

De rekenmethodiek voor de beleidswaarde (waardebegrip voor de ratio’s LtV en solvabiliteit) is aangepast. Deze nieuwe waarderingsgrondslag wordt per 2026 ook de waardering in de jaarrekening in plaats van de marktwaardeberekening. De beleidswaarde is niet langer een afgeleide van de marktwaarde. De aanpassing van dit rekenmodel staat bekend als beleidswaarde 2.0 en is met ingang van 2024 doorgevoerd. De nieuwe rekensystematiek heeft tot gevolg dat de beleidswaarde met ongeveer 25% stijgt. De volgende aanpassingen zijn hierin opgenomen:

  • Horizon van kasstroomberekening van 15 jaar verhoogd naar 60 jaar zonder eindwaarde.
  • De disconteringsvoet is nu gebaseerd op de sectorale WACC-Methode (gewogen gemiddelde kosten van kapitaal) en is voor elke corporatie hetzelfde. Voor ons valt lager uit dan de oude disconteringsvoet.
  • De onderhoudskosten worden gebaseerd op een periode van 60 jaar en niet meer op normbedragen.
  • Expliciet opnemen investeringen in E, F, en G-energielabels. Dit zijn voorgeschreven bedragen en worden verwerkt als achterstallig onderhoud met als gevolg een lagere beleidswaarde voor deze huizen.

Prinsjesdag

Op Prinsjesdag 2024 kwam in de beleidsvoornemens van het kabinet naar voren dat de overheid ook haar rol in de bestrijding van woonarmoede oppakt. Op financieel gebied is de verlaging van de overdrachtsbelasting van 10,4% naar 8% het meest in het oog springend. Het kabinet beoogt hiermee het investeren in de huizenmarkt aantrekkelijker te maken. 

5.3 Financieel beleid

Met goed financieel beleid zorgen we ervoor dat we nu en in de toekomst financieel gezond blijven. Dat zijn we naar onze huurders toe verplicht. Het financieel beleid geeft kaders waar we binnen willen blijven. Het stelt een grens aan de financiële ruimte die er is om ingezet te worden voor het bereiken van onze doelen. Hierbij kijken we ook naar de financiële kaders van het WSW.

In beide kaders komen 3 ratio’s. Deze worden continuïteitsratio’s genoemd: 

ICR (Interest Coverage Ratio): in hoeverre zijn we in staat om vanuit onze ‘normale’ activiteiten de rente op onze leningen te betalen?

LtV (Loan to Value): in hoeverre financieren we onze huizen met leningen?

Solvabiliteit: heeft de organisatie voldoende eigen vermogen om risico’s op te vangen en om zich te blijven inzetten voor de volkshuisvestelijke opgave.

Ratio (externe norm, op basis van beleidswaarde) DAEB Niet-DAEB Enkelvoudig/ geconsolideerd
Continuïteitsratio's      
ICR 1,4 1,8 1,4
LtV 70% (was 85%) 70% (was 75%) 70% (was 85%)
Solvabiliteit 30% (was 15%) 30% (was 40%) 30% (was 15%)

De externe normen voor LtV en solvabiliteit zijn gewijzigd door de nieuwe manier van berekenen van de beleidswaarde. De LtV en solvabiliteit worden hierdoor direct beïnvloed en daarom herijkt. De waarden van de continuïteitsratio’s worden voor het lopende boekjaar en de eerste 5 prognosejaren bepaald. De verwachte realisatie van deze ratio’s voor deze begroting staat in hoofdstuk 7.2. 

Verantwoord investeren

Ons strategisch portefeuilleplan is een vertaling van wat we willen (onze ambities) en wat gewenst is (de maatschappelijke opgave die we afleiden uit ontwikkelingen vanuit de markt (demografie, woningmarkt en politiek)).

Het doel van het plan is een beeld te krijgen van de gewenste vastgoedportefeuille op de langere termijn. We kijken kritisch naar onze huidige huizen en bepalen dan wat we moeten doen om te komen tot de gewenste vastgoedportefeuille. Dit kan zijn nieuwbouw, investeringen in renovatie, herontwikkelingen en het verduurzamen van onze huizen.

De realisatiegraad van onze voorgenomen projecten ligt vaak lager dan we willen. Dit is iets dat in de hele corporatiesector speelt. Soms zijn externe factoren de oorzaak en soms ook interne factoren. Realistisch begroten is hierin belangrijk. Tegelijkertijd kunnen we niet alle ontwikkelingen voorzien. 

Investeringen in nieuwbouw

De realisatie van nieuwbouw staat onder druk. Dit komt mede door externe invloeden zoals besluitvorming bij gemeenten, beschikbaarheid van bouwlocaties, zorgpartijen en mogelijke zienswijzen en/of bezwaren. Dit vertraagt soms ook onze interne besluitvorming. Alle projecten voor 2025 en 2026 zijn concreet. Er zijn geen projecten die geen specifieke plannen of locatie kennen (zogenaamde “NTB”- projecten).

Treasury

In 2025 loopt de schuldpositie naar verwachting op tot € 408 miljoen. De schuld per verhuureenheid loopt hiermee op van € 33.100 naar € 37.100. Op zich is dat geen probleem bij een gemiddelde beleidswaarde van € 75.000. We zien op termijn wel de terugverdientijd (in hoeveel jaar kunnen we onze schuld terugbetalen vanuit onze operationele kasstroom) oplopen van 36 jaar in 2025 tot boven de 50 vanaf 2029, met als uitschieter 59 jaar in 2029. Deze terugverdientijd ligt boven de signaleringsnorm van de WSW van 35 jaar.

Door onze nieuwbouwopgave zien we de financieringsbehoefte toenemen. Hierdoor worden we gevoeliger voor rentewisselingen. 

Niet-DAEB

De niet-DAEB is op schema met het aflossen van de interne lening. Verder zijn er in beperkte mate activiteiten begroot en daarvoor is geen financiering nodig.

Versie: v8.1.24

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report