Balans 2023
Balans per 31 december 2023 (vóór resultaatbestemming)
| ACTIVA | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |
| Vaste activa | |||
| Vastgoedbeleggingen | |||
| DAEB-vastgoed in exploitatie | 1 | 1.183.223 | 1.210.597 |
| Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie | 1 | 9.682 | 9.902 |
| Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 2 | 6.557 | 6.521 |
| Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 3 | 1.411 | 1.367 |
| 1.200.873 | 1.228.387 | ||
| Materiële vaste activa | |||
| Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 4 | 7.085 | 7.386 |
| Financiële vaste activa | |||
| Latente belastingvorderingen | 5 | 2.856 | 7.452 |
| Leningen u/g | 6 | 417 | 423 |
| 3.273 | 7.875 | ||
| Som van vaste activa | 1.211.231 | 1.243.648 | |
| Vlottende activa | |||
| Voorraden | |||
| Overige voorraden | 7 | 252 | 368 |
| Vorderingen | 8 | ||
| Huurdebiteuren | 427 | 391 | |
| Vorderingen op gemeenten | 0 | 58 | |
| Vennootschapsbelasting | 4.099 | 954 | |
| Overige vorderingen | 83 | 35 | |
| Overlopende activa | 169 | 557 | |
| 4.778 | 1.995 | ||
| Liquide middelen | 9 | 671 | 10.440 |
| Som van vlottende activa | 5.701 | 12.803 | |
| TOTAAL ACTIVA | 1.216.932 | 1.256.452 |
| PASSIVA | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |
| Eigen vermogen | 10 | ||
| Herwaarderingsreserve | 463.680 | 423.325 | |
| Overige reserves | 433.273 | 438.053 | |
| Resultaat boekjaar | -71.525 | 35.574 | |
| 825.428 | 896.952 | ||
| Voorzieningen | |||
| Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen | 11 | 26.604 | 11.930 |
| Overige voorzieningen | 12 | 436 | 447 |
| 27.040 | 12.377 | ||
| Langlopende schulden | |||
| Schulden overheid | 13 | 139 | 149 |
| Schulden aan banken | 13 | 340.872 | 317.968 |
| Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 14 | 5.874 | 5.857 |
| Overige schulden | 15 | 38 | 20 |
| 346.923 | 323.994 | ||
| Kortlopende schulden | 16 | ||
| Schulden aan overheid | 10 | 10 | |
| Schulden aan banken | 7.189 | 13.995 | |
| Schulden aan leveranciers en handelskredieten | 0 | 861 | |
| Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen | 3.001 | 2.146 | |
| Overlopende passiva | 7.340 | 6.117 | |
| 17.540 | 23.129 | ||
| TOTAAL PASSIVA | 1.216.932 | 1.256.452 |
Winst- en verliesrekening 2023
Winst- en verliesrekening 2023
| 2023 | 2022 | ||
| Huuropbrengsten | 17 | 70.809 | 69.236 |
| Opbrengsten servicecontracten | 18 | 2.570 | 2.219 |
| Lasten servicecontracten | 19 | -2.470 | -2.114 |
| Lasten verhuur- en beheeractiviteiten | 20 | -6.531 | -4.747 |
| Lasten onderhoudsactiviteiten | 21 | -35.315 | -27.662 |
| Overige directe operationele lasten exploitatie bezit | 22 | -5.155 | -8.783 |
| Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille | 23.908 | 28.149 | |
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 23 | 1.958 | 2.237 |
| Toegerekende organisatiekosten | 0 | -1 | |
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | -1.396 | -1.727 | |
| Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille | 562 | 509 | |
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 24 | -31.220 | -14.196 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 25 | -42.649 | 41.446 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden | 26 | 19 | 106 |
| Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -73.850 | 27.356 | |
| Opbrengsten overige activiteiten | 82 | 0 | |
| Kosten overige activiteiten | -10 | -60 | |
| Totaal van nettoresultaat overige activiteiten | 72 | -60 | |
| Overige organisatiekosten | 27 | -4.774 | -3.924 |
| Kosten omtrent leefbaarheid | 28 | -1.296 | -1.381 |
| Bedrijfsresultaat | -55.378 | 50.648 | |
| Totaal van financiële baten en lasten | 29 | -8.318 | -7.579 |
| Totaal van resultaat vóór belastingen | -63.696 | 43.070 | |
| Belastingen | 30 | -7.829 | -7.496 |
| Totaal resultaat na belastingen | -71.525 | 35.574 |
Kasstroomoverzicht 2023
Kasstroomoverzicht 2023
| 2023 | 2022 | ||
| Operationele activiteiten | |||
| Ontvangsten: | |||
| Huurontvangsten | 17 | 70.663 | 69.479 |
| Vergoedingen | 18 | 3.088 | 2.646 |
| Overheidsontvangsten | 99 | 0 | |
| Overige bedrijfsontvangsten | 71 | 2 | |
| Ontvangen interest | 20 | 7 | |
| Saldo ingaande kasstromen | 73.940 | 72.134 | |
| Uitgaven: | |||
| Betalingen aan werknemers | 27.2 | -8.527 | -8.163 |
| Onderhoudsuitgaven | 21 | -31.361 | -22.327 |
| Overige bedrijfsuitgaven | 22 | -12.906 | -11.762 |
| Betaalde interest | 29 | -8.357 | -7.986 |
| Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat | -582 | -269 | |
| Verhuurderheffing | 22 | 0 | -3.331 |
| Leefbaarheid externe uitgaven niet-investeringsgebonden | 28 | -196 | -251 |
| Vennootschapsbelasting | 30 | -6.535 | -5.717 |
| Saldo uitgaande kasstromen | -68.465 | -59.805 | |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 5.476 | 12.328 | |
| (Des)investeringsactiviteiten | |||
| MVA ingaande kasstroom | |||
| Verkoopontvangsten bestaande huur | 23 | 1.978 | 2.930 |
| Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) | 0 | 0 | |
| Verkoopontvangsten grond | 0 | 0 | |
| Tussentelling ingaande kasstroom MVA | 1.978 | 2.930 | |
| MVA uitgaande kasstroom | |||
| Nieuwbouw huur | 1 | -5.428 | -2.497 |
| Verbeteruitgaven | 1 | -13.048 | -9.939 |
| Aankoop | 1 | -7.287 | -715 |
| Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop | 2 | 0 | -2 |
| Sloopuitgaven | 3 | -285 | -185 |
| Investeringen overig | 4 | -639 | -217 |
| Tussentelling uitgaande kasstroom MVA | -26.688 | -13.555 | |
| Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA | -24.710 | -10.625 | |
| FVA | |||
| Ontvangsten overig | 6 | 4 | 64 |
| Uitgaven overig | 0 | 0 | |
| Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA | 4 | 64 | |
| Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten | -24.705 | -10.561 | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Ingaand | |||
| Nieuwe te borgen leningen | 13 | 20.000 | 17.500 |
| Uitgaand | |||
| Aflossing geborgde leningen | 13 | -13.070 | -10.765 |
| Aflossing ongeborgde leningen | 12 | 3 | |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | 6.942 | 6.737 | |
| Toename (afname) van geldmiddelen | -12.288 | 8.505 | |
| Wijziging kortgeld | 2.000 | -2.000 | |
| -10.288 | 6.505 | ||
| Aansluiting liquide middelen | |||
| Liquide middelen per 1 januari | 10.440 | 3.935 | |
| Opname variabele gelden | 2.000 | -2.000 | |
| Liquide middelen per 31 december | 152 | 10.440 | |
| Toename (afname) van geldmiddelen | -12.288 | 8.505 | |
| In het saldo liquide middelen ultimo 2023 is 519K opgenomen die staat verantwoord onder de kortlopende schulden. Dit betreft het negatieve saldo op de rekening-courant ING. | |||
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Toelichting behorende bij de jaarrekening 2023
ALGEMEEN
Vestigingsadres
Stichting Domesta (hierna: Domesta), geregistreerd onder KvK-nummer 04017296, is feitelijk gevestigd op Westeind 50 te Emmen.
Domesta is een stichting met de status van toegelaten instelling conform artikel 19 eerste lid van de Woningwet. De activiteiten bestaan uit verhuren, onderhouden en ontwikkelen van huizen in de gemeenten Emmen, Hoogeveen, Coevorden en Borger-Odoorn. Domesta is gehouden aan de Woningwet, het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) en de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). De activiteiten van Domesta vinden plaats in Nederland.
Verslaggevingsperiode
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2023, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2023.
Toegepaste standaarden en modellen
In artikel 35 lid 1 van de Woningwet is bepaald dat de jaarrekening moet worden opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarbij uitsluitend de afdelingen 2 tot en met 6, 8, 10, 11, 13 en 16 van overeenkomstige toepassing zijn. In artikel 30 van het Besluit toegelaten instellingen 2015 (BTIV) zijn de niet van toepassing zijnde artikelen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen.
Voorts is in artikel 35 lid 2 van de Woningwet bepaald dat overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur daaromtrent te geven voorschriften de onroerende zaken en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden tegen de actuele waarde worden gewaardeerd. In artikel 31 lid 1 van het BTIV is bepaald dat de waardering plaatsvindt tegen de marktwaarde. In artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (RTIV) is bepaald dat deze waardering plaatsvindt overeenkomstig de methodiek opgenomen in bijlage 2 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’) bij deze regeling.
In artikel 35 lid 6 is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van de RTIV is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winst- en verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevat die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze regeling.
In de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving is Richtlijn 645 Toegelaten instellingen volkshuisvesting opgenomen die nadere interpretatie geeft aan de in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen voorschriften met inachtneming van de in artikel 30 van het BTIV aangeduide uitzonderingen. Richtlijn 645 geeft uitsluitend regels voor sectorspecifieke aangelegenheden. Voor de overige aangelegenheden zijn de algemeen geldende richtlijnen van toepassing eveneens met inachtneming van de in artikel 30 aangeduide uitzonderingen.
De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) is van toepassing.
Continuïteit
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling
Algemeen
Activa en passiva worden tegen historische kostprijs opgenomen, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.
Een actief wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Domesta zullen toevloeien en het actief een kostprijs of een waarde heeft waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen, worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa.
Een verplichting wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag waartegen de afwikkeling zal plaatsvinden op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.
Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar waarschijnlijkheid in de praktijk zullen voordoen, en niet van economische voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich voordoen.
Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de winst- en verliesrekening opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie.
Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld.
Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord indien alle belangrijke risico’s met betrekking tot de transactie zijn overgedragen aan de koper.
Presentatievaluta en functionele valuta
De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta is van de toegelaten instelling. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.
Gebruik van schattingen
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management zich oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het management het meest kritiek voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:
- DAEB en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie voor wat betreft de veronderstelling ten aanzien van het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat is afhankelijk van een aantal belangrijke veronderstellingen zoals de te hanteren markthuren en leegwaarde, disconteringsvoet, exit yield en mutatiegraad. Voor de basisversie zijn deze veronderstellingen gebaseerd op het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2023. Voor de full-versie zijn deze veronderstelling mede tot stand gekomen in afstemming met een externe deskundige.
- DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie voor wat betreft de veronderstellingen ten aanzien van het bepalen van de beleidswaarde. De veronderstellingen (onderhoudslasten, streefhuren en beheerlasten) die worden gebruikt voor de bepaling van de beleidswaarde sluiten aan op het beleid van Domesta. De beleidswaarde beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid.
- Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie: bepaling van het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw en transformatie ten behoeve van het bepalen en treffen van een voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Domesta en met haar verbonden partijen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw- en transformatieprojecten. De financiële impact van voornoemde feitelijke verplichtingen kan afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in voorgenomen bouwproductie en in prijsniveau van leveranciers en daadwerkelijke verkoopprijzen.
- Voorraad gronden en ontwikkelposities: bij de bepaling van de verwachte reële waarde van de voorraad vastgoed bestemd voor de verkoop en grond- en ontwikkelposities worden uitgangspunten gedefinieerd. De uitgangspunten betreffen onder meer de verkoopwaarde aan de hand van referentietransacties, de kans op toekomstige ontwikkelmogelijkheden en de huidige onderhoudsstaat.
- Aannames en veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de belastingpositie (inclusief latente belastingpositie). Dit betreft met name de uitgangspunten en veronderstellingen met betrekking tot het onderscheid tussen onderhoudskosten en investeringen alsmede de voor de waardering van de belastingpositie gehanteerde prognose van verwachte toekomstige fiscale resultaten.
Schattingswijzigingen
Bij de totstandkoming van de cijfers in de jaarrekening is een aantal schattingswijzigingen in de marktwaarde in verhuurde staat van de onroerende zaken in exploitatie geëffectueerd.
Om aan te sluiten bij de vereisten zoals geduid in Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2023 zijn de volgende punten aangepast:
- Macro-economische parameters ten gevolge van marktontwikkelingen.
- Parameteraanpassingen en systematiek ten gevolge van validatie Handboek 2022.
- Methodische wijzigingen ten gevolge van nieuwe rekenregels in het Handboek 2023.
Het bezit is door sloop, nieuwbouw, verkoop een aankopen gewijzigd (voorraadmutaties). Ook is gemuteerd in de objectgegevens in verband met correctie op de gegevens van voorgaand jaar.
De genoemde wijzigingen zijn te classificeren als een schattingswijziging en hebben impact op de marktwaarde van het vastgoedbeleggingen en middels de herwaarderingen het vermogen en het resultaat. De impact van deze schattingswijzigingen bedraagt over het boekjaar 2023:
| Schattingswijziging (bedragen in € ) | |
Voorraadmutaties | € 11.130.700 |
| Methodische wijzigingen | € -27.580.044 |
| Mutatie objectgegevens | € 44.501.742 |
| Mutaties waarderingsparameters | € -55.646.688 |
| Totaal | € -27.594.290 |
Schattingswijziging belastingen
Tot 1 januari 2023 werden de zonnepanelen fiscaal afgeschreven in 20 jaar met een restwaarde van nihil. Nieuwe inzichten hebben geleid tot het hanteren van een afschrijvingstermijn van 50 jaar en een restwaarde van 40% van de aanschafwaarde.
Het effect met betrekking tot de huidige periode is verwerkt in de winst-en-verliesrekening; het effect op toekomstige perioden wordt verwerkt in de winst-en-verliesrekening van die toekomstige perioden.
Het negatieve effect van deze schattingswijziging op het resultaat na belastingen over het boekjaar 2023 bedraagt circa EUR 4,8 miljoen.
Vastgoedbeleggingen
DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie
Classificatie
In de Woningwet wordt, gebaseerd op het besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011, onderscheid gemaakt in diensten van algemeen economisch belang (hierna: DAEB) en diensten van niet algemeen economisch belang (hierna: Niet-DAEB). Het vastgoed in exploitatie is onderverdeeld naar DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.
DAEB-vastgoed in exploitatie betreft woningen met een gereguleerd huurcontract, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. De gereguleerde woningen betreft woningen met een huur onder de liberalisatiegrens en alle woningen met een huur daarboven die een gereguleerd contract hebben waaronder de woningen die bij aanvang van het huurcontract een huur hadden onder de toenmalige liberalisatiegrens. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerendgoed dat verhuurd wordt aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijns-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners conform vermelding in de bijlage 3 en 4 bij artikel 49 van het BTIV en artikel 45 van de Woningwet. Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie betreft het overige vastgoed in exploitatie dat niet onder de definitie van DAEB-vastgoed in exploitatie valt.
Waardering bij eerste verwerking
Vastgoed in exploitatie wordt bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten.
Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van de vastgoedbelegging. De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven. De direct toe te rekenen uitgaven bevatten tevens, bijvoorbeeld, de juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voorts kunnen in de vervaardigingskosten worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging kan worden toegerekend.
Waardering na eerste verwerking (marktwaarde)
De waardering na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie vindt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet plaats tegen actuele waarde waaronder in dit verband dient te worden verstaan de marktwaarde, overeenkomstig het marktwaardebegrip onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2023’). Domesta gebruikt de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden. De full versie gebruiken we voor studenteneenheden, extramurale zorgeenheden, standplaatsen en woonwagens, bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed. We gebruiken de full versie voor dit type vastgoed omdat de huursom meer bedraagt dan 5% van de totale huursom van de DAEB-tak en de huursom van de niet-DAEB tak.
Toepassing basisversie als grondslag voor bepaling marktwaarde in verhuurde staat
Zoals hierna verder is uitgewerkt en toegelicht maakt Domesta voor de waardering van woningen en parkeergelegenheden gebruik van de basisversie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2023’. De basisversie betreft een modelmatige waardering van het vastgoed tegen marktwaarde in verhuurde staat waarbij geen vrijheidsgraden inzake de uitgangspunten en parameters van de waardering mogelijk zijn. Daarnaast leidt de basisversie tot een marktwaarde in verhuurde staat op (vastgoed)portefeuilleniveau en niet tot een marktwaarde in verhuurde staat op waarderingscomplexniveau. Ten slotte kent de waardering volgens de basisversie geen betrokkenheid van een taxateur. Hierdoor kan de marktwaarde in verhuurde staat afwijken van de marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen.
De herwaarderingsreserve is, overeenkomstig de verslaggevingsrichtlijnen, bepaald op waarderingscomplexniveau. Aangezien er bij waardering volgens de basisversie sprake is van een waardering op portefeuilleniveau in plaats van op complexniveau, kan er tevens binnen het eigen vermogen sprake zijn van een onnauwkeurigheid in de allocatie tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserve.
Deze actuele waarde vormt tevens de basis voor de totstandkoming van de beleidswaarde. Ook deze waarde kan daarom afwijken van de beleidswaarde die gebaseerd is op een marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen.
Waarderingscomplex
Overeenkomstig het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ vindt waardering op marktwaarde in verhuurde staat plaats op een specifieke complexindeling (het waarderingscomplex). Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van de toegelaten instelling maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.
Uitgaven na eerste verwerking
De uitgaven na eerste verwerking (de zogeheten na-investeringen) worden als (onderdeel van) de kostprijs van het vastgoed verwerkt, indien er sprake is van een verbetering, in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Onderhoudsuitgaven worden rechtstreeks ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.
Waardeverandering
De waardeveranderingen in vastgoed in exploitatie volgend uit de mutatie van actuele waarde van het vastgoed in exploitatie worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van de winst- en verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verantwoord in de periode waarin de waardeverandering zich voortdoet.
Herclassificatie vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
Herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie vindt slechts plaats indien er sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid van de toegelaten instelling gestaafd door beëindiging van de duurzame exploitatie van bestaand vastgoed om nieuw vastgoed te gaan ontwikkelen en exploiteren. De feitelijke beëindiging van de duurzame exploitatie van het bestaande vastgoed is leidend voor herclassificatie. Domesta definieert deze feitelijke beëindiging als vastgoed in exploitatie waarbij sprake is van een sloop/nieuwbouw en/of een nieuwbouwbesluit.
Indien Domesta bestaand vastgoed renoveert of ingrijpend verbouwt waarbij geen ontwikkeling en vervaardiging van een nieuw vastgoed plaatsvindt, blijft Domesta het vastgoed waarderen en classificeren als vastgoed in exploitatie. Domesta definieert de ontwikkeling en vervaardiging van een nieuw vastgoed als een toename of afname van het aantal verhuureenheden als direct gevolg van de renovatie of ingrijpende verbouwing. Er vindt dan geen herclassificatie plaats naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.
De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering in het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie vindt plaats tegen de marktwaarde in exploitatie op het moment van de herclassificatie.
Herclassificatie vastgoed in exploitatie naar voorraden
Herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar voorraden vindt slechts plaats indien er sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid van Domesta gestaafd door de daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van vastgoed dat niet meer in exploitatie is.
Indien Domesta besluit vastgoed in exploitatie te verkopen, blijft Domesta het vastgoed waarderen en classificeren als vastgoed in exploitatie zolang het vastgoed nog wordt verhuurd. Er vindt dan geen herclassificatie plaats naar voorraden.
De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering onder de voorraden geschiedt tegen de marktwaarde in exploitatie op het moment van de herclassificatie.
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
Classificatie
Herclassificatie van vastgoed in exploitatie of voorraden naar onroerende zaken verkocht onder voorwaarden vindt slechts plaats indien er sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid van de toegelaten instelling gestaafd door een transactie die niet kwalificeert als een verkoop, maar als een financieringstransactie. Deze transacties worden afzonderlijk opgenomen onder onroerende zaken verkocht onder voorwaarden en de (terugkoop)verplichting wordt opgenomen onder de (langlopende) schulden onder verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.
Waardering
De onroerende zaken die in het kader van een regeling verkoop onder voorwaarden zijn overgedragen aan een derde en waarvoor de toegelaten instelling een terugkooprecht of -plicht kent, worden gewaardeerd op de getaxeerde marktwaarde onder aftrek van de korting. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening. De actuele waarde na eerste verwerking is de marktwaarde op basis van de regeling verkoop onder voorwaarden.
Voor de in de regeling overeengekomen overdrachtswaarde wordt aan de creditzijde van de balans onder de langlopende schulden een terugkoopverplichting opgenomen. Deze terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd in overeenstemming met de contractvoorwaarden en is een inschatting gebaseerd op de reële waardeontwikkeling van het achterliggend actief.
Waardeveranderingen
De waardeveranderingen in onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden verantwoord. De waardeveranderingen inzake de terugkoopverplichting worden rechtstreeks in de winst- en verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden verantwoord.
Herclassificatie van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar vastgoed in exploitatie of voorraden
Herclassificatie van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar vastgoed in exploitatie of voorraden vindt slechts plaats indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid gestaafd door de terugkoop van onder voorwaarden verkochte onroerende zaken die als financieringstransactie zijn aangemerkt.
De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering onder vastgoed in exploitatie of de voorraden vindt plaats tegen de terugkoopwaarde op het moment van de herclassificatie. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Grondslagen voor bepaling van de beleidswaarde
Op grond van artikel 15 lid 5 RTIV vermeldt de toegelaten instelling de beleidswaarde (zoals deze jaarlijks aan de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw wordt verstrekt) in de toelichting van de jaarrekening. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroomgenererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Domesta.
Voor zover afwijkend van de voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie - zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur en beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTIV artikel 15. We bepaalden hierbij uitgangspunten die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn daarom van invloed op deze waarde.
De beleidswaarde sluit aan op ons beleid en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van ons vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:
- Voor de gehele woongelegenhedenportefeuille toepassen van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. De overdrachtskosten worden op 0 gezet. Hierbij wordt tevens uitgegaan van eeuwigdurende looptijd in de eindwaarde. Ten aanzien van de gehanteerde exit yield wordt direct aangesloten bij de gehanteerde methodiek volgens het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’
- Inrekening van toekomstige beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten zoals die worden verwerkt onder de post Lasten verhuur en beheeractiviteiten en de post Overige directe operationele lasten in de winst-en-verliesrekening.
- Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van Domesta en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjarenonderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van (instandhouding en mutatie)onderhoudsnormen in de markt en zoals deze worden verwerkt onder de post lasten onderhoudsactiviteiten in de winst-en-verliesrekening.
- Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van Domesta bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. De streefhuur wordt geïndexeerd met de prijsinflatie.
De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
Classificatie
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie betreft nieuw te ontwikkelen vastgoed en vastgoed in ontwikkeling dat bestemd is voor de toekomstige verhuur.
Waardering bij eerste verwerking
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie wordt bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten.
Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van de vastgoedbelegging.
De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven. De direct toe te rekenen uitgaven bevatten bijvoorbeeld de juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten.
De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voorts kunnen in de vervaardigingskosten een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging kan worden toegerekend worden opgenomen.
Voorts wordt rente tijdens de bouw toegerekend aan kwalificerende activa. De geactiveerde rente wordt berekend tegen de gewogen gemiddelde rentevoet van de aangetrokken leningen.
Voor investeringen in nieuwbouwprojecten waarvoor in rechte afdwingbare verplichtingen dan wel feitelijke verplichtingen zijn aangegaan, wordt jaarlijks beoordeeld of en in hoeverre de investeringen kwalificeren als een verlieslatend contract. Zie de grondslag Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen voor een nadere uitwerking.
Waardering na eerste verwerking
De waardering na eerste verwerking van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie vindt plaats tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. Zie de grondslag Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen voor een nadere uitwerking van de waardering na eerste verwerking van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.
Herclassificatie vastgoed in ontwikkelingen bestemd voor eigen exploitatie naar vastgoed in exploitatie
Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie naar vastgoed in exploitatie vindt plaats bij aanvang van de duurzame exploitatie van het nieuw gerealiseerde vastgoed.
De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering in het vastgoed in exploitatie vindt plaats tegen de kostprijs van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie op het moment van de herclassificatie onder aftrek van de eventueel gevormde voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen.
Materiële vaste activa
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de toegelaten instelling en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen hun kostprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
De kostprijs van de genoemde activa bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik. De kostprijs van de activa die door de toegelaten instelling in eigen beheer zijn vervaardigd, bestaat uit de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de vervaardiging. Verder omvat de vervaardigingsprijs een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat kan worden toegerekend aan de vervaardiging van de activa.
In het geval dat de betaling van de kostprijs van een materieel vast actief plaatsvindt op grond van een langere dan normale betalingstermijn, wordt de kostprijs van het actief gebaseerd op de contante waarde van de verplichting.
In het geval dat materiële vaste activa worden verworven in ruil voor een niet-monetair actief, wordt de kostprijs van het materieel vast actief bepaald op basis van de reële waarde voor zover de ruiltransactie leidt tot een wijziging in de economische omstandigheden en de reële waarde van het verworven actief of van het opgegeven actief op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld.
Investeringssubsidies worden in mindering gebracht op de kostprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben.
De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur. Op bedrijfsterreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering, alsmede op vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting.
De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd:
Grond : geen afschrijvingen
Bedrijfsgebouwen : 2% - 10%
Overige roerende zaken: 20%
Domesta bepaalt het af te schrijven bedrag zonder rekening te houden met een restwaarde.
Domesta past de componentenbenadering toe voor materiële vaste activa indien de belangrijkste bestanddelen van een materieel vast actief van elkaar te onderscheiden zijn. Rekening houdend met verschillen in gebruiksduur of verwacht gebruikspatroon worden deze bestanddelen afzonderlijk afgeschreven.
Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen en/of leiden tot toekomstige economische voordelen met betrekking tot het object.
Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.
Financiële vaste activa
De grondslagen voor de belastinglatenties zijn toegelicht onder belastingen.
Overige vorderingen
De overige vorderingen die onder de financiële vaste activa zijn opgenomen, worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde, verminderd met eventuele contractuele aflossingen. Het betreffen uitgestelde betalingen op verkochte huizen. Voor deze leningen vindt jaarlijks een herijking plaats van het onderkende debiteurenrisico. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de winst-en verliesrekening verwerkt. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.
Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroomgenererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroomgenererende eenheid) geschat.
Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of een kasstroomgenererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of een kasstroomgenererende eenheid) zou zijn verantwoord.
Voorraden
Overige voorraden
De voorraad onderhoudsmaterialen wordt gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde.
De huizen die strategisch zijn aangekocht worden verantwoord onder de vlottende activa. Strategische aankopen zijn aankopen met als doel er op termijn een project te ontwikkelen. Waardering vindt plaats tegen aanschafwaarde of lagere marktwaarde.
Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
Liquide middelen
De liquide middelen omvatten de direct opvraagbare geldmiddelen op de bank- en spaarrekeningen. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering. Liquide middelen die naar verwachting langer dan 12 maanden niet ter beschikking staan van Domesta, worden gerubriceerd als financiële vaste activa.
Eigen vermogen
De onder het eigen vermogen opgenomen overige reserves zijn tot stand gekomen door toevoeging van de jaarlijkse resultaten en gerealiseerde herwaarderingsreserve.
Een herwaarderingsreserve wordt gevormd op waarderingscomplexniveau voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering.
In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de vastgoedbeleggingen in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering.
Ongerealiseerde waardeverminderingen op waarderingscomplexniveau worden op de herwaarderingsreserve in mindering gebracht tot zover de boekwaarde op basis van marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
De herwaarderingsreserve wordt gevormd ten laste van de overige reserves.
Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord.
Bij de bepaling van de herwaarderingsreserve wordt geen bedrag voor latente belastingverplichtingen in mindering gebracht. Voor een nadere toelichting op de waardering van deze latente belastingverplichting wordt verwezen naar de toelichting op deze post.
Voorzieningen
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:
- Een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden.
- Waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt.
- Het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.
Rechten en verplichtingen voortvloeiend uit eenzelfde overeenkomst worden niet in de balans opgenomen indien en voor zover noch de toegelaten instelling noch de tegenpartij heeft gepresteerd. Opname in de balans geschiedt wanneer de nog te ontvangen respectievelijk te leveren prestatie en tegenprestatie niet (meer) met elkaar in evenwicht zijn en dit voor de toegelaten instelling nadelige gevolgen heeft.
Indien (een deel van) de uitgaven die noodzakelijk zijn (is) om een voorziening af te wikkelen waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk door een derde worden (wordt) vergoed bij afwikkeling van de voorziening, wordt de vergoeding als afzonderlijk actief gepresenteerd.
Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de beste schatting van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen.
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
Voor toekomstige investeringen in bestaande complexen (vastgoed in exploitatie) en nieuwbouwprojecten (vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie), waarvoor in rechte afdwingbare verplichtingen dan wel feitelijke verplichtingen zijn aangegaan, wordt beoordeeld of en in hoeverre de investeringen kwalificeren als een verlieslatend contract.
In het geval per balansdatum sprake is van in rechte afdwingbare dan wel feitelijke investeringsverplichtingen voor toekomstige investeringen in bestaande complexen waarbij de verwachte uitgaven van de investering hoger zijn dan de verwachte stijging van de marktwaarde van het complex als gevolg van de investering, wordt het verschil (onrendabele deel) eerst in mindering gebracht op de reeds gedane uitgaven met betrekking tot een investering in bestaand vastgoed onder de post Vastgoed in exploitatie en wordt voor het resterende bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen.
In het geval per balansdatum sprake is van in rechte afdwingbare dan wel feitelijke investeringsverplichtingen voor toekomstige investeringen in nieuwbouwprojecten waarbij de geschatte kostprijs van het project in ontwikkeling hoger is dan de geschatte marktwaarde van het te ontwikkelen nieuwbouwproject bij oplevering, wordt het verschil (onrendabele deel) eerst in mindering gebracht op de reeds gedane uitgaven met betrekking tot een investering in vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en wordt voor het resterende bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen.
Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Domesta zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake investeringen in bestaande complexen en nieuwbouwprojecten.
De afwaardering van de bestede kosten tot nihil en de terugname van in het verleden verwerkte afwaarderingen onder de posten vastgoed in exploitatie respectievelijk vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie alsmede de dotaties en onttrekkingen aan de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen worden verantwoord onder de post overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille.
Overige voorzieningen
De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkansen en leeftijden.
Langlopende schulden
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen.
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt. De leningenportefeuille bestaat uit annuïteiten-, basisrente-, roll-over- en fixe leningen.
De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.
Verplichting uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
In het kader van de verkoop van huizen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoop verplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van het huis in het economische verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoop verplichting wordt jaarlijks gewaardeerd op basis van de terug koopprijs (veelal marktwaarde) per balansdatum, rekening houdend met de contractuele terugkoop bepalingen waaronder kortingspercentages en winstdeling van waarde ontwikkeling.
Waarborgsommen
De waarborgsommen zijn opgenomen tegen nominale waarden.
Kortlopende schulden
De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, die gelijk is aan de nominale waarde. Hierbij wordt rekening gehouden met aangegane verplichtingen van materieel belang, betreffende ultimo boekjaar nog niet afgewikkelde verplichtingen.
Nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille
Huuropbrengsten
Hieronder zijn opgenomen de opbrengsten voortvloeiend uit de met huurders gesloten huurovereenkomsten (exclusief de inbegrepen servicedienst). De huren worden jaarlijks binnen de wettelijke kaders gewijzigd in overeenstemming met het huurbeleid van de toegelaten instelling. Huuropbrengsten en vergoedingen ter stimulering van het sluiten van huurovereenkomsten worden lineair in de winst-en-verliesrekening opgenomen op basis van de duur van de huurovereenkomst.
Opbrengsten en lasten servicecontracten
Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders op basis van afgesloten servicecontracten welke integraal deel uitmaken van huurcontracten ter dekking van gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten die worden gegenereerd uit de (op de huurexploitatie) afgesloten servicecontracten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.
Overheidsbijdragen
Overheidsbijdragen worden aanvankelijk in de balans opgenomen als vooruitontvangen baten zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de toegelaten instelling zal voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de toegelaten instelling gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de winst-en-verliesrekening opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van de toegelaten instelling voor de kosten van een actief worden systematisch in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief.
Exploitatiesubsidies worden ten gunste van de winst-en-verliesrekening van het jaar gebracht ten laste waarvan de gesubsidieerde bestedingen komen of waarin de opbrengsten zijn gederfd of het exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De vooruitontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen.
Een krediet afgesloten tegen een lagere rente dan marktrente, wordt als schuld in de balans opgenomen waarbij waardering plaatsvindt zoals vermeld onder de financiële instrumenten. Het verschil tussen het hogere ontvangen bedrag van het krediet en de boekwaarde bij eerste verwerking betreft het voordeel als gevolg van de lagere rente. Dit voordeel wordt verwerkt ten gunste van de winst-en-verliesrekening als overheidssubsidie.
Verkregen ontwikkelingskredieten worden in mindering gebracht op de ontwikkelingskosten. Indien terugbetaling van het ontwikkelingskrediet dient plaats te vinden, worden de terugbetalingen en de rente daarover verwerkt als kosten van de omzet.
Investeringssubsidies worden in mindering gebracht op het geïnvesteerde bedrag. De vooruitontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen en worden systematisch in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief.
Indien een premie ingevolge een investeringsregeling / eenmalige investeringsaftrek wordt beschouwd als een belastingfaciliteit, wordt het recht daarop in het jaar waarin daaraan voor het eerst een waarde kan worden toegekend ineens / over een aantal jaren gespreid ten gunste van de post belastingen in de winst-en-verliesrekening gebracht.
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten
Onder deze categorie worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten. Dit betreft onder andere lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed (bijvoorbeeld huurconsulenten/opzichters). De indirecte kosten worden met behulp van een verdeelstaat toegerekend aan deze categorie. Zie de grondslag Toegerekende organisatie- en financieringskosten voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.
Lasten onderhoudsactiviteiten
Onder deze post worden alle directe en indirecte aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud aan het vastgoed in exploitatie verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Onder deze post worden de kosten ten behoeve van planmatig onderhoud, mutatieonderhoud, klachtenonderhoud en contractonderhoud (met name technische installaties) verantwoord.
De onderhoudsuitgaven betreffen de uitgaven om een verhuurbare eenheid dan wel een complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich op de peildatum (einde boekjaar) bevindt, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is.
De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een verbetering, in overeenstemming met de definities inzake onderhoud en beheer zoals opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14a lid 1 RTIV.
De onderhoudscomponent en reservefondscomponent van de jaarlijkse VVE-bijdrage worden direct ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.
De indirecte kosten worden met behulp van een verdeelstaat toegerekend aan deze categorie. Zie de grondslag Toegerekende organisatie- en financieringskosten voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
De kosten die samenhangen met verhuren, beheren en onderhouden van het vastgoed in exploitatie worden verantwoord onder de hierboven genoemde subcategorieën. Naast deze (veelal) direct aan de subactiviteiten te relateren kosten brengt het vastgoed in exploitatie ook andere kosten met zich mee die niet direct te relateren zijn aan de subactiviteiten verhuren, beheren en onderhouden. Dit zijn echter wel kosten die worden veroorzaakt door het in eigendom hebben van vastgoed in exploitatie. Deze kosten worden verantwoord als overige directe operationele lasten exploitatie bezit.
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille
De verkoopopbrengst vastgoedportefeuille betreft het saldo van de gerealiseerde verkoopopbrengst op verkopen uit bestaand bezit en verkopen uit voorraad minus de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten.
Verkoopopbrengsten uit de verkoop van onroerende zaken worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt wanneer de belangrijke risico’s en voordelen van eigendom aan de koper zijn overgedragen, het bedrag van de opbrengsten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning van de verschuldigde vergoeding waarschijnlijk is, de hiermee verband houdende kosten betrouwbaar kunnen worden ingeschat en er geen sprake is van aanhoudende managementbetrokkenheid bij de onroerende zaken. De overdracht van de risico’s en voordelen is op het moment van juridische levering (passeren transportakte).
Toegerekende organisatiekosten
De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De belangrijkste indirecte kosten betreffen personeelsbeloningen, afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie en overige niet directe bedrijfskosten.
Afhankelijk van de aard van de afdeling worden de lasten toegerekend aan een bepaalde activiteit.
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille
De boekwaarde van het verkochte vastgoed dient per verkoopdatum te worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening.
Bij verkoop uit bestaand bezit betreft dit de marktwaarde van vastgoed in exploitatie op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.
Bij verkoop uit voorraad betreft dit de bestede kosten en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering, inclusief geactiveerde rente, dan wel lager verwachte opbrengstwaarde op het moment van verkoop.
Personeelsbeloningen
De beloningen van het personeel worden als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door Domesta.
Voor de beloningen met opbouw van rechten, sabbatical leave, winstdelingen en bonussen worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.
Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen.
De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (cao en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.
Voor arbeidsongeschiktheidsrisico's die zijn verzekerd wordt een voorziening getroffen voor het in de toekomst te betalen deel van de verzekeringspremie dat rechtstreeks toe te rekenen is aan het individuele schadeverleden van Domesta. Als geen betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van het in de toekomst te betalen deel van de verzekeringspremies dat rechtstreeks is toe te rekenen aan het individuele schadeverleden van de rechtspersoon, wordt geen voorziening opgenomen.
Pensioenlasten
De hoofdregeling betreft een toegezegde-pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds. De pensioenregeling is een middelloonregeling. Hierbij is een pensioen toegezegd aan personeel op de pensioengerechtigde leeftijd, afhankelijk van leeftijd, salaris en dienstjaren. Behalve de betaling van premies heeft Domesta geen verdere verplichtingen uit hoofde van deze pensioenregeling. De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord.
Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan de pensioenuitvoerder verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Dit betreffen waardeverminderingen, en eventueel een terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit aangegane in rechte afdwingbare en feitelijke verplichtingen met betrekking tot (toekomstige) investeringen in bestaande complexen en nieuwbouwprojecten. Het betreft hier de investeringen op de posten DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop. Onder de post zijn tevens de waardeverminderingen en eventueel een terugname hiervan met betrekking tot grond- en ontwikkelposities opgenomen.
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van het vastgoed in exploitatie (exclusief het effect van onrendabele investeringen) die gewaardeerd zijn tegen marktwaarde in verhuurde staat op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden
Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van het vastgoed verkocht onder voorwaarden en de waardeverandering van de verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.
Overige organisatiekosten
De opbrengsten en kosten die niet toerekenbaar zijn (ook niet na toerekening van indirecte kosten), worden opgenomen onder Overige organisatiekosten. Voorbeelden hiervan zijn (een deel van) de (salaris)kosten van het management en de Raad van Commissarissen.
Leefbaarheid
Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen.
De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel (zoals leefbaarheidscoördinator, wijkbeheerder, huismeester), leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten zoals welkomstbijeenkomsten nieuwe bewoners, bestrijding woonoverlast, buurtbemiddeling, opvang van dak- en thuislozen, schuldsaneringen, tweede kansbeleid et cetera.
De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten, HOED), onderhoud groenvoorziening, speeltoestellen, beveiliging openbare ruimte, cameratoezicht, schoonmaakacties et cetera en uitgaven voor activiteiten zoals inbraakbeveiliging, brandpreventie, verlichting achterpad, afsluiting portieken et cetera.
Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten
Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst-en-verliesrekening verwerkt rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk.
Rentelasten worden toegerekend aan de opeenvolgende verslagperioden naar rato van de resterende hoofdsom. Periodieke rentelasten en soortgelijke lasten komen ten laste van het jaar waarover zij verschuldigd worden.
Belastingen
De belasting over het resultaat wordt berekend op basis van het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met de wijzigingen in de latente belastingvorderingen en -schulden uit hoofde van respectievelijk wijzigingen in het belastingtarief, herbeoordeling van de mogelijkheid tot realisatie van latente belastingvorderingen of een wijziging van de verwachte realisatie van een actief- of passiefpost. De aldus bepaalde belastingpost wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking heeft op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.
Latente belastingvorderingen
Voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering, wordt een latente belastingverplichting opgenomen. Voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering en voor beschikbare voorwaartse verliescompensatie wordt een latente belastingvordering opgenomen voor zover er latente verplichtingen tegenover staan, of het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn voor verrekening.
De latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden opgenomen onder de financiële vaste activa respectievelijk voorzieningen. Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.
De waardering van latente belastingverplichtingen en latente belastingvorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de door de toegelaten instelling op balansdatum voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van haar activa, voorzieningen, schulden en overlopende passiva. Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gewaardeerd tegen contante waarde waarbij discontering plaatsvindt op basis van de nettorente (de voor de toegelaten instelling geldende rente voor langlopende leningen, onder aftrek van belasting op basis van het effectieve belastingtarief).
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de directe methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de kasmiddelen, de tegoeden op bankrekeningen. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, (des)investerings- en financieringsactiviteiten. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. De directe methode ter splitsing van de operationele kasstromen geeft een beeld van de ontvangsten en uitgaven per categorie zoals die zich werkelijk in de bedrijfsactiviteiten voordoen. De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten).
Gebeurtenissen na balansdatum
Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening. Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.
Toelichting op de balans per 31 december 2023
Activa
1. DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie
| DAEB | Niet-DAEB | |
| Stand per 1 januari 2023: | ||
| Aanschafprijs | 797.635 | 10.102 |
| Cumulatieve waardeveranderingen | 403.914 | -200 |
| Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen | 9.048 | 0 |
| Marktwaarde | 1.210.597 | 9.902 |
| Mutaties in het boekjaar | ||
| Investeringen: | ||
| Aankopen in vastgoed in exploitatie (initiële verkrijgingsprijs) | 13.878 | 0 |
| Investeringen in vastgoed in exploitatie (uitgaven na eerste waardering) | 13.001 | 41 |
| Overboeking van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 2.661 | 0 |
| Buitengebruikstellingen en afstotingen | -999 | -2 |
| Herclassificaties: | ||
| Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 0 | 0 |
| Overboekingen van onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 0 | 300 |
| Waardeveranderingen: | ||
| Waardeveranderingen (winsten of verliezen als gevolg van aanpassingen van de marktwaarde) | -42.174 | -475 |
| Waardeveranderingen onrendabele investeringen en herstructureringen | -4.845 | -84 |
| Overige waardeveranderingen | -3.187 | |
| Overboeking van vastgoed in ontwikkeling | 0 | 0 |
| Verkopen | -737 | 0 |
| Saldo | -22.402 | -220 |
| Stand per 31 december 2023: | ||
| Aanschafprijs | 826.349 | 10.441 |
| Cumulatieve waardeveranderingen | 352.798 | -759 |
| Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen | 4.076 | 0 |
| Marktwaarde onder aftrek van voorziening | 1.183.223 | 9.682 |
Toelichting bij toepassing basis versie en full versie
De actuele waarde van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de marktwaarde zoals opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’).
Basis versie
We gebruiken de basis versie van het Handboek voor eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden. Dit bedraagt ultimo 2023 € 920 miljoen. In het Handboek is opgenomen dat de basisversie de mogelijkheid biedt om op portefeuilleniveau tot een aannemelijke marktwaarde te komen.
De gehanteerde basis versie is een geheel modelmatige waardering waarbij er voor de waardering overeenkomstig de bepaling van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ geen betrokkenheid van de taxateur aan de orde is.
De methoden, relevante veronderstellingen en disconteringsvoet die gehanteerd zijn voor woongelegenheden (eengezinswoningen en meergezinswoningen) en parkeergelegenheden zijn bepaald in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ en kunnen bij toepassing van de basis versie niet worden gewijzigd.
Zoals hierna verder is uitgewerkt en toegelicht maakt de toegelaten instelling voor de waardering van (specifiek omschrijven welk bezit) gebruik van de basisversie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2023’. De basisversie betreft een modelmatige waardering van het vastgoed tegen marktwaarde in verhuurde staat waarbij geen vrijheidsgraden inzake de uitgangspunten en parameters van de waardering mogelijk zijn. Daarnaast leidt de basisversie tot een marktwaarde in verhuurde staat op (vastgoed)portefeuilleniveau en niet tot een marktwaarde in verhuurde staat op waarderingscomplexniveau. Ten slotte kent de waardering volgens de basisversie geen betrokkenheid van een taxateur. Hierdoor kan de marktwaarde in verhuurde staat afwijken van de marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen. De herwaarderingsreserve is, overeenkomstig de verslaggevingsrichtlijnen, bepaald op waarderingscomplexniveau. Aangezien er bij waardering volgens de basisversie sprake is van een waardering op portefeuilleniveau in plaats van op complexniveau, kan er tevens binnen het eigen vermogen sprake zijn van een onnauwkeurigheid in de allocatie tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserve. Deze actuele waarde vormt tevens de basis voor de totstandkoming van de beleidswaarde. Ook deze waarde kan daarom afwijken van de beleidswaarde die gebaseerd is op een marktwaarde in verhuurde staat die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen.
Jaarlijks wordt na 1 juli het handboek gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full variant toepassen, dat wil zeggen de waardering gebruikmakend van een externe taxateur op balansdatum van het daaraan voorafgaande boekjaar. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. De validatie eis daarbij is dat voor ten minste 90% van de portefeuilles het verschil tussen de basiswaardering en full waardering beperkt moet blijven tot maximaal + of - 10%. Uit de validatie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2022 is gebleken dat de basisversie 2022 tot een aanvaardbare marktwaardering op portefeuilleniveau heeft geleid uitgaande van een taxatie onzekerheid van + of - 10%. In de COROP regio Zuid-Oost Drenthe was de waardering o.b.v. de rapportage van Fakton d.d. 31 maart 2023 inzake Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 3,4% te laag/hoog. Dit effect is onderdeel van de niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 2023 en bedraagt circa € 32,2 miljoen. De vergelijkende cijfers 2022 zijn hierop niet aangepast.
Uit het validatierapport blijkt dat jaarlijks aanpassingen noodzakelijk zijn in de uitgangspunten om tot een aanvaardbare waardering te komen. In de finale versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2023’ is de disconteringsvoet verhoogd, teneinde marktconformiteit van de marktwaarde in verhuurde staat te realiseren, waarbij geen aanpassing heeft plaatsgevonden van relevante andere uitgangspunten (zoals leegwaarde). De jaarlijkse mutatie van de marktwaarde welke tot uitdrukking komt in de jaarrekening (waardeverandering vastgoedportefeuille) bestaat derhalve onder meer uit de marktontwikkeling over 2023 enerzijds en de validatie effecten anderzijds. De inzichten van de validatie 2023 zijn vanzelfsprekend nog niet bekend met betrekking tot de waardering volgens de basisversie naar de stand van 31 december 2023 en dan ook niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.
Full versie
We gebruiken de full versie van het Handboek voor extramurale zorgeenheden, intramurale zorgeenheden, studenteneenheden, bedrijfs onroerend goed en maatschappelijk onroerend goed, de marktwaarde hiervan bedraagt ultimo 2023€ 273 miljoen. In het Handboek is opgenomen dat de full versie de mogelijkheid biedt om op complexniveau, met ondersteuning van een externe taxateur tot een aannemelijke marktwaarde te komen.
Voor de gehanteerde full versie is een externe taxateur ingeschakeld bij de waardering van het vastgoed in exploitatie. In 2022 is 100% van het vastgoed getaxeerd. In 2023 heeft een taxatie-update plaatsgevonden op deze waardering, dit zal ook in 2024 plaats vinden.
De methoden, relevante veronderstellingen en disconteringsvoet die gehanteerd zijn voor bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed, studenteneenheden en intramuraal en extramuraal vastgoed zijn bepaald in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’. De full versie maakt gebruik van vrijheidsgraden. Dit betekent dat voor de waardering van vastgoed in exploitatie kan worden afgeweken van de veronderstellingen en disconteringsvoet zoals opgenomen in de basisversie. De belangrijkste veronderstellingen en disconteringsvoet worden hieronder per categorie vastgoed in exploitatie nader toegelicht.
Toelichting rekenmodel
Overeenkomstig het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde” vindt waardering op waarderingscomplexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Domesta maken deel uit van een waarderingscomplex.
Alle verhuureenheden van Domesta maken deel uit van een waarderingscomplex. De Marktwaarde in verhuurde staat wordt berekend in het rekenmodel TMS van Ortec Finance en is voorzien van een goedkeurend assurancerapport.
Toelichting parameters marktwaarde
Op basis van artikel 31 BTIV wordt er onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën vastgoed. Bij alle categorieën wordt de DCF (Discounted Cash Flow)-methode gehanteerd. De volgende disconteringsvoeten zijn gemiddeld gehanteerd voor iedere categorie:
| Disconteringsvoet | Exit yield DE | Exit yield UP | Mutatiegraad | Leegwaarde (VHE) | Markthuur (VHE p/m) | |
| Woongelegenheden | 7,05% | 6,45% | 6,38% | 7,84% | 157.940 | 871,06 |
| Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed | 9,00% | 10,69% | nvt | nvt | 166.204 | 1.488,60 |
| Parkeergelegenheden | 8,43% | 21,48% | 9,14% | 7,61% | 12.889 | 41,75 |
| Intramuraal zorgvastgoed | 6,86% | 8,29% | nvt | nvt | 113.081 | 846,78 |
De disconteringsvoet is door de taxateur ingeschat op basis van risico's die voor de complexen en locaties van toepassing zijn zoals bouwjaar, uitstraling en locatie.
De markthuur is door de taxateur ingeschat, gebaseerd op de huurprijs per m per jaar die wordt betaald voor vergelijkbaar vastgoed in ons werkgebied.
De leegwaarde bepaalde de taxateur als een resultante van het verhuurbaar vloeroppervlak, de markthuur en de disconteringsvoet, teruggerekend naar kosten koper.
Contractuele verplichtingen
Er is geen sprake van contractuele verplichtingen.
Woningen bestemd voor de verkoop
Het aantal woningen behorend tot het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, welke zijn geclassificeerd voor de verkoop bedraagt 798. Het aantal woningen dat naar verwachting komend jaar verkocht zal worden, bedraagt 20 DAEB vastgoed. De verwachte opbrengstwaarde van deze woningen bedraagt € 3.923.000; de boekwaarde van deze woningen bedraagt € 2.778.000.
Achterstallig onderhoud
We beschouwen asbest veilig maken van ons bezit als achterstallig onderhoud. Dit is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Deze kosten worden meegenomen bij het waarderen van het bezit. De kosten voor het achterstallig onderhoud zijn € 3,1 miljoen en zijn verdeeld over 56 complexen (2022: € 3,7 miljoen en zijn verdeeld over 68 complexen).
Hypothecaire zekerheden
Het DAEB-vastgoed in exploitatie is (nagenoeg) geheel gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is voor € 0 gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft hierbij het recht van eerste hypotheek. Voor deze borgstelling wordt door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw een obligo per lening gevraagd. Als gevolg hiervan zijn de onroerende en roerende zaken in exploitatie die met geborgde leningen zijn gefinancierd niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. De ultimo boekjaar bestaande obligoverplichting is toelicht in de paragraaf 'Obligoverplichting Waarborgfonds sociale Woningbouw' onder Niet in de de balans opgenomen activa en verplichtingen.
Beleidswaarde
Voor de bepaling van de beleidswaarde is overeenkomstig de in de regelgeving voorgeschreven methodiek de disconteringsvoet uit het Handboek modelmatig waarderen gehanteerd. De disconteringsvoet 2023 is in het definitieve Handboek d.d. 29 maart 2024 voor de zogenaamde COROP-regio’s waarin de corporatie actief is ten opzichte van de eerdere versie van dit Handboek d.d. 31 januari 2024 positief bijgesteld, met respectievelijk 0,4% (Corop regio Zuid-Oost Drenthe) en 0,0%-punt (Corop regio Zuidwest-Drenthe). Als gevolg hiervan is de beleidswaarde negatief bijgesteld. Deze bijstelling is doorgevoerd teneinde marktconformiteit van de waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat te realiseren, waarbij om dit te bereiken geen aanpassing heeft plaatsgevonden van relevante andere uitgangspunten (zoals leegwaarde) anders dan de disconteringsvoet. Hiermee is de representativiteit van deze disconteringsvoet voor de bepaling van de beleidswaarde niet noodzakelijkerwijs gewaarborgd. Voor het potentiële effect hiervan op de beleidswaarde verwijzen wij naar de navolgend opgenomen sensitiviteitsanalyse, waaruit blijkt dat een gemiddelde mutatie van de disconteringsvoet met 1% leidt tot een materieel effect op de beleidswaarde van circa EUR 96 miljoen.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat de bepaling van de beleidswaarde met ingang van 2024 ingrijpend zal wijzigen. Deze beleidswaarde zal reeds ten behoeve van de in het najaar aan te leveren prognose informatie (dPi2024) moeten worden bepaald. Een onderdeel van de wijziging is de overgang van een disconteringsvoet die is afgeleid van de disconteringsvoet ten behoeve van de marktwaarde naar een sector breed toegepaste vaste disconteringsvoet. De nieuwe disconteringsvoet voor de beleidswaarde is vastgesteld op 4,11% voor de DAEB-portefeuille en 4,6% voor de niet-DAEB portefeuille. De in de beleidswaarde ultimo 2023 opgenomen disconteringsvoet bedraagt gemiddeld respectievelijk 6,69% voor de DAEB-portefeuille en gemiddeld 8,36% voor de niet-DAEB portefeuille. Hieruit blijkt dat de nieuwe beleidswaarde een significante aanpassing zal ondergaan. De Aw heeft door middel van een bericht d.d. 29 april 2024 aangegeven dat zowel de Aw als het WSW in het kader van hun toezicht op de sector rekening zullen houden met deze wijziging en dat een aanpassing van het volkshuisvestelijk beleid van de woningcorporatie, als gevolg van (alleen) de dalende beleidswaarde in 2023, niet nodig is. Als gevolg van deze wijziging in uitgangspunten zal de normering van de ratio’s naar verwachting worden bijgesteld.
Per 31 december 2023 is in totaal € 464 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het Eigen vermogen begrepen (2022: € 423 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Domesta. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurhuizen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.
Daarnaast zal bij mutatie van het huis slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie. Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd.
Het bestuur van Domesta heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 543 miljoen. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2023 bestaat uit de volgende onderdelen:
Uitgangspunten beleidswaarde (gemiddelde per woning teruggerekend in €)
| 2023 | 2022 | |
| Beleidshuur per maand | 596 | 563 |
| Onderhoudsnorm | 2.896 | 2.253 |
| Beheerlasten | 927 | 859 |
| Disconteringsvoet | 6,64% | 6,20% |
Specificatie beleidswaarde (x € 1.000)
| 2023 | 2022 | |
| Marktwaarde in verhuurde staat | 1.192.905 | 1.220.499 |
| Beschikbaarheid (doorexploiteren) | 150.957 | 159.440 |
| Betaalbaarheid (huren) | -395.096 | -407.834 |
| Kwaliteit (onderhoud) | -265.965 | -132.372 |
| Beheer (beheerkosten) | -33.266 | -23.240 |
| Beleidswaarde | 649.534 | 816.493 |
Sensitiviteitsanalyse
| Scenario | Mutatie t.o.v. uitgangspunt | Effect op beleidswaarde | Effect |
| 1. Disconteringsvoet | 1% hoger | € 96 miljoen | lager |
| 2. Streefhuur per maand | € 25 hoger | € 35 miljoen | hoger |
| 3. Lasten onderhoud per jaar | € 100 hoger | € 24 miljoen | lager |
| 4. Lasten beheer per jaar | € 100 hoger | € 24 miljoen | lager |
2. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
| Stand per 1 januari 2023 | |
| Contractprijs (verkochte woningen) | 3.556 |
| Cumulatieve waardeveranderingen | 2.965 |
| Boekwaarde per 1 januari 2023 | 6.521 |
| Mutaties in het boekjaar | |
| Presentatiewijziging contractprijs | 67 |
| Presentatiewijziging cumulatieve waardeverandering | -67 |
| Desinvesteringen | |
| Waardeveranderingen | 36 |
| Saldo | 36 |
| Stand per 31 december 2023 | |
| Contractprijs (verkochte woningen) | 3.623 |
| Cumulatieve waardeveranderingen | 2.934 |
| Boekwaarde per 31 december 2023 | 6.557 |
Het aantal huizen verkocht onder voorwaarden bedraagt ultimo 2023: 31 (2022: 31).
3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
| Stand per 1 januari 2023 | |
| Aanschafprijs | 4.024 |
| Cumulatieve waardeveranderingen | -5.538 |
| Boekwaarde onder aftrek van voorziening | -1.514 |
| Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen | -2.881 |
| Boekwaarde voor aftrek van voorziening | 1.367 |
| Mutaties in het boekjaar | |
| Presentatiewijziging aanschafwaarde | -1.516 |
| Presentatiewijziging cumulatieve waardeverandering | 1.516 |
| Investeringen | 6.988 |
| Waardeveranderingen | -24.753 |
| Overboeking naar DAEB- vastgoed in exploitatie | |
| Investeringen opgeleverde projecten | -2.661 |
| Waardeveranderingen opgeleverde projecten | 823 |
| Saldo mutaties | -19.603 |
| Stand per 31 december 2023 | |
| Aanschafprijs | 6.835 |
| Cumulatieve waardeveranderingen | -27.952 |
| Boekwaarde onder aftrek van voorziening | -21.117 |
| Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen | 22.528 |
| Boekwaarde voor aftrek van voorziening | 1.411 |
4. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
| Bedrijfsgebouwen | Overige roerende zaken | Totaal | |
| Stand per 1 januari 2023 | |||
| Verkrijgingsprijs | 8.773 | 8.196 | 16.969 |
| Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen | -3.628 | -5.955 | -9.583 |
| Boekwaarde | 5.145 | 2.241 | 7.386 |
| Mutaties in het boekjaar | |||
| Herclassificaties | |||
| Presentatiewijziging verkrijgingsprijs | 0 | 59 | 59 |
| Presentatiewijziging cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen | 0 | -59 | -59 |
| Overboeking DAEB- en Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie | -300 | 0 | -300 |
| Investeringen | 65 | 621 | 686 |
| Desinvesteringen | 0 | -270 | -270 |
| Afschrijvingen desinvesteringen | 0 | 246 | 246 |
| Afschrijvingen | -187 | -476 | -663 |
| Totaal mutaties | -422 | 121 | -301 |
| Stand per 31 december 2023 | |||
| Verkrijgingsprijs | 8.538 | 8.606 | 17.144 |
| Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen | -3.815 | -6.244 | -10.059 |
| Boekwaarde | 4.723 | 2.362 | 7.085 |
In de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn alle posten van de exploitatie begrepen welke juridisch en economisch in vrije eigendom van Domesta zijn.
Financiële vaste activa
5. Latente belastingvorderingen
| 2023 | 2022 | |
| Afschrijvingspotentieel | 2.856 | 7.452 |
| 2.856 | 7.452 |
Verloopoverzicht
| Stand per 1/1 | 7.452 |
| Toevoeging | 861 |
| Onttrekking | -3.565 |
| Wijziging parameters rekenmethodiek | -1.892 |
| Stand per 31/12 | 2.855 |
Sinds 1 januari 2008 is Domesta voor al haar activiteiten onderworpen aan vennootschapsbelasting. Tot 2008 was Domesta alleen voor haar commerciële activiteiten onderworpen aan vennootschapsbelasting. Domesta heeft de VSO2 in 2009 ondertekend. De VSO2 heeft een looptijd tot en met 31 december 2012. Na deze periode wordt de VSO2 stilzwijgend met steeds één jaar verlengd, tenzij een van de partijen vóór 1 december heeft opgezegd. De Belastingdienst heeft de woningcorporaties in november 2022 medegedeeld dat de VSO2 per 1 januari 2023 is opgezegd. De opzegging heeft voor Domesta naar verwachting beperkte impact.
De op contante waarde van de gewaardeerde latentie afschrijvingspotentieel is berekend tegen 1,95% en heeft een looptijd van 6jaar. De nominale waarde van deze latenties bedraagt € 3,04 miljoen. De post heeft betrekking op het fiscaal afschrijvingspotentieel.
Domesta kan als gevolg van de beperking van de renteaftrek (ATAD) sinds 2019 een deel van de rentelasten niet fiscaal in mindering brengen op de winst. In totaal is hierdoor voor € 12,1 miljoen, na aftrek € 9,7 miljoen inzake beperking afschrijvingspotentieel conform memo Aedes, (belastinglast € 3,014 miljoen) aan rentelasten fiscaal niet verrekend. Over 2023 heeft Domesta voor een bedrag van € 4,2 miljoen (last: € 1,061 miljoen) niet kunnen verrekenen. Domesta voorziet geen mogelijkheid tot verrekening en waardeert dit verschil om die reden niet in de jaarrekening. Overigens is het saldo van de niet aftrekbare rente oneindig voorwaarts verrekenbaar.
Domesta voert in duurzaamheid haar beleid als toegelaten instelling uit, gericht op het beheren en verhuren van woningen en daarmee het in stand houden van (de omvang van) haar vastgoedportefeuille. Domesta heeft aan het einde van de levensduur de intentie tot sloop, gevolgd door (vervangende) nieuwbouw. Op basis van de huidige fiscale bepalingen (VSO2) zal daarbij sprake zijn van het doorschuiven van de aanwezige fiscale boekwaarde en zal er geen fiscale afwikkeling volgen in de vorm van fiscaal afwaarderen van de complexen. Het bijbehorende verschil tussen de fiscale waardering van het vastgoed en commerciële waardering bedraagt circa € 165 miljoen. Dit betekent dat het einde van de levensduur ‘doorrolt’ en bij waardering tegen contante waarde sprake is van een ‘nihil’ waardering.
Het tijdelijke verschil inzake het vastgoed in exploitatie waarvan wordt verwacht dat het verkocht wordt vanuit de balansposten DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, dan wel vanuit de balanspost Vastgoed bestemd voor de verkoop, bedraagt € 1,4 miljoen. Dit betreft de woningen in de verkoopvijver die naar verwachting worden verkocht met een hogere fiscale waarde (€ 11.2 miljoen), dan de commerciële waarde (9,8 miljoen). Domesta heeft de intentie om gebruik te maken van de fiscale faciliteit van de herinvesteringsreserve en leidt een verkoop niet tot directe afwikkeling. Dit betekent dat het einde van de levensduur ‘doorrolt’ en bij waardering tegen contante waarde sprake is van een ‘nihil’waardering.
In de jaarrekening 2023 is een fiscaal resultaat van € 13,6 miljoen berekend. Domesta heeft geen compensabele verliezen meer.
6. Lening u/g
| 2023 | 2022 | |
| Leningen u/g | ||
| Stand per 1 januari | 423 | 487 |
| Aflossingen | -6 | -64 |
| Stand per 31 december | 417 | 423 |
De post overige vorderingen bestaat uit uitgestelde betalingen op verkochte huizen en verstrekte startersleningen. Naar verwachting heeft het gehele bedrag een looptijd langer dan 1 jaar.
Vlottende activa
7. Voorraden
| 2023 | 2022 | |
| Overige voorraden | ||
| Voorraad klein materiaal | 58 | 75 |
| Grond- en ontwikkelposities | 194 | 293 |
| 252 | 368 |
Grond- en ontwikkelposities betreft de grondlocatie ten behoeve van (toekomstige) ontwikkelingsprojecten die nog niet in realisatie zijn genomen. Deze gronden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs dan wel de lagere opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de extern dan wel intern uitgevoerde toetsing van de waardering van gronden ultimo boekjaar. Deze interne toetsing is gebaseerd op de kennis van de lokale markt alsmede van de lokale ontwikkelmogelijkheden (waaronder bestemmingswijzigingen, etc.).
8. Vorderingen
| 2023 | 2022 | |
| Huurdebiteuren | ||
| Zittende huurders | 523 | 504 |
| Voorziening wegens oninbaarheid | -96 | -113 |
| 427 | 391 |
| 2023 | 2022 | |
| Vorderingen op gemeenten | ||
| Vorderingen gemeente | 0 | 57 |
| Bijdragen WMO | 0 | 1 |
| 0 | 58 |
| 2023 | 2022 | |
| Vennootschapsbelasting | ||
| Vennootschapsbelasting voorgaande boekjaren | 3.424 | -898 |
| Vennootschapsbelasting huidig boekjaar | 675 | 1.852 |
| 4.099 | 954 |
| 2023 | 2022 | |
| Overige vorderingen | ||
| Vertrokken huurders | 543 | 460 |
| Voorziening wegens oninbaarheid | -460 | -425 |
| 83 | 35 |
| 2023 | 2022 | |
| Overlopende activa | ||
| Diversen (o.a. griffierechten) | 169 | 524 |
| Afwikkeling schades | 0 | 33 |
| 169 | 557 |
Onder de vorderingen zijn geen posten opgenomen met een resterende looptijd langer dan een jaar.
9. Liquide middelen
| 2023 | 2022 | |
| BNG Bank N.V. rekening-courant | 1 | 0 |
| ING Bank N.V. rekening-courant | 95 | 9.390 |
| ING Bank N.V. spaarrekening | 0 | 497 |
| Rekening-courant SVN | 529 | 507 |
| ING Bank N.V. rekening-courant niet-DAEB | 46 | 46 |
| 671 | 10.440 |
Liquide middelen staan ter vrije beschikking.
Passiva
10. Eigen vermogen
| 2023 | 2022 | |
| Herwaarderingsreserve | ||
| Stand per 1 januari | 423.325 | 351.453 |
| Resultaatbestemming voorgaand boekjaar | 41.446 | 73.193 |
| 464.771 | 424.646 | |
| Desinvesteringen | -1.091 | -1.321 |
| Stand per 31 december | 463.680 | 423.325 |
| Overige reserves | ||
| Stand per 1 januari | 438.053 | 417.349 |
| Resultaatbestemming voorgaand boekjaar | -5.871 | 19.383 |
| Stand per 1 januari | 432.182 | 436.732 |
| Mutatie herwaarderingsreserve | 1.091 | 1.321 |
| Stand per 31 december | 433.273 | 438.053 |
Desinvestering betreft het gerealiseerde deel van de herwaardering gedurende het boekjaar en bestaat uit realisatie uit verkoop € 738.000 (2022: € 573.000) realisatie uit sloop € 354.000 (2022: € 748.000).
Herwaardering betreft het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de historische kostprijs en leidt tot een herwaarderingsreserve in het eigen vermogen. Wanneer er sprake is van een negatief verschil tussen de marktwaarde van activa en de historische kostprijs wordt dit ORT genoemd en komt ten laste van de overige reserve in het eigen vermogen.
Voor de toelichting inzake de resultaatbestemming verwijzen we naar hoofdstuk 10.1 Statutaire bepalingen inzake het resultaat.
11. Voorzieningen onrendabele investeringen en herstructureringen
| Toekomstige investeringen in bestaande complexen | Toekomstige investeringen in nieuwbouw projecten | Totaal | |
| Stand per 1 januari 2023 | 9.048 | 2.882 | 11.930 |
| Mutaties in het boekjaar | |||
| Toevoeging ten laste van het resultaat | 4.076 | 22.528 | 26.604 |
| Onttrekkingen | -9.048 | -9.048 | |
| Vrijval ten gunste van het resultaat | 0 | -1.684 | -1.684 |
| Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | -1.198 | -1.198 | |
| Stand per 31 december 2023 | 4.076 | 22.528 | 26.604 |
12. Overige voorzieningen
| Jubileum voorziening | |
| Stand per 1 januari 2023 | 447 |
| Mutaties in het boekjaar | |
| Onttrekking | -32 |
| Toevoeging ten laste van het resultaat | 63 |
| Vrijval ten gunste van het resultaat | -42 |
| Stand per 31 december 2023 | 436 |
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. Van de voorzieningen is een bedrag van € 293.000 (2022: € 310.000) als langlopend (langer dan een 5 jaar) aan te merken. Dit betreft een deel van de voorziening voor jubileumuitkeringen.
13. Langlopende schulden
| Schulden aan banken | Schulden/ leningen overheid | |
| Stand per 1 januari 2023 | 331.963 | 159 |
| Mutaties in het boekjaar: | ||
| Nieuw opgenomen leningen | 30.000 | 0 |
| Overname lening ivm aanschaf Weideheem | 6.640 | |
| Agio overname lening ivm aanschaf Weideheem | 176 | 0 |
| Vrijval agio lening Vestia en Weideheem | -175 | 0 |
| Aflossingen | -21.062 | -10 |
| Saldo | 347.542 | 149 |
| Af: Aflossingsverplichting komend jaar | -6.670 | -10 |
| Stand per 31 december 2023 | 340.872 | 139 |
| Looptijd van: | ||
| Tot 1 jaar | 5.817 | 0 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 50.140 | 0 |
| Langer dan 5 jaar | 291.586 | 149 |
| Het schuldrestant van de leningenportefeuille bestaat uit de type leningen: | Schulden aan banken | Schulden/ leningen overheid |
| Vastrentende leningen | 278.542 | 149 |
| Variabel rentende leningen | 19.000 | 0 |
| Basisrenteleningen | 50.000 | 0 |
| Stand per 31 december 2023 | 347.542 | 149 |
De stand per 1 januari 2023 in bovenstaand overzicht betreft zowel het kortlopend als het langlopend deel per 1 januari.
Per 31 december 2023 heeft Domesta een leningenportefeuille met een schuldrestant van € 347,7 miljoen. De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 342,9 miljoen. Domesta beschikt over 4 variabele hoofdsomleningen van totaal € 20 miljoen. Van dit saldo is € 19 miljoen opgenomen en is de overige € 1 miljoen vrij op te nemen. De leningenportefeuille bestaat voor € 752.000 uit niet door het WSW geborgde financiering. Deze lening is verstrekt door de BNG Bank onder gemeentegarantie van de gemeente Hoogeveen.
Het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille, zonder het effect van afgeleide financiële rente-instrumenten, bedraagt 2,46% (2022: 2,49%).
Van de opgenomen vastrentende leningen is de gewogen gemiddelde rente 2,41%.
De basisrenteleningen hebben een rentetarief dat bestaat uit twee componenten, zijnde een basisrente en een liquiditeitsopslag. De basisrente geldt voor de volledige looptijd van de leningen. De liquiditeitsopslag geldt voor de overeengekomen periode, waarbij de eerste minimale looptijd 5 jaar bedraagt. Na 5 jaar dient een nieuwe liquiditeitsopslag met de bank overeengekomen te worden. De liquiditeitsopslag van de huidige basisrenteleningen bedraagt tussen 0,12% en 0,18%. Voor een overzicht van de renteherzieningsmomenten van de leningen wordt verwezen naar de risicoparagraaf Renterisico van de toelichting Financiële instrumenten. De variabel rentende leningen (zogeheten roll-over leningen) dragen een variabel rentepercentage op de 1-maands Euribor-notering met een gewogen gemiddelde opslag van 0,29%.
Het totaal van door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geborgde leningen bedraagt € 352,9 miljoen (2022: 339,3 miljoen).
Het agio ruillening Vestia is in de winst- en verliesrekening 2021 verantwoord als volkshuisvestelijke bijdrage onder de overige organisatiekosten. Het agio valt in 40 jaar (2022 tot en met 2061) volgens het amortisatieschema vrij ten gunste van de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten. De vrijval komend boekjaar is opgenomen onder de kortlopende schulden.
De ING bank heeft tevens een rekening-courantkrediet verstrekt. De kredietfaciliteit in rekening-courant bij de ING bedraagt per 31 december 2023 € 1,5 miljoen (2022: € 1,5 miljoen) en de rente Euribor plus 1,4% (2022: 1,4%).
De gewogen gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille bedraagt ultimo 2023 19 jaar (2022: 19 jaar).
14. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
| Stand per 1 januari 2023 | 5.857 |
| Mutaties: | |
| Vermindering als gevolg van terugkoop/afkoop verplichting | 0 |
| Waardemutaties terugkoopverplichting | 17 |
| Stand per 31 december 2023 | 5.874 |
Domesta heeft ultimo 2023 uit hoofde van de regeling Verkoop onder voorwaarden een terugkoopverplichting voor 31 woningen (2022: 31 woningen). De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichtingen. Bij jaarlijkse toetsing van de terugkoopverplichting wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling van onroerende zaken en specifieke contractvoorwaarden met derden.
De waardeverandering van de huizen verkocht onder voorwaarden en terugkoopverplichting wordt jaarlijks in de winst- en verliesrekening verantwoord.
15. Overige schulden
| Stand per 1 januari 2023 | 20 |
| Mutaties in het boekjaar: | |
| Ontvangen waarborgsommen | 21 |
| Terugbetaalde waarborgsommen | -3 |
| Stand per 31 december 2023 | 38 |
De waarborgsommen bestaan uit de ontvangen waarborgsommen uit hoofde van zakelijke huurovereenkomsten. De waarborgsommen hebben een looptijd langer dan 1 jaar.
16. Kortlopende schulden
| Schulden aan overheid | 2023 | 2022 |
| Kortlopend deel langlopende schulden | 10 | 10 |
| Schulden aan banken | 2023 | 2022 |
| ING Bank N.V. rekening-courant schuld | 519 | 0 |
| Kortlopend deel langlopende schulden | 6.670 | 13.995 |
| 7.189 | 13.995 | |
| Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen | 2023 | 2022 |
| Omzetbelasting | 2.680 | 1.918 |
| Premies sociale verzekeringen | 221 | 227 |
| Pensioenen | 100 | 1 |
| 3.001 | 2.146 | |
| Overlopende passiva | 2023 | 2022 |
| Rente- en bankkosten | 3.937 | 3.904 |
| Vooruitontvangen huur | 810 | 621 |
| Overlopende onderhoudskosten | 555 | 684 |
| Overige overlopende passiva | 2.038 | 908 |
| 7.340 | 6.117 |
De kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan 1 jaar.
Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
Investeringsverplichtingen
Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw, renovatie en onderhoud van woningen opgenomen tot een bedrag van € 11,8 miljoen (2022: € 7,7 miljoen).
Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw
Gebaseerd op artikel 18 van het Reglement van Deelneming van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) heeft Domesta een obligoverplichting naar het WSW. De verplichting is voorwaardelijk. Dit obligo is opeisbaar indien het totale risicovermogen van het WSW onder het garantieniveau (0,25% van het geborgd schuldrestant) daalt.
De obligoverplichting bestaat uit het jaarlijks obligo en het gecommitteerd obligo.
De maximale netto omvang van het jaarlijks obligo is vastgesteld op 0,25% van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Bij het huidige tarief van 25,8% vennootschapsbelasting resulteert dit in een maximale omvang van het jaarlijkse obligo van 0,3333% bruto. De jaarlijkse obligoheffing wordt verantwoord onder de rentelasten en soortgelijke kosten.
Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen de deelnemers zeker door middel van een obligolening. De obligolening is een door het WSW geborgde variabele hoofdsomlening die deelnemer aangaat met een geldgever en waarvan na trekking de gelden rechtstreeks worden gestort op een daartoe aangewezen rekening van het WSW. De obligolening weegt voor de totale hoofdsom mee in de dekkingsratio en onderpandsratio van de deelnemer.
Jaarlijks stelt het WSW de omvang van het gecommitteerd obligo vast op basis van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Indien nodig verzoekt het WSW de deelnemer vervolgens om de hoogte van de obligolening hierop aan te passen.
Domesta heeft ultimo 2023 € 8.822.000 aan obligolening (met variabele hoofdsom) aangetrokken.
Bijdrageheffing kosten Autoriteit woningcorporaties
In artikel 61c van de Woningwet is bepaald dat Domesta moet betalen voor de kosten van de Autoriteit woningcorporaties. Hiertoe moet de Aw jaarlijks uiterlijk op 1 oktober bij Domesta een bijdrageheffing innen. Artikel 121 van het BTIV bevat de wettelijke grondslag voor de berekeningswijze en de procedure.
De bijdrageheffing Aw is een jaarlijks terugkerende heffing. De bijdrageheffing van de Aw kent een tarief voor alle woongelegenheden in eigendom van Domesta een tarief per € 1.000 WOZ-waarde op 31 december van het voorafgaande jaar.
Per saldo is de bijdrageheffing voor de kosten Aw 2023 vastgesteld op totaal € 12,7 miljoen. Dit totaalbedrag is verdeeld over alle corporaties op grond van de berekeningswijze in het Btiv 2015. Dit betekent voor Domesta een tarief van circa € 2,66 per woongelegenheid en circa € 0,011 per € 1.000 WOZ-waarde van de woongelegenheden in eigendom van Domesta.
Leasing
Er zijn langlopende onvoorwaardelijke verplichtingen aangegaan ter zake van operational leasing. De operational leasing wordt lineair over de leaseperiode in de winst-en-verliesrekening verwerkt. De resterende looptijd kan als volgt worden gespecificeerd:
| Niet langer dan 1 jaar | 262 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 1.068 |
| Langer dan 5 jaar | 264 |
| 1.594 |
Gebeurtenissen na balansdatum
De bestuurder, de heer B.S. Moormann, gaat per 1 juli 2024 zijn Domesta werkzaamheden neerleggen. De RvC heeft besloten dat de werkzaamheden worden overgenomen door een tijdelijke bestuurder, Paul Tazelaar, totdat een geschikte opvolger is benoemd.
Er zijn geen verdere gebeurtenissen na balansdatum.
Toelichting op de winst- en verliesrekening 2023
17. Huuropbrengsten
| 2023 | 2022 | |
| Nettohuur | 71.389 | 69.899 |
| Dotatie voorziening dubieuze huurdebiteuren | -104 | -89 |
| Huurderving wegens leegstand en oninbaarheid | -476 | -574 |
| 70.809 | 69.236 | |
| Huurderving in % van de nettohuur | 0,67% | 0,82% |
| Huurachterstand in % van de nettohuur | 1,49% | 1,34% |
Alle huuropbrengsten zijn gerealiseerd in Nederland. De netto huur van sociale huurwoningen, garages en parkeerplaatsen is per 1 juli 2023 verhoogd met 2,6% (2022: huurverhoging per 1 juli 2022 van 2,3%). De netto huur van het zorgvastgoed, maatschappelijke onroerend goed en bedrijfsmatig onroerend goed is verhoogd volgens het geldende huurcontract. Met ingang van 2023 geldt de nieuwe methode voor de huursombenadering. Vanaf 1 januari 2023 mag de gemiddelde huursom voor zelfstandige woningen in het kalenderjaar met maximaal de CAO ontwikkelingen minus 0,5 procentpunt stijgen (vanaf 2017 tot en met kalenderjaar 2022 betrof de maximale stijging de inflatie + 1 procentpunt). Het percentage van de CAO ontwikkelingen bedraagt 3,1%, waardoor de maximale huursomstijging 2,6% is.
18. Opbrengst servicecontracten
| 2023 | 2022 | |
| Overige goederen, leveringen en diensten | 2.595 | 2.247 |
| Derving wegens leegstand | -25 | -28 |
| 2.570 | 2.219 |
19. Kosten servicecontracten
| 2023 | 2022 | |
| Kosten uit afgesloten servicecontracten | -2.447 | -2.090 |
| Afschrijvingen overige goederen | -23 | -24 |
| -2.470 | -2.114 |
20. Lasten verhuur en beheeractiviteiten
| 2023 | 2022 | |
| Directe kosten verhuur en beheer | 1.428 | 893 |
| Toegerekende organisatiekosten | 5.103 | 3.854 |
| 6.531 | 4.747 |
21. Lasten onderhoudsactiviteiten
| 2023 | 2022 | |
| Planmatig onderhoud | 12.577 | 9.388 |
| Niet planmatig onderhoud (mutaties, reparaties, klachten) | 11.375 | 10.392 |
| Contract onderhoud | 6.407 | 3.398 |
| Overige onderhoudskosten | 589 | 538 |
| Toegerekende organisatiekosten | 4.367 | 3.946 |
| 35.315 | 27.662 |
22. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
| 2023 | 2022 | |
| Verhuurderheffing | 0 | 3.801 |
| Zakelijke lasten (ozb, waterschapsbelasting, rioolheffing etc.) | 3.393 | 3.335 |
| Verzekeringen | 587 | 541 |
| Leegstand gas-, elektra-, waterverbruik | 12 | 23 |
| Overige lasten (per saldo) | 1.163 | 1.083 |
| 5.155 | 8.783 |
23. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille
| 2023 | 2022 | |
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 2.028 | 2.297 |
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | -1.396 | -1.727 |
| Externe verkoopkosten | -70 | -60 |
| Netto verkoopopbrengst | 562 | 510 |
| Toegerekende organisatiekosten verkoop | 0 | -1 |
| 562 | 509 |
24. Overige waardeveranderingen
| 2023 | 2022 | |
| Waardeveranderingen onrendabele investeringen en herstructureringen | -27.653 | -13.287 |
| Overige waardeveranderingen | -3.567 | -909 |
| -31.220 | -14.196 |
25. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
| 2023 | 2022 | |
| DAEB-vastgoed in exploitatie | -42.175 | 41.194 |
| Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie | -474 | 252 |
| -42.649 | 41.446 |
Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de vastgoedobjecten in exploitatie (exclusief het effect van onrendabele investeringen) die gewaardeerd zijn op basis van marktwaarde in verhuurde staat. Voor een nadere toelichting op de niet-gerealiseerde waardeveranderingen wordt verwezen naar de toelichting op het vastgoed in exploitatie.
26. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen verkoop onder voorwaarden
| 2023 | 2022 | |
| Waardeveranderingen onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 19 | 106 |
| 19 | 106 |
27. Overige organisatiekosten
| 2023 | 2022 | |
| Totale indirecte organisatiekosten | 14.220 | 12.259 |
| Af: toegerekende organisatiekosten verhuur en beheer | 5.103 | 3.855 |
| Af: toegerekende organisatiekosten onderhoud | 4.367 | 3.946 |
| Af: toegerekende organisatiekosten verkoop bestaand bezit | 0 | 1 |
| Af: toegerekende organisatiekosten leefbaarheid | 1.059 | 1.189 |
| 3.691 | 3.268 | |
| De organisatiekosten zijn als volgt opgebouwd: | ||
| Toegerekende organisatiekosten | 3.691 | 3.268 |
| Overige bedrijfskosten | 614 | 497 |
| WSW obligo | 469 | 159 |
| 4.774 | 3.924 |
De toerekening van de indirecte organisatiekosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De indirecte organisatiekosten die worden doorberekend hebben onder andere betrekking op lonen en salarissen, afschrijvingen en overige bedrijfskosten. De verdeelsleutels zijn bepaald op basis van aantal fte's. Op de indirecte organisatiekosten zijn voor verdeling de opbrengsten van derden in mindering gebracht.
De in de winst- en verlies verwerkte afschrijvingen op activa ten dienste van de exploitatie en overige (im)materiële vaste activa bedraagt € 641.000 (2022: € 805.000).
Lonen en salarissen
| 2023 | 2022 | |
| Salarissen | 6.257 | 6.020 |
| Sociale lasten | 1.068 | 983 |
| Pensioenlasten | 792 | 791 |
| Overige personeelskosten incl. inhuur | 2.130 | 1.555 |
| 10.247 | 9.350 |
Personeelsbestand
Het aantal fte bedraagt in 2023 104,76 (2022: 108,07). Geen van de werknemers werkt in het buitenland. Deze personeelsomvang (gemiddeld aantal personen) is als volgt onder te verdelen naar de verschillende functionele gebieden:
| 2023 | 2022 | |
| Wonen/verhuur | 32,74 | 33,54 |
| Onderhoud | 24,84 | 25,79 |
| Verkoop/projectontwikkeling | 11,67 | 10,89 |
| Staf en financiën | 14,26 | 14,54 |
| Overige | 21,25 | 23,31 |
| Totaal | 104,76 | 108,07 |
Pensioen
De pensioenregeling is ondergebracht bij het SPW en wordt door hen uitgevoerd. Met betrekking tot deze pensioenregeling is het volgende van belang:
- De pensioenregeling is een toegezegde pensioenregeling (Defined Contribution-regeling).
- In geval van tekorten bij het SPW heeft Domesta geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.
- Als en voor zover een overschot of tekort in het fonds van invloed is op in de toekomst door Domesta te betalen premies, zal informatie worden verstrekt over de beschikbare gevolgen omtrent het overschot of tekort en de mogelijke gevolgen voor Domesta.
De dekkingsgraad is één van de belangrijkste graadmeters voor de financiële positie van een pensioenfonds. De dekkingsgraad geeft namelijk aan in welke mate een pensioenfonds in staat is om aan zijn (toekomstige) pensioenverplichtingen te voldoen.
Per 31 december 2023 bedraagt de dekkingsgraad bij SPW 128,8%. (31 december 2022: 129,0%).
28. Kosten omtrent leefbaarheid
| 2023 | 2022 | |
| Kosten leefbaarheid | 237 | 192 |
| Toegerekende kosten leefbaarheid | 1.059 | 1.189 |
| 1.296 | 1.381 |
29. Financiële baten en lasten
| 2023 | 2022 | |
| Rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 195 | 183 |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | -8.513 | -7.762 |
| -8.318 | -7.579 |
30. Belastingen
De belastinglast over het resultaat in de winst- en verliesrekening bestaat uit de volgende componenten:
| 2023 | 2022 | |
| Mutatie belastinglatentie | -4.596 | -2.357 |
| Vennootschapsbelasting voorgaande jaren | 277 | -1.615 |
| Vennootschapsbelasting boekjaar | -3.510 | -3.524 |
| -7.829 | -7.496 | |
| De belastingdruk over het boekjaar 2023 bedraagt 12,3% (2022: 17,4%). | ||
| De acute belasting is als volgt bepaald: | 2023 | 2022 |
| Resultaat voor belastingen | -63.696 | 43.072 |
| Waardeveranderingen vastgoedbeleggingen | 73.850 | -27.356 |
| Verschil commerciële / fiscale afschrijving | -2.236 | -2.981 |
| Fiscaal geen opbrengst verkoop onroerende zaken | 383 | 212 |
| Vorming HIR | -877 | -810 |
| Fiscale verwerking Vestia-leningruil | 0 | 0 |
| Terugname duurzame waardevermindering | 0 | 0 |
| Fiscaal lagere lasten onderhoud | 1.967 | 1.013 |
| Vpb opstap belastbaar bedrag | 9.391 | 13.150 |
| Bij: beperking renteaftrek (ATAD) | 4.214 | 3.220 |
| Gemengde kosten | 25 | 25 |
| Af: Fiscale verwerking Vestia-leningruil | - | 2.568 |
| Vpb resterend belastbaar bedrag | 13.630 | 13.827 |
| De vennootschapsbelasting over het belastbare bedrag is als volgt: | ||
| 2023 | 2022 | |
| 19% over € 200.000 (2022: 15% over € 395.000) | 38 | 59 |
| 25,80% over resterende belastbaar bedrag (2022: 25,8%) | 3.473 | 3.465 |
| Af te dragen over boekjaar | 3.511 | 3.524 |
| Reeds voldaan | 4.186 | 5.377 |
| Te ontvangen vennootschapsbelasting | -675 | -1.853 |
Honoraria van de accountant
De volgende honoraria zijn in het boekjaar ten laste gebracht van Domesta. Dit is zoals bedoeld in artikel 2:382a lid 1 en 2 BW.
| 2023 | 2022 | |
| Onderzoek van de jaarrekening door KPMG Accountants N.V. | 296 | 174 |
| Andere controleopdrachten door KPMG Accountants N.V. | 17 | 26 |
| 313 | 200 |
De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2023 (2022) hebben betrekking op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2023 (2022), ongeacht of de werkzaamheden al gedurende het boekjaar 2023 (2022) zijn verricht.
De in de tabel vermelde honoraria voor andere controlewerkzaamheden 2023 (2022) hebben betrekking op de totale honoraria van de assurance-opdrachten ten aanzien van naleving van specifieke wet- en regelgeving en cijfermatige verantwoording (dVi) en de controle van subsidieverantwoordingen.
Wet Normering Topinkomens (WNT)
De WNT is van toepassing op Stichting Domesta. Het voor Stichting Domesta toepasselijke bezoldigingsmaximum in 2023 is € 209.000. (Bezoldigingsmaximum woningcorporaties, klasse G).
1. Bezoldiging topfunctionarissen
1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling
| Gegevens 2023 bedragen x € 1 | ||
| B.S. Moormann | ||
| Functiegegevens | Bestuurder | |
| Aanvang en einde functievervulling in 2023 | 01/01 - 31/12 | |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1,0 | |
| Dienstbetrekking? | ja | |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 186.624 | |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 21.296 | |
| Subtotaal | 207.920 | |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 209.000 | |
| -/- Onverschuldigd betaald bedrag en nog niet terugontvangen bedragen | N.v.t. | |
| Bezoldiging | 207.920 | |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. | |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | |
| Gegevens 2022 | ||
| bedragen x € 1 | B.S. Moormann | G. Bos |
| Functiegegevens | Bestuurder | Bestuurder |
| Aanvang en einde functievervulling in 2022 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/10 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1,0 | 1,0 |
| Dienstbetrekking? | ja | ja |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 183.818 | 151.200 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 18.988 | 15.823 |
| Subtotaal | 202.806 | 167.023 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 203.000 | 169.074 |
| Bezoldiging | 202.806 | 167.023 |
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen
| Gegevens 2023 | |||||
| Bedragen x € 1. | A.Stekelenburg | S.J.C. Gaastra | A. Aachiche | R. Rösler | K. Strijker |
| Functiegegevens | Voorzitter | Vicevoorzitter | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2023 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 04/01 - 31/12 | 05/01 - 31/12 |
| Bezoldiging | |||||
| Bezoldiging | 25.080 | 16.720 | 16.720 | 16.580 | 16.490 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 31.350 | 20.900 | 20.900 | 20.900 | 20.900 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | |||||
| Bezoldiging | 25.080 | 16.720 | 16.720 | 16.580 | 16.490 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Gegevens 2022 | |||||
| Bedragen x € 1. | |||||
| F.C. v/d Berg | G. Erents | A. Aachiche | S.J.C. Gaastra | A. Stekelenburg | |
| Functiegegevens | Voorzitter | Vicevoorzitter | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2022 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 |
| Bezoldiging | |||||
| Bezoldiging | 24.360 | 16.240 | 16.240 | 16.240 | 16.240 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 30.450 | 20.300 | 20.300 | 20.300 | 20.300 |
Uitkeringen wegen beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen
| Gegevens 2022 | |
| Bedragen x € 1. | G. Bos |
| Functiegegevens | bestuurder |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1,0 |
| Jaar waarin dienstverband is beëindigd | 2022 |
| Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband | |
| Overeengekomen uitkeringen wegen beëindiging dienstverband | 45.000 |
| Individueel toepasselijk maximum | 75.000 |
| Totaal uitkeringen wegens beëindiging diestverband | 45.000 |
| Waarvan betaald in 2022 | 45.000 |
| Onverschuldigd betaald bedrag en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t. |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. |
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
DAEB en niet-DAEB
DAEB en niet-DAEB-activiteiten gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht
Op grond van artikel 15 lid 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 moeten toegelaten instellingen in de toelichting van de jaarrekening op de enkelvoudige jaarrekening gescheiden balansen, winst-en-verliesrekeningen en kasstroomoverzichten voor de DAEB-tak en voor de niet-DAEB-tak opnemen. Het belang van de toegelaten instelling in de niet-DAEB-tak is als deelneming verantwoord en daarmee onderdeel van het vermogen van de DAEB-tak. Bij de overzichten in de toelichting behorende tot de jaarrekening zijn vergelijkende cijfers over 2022 opgenomen.
Uitgangspunten
Het vermogen van de DAEB-tak zoals opgenomen in de gescheiden balans omvat tevens het vermogen van de vermogenswaarde van het belang in de niet-DAEB-tak. Het resultaat van de DAEB-tak omvat om deze reden ook het resultaat van het belang in de niet-DAEB-tak.
De uitgangspunten en grondslagen voor toerekening van zijn als volgt:
- Kosten en opbrengsten die direct samenhangen met DAEBactiviteiten worden volledig aan de DAEB tak toegerekend;
- Kosten en opbrengsten die direct samenhangen met nietDAEB-activiteiten worden volledig aan de niet-DAEB tak toegerekend;
- Voor indirecte kosten en opbrengsten wordt een verdeelsleutel gebruikt. Middels de verdeelsleutel worden de kosten en opbrengsten toegedeeld aan de DAEBtak respectievelijk niet-DAEB-tak naar de mate waarin zij op DAEB-activiteiten respectievelijk niet-DAEB activiteiten betrekking hebben.
Toelichting aard niet-DAEB activiteiten
Onder de niet-daeb vallen de parkeergelegenheden en bedrijfsonroerend goed.
Balans per 31 december 2023 DAEB en niet-DAEB
| ACTIVA | 2023 | 2023 | 2022 | 2022 |
| DAEB | niet-DAEB | DAEB | niet-DAEB | |
| Vaste activa | ||||
| Vastgoedbeleggingen | ||||
| DAEB-vastgoed in exploitatie | 1.183.223 | 0 | 1.210.597 | 0 |
| Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie | 0 | 9.682 | 0 | 9.902 |
| Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 1.889 | 4.668 | 1.974 | 4.547 |
| Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 1.411 | 0 | 1.367 | 0 |
| 1.186.523 | 14.350 | 1.213.938 | 14.449 | |
| Materiële vaste activa | ||||
| Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 6.884 | 201 | 7.242 | 144 |
| Financiële vaste activa | ||||
| Deelnemingen in groepsmaatschappijen | 9.463 | 0 | 9.906 | 0 |
| Vorderingen op groepsmaatschappijen | 1.360 | 0 | 1.463 | 0 |
| Latente belastingvorderingen | 2.816 | 40 | 7.329 | 122 |
| Leningen u/g | 213 | 205 | 218 | 205 |
| 13.851 | 245 | 18.917 | 327 | |
| Som van vaste activa | 1.207.258 | 14.796 | 1.240.096 | 14.920 |
| Vlottende activa | ||||
| Voorraden | ||||
| Overige voorraden | 214 | 39 | 332 | 36 |
| Vorderingen | ||||
| Huurdebiteuren | 412 | 16 | 389 | 3 |
| Vorderingen op gemeenten | 0 | 0 | 58 | 0 |
| Vennootschapsbelasting | 3.962 | 137 | 938 | 17 |
| Overige vorderingen | 83 | 0 | 34 | 1 |
| Overlopende activa | 137 | 30 | 553 | 4 |
| 4.594 | 183 | 1.971 | 24 | |
| Liquide middelen | 636 | 35 | 9.830 | 610 |
| TOTAAL ACTIVA | 1.212.702 | 15.052 | 1.252.229 | 15.591 |
| PASSIVA | 2023 | 2023 | 2022 | 2022 |
| DAEB | niet-DAEB | DAEB | niet-DAEB | |
| Eigen vermogen | ||||
| Herwaarderingsreserve | 463.680 | 2.798 | 423.325 | 2.547 |
| Overige reserve | 433.273 | 7.108 | 438.053 | 6.827 |
| Resultaat boekjaar | -71.525 | -443 | 35.574 | 533 |
| 825.428 | 9.463 | 896.952 | 9.906 | |
| Voorzieningen | ||||
| Onrendabele investeringen en herstructureringen | 26.604 | 0 | 11.930 | 0 |
| Overige voorzieningen | 429 | 7 | 440 | 7 |
| Langlopende schulden | ||||
| Schulden/leningen overheid | 139 | 0 | 149 | 0 |
| Schulden aan banken | 340.872 | 0 | 317.968 | 0 |
| Schulden aan groepsmaatschappijen | 0 | 1.360 | 0 | 1.463 |
| Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 1.738 | 4.136 | 1.811 | 4.046 |
| Overige schulden | 30 | 9 | 12 | 8 |
| 342.778 | 5.505 | 319.940 | 5.517 | |
| Kortlopende schulden | ||||
| Schulden aan overheid | 11 | 0 | 10 | 0 |
| Schulden aan banken | 7.189 | 0 | 13.951 | 44 |
| Schulden aan leveranciers | 0 | 0 | 849 | 12 |
| Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen | 2.947 | 55 | 2.073 | 73 |
| Overlopende passiva | 7.316 | 22 | 6.083 | 31 |
| 17.463 | 77 | 22.966 | 160 | |
| TOTAAL PASSIVA | 1.212.702 | 15.052 | 1.252.229 | 15.591 |
Winst- en verliesrekening 2023 DAEB en niet-DAEB
| DAEB | niet-DAEB | DAEB | niet-DAEB | |
| 2023 | 2023 | 2022 | 2022 | |
| Huuropbrengsten | 70.048 | 761 | 68.463 | 773 |
| Opbrengsten servicecontracten | 2.459 | 111 | 2.115 | 104 |
| Lasten servicecontracten | -2.460 | -10 | -2.015 | -99 |
| Lasten verhuur- en beheeractiviteiten | -6.454 | -77 | -4.686 | -61 |
| Lasten onderhoudsactiviteiten | -34.802 | -513 | -27.454 | -208 |
| Overige directe operationele lasten exploitatie bezit | -5.054 | -101 | -8.603 | -179 |
| Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille | 23.737 | 171 | 27.820 | 328 |
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 2.206 | -3 | 1.484 | 1.082 |
| Toegerekende organisatiekosten | 0 | 0 | -1 | 0 |
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | -1.641 | -1 | -1.065 | -990 |
| Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille | 566 | -4 | 418 | 92 |
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -31.231 | 11 | -14.196 | 0 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -42.174 | -475 | 41.194 | 252 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden | -11 | 30 | 29 | 77 |
| Totaal van waadeveranderingen vastgoedportefeuille | -73.416 | -434 | 27.027 | 329 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 80 | 2 | 0 | 0 |
| Overige bedrijfskosten | -10 | 0 | -60 | 0 |
| Totaal van nettoresultaat overige activiteiten | 70 | 2 | -60 | 0 |
| Overige organisatiekosten | -4.707 | -67 | -3.870 | -55 |
| Kosten omtrent leefbaarheid | -1.277 | -19 | -1.362 | -19 |
| Bedrijfsresultaat | -55.028 | -350 | 49.974 | 675 |
| Totaal van financiële baten en lasten | -8.278 | -40 | -7.541 | -38 |
| Totaal van resultaat voor belastingen | -63.306 | -390 | 42.433 | 638 |
| Belastingen | -7.776 | -53 | -7.391 | -105 |
| Resultaat uit deelneming | -443 | 0 | 533 | 0 |
| Totaal resultaat na belastingen | -71.525 | -443 | 35.574 | 533 |
Kasstroomoverzicht 2023 DAEB en niet-DAEB
| DAEB | niet-DAEB | DAEB | niet-DAEB | |
| 2023 | 2023 | 2022 | 2022 | |
| Operationele activiteiten | ||||
| Ontvangsten: | ||||
| Huurontvangsten | 69.911 | 752 | 68.657 | 821 |
| Vergoedingen | 2.978 | 110 | 2.541 | 105 |
| Overheidsontvangsten | 99 | 0 | 0 | 0 |
| Overige bedrijfsontvangsten | 70 | 2 | 2 | 0 |
| Ontvangen interest | 54 | 0 | 46 | 0 |
| Saldo ingaande kasstromen | 73.111 | 864 | 71.247 | 926 |
| Uitgaven: | ||||
| Betalingen aan werknemers | -8.406 | -121 | -8.049 | -114 |
| Onderhoudsuitgaven | -30.819 | -543 | -21.655 | -672 |
| Overige bedrijfsuitgaven | -12.685 | -221 | -11.574 | -188 |
| Betaalde interest | -8.357 | -34 | -7.985 | -40 |
| Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat | -573 | -8 | -265 | -4 |
| Verhuurderheffing | 0 | 0 | -3.331 | 0 |
| Leefbaarheid externe uitgaven niet-investeringsgebonden | -195 | -1 | -249 | -2 |
| Vennootschapsbelasting | -6.444 | -91 | -5.637 | -80 |
| Saldo uitgaande kasstromen | -67.479 | -1.019 | -58.745 | -1.099 |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 5.632 | -156 | 12.502 | -173 |
| (Des)investeringsactiviteiten | ||||
| MVA ingaande kasstroom | ||||
| Verkoopontvangsten bestaande huur | 2.227 | -3 | 1.493 | 1.437 |
| Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verkoopontvangsten grond | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Tussentelling ingaande kasstroom MVA | 2.227 | -3 | 1.493 | 1.437 |
| MVA uitgaande kasstroom | ||||
| Nieuwbouw huur | -5.426 | -2 | -2.497 | 0 |
| Verbeteruitgaven | -13.040 | -8 | -9.865 | -74 |
| Aankoop | -7.286 | -247 | -382 | -333 |
| Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop | 0 | 0 | -2 | 0 |
| Sloopuitgaven | -285 | 0 | -185 | 0 |
| Investeringen overig | -584 | -56 | -177 | -40 |
| Tussentelling uitgaande kasstroom MVA | -26.621 | -313 | -13.108 | -447 |
| Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA | -24.394 | -316 | -11.615 | 990 |
| FVA | ||||
| Ontvangsten overig | 107 | 0 | 301 | 0 |
| Uitgaven overig | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA | 107 | 0 | 301 | 0 |
| Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten | -24.286 | -316 | -11.314 | 990 |
| Financieringsactiviteiten | ||||
| Ingaand | ||||
| Nieuwe te borgen leningen | 20.000 | 0 | 17.500 | 0 |
| Uitgaand | ||||
| Aflossing geborgde leningen | -13.070 | 0 | -10.765 | 0 |
| Aflossing ongeborgde leningen | 12 | -103 | 2 | -237 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | 6.942 | -103 | 6.737 | -237 |
| Toename (afname) van geldmiddelen | -11.713 | -575 | 7.925 | 580 |
| Wijziging kortgeld | 2.000 | -2.000 | ||
| -9.713 | -575 | 5.925 | 580 | |
| Aansluiting liquide middelen | ||||
| Liquide middelen per 1 januari | 9.830 | 610 | 3.905 | 29 |
| Opname variabele gelden | 2.000 | 0 | -2.000 | 0 |
| Liquide middelen per 31 december | 117 | 35 | 9.830 | 610 |
| Toename (afname) van geldmiddelen | -11.713 | -575 | 7.925 | 580 |
| In het saldo liquide middelen ultimo 2023 is 519K opgenomen die staat verantwoord onder de kortlopende schulden. Dit betreft het negatieve saldo op de rekening-courant ING. | ||||