Spring naar inhoud

Financieel

6.1 Inleiding

We bewaken de financiële continuïteit aan de hand van dashboards die inzage geven in de ontwikkelingen van onze ondernemingsdoelstellingen en die ons in staat stellen, waar nodig, op tijd bij te sturen. 

De doelstellingen van ons financiële beleid en beheer zijn ondersteunend aan de realisatie van de volkshuisvestelijke doelstellingen en financiële continuïteit. 

Voor de beoordeling van de financiële continuïteit sluiten we vooralsnog aan bij de financial risks zoals het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en de Autoriteit woningcorporaties (Aw) deze formuleerden. Elke 4 maanden rapporteren we hierover. We stellen ieder jaar een meerjarenbegroting op waarin de kasstromen van alle beleidsvoornemens staan. Onderstaand de financiële positie van 31 december 2023 in vergelijking met de situatie op dezelfde datum in 2022.

Financiële continuïteit

  Realisatie 2023 Realisatie 2022 Norm
ICR 1,65 2,54 >1,4
Loan to Value o.b.v. beleidswaarde 53% 40% <85%
Solvabiliteit o.b.v. beleidswaarde 42% 58% >15%

Financiële continuïteit, DAEB en niet-DAEB

  DAEB 2023 DAEB 2022 Norm Niet-DAEB 2023 Niet-DAEB 2022 Norm
ICR 1,67 2,57 >1,4 5,59 5,33 >1,4
Loan to Value o.b.v. beleidswaarde 53% 40% <85% 14% 15% <75%
Solvabiliteit o.b.v. beleidswaarde 42% 58% >15% 63% 64% >40%

Alle kengetallen voldoen aan de normen die de toezichthouders gebruiken. De kengetallen zijn berekend op basis van de richtlijnen van de Aw/WSW

In de meerjarenbegroting 2024 is te zien dat de ontwikkeling van de ICR naar verwachting op een voldoende niveau zal blijven. Door middel van monitoring van uitgaven via rapportages als het gebruik van een duurzaam bedrijfsmodel en bijsturing op afwijkingen is er voldoende waarborg dat dit gerealiseerd zal worden. 

6.2 Marktwaarde en beleidswaarde

Marktwaarde

Ons vastgoed waarderen we op marktwaarde in verhuurde staat. Het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (BTIV) geeft in artikel 31 nadere uitwerking van de verplichte waardering. In dit besluit is het ‘handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ opgenomen oftewel het waarderings­handboek. Om er zeker van te zijn dat het waarderingshandboek leidt tot een ‘aannemelijke marktwaarde’ wordt het handboek jaarlijks geactualiseerd en op juistheid gecontroleerd. De actualisatie bestaat uit jaarlijkse aanpassingen van de normen en parameters in het handboek. Bij het valideren van het handboek wordt gecontroleerd of de verkregen marktwaardes leiden tot een logische en herkenbare marktwaarde voor alle corporaties in alle provincies en voor alle typen vastgoed.

Het handboek kent 2 waarderingsvarianten: de basisversie en de full-versie. Wij gebruiken de basisversie van het handboek voor eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeergelegenheden. De full-versie gebruiken we voor studenteneenheden, woonwagens en standplaatsen, bedrijfsmatig onroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en intramuraal en extramuraal zorgvastgoed. Dit type vastgoed is onderling moeilijk vergelijkbaar en daarom is de basisversie minder geschikt. Om tot een ‘aannemelijke marktwaarde’ te komen van dit type vastgoed, is het inschakelen van een taxateur noodzakelijk.

Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de marktwaarde 

 Het jaar 2023 kenmerkt zich als een roerend jaar op de woningmarkt. Onzekerheid en de snel oplopende rente waren hiervan de grootste boosdoeners. Prijzen begonnen te dalen, maar bij een ontransparante markt als die van vastgoed kost dat tijd. We zien deze lichte daling ook terug in de marktwaardeontwikkeling van onze portefeuille.

De totale omvang van de portefeuille daalde met € 27,5 miljoen tot een waarde van € 1.192 miljoen. Dit is een waardedaling van 2,26%. Deze mutatie is onder te verdelen in drie deelportefeuilles, namelijk wonen, parkeren en BOG MOG ZOG. De woningportefeuille is in 2023 met 2,55% gedaald, parkeren is met 2,66% gestegen en de BOG MOG ZOG portefeuille is gedaald met 0,9%.

De prijzen in de koopmarkt stijgen in het eerste deel van 2023 nog een tijdje door. In de loop van 2023 zagen we een stijgende rente, waardoor kopers minder financiële mogelijkheden hadden om een huis te kopen. Dit nam de druk wat weg en leidde tot dalende prijzen. Dit dempte de waardeontwikkeling van onze woningen en andere verhuurde eenheden.

Aan de bouwkant blijven bouw- en milieubesluiten ervoor zorgen dat het moeilijk is om geschikte grond te vinden om op te bouwen. Dit resulteert in een leegwaardegroei per m2 van onze vastgoedportefeuille. De huurprijsontwikkeling van het sociale vastgoed had een matige invloed op de waardeontwikkeling. Dit is het gevolg van ons huurbeleid. Hiermee geven we invulling aan onze maatschappelijke taak op het gebied van betaalbaarheid.

Het jaar 2023 kenmerkt zich door een woningmarkt met verschillende signalen ten opzichte van 2022. Enerzijds blijft de behoefte aan een eigen woning groot door een tekort aan woningen, anderzijds neemt de mogelijkheid tot het kopen van een woning af door gestegen rente.

Dit zorgde voor een lichte daling van de marktwaarde van onze portefeuille ten opzichte van eerdere jaren.

Verloop marktwaarde in 2023

De mutatie van de marktwaarde in verhuurde staat bedraagt afgerond -€ 28 miljoen. Deze mutatie wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de marktontwikkeling (+ € 17 miljoen), de validatie van het handboek (- €72 miljoen), objectgegevens (+ € 45 miljoen), voorraadmutaties (+ € 11 miljoen) en methodische wijzigingen (- € 28 miljoen).

Wij lichten het verloop van de marktwaarde in 2023 toe aan de hand van de volgende twee overzichten. Onder de overzichten lichten wij de cijfers verder toe.

Totaal marktwaarde 2022-2023 (bedragen in €) 2023 2022 Verschil
DAEB-vastgoed in exploitatie  1.183.222.588   1.210.597.180   -27.374.592 
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie  9.682.073   9.901.772   -219.699 
Totaal  1.192.904.661   1.220.498.952   -27.594.291 
Verloopoverzicht marktwaarde 2022-2023 (bedragen in €) DAEB Niet-DAEB Totaal
Marktwaarde 2022  1.210.597.180   9.901.772   1.220.498.952 
Voorraadmutaties  11.052.062   78.638   11.130.700 
Methodische wijzigingen  -27.373.232   -206.812   -27.580.044 
Mutatie objectgegevens  44.738.218   -236.477   44.501.742 
Mutaties waarderingsparameters  -55.791.640   144.952   -55.646.688 
Marktwaarde 2023  1.183.222.588   9.682.074   1.192.904.662 
       

Toelichting op verloopoverzicht

Voorraadmutaties, positief effect € 11,1 miljoen 

Onder voorraadmutaties zien we het effect van de verkochte en gesloopte huizen, opgeleverde nieuwbouw en de aankopen over 2023. De marktwaarde van de nieuwbouw en aangekochte objecten (waaronder Weideheem in Hoogeveen) is hoger dan de marktwaarde van de verkochte en gesloopte objecten. Hierdoor is de marktwaarde gestegen.

Methodische wijzigingen, negatief effect € 27,6 miljoen 

Het handboek schrijft voor hoe de marktwaarde moet worden berekend, oftewel de rekenmethode. In het handboek voor 2023 zijn de overdrachtskosten verhoogd naar 11,4% in de eindwaarde, deze is in 2022 al verwerkt in de eindwaarde. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van € 27,6 miljoen.

Mutaties objectgegevens, positief effect € 44,5 miljoen 

De mutaties in de objectgegevens hebben in 2023 een positief effect op de marktwaarde. Het effect komt vooral door de stijging van de WOZ-waarde.

Mutaties validatie handboek en mutaties waarderingsparameters marktontwikkeling, negatief effect € 55,7 miljoen 

Naast de jaarlijkse actualisatie wordt het handboek jaarlijks gevalideerd. Bij de validatie wordt gecontroleerd of de verkregen marktwaarde door toepassing van de basisversie van het handboek inderdaad leiden tot een aannemelijke marktwaarde voor alle corporaties in alle provincies en voor alle typen vastgoed. De gemiddelde disconteringsvoet ‘doorexploiteren van woningen’ is gestegen. Ook is de gemiddelde disconteringsvoet ‘uitponden van woningen’ is gestegen. Daarnaast zijn de markthuren naar beneden bijgesteld. De mutatie van deze parameters heeft een negatief effect op de marktwaarde. 

De waarderingsparameters staan in het handboek en worden jaarlijks geactualiseerd naar aanleiding van de marktontwikkelingen. De uitgangspunten waarmee moet worden gerekend, zijn veelal negatief bijgesteld.  

Per saldo is de ontwikkeling op de marktwaarde positief, deze stijging bestaat uit zowel dalingen als stijgingen. De voornaamste dalingen op de marktwaarde zijn de disconteringsvoet (- € 24,9 miljoen), instandhoudings-en mutatieonderhoud (- € 18,7 miljoen), historische leegwaardestijging (- € 11,3 miljoen) en macro economische parameters (- € 10,8 miljoen). De voornaamste stijgingen komen voort uit markthuur (€ 47,3 miljoen), reguliere huurstijging (€ 18,2 miljoen), markthuurstijging (€ 7,7 miljoen) en liberalisatiegrens (€ 5,8 miljoen).

De leegwaarde wordt gebruikt als uitgangspunt voor verkoop. Om de leegwaarde voor de toekomst te kunnen inschatten, houden we rekening met de verwachte waardestijging van een huis. Deze waardestijging wordt nu een stuk lager ingerekend dan vorig jaar, dit zorgt voor lagere verkoopopbrengsten in het “uitpondscenario". 

Beleidswaarde

Beleidswaarde

De beleidswaarde is kortgezegd de marktwaarde gecorrigeerd voor het beleid van Domesta. De marktwaarde heeft als belangrijkste kenmerk dat het gericht is op marktconform handelen. Het beleid van de corporatie is hier niet op gericht. Het doel van de beleidswaarde is om duidelijk te maken wat de maatschappelijke bijdrage is van een corporatie. Dit doen we door op 4 voorgeschreven aspecten de marktwaarde in verhuurde staat aan te passen.

De 4 stappen zijn:

  • Beschikbaarheid
  • Betaalbaarheid
  • Kwaliteit
  • Beheer

De ontwikkeling van de beleidswaarde wordt voor een flink deel beïnvloed door de ontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat, omdat de beleidswaarde de marktwaarde als vertrekpunt neemt.

Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder gaat dit over de bepaling van de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed (terug te vinden in de marktwaarde en beleidswaarde) is geen exacte wetenschap. Ook is dit de grootste post waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening. 

Per 31 december 2023 is € 463 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2022: € 423 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed bepalen we in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen.

Daarmee voldoen we aan de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten die gelden tijdens het maken van de jaarverslaggeving. De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Domesta. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt. Dit komt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurhuizen.

Ons doel is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die dit zelf niet kunnen. Daarom verkopen we maar een paar huizen. Daarnaast verhogen we bij mutatie van het huis alleen in uitzonderingssituaties de huur tot de maximale huur. Ook zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Domesta.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd. Het bestuur van Domesta heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of pas op zeer lange termijn realiseerbaar is.

Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB-bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 543 miljoen.

Van marktwaarde naar beleidswaarde (x € 1.000)    
  2023 2022
Marktwaarde in verhuurde staat  1.192.905   1.220.499 
Beschikbaarheid (doorexploiteren)  150.957   159.440 
Betaalbaarheid (huren)  -395.096   -407.834 
Kwaliteit (onderhoud)  -265.965   -132.372 
Beheer (beheerkosten)  -33.266   -23.240 
Beleidswaarde  649.534   816.493 

Dit impliceert dat circa 65% van het totale eigen vermogen niet of pas op zeer lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.

De beleidswaarde laat zien hoe we onze middelen inzetten op de beleidsterreinen beschikbaarheid, betaalbaarheid, kwaliteit (onderhoud) en efficiency in beheer. Doordat we ons bezit niet verkopen, maar beschikbaar houden voor de verhuur, realiseren we € 26,5 miljoen minder waarde. Hier staat tegenover dat we geen overdrachtsbelasting hoeven te betalen, dat levert ons € 177,5 miljoen waarde op. Omdat we dat bezit vervolgens niet voor een marktconforme prijs verhuren, maar beschikbaar houden voor de sociale huisvesting vermindert het verdienpotentieel nog eens met € 395,1 miljoen.

Ons onderhoudsniveau ligt hoger dan bij een commerciële partij. Dat vermindert de verdiencapaciteit met € 266 miljoen. In hoeverre dat dit een maatschappelijke prestatie (betere kwaliteit) is of dat er sprake is van inefficiency, wordt met deze benadering niet direct duidelijk. De afslag voor onderhoud ligt hoger dan in 2022, dit heeft te maken met de gestegen onderhoudsnormen in de begroting en dit leidt tot een lagere beleidswaarde. De hogere onderhoudsnorm ten opzichte van 2022 komt voort uit een hogere ambitie op onder meer het gebied van kwaliteit en duurzaamheid. Onze beheerlasten zijn ook hoger dan bij een marktpartij. Daarmee investeren we nog eens € 33,3 miljoen. Uit de Aedes benchmark blijkt dat we op onze bedrijfslasten een [C] scoren ten opzichte van onze collega’s in de sector die gemiddeld (B) scoren.

6.3 Jaarresultaat

Het resultaat voor belastingen is een verlies van € 71,5 miljoen, tegenover een positief resultaat in 2022 van € 35,6 miljoen.  Dit is een verslechtering van het resultaat van € 107,1 miljoen. De grootste oorzaak voor deze verslechtering van het resultaat betreft de waardeverandering van onze vastgoedportefeuille, voor een bedrag van € 101,3 miljoen. Als we deze waardeverandering buiten beschouwing laten is ons resultaat €5,8 miljoen lager dan in 2022. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn een stijging van de algemene kosten (€ 2,7 miljoen), door hogere personeelskosten en inzet van externe medewerkers, hogere onderhoudskosten (€ 7,2 miljoen, exclusief de interne doorbelasting). De hogere onderhoudskosten komen voort uit een hogere ingezette ambitieniveau op kwaliteit en duurzaamheid in 2023. Daarnaast viel het dagelijks- en mutatieonderhoud hoger uit door meer vraag. Met name op het gebied van het vervangen van badkamers, douches en toiletten was de vraag hoger dan verwacht. Tegenover deze hogere lasten staan hogere huuropbrengsten (€ 1,6 miljoen) door reguliere huurverhoging en in exploitatie nemen van aangekocht vastgoed. Ook is de verhuurderheffing vervallen (€ 3,8 miljoen). De waardeverandering van de vastgoedportefeuille heeft geen invloed op de kasstromen. 

De huuropbrengsten zijn onze grootste inkomstenbron. Met dit geld kunnen wij de onderhoudskosten betalen. We betalen met de huuropbrengsten € 10 miljoen aan belastingen en heffingen. Met het resterende bedrag betalen we de beheerkosten (personeelskosten, leefbaarheid, huisvestingskosten) en rente.   

Het geld dat overblijft (batig saldo) gebruiken we om de investeringen in ons bezit en aankopen te financieren en leningen af te lossen. Onder investeringen verstaan we sloop- en nieuwbouwprojecten, renovaties en de uitgaven die we maken voor het verduurzamen van onze huizen.

Het batige saldo is niet voldoende om alle investeringen en aflossingen te betalen. Daarvoor gebruiken we de inkomsten uit de verkopen van huizen, gebruikten we geld dat we nog hadden en hebben we nieuwe leningen aangetrokken.

6.4 Financiële kengetallen

Financieel reglement

Vanaf 2021 gebruiken we de nieuwe interne signaleringsnorm op basis van de combinatie risicobereidheid en risicovolwassenheid. Dit model is onderdeel van het financieel reglement en beheer (artikel 55a van de Woningwet). 

In het reglement staat dat we de normen van de Aw en het WSW hanteren als minimale / maximale waarden voor de beoordeling van onze financiële positie en dat we een systematiek hanteren om binnen de gestelde normen te kunnen blijven. We hanteren interne signaleringsnormen om enige ruimte te houden tot de externe normen. Daarmee vangen we onverwachte economische ontwikkelingen op. In 2023 is onze financieringsstrategie vastgesteld, in 2024 gaan we deze verder aanscherpen. Hiermee hebben we de signaleringsnormen vastgesteld voor de DAEB-tak. Voor de niet-DAEB sluiten we aan bij het toezichtkader.

Ratio Externe norm Signaleringsnorm
ICR >1,4 >1,8
LTV <85% <75%
Solvabiliteit >15% >24%
Ratio DAEB Niet-DAEB Enkelvoudig/ Onderpand WSW
      geconsolideerd  
Continuïteitsratio’s        
ICR 1,4 1,8 1,4  
LTV 85% 75% 85%  
Solvabiliteit 15% 40% 15%  
Discontinuïteitsratio’s        
Dekkingsratio 70% 70% 70%  
Onderpandratio (WSW)       70%

Autoriteit Woningcorporaties (Aw)

De Aw ziet erop toe dat woningcorporaties zich concentreren op hun kerntaak: zorgen dat mensen met een laag inkomen goed en betaalbaar kunnen wonen. Nu en in de toekomst. Zij houdt toezicht op het gedrag van woningcorporaties en op hun financiële beheer.

Op 29 november 2023 ontvingen wij van de Aw de beoordeling rechtmatigheid verslagjaar 2022. Hieruit zijn geen bevindingen gekomen. 

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

Het WSW is hét onafhankelijke instituut dat optimale financiering van vastgoed in de publieke sector mogelijk maakt voor aangesloten instellingen. De corporaties die deelnemen aan het WSW staan voor elkaar in via de obligoverplichting. Een obligo is een voorwaardelijke verplichting van de deelnemer om aan het WSW een bepaald bedrag over te maken. De hoogte van dat bedrag is afhankelijk van het bedrag aan geborgde leningen.

Door de obligoverplichting staan deelnemers onderling garant voor elkaar. Deze verplichting is voorwaardelijk: zolang de borgstellingsreserve van het WSW voldoende is om eventuele betalingsverplichtingen van WSW-deelnemers over te nemen, wordt geen beroep gedaan op deze obligoverplichting.

Na invoering van de Woningwet is het WSW gemandateerd voor het uitvoeren van de saneringstaak. In 2023 betaalden we geen saneringsheffing. De komende jaren houden we geen rekening met een dergelijke heffing in verband met financiële problemen bij andere corporaties.

Saneringssteun

Het saneringskader is in 2023 niet aangepast. In de huidige voorstellen wordt saneringssteun een uiterst redmiddel. Allereerst zullen corporaties in de betreffende woningmarktregio worden aangesproken om “noodzakelijk DAEB” over te nemen tegen marktwaarde in verhuurde staat. 

Derivaten

Periodiek informeren we, zoals gevraagd, het WSW over onze derivatenpositie. Hieruit zijn geen bijzonderheden gebleken. Per ultimo 2023 hebben we geen derivaten.

Overzicht borgingsplafond

Het WSW gebruikt het begrip ‘borgingsplafond’ om de maximale omvang van de leningen die zij wil borgen, te bepalen. Dit borgingsplafond is gebaseerd op de laatst beoordeelde Prospectieve informatie (dPi) en Verantwoordingsinformatie (dVi).

Het WSW stelt het borgingsplafond vast op basis van onze financieringsbehoefte voor onze DAEB-activiteiten zoals deze blijkt uit onze investerings- en herfinancieringsprognose voor de jaren 2023 tot en met 2025 conform de dPi 2022. De risicobeoordeling weegt mee bij de vaststelling van het borgingsplafond.

Het borgingsplafond is voor 2023 en 2024 verhoogd met de gevraagde financieringsbehoefte. 

Overzicht borgingsplafond

DAEB Financieringsbehoefte 54.523 82.636
Interne financieringsbronnen -17.147 -21.977
Borgingstegoed -15.718  
Borgingsplafond ultimo jaar 360.959 421.618
     
     

6.5 Treasury

Financieringen

Met ons financieringsbeleid willen we de renterisico’s en rentelasten beheersen door ze evenwichtig over de jaren te spreiden. Dit beleid ligt vast in ons treasurystatuut. Deze is in 2023 herzien en opnieuw vastgesteld. De bandbreedte voor de risico's geven we aan in het treasuryjaarplan. Daarin bepalen we ook jaarlijks het gedeelte dat maximaal variabel rentend gefinancierd mag worden.

Overfinanciering vermijden we door alleen financiering aan te trekken op grond van de opgestelde kasstroom- en liquiditeitsprognoses. We streven naar een liquiditeitssaldo van maximaal 10% van de huuropbrengsten.

In 2023 sloten we twee nieuwe financieringsovereenkomsten af. De twee nieuwe overeenkomsten in 2023 hebben een nominale waarde van € 20 miljoen. Voor de aankoop van de Weideheem te Hoogeveen hebben we de financiering overgenomen, de nominale waarde van deze lening bedraagt € 6,6 miljoen.

De roll-over leningen in 2023 hebben een hoofdsom van € 20 miljoen. Hiervan is ultimo 2023 € 19 miljoen opgenomen.

Leningen- en derivatenportefeuille

Per 31 december 2023 heeft Domesta een leningenportefeuille met een schuldrestant van € 347,6 miljoen.

De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 364,0 miljoen inclusief oplopende rente (2022: € 345,6 miljoen inclusief oplopende rente). De marktwaarde is gestegen door het aantrekken van nieuwe leningen, daar staat een daling tegenover als gevolg van de gestegen rente op de kapitaalmarkt. Ultimo 2023 bedraagt het gemiddelde rentepercentage op de rentetypische lange leningen in de portefeuille 2,80% (2022: 2,53%). Als we alleen kijken naar de leningenportefeuille (inclusief de rentetypische korte leningen) dan bedraagt de gemiddelde rentevoet ultimo 2023 uit langlopende financiering 2,46% (2022: 2,49%).

Op bestaande leningen is € 21,9 miljoen afgelost (2022: € 12,8 miljoen), waarin begrepen vier eindaflossingen ter waarde van € 12,5 miljoen (2022: € 10 miljoen). Op de roll-over is gedurende het jaar bij overliquiditeit € 8 miljoen teruggestort. De reguliere jaarlijkse aflossing bedroeg € 1,4 miljoen (2022: € 765.000). 

In totaal is voor € 36,7 miljoen aan financiering opgenomen, inclusief € 20,0 miljoen gedurende het jaar bij liquiditeitsbehoefte op de roll-over leningen. 

Onze leningenportefeuille bevat voor € 50 miljoen basisrenteleningen. De embedded swap in de basisrenteleningen hoeft op grond van de RJ (Raad voor de Jaarverslaggeving) uiting 2013-15 niet in de waardering en het resultaat van de financiering te worden afgesplitst. Buiten de basisrenteleningen bevat de leningenportefeuille van Domesta geen extendible leningen (recht op verlening).

Het eventueel aangaan van nieuwe financieringsovereenkomsten en nieuwe derivatenconstructies wordt door de Treasurycommissie voorgesteld en ter goedkeuring aan het bestuur van Domesta voorgelegd. We trekken geen nieuwe leningen en derivaten aan zonder mandatering van de RvC

Financiële instrumenten

De vastgoedstrategie van Domesta op basis van de huidige plannen kenmerkt zich door investeringen in bestaand bezit en is stabiel qua aantallen vhe. Gezien de gezonde financiële positie, de stabiele operationele kasstroom en de beperkte verkoopafhankelijkheid, is de ambitie financieel realiseerbaar en bestaat er ruimte voor nieuwbouw en verduurzaming. Hier gaan we nader op in bij de toekomstparagraaf.

Punt van aandacht is dat de voorspelkracht van de investeringen van jaar op jaar gemiddeld is. Hierdoor bestaat het risico dat Domesta onverwacht voor een financieringsvraag komt te staan en daar niet snel aan kan voldoen. Domesta werkt daarom aan de verbetering van deze voorspelkracht. Door voldoende flexibiliteit in de leningenportefeuille te creëren kan Domesta beter inspelen op de veranderende omstandigheden en wordt de kans op overfinanciering c.q. overliquiditeit verkleind. De keerzijde van meer flexibiliteit in de leningenportefeuille is dat de renterisico’s in de leningenportefeuille toenemen.

Financiering

Geldgever Stortingsdatum Type Bedrag in € 1.000 Rentepercentage Looptijd in jaren
Bank Nederlandse Gemeenten nvt Fixe  6.640  3,9375% 2
Nederlandse Waterschapsbank  1-sep Variabel  10.000  4,0350% 30
           
Stichting Pensioenfonds ABP 20-sep Fixe  10.000  3,1300% 10

Liquiditeitsrisico

Domesta beoordeelt of ze voldoende liquiditeit heeft om te voldoen aan haar verplichtingen.

Dit doet ze door te sturen op de periodieke liquiditeitsprognoses en door een realistische begroting te maken. Belangrijke aandachtspunten bij de liquiditeitsprognoses zijn de verwachtingen voor het onderhoud, de investeringen in bestaand bezit en nieuwbouw.

Het AW en WSW beoordelen vervolgens ook op de volgende criteria:

Kwalitatief:

  • De mate waarin sprake is van onverwachte verzoeken aan het WSW voor aanvullend borgingsplafond.
  • De corporatie heeft een goede onderbouwing van de opgenomen belastingverplichting.
  • Voor zover van toepassing: het trackrecord van de corporatie met betrekking tot het voldoen aan de wettelijke normstelling voor aan te houden liquiditeitsbuffers uit hoofde van derivaten.
  • Voor zover van toepassing: de beschikbaarheid en kwaliteit van eventuele breakplannen van derivaten en de mate waarin de corporatie in staat is te voldoen aan de wettelijke vereisten omtrent de op te bouwen liquiditeitsbuffer.
  • Opmerkingen van de accountant over mogelijke liquiditeitsrisico’s.
  • De corporatie maakt periodiek liquiditeitsprognoses en er zijn geen redenen om aan de kwaliteit daarvan te twijfelen.

Kwantitatief:

  • Belastingdruk: de gemiddelde belastingdruk, berekend als gemiddelde belastingkasstroom gedurende de prognoseperiode gedeeld door de gemiddelde operationele kasstroom (gecorrigeerd voor belastingen) gedurende de prognoseperiode. Indien de gemiddelde belastingdruk kleiner dan 10% is, wordt verdiepend onderzoek gedaan.

Domesta heeft geen derivaten meer en heeft in 2023 niet om aanvullend borgingsplafond hoeven vragen en verwacht dit de komende vijf jaar niet te hoeven doen. De gemiddelde belastingdruk bedraagt binnen de horizon van vijf jaar circa 25%.

Kredietrisico

De toegelaten instelling loopt kredietrisico over vorderingen ten aanzien van huurders. Het maximale kredietrisico dat de toegelaten instelling loopt bedraagt EUR 510.000, bestaande uit de bruto huurvordering EUR 1.066.000 minus de voorziening EUR 556.000. De vorderingen uit hoofde van de huurdebiteuren zijn gespreid over een groot aantal huurders. Op basis van betalingsgedrag uit het verleden zijn hier geen grote risico’s uit voortgevloeid. 

Herfinancieringsrisico

Herfinancieringsrisico is het risico dat er geen financiering kan worden aangetrokken op het moment dat dit nodig is c.q. dat de corporatie geen aflossingen kan doen op het moment dat dit gewenst is. Beoordeling vindt plaats op basis van cumulatieve criteria over een periode van tien jaar. Hiermee scoort Domesta voor het herfinancieringsrisico een risicoclassificatie ‘laag’ (per jaar ≤ 15% en per 2 jaar ≥ 5%).

Renterisico

Risico uit contracten 
Financiële kasstromen zijn naar hun aard hard te noemen. Hierdoor is het mogelijk om de risico’s uit de contracten voor lange termijn in kaart te brengen. Dit is vooral van belang voor het verkrijgen van een verantwoorde spreiding van de renterisico’s die uit hoofde van de leningenportefeuille gelopen worden.

Domesta hanteert een norm voor renterisico van maximaal 15% van de leningenportefeuille ultimo voorgaand boekjaar (2022). Het grootste deel van dit risico wordt veroorzaakt door de aflossingen. In de financieringsstrategie van Domesta is opgenomen dat jaarlijks een maximale looptijd voor nieuwe financiering wordt vastgesteld. Dit wordt gedaan met behulp van een scenarioanalyse van het investeringsvolume.

Renterisico per jaar en per 5 jaar (WSW Methodiek)

In het gezamenlijk beoordelingskader beoordelen AW en WSW het renterisico zowel per jaar als in blokken van vijf jaar en voor een periode van tien jaar. Omdat sommige financiële producten in meer dan één jaar risico veroorzaken, zijn de uitkomsten voor het risico per vijf jaar hierbij voor dubbeltelling gecorrigeerd. Een dubbeltelling kan bijvoorbeeld ontstaan doordat een roll-over zowel een renteconversie op basis van de onbekende Euribor heeft, als een aflossing binnen een periode van 5 jaar.

6.6 Fiscaliteiten

Onze fiscale strategie is op hoofdlijnen ongewijzigd toegepast. Door de waardestijgingen van ons bezit is Domesta vanaf het boekjaar 2017 in een betalende positie terechtgekomen voor de vennootschapsbelasting. De in het verleden verantwoorde waardedalingen moeten nu door de waardestijgingen teruggedraaid worden en dit resulteert in forse aanvullende (fiscale) winsten bovenop de resultaten uit de gewone bedrijfsvoering. Op onderdelen van de toepassing van wet- en regelgeving is in 2020 (aangifte 2018) een discussie ontstaan met de belastingdienst. Het gaat over het apart afschrijven op zonnepanelen, die niet als onderdeel van het dak van een woning zijn gemonteerd. De discussie is daarna verder gegaan, maar heeft nog niet tot een oplossing geleid. In mei 2023 is er een uitspraak van de rechtbank gekomen die de fiscus in het gelijk stelt. Domesta is het niet eens met de argumentatie en gaat hierop in beroep.

Door de uitspraak van de rechtbank acht Domesta de kans op een positieve uitkomst in deze discussie kleiner in dan in de vorige jaarrekening. Om die reden is de fiscale positie aangepast en zijn de aparte afschrijvingen op de zonnepanelen teruggedraaid. Dit leidt in de jaarrekening tot een correctie van ongeveer € 3,6 miljoen in de actieve latentie en een aanpassing van € 1,2 miljoen in de belastinglast.

6.7 Toekomstparagraaf

Aan het eind van 2022 verwachtten we dat de energieprijzen verder zouden stijgen. Gelukkig zagen we de energieprijzen in 2023 stabiliseren. Desondanks is de vraag van onze huurders naar energiemaatregelen voor hun huizen groot. In 2023 zagen we ook de ontwikkeling van de bouwkosten voorzichtig naar een stabilisatie toe groeien.

In de meerjarenbegroting 2024 zijn de Nationale Afspraken verwerkt. We zijn de komende jaren voornemens fors meer te investeren in onze huizen. Zowel het aantal huizen als de kosten daarvan zullen toenemen, dit zien we in de meerjarenbegroting. Het gewenste programma met investeringen in nieuwe huizen en het opknappen van bestaande huizen is dusdanig groot dat we zien dat we dit op de langere termijn niet volledig kunnen betalen. De rente, de bouwkosten en de uitgaven aan belastingen drukken te zwaar op onze portemonnee.

We maken in de begroting 2024 de afweging tussen zoveel inzetten voor huurders en onze huizen en de draagkracht die we daarvoor hebben. Nu alle financiële middelen gebruikend leidt dit, bij gelijkblijvende omstandigheden, op termijn tot het moeten maken van moeilijke (financiële keuzes). 

We zetten ons de komende jaren in voor verduurzaming van ons bezit, blijvende betaalbaarheid en beschikbaarheid van de woningen. Daarin nemen we de prestatieafspraken die wij met gemeenten hebben gemaakt en de Nationale Prestatieafspraken mee. De omvang van de duurzaamheidsinvesteringen voor de komende vijf jaren bedraagt circa € 63,0 miljoen (begroting 2023: € 57,5 miljoen). In de begroting is doorgerekend dat wij deze investeringen kunnen dragen. Daarnaast zoeken wij naar de mogelijkheden om onze portefeuille met zorgcomplexen uit te breiden.

Investeringen in renovatie en verduurzaming leiden nauwelijks tot een stijging van de beleidswaarde (ons vermogen). Dat betekent dat onze financiële kengetallen hierdoor verslechteren. Dit is een bewuste keuze. We maken de eerdergenoemde afweging en willen zoveel mogelijk van ons vermogen inzetten voor onze doelen. Toch hebben we voor de langere termijn keuzes moeten maken, zodat we binnen de financiële normen blijven. Door binnen die normen te blijven, hebben we een goed uitgangspunt voor het aanvragen van de benodigde financiering en daarmee het realiseren van onze plannen. 

Door de hogere ambitie voor nieuwbouw, verduurzaming en onderhoud gaan we de komende jaren meer lenen. De leningenportefeuille zal naar verwachting oplopen.

De economie is momenteel erg turbulent, waar verwachtingen in het verleden redelijk uitkwamen is dat nu lastiger in te schatten. In de meerjarenbegroting zijn we terughoudend geweest met het inschatten van de ontwikkeling van de rente, bouwkosten en de overige kosten.

Onze ambities vragen om zorgvuldig onderzoek en afwegingen. In onze afwegingen kijken we wat we kunnen realiseren met onze investeringen. Wat betekenen deze investeringen voor de doelstellingen van Domesta en wat zijn de consequenties van deze investeringen voor de (financiële) positie? Bij de financiële beoordeling van deze investeringen hanteren we onder andere ons investeringsstatuut en de kaders uit onze financieringsstrategie. 

Domesta zal de komende jaren niet bezig zijn met activiteiten rondom onderzoek & ontwikkeling. De ontwikkelingen in de markt wordt samen met de partners gevolgd. 

Op het gebied van personeel herzien we in 2024 de strategische personeelsplanning. Belangrijke onderwerpen in dit plan zijn digitalisering, krapte in arbeidsmarkt en de aanstaande pensionering van een aanzienlijk deel van onze collega's. Daarnaast wordt er steeds meer expertise gevraagd over meer uiteenlopende onderwerpen. Meer inzet van (extern) personeel is dan nodig. 

We kijken ook naar alternatieve (economische) scenario's om te beoordelen of we in alle omstandigheden ons programma kunnen uitvoeren. Dat is, in tegenstelling tot eerdere jaren, niet in alle gevallen zo. Als het scenario met hogere rente zal doorzetten zal onze financiële positie onder druk komen te staan. De ICR is onze meest gevoelige indicator als het gaat om gebeurtenissen die kunnen plaatsvinden. We zullen in 2024 en verder deze ontwikkelingen nadrukkelijker volgen en op onze besluitvorming betrekken.

In de meerjarenbegroting 2024 is een gezonde ontwikkeling van de ICR te zien. Daarnaast zullen scherpere keuzes over de financierbaarheid van renovaties leiden tot een verdere verbetering van de ICR. Dit zal bij het opstellen van de begroting 2025 zichtbaar worden. Door deze verwachte ontwikkeling hiervan voor de komende jaren, is te zien dat er voldoende ruimte is om financiering aan te trekken. Domesta verwacht de komende jaren de leningenportefeuille dan ook uit te breiden, teneinde de middelen in te zetten voor de regionale opgave.

De financiële ruimte die we hebben zetten we in om de doelen ten aanzien van duurzaamheid (routekaart) en het portefeuilleplan te halen. We kijken steeds scherp naar ons eigen huishoudboekje. We blijven er in de komende jaren naar streven ons vermogen zoveel mogelijk in te zetten voor de volkshuisvesting.

6.8 Risicomanagement

Ieder mens, van kind tot senior, heeft een eigen plek, een veilig thuis waar ze in vrijheid en zorgeloos kunnen wonen. Daar doen we het voor, dat is waar we aan werken. Deze doelen bereiken, gaat niet zonder risico’s. Risicomanagement is belangrijk om de organisatiedoelen ook daadwerkelijk te kunnen behalen. 

Risico's

We realiseren ons dat bij onze werkzaamheden risico’s horen en vinden het belangrijk om de risico’s te kennen die onze doelstellingen kunnen bedreigen. Wat komt er op ons af? Welke wet- en regelgeving is belangrijk en met welke demografische ontwikkelingen moeten we rekening houden? Wanneer komen we in actie en wanneer niet? De cultuur is van groot belang voor de risicobeheersing. De beheersing van risico’s is een continu proces, waarbij verschillende factoren ervoor kunnen zorgen dat nieuwe risico’s zich voordoen, of zich juist niet meer voordoen. We vinden het dan ook belangrijk dat risicomanagement bij iedereen in organisatie betekenis gaat krijgen.

Risicocultuur en inbedding van Domesta

In 2023 waren er acties om risicomanagement bij meer medewerkers onder de aandacht te brengen. Er waren sessies met diverse afdelingen waarin risico- identificatie, -inschatting, -beoordeling en -beheersing aan de orde zijn geweest. Voor deze afdelingen hebben we de risico’s beter in beeld, waardoor de beheersing beter op orde is.

“Three Lines”-model

Om intern de risico's te beheersen, hebben we de rollen en verantwoordelijkheden gestructureerd vanuit het "Three Lines”-model.

De eerste lijn bestaat uit het management en de medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de interne processen en beheersingsmaatregelen binnen hun verantwoordelijkheidsgebied.

De tweede lijn bestaat uit functies die zich richten op de ondersteuning van de eerste lijn bij het geven van invulling aan de beheersing van risico's. In de praktijk liggen deze rollen vooral bij de business-, financial- en procescontroller. Zij voeren ook interne controles uit om vast te stellen of de vastgestelde processen en beheersingsmaatregelen in de organisatie goed uitgevoerd worden.

De derde lijn is de onafhankelijke auditfunctie. Deze rol wordt vervuld door de concerncontroller en de controller Governance & Compliance. Zij vervullen de rol van interne auditor. De auditfunctie geeft een objectief onafhankelijk oordeel over de interne risicobeheersing en het controlesysteem.

Risicobereidheid

Risicomanagement heeft niet tot doel om alle risico’s te mitigeren. Het gaat immers om die risico’s die het realiseren van onze doelstellingen in gevaar brengen. Naast het bepalen van de strategische risico’s moeten we ook de mate van risicobereidheid bepalen. Hierbij gaat het om de mate van risico dat Domesta wil accepteren (risicotolerantie) en de mate van risico dat Domesta kan dragen (risicocapaciteit). De risicobereidheid wordt in 2024 herijkt bij het opstellen van de nieuwe koers.

Strategische risico’s

In 2022 hebben wij onze strategische risico’s herijkt en de risicobereidheid opnieuw vastgesteld. In een gezamenlijke sessie met RvC, bestuur en managementteam zijn de strategische risico’s bepaald. De risicofilosofie en risicobereidheid zijn besproken in een sessie met bestuur en managementteam.

In onderstaande tabel zijn de belangrijkste strategische risico’s weergegeven in relatie tot de kernthema’s uit ons ondernemingsplan. De risicofilosofie van Domesta is neutraal. Dat wil zeggen dat we de risico’s en kansen tegen elkaar afwegen en het beleid is gericht op beheersing van het risico. Afhankelijk van de situatie en beheersbaarheid willen we meer kansen benutten. Daarbij is comfort hebben en houden belangrijk.

De risicobereidheid geeft uitdrukking aan de aard en omvang van de risico’s die Domesta bereid is aan te gaan bij het realiseren van haar doelstellingen. Hoe belangrijker de doelstelling, hoe lager de risicobereidheid. De betaalbaarheid voor de huurder staat voorop, waarbij een versnelling in de verduurzaming (energiezuinig wonen) een belangrijke bijdrage kan leveren. 

Strategisch risico Omschrijving Risicobereidheid
De betaalbaarheid voor de huurder komt onder druk te staan. Als gevolg van een financiële crisis komt de betaalbaarheid voor de huurder onder druk te staan. Het risico van huurverhogingen die bedrijfseconomisch noodzakelijk zijn, maar maatschappelijk onverantwoord. laag
Veranderingen in het Europese, landelijke of gemeentelijke politieke speelveld 'raken' de sector. Veranderingen in en complexiteit van wet- en regelgeving. De mogelijkheid dat de politiek de sector verplichtingen oplegt (verevening, extra bouwen, flexibel bouwen, verduurzamen, warmtenet). gemiddeld
Een verdere samenvoeging van kwetsbare groepen in de wijken waardoor de leefbaarheid onder druk komt te staan. Door een samenvoeging van kwetsbare groepen (zorgbehoevenden, verward gedrag, financieel afhankelijken) in de wijken neemt de differentiatie en leefbaarheid in de wijken verder af. gemiddeld
De sector wordt met nieuwe of andere vormen van sociaal activisme geconfronteerd. Toenemende invloed van of onverwachte weerstand uit (opruiende) sociale media. Maatschappelijke verruwing; de ‘boze burger’. Vertrouwen in ‘gevestigde’ orde (waaronder sector) gaat achteruit. Bewoners worden steeds veeleisender en accepteren steeds minder. gemiddeld
De sector kan de beoogde duurzaamheidsambities niet realiseren. De sector kan onvoldoende invulling geven aan de verduurzaming van de portefeuille en de prestatieafspraken dan wel dat dit alleen tegen buiten proportionele investeringen uitgevoerd kan worden. hoog
Majeure veranderingen in rente of inflatie. Macro-economische/geopolitieke gebeurtenissen met als gevolg dat de rente- of inflatie fundamenteel anders is dan gepland (bijvoorbeeld hyper inflatie/deflatie/langdurig lage rentestanden). gemiddeld

Op bovenstaande risico’s (én op niet vermelde risico’s) nemen we maatregelen om de risico’s weg te nemen of te verminderen. Externe omstandigheden zoals economische ontwikkelingen en overheidsbeleid liggen buiten onze invloedssfeer. De impact van de benoemde risico's zijn op onderdelen van de strategie groot, maar op de strategie als geheel beperkter. Het risico van overheidsingrijpen is voor Domesta beperkt beïnvloedbaar en wordt om die reden geaccepteerd. Het risico van sociaal activisme heeft impact op de leefbaarheidsdoelstellingen en is beperkt beïnvloedbaar en wordt om die reden geaccepteerd.

We prioriteren verduurzaming daar waar dit voor de huurder het meestal voordeel is. Indien noodzakelijk temporiseren we onze duurzaamheidsinvesteringen, waarbij we kosten en effecten tegen elkaar afwegen. In het jaarlijkse begrotinsproces maken we dan actuele afwegingen.

Daarnaast ziet Domesta cyberrisico's als strategisch risico. Cyberrisico's zijn geen technologisch probleem meer, het zijn voortdurend veranderende risico’s geworden die actief moeten worden beheerd. Het risico is de laatste jaren groter geworden door het werken op afstand, onderlinge connectiviteit van de toeleveringsketen, digitaliseringsdruk en kwetsbaarheden in de kritieke infrastructuur. Dit blijkt tevens uit de toenemende omvang, frequentie en economische impact van cyberincidenten. De mogelijke impact op de bedrijfsvoering is groot.

Met bewustwordingsacties voor de interne organisatie, logisch toegangsbeheer voor zowel het pand als software en het beoordelen en leveranciers worden maatregelen genomen om de kans dat een dergelijk risico zich voordoet zo klein mogelijk gemaakt.

Operationele risico’s

Naast strategische risico’s richten we ons ook op de beheersing van operationele risico’s. Hierbij gaat het naast risico’s gericht op onze interne beheersing ook om risico’s op fraude, corruptie en ICT-gerelateerde risico’s.

In 2023 is gewerkt aan het vergroten van het risicobewustzijn. Er was in het verleden in mindere mate sprake van een structurele aanpak en vastlegging ten aanzien van risico en de bijbehorende maatregelen. Doordat procesbeschrijvingen niet altijd actueel waren, zijn we in 2023 begonnen met het beschrijven van de 100 belangrijkste processen in de organisatie. Dit is veel werk, wat doorloopt in 2024.

Er is een interne gedragscode waaraan alle medewerkers geacht worden te voldoen. Medewerkers kennen de gedragscode en spreken bij twijfel met hun manager of de controller governance & compliance.

In 2023 zijn we overgegaan naar Microsoft365 waardoor de beschikbare functionaliteiten en bescherming op ICT-gebied verbeterd zijn. Daarnaast besteedden we veel tijd en aandacht aan de migratie van ons ERP-systeem naar Tobias365 die in januari 2024 op de planning stond.

De arbeidsmarkt is op een aantal functiegebieden erg krap te noemen. Functies zijn moeilijker in te vullen en de uitstroom van medewerkers neemt toe. Dit heeft mogelijk effect op de uitvoerbaarheid van de ambities of de kosten om deze alsnog te realiseren.

Frauderisico’s

Domesta ziet frauderisico’s als de kans dat er ten onrechte geld of middelen aan de organisatie worden onttrokken met als gevolg financiële schade en/of schade aan de reputatie.

De directie en het managementteam maken jaarlijks een inventarisatie van de aanwezige frauderisico’s en maken een inschatting van de kans dat een dergelijk risico zich voordoet en de impact ervan. Tijdens de inventarisatie worden ook ervaringen gedeeld op dit gebied.

Over 2023 was er 2 keer een dergelijk gesprek. Het eerste gesprek was een algehele inventarisatie met een inschatting van de impact op Domesta. Het tweede gesprek ging over de (bruto) kans dat risico zich daadwerkelijk voordoet. Dit geeft focus op welke risico’s we ons primair moeten richten en waarop we passende maatregelen moeten nemen.

De top 3 van frauderisico’s volgens Domesta is als volgt:

  • Phishing: er worden e-mails gestuurd met daarin links om gevoelige (inlog)gegevens te delen met derden.
  • CEO-fraude: derden doen zich voor als directeur-bestuurder en vragen medewerkers betalingen te doen.
  • Aanbestedingen: er worden onzakelijke prijzen betaald voor projecten of goederen.

In 2023 besteedden we regelmatig aandacht aan hoe met phishing e-mails om te gaan. Medewerkers kregen instructies hoe te handelen als ze zo’n e-mail ontvangen. Bewustwording hoe te handelen is belangrijk in het minimaliseren of voorkomen van deze fraude.

Bij projectbesluiten wordt aandacht besteed aan de manier van inkopen. Domesta heeft een inkoopbeleid dat altijd moet worden nageleefd. Of prijzen zakelijk zijn, wordt beoordeeld aan de hand van meervoudige aanbestedingen of door een kostendeskundige te gebruiken.

6.9 Bestuursverklaring

Het bestuur van Domesta heeft het volkshuisvestingsverslag en de jaarrekening over 2023 opgemaakt. Dit voorstel ging naar de Raad van Commissarissen (RvC) om goed te keuren.
In de RvC-vergadering van 26 juni 2024 zijn de jaarstukken besproken. 

Het bestuur van Domesta verklaart dat het jaarverslag over 2023 een betrouwbaar beeld geeft van de primaire activiteiten. Ook verklaart het bestuur dat alle uitgaven zijn gedaan in het belang van de volkshuisvesting.

Emmen, 26 juni 2024

B.S. Moormann, bestuurder                                            P.A.C. Tazelaar, bestuurder

Versie:
v6.2.30

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report